Bas & Maus op avontuur

Vliegende man in black, ijzige kou en dubieuze tourbureau's

Lief dagboek,

Allereerst willen we jullie weer van harte bedanken voor het lezen van het vorige verhaal, het kijken van de foto's en het plaatsen van reacties! We blijven het leuk vinden als mensen reageren, des te meer als er reacties uit onverwachte hoek komen! Blijven posten dus.

Het vorige verhaal sloten we af in Ho Chi Minh City (ook wel HCMC of Saigon genoemd), wat zich inmiddels 2000 km beneden ons bevindt. Gelukkig voor jullie hebben we in de tussenliggende kilometers weer een hoop beleefd, waarvan we jullie nu mee zullen laten genieten. Zoals gezegd de dag nadat de laatste update stond er weer een reisdag op het programma. Dit keer niet per karaokebus, kakkerlakkentrein of per goederentransport, maar dit keer met een heus vliegmobiel.

Het begon allemaal al vroeg in de morgen van dinsdag 2 maart. Nadat de wekker om zeven uur lekker had staan rinkelen werden we een uurtje later per gare taxi vervoerd naar het vliegveld. Onder een gare taxi verstaan wij het volgende: je hebt mooie auto's en lelijke auto's. Dit was een lelijke auto. Onder lelijke auto's vallen auto's met en zonder deuken. Dit was een auto met deuken. En je hebt lelijke auto's met deuken waarin je je op de weg nog veilig kunt voelen (zoals de ex Opel Astra van Sebas) en je hebt lelijke auto's met deuken waarin je je leven niet zeker bent op de weg, zoals onze taxi deze morgen. Maar gelukkig hadden we een taxichauffeur die zijn rijbewijs op de normale Vietnamese wijze had ontvangen: in de supermarkt bij een pakje boter. Een voordeel had deze taxi wel. Door zijn verdere staat van ontbinding was zijn toetervloeistof aangetast, waardoor we de eerste stille rit in Vietnam hebben meegemaakt. Na een ritje van een half uur kwamen we aan bij het vliegveld-voor-binnenlandse-vluchten waar we direct onze backpacks hebben ingecheckt. Vervolgens moesten we de douane door, waarbij natuurlijk ook je handbagage door een scanner wordt gehaald. In Vietnam gelden dezelfde regels als in Europa (geen scherpe voorwerpen en vloeistoffen aan boord), dus voor ons niets nieuws. Nadat we het poortje zonder piepen door waren gelopen moestn we nog wachten op onze tassen. Volgens de douanebeambte klopte er iets niet in de tas van Maurits en moest de tas opnieuw door de scanner. Wat bleek, volgens de douanebeambte moest er een schaar in de tas zitten. Maurits wist zeker dat hij zijn schaar had opgeborgen in zijn grote backpack en maakte de beambte duidelijk dat hij niet wist waar dat ding dan zou moeten zitten. Sebas was gelukkig al iets wakkerder dan Maurits en kreeg de ingeving dat het misschien wel eens de schaar kon zijn die zich in de ehbotas bevond. Zo gezegd zo gedaan, de ehbo tas ging open en de schaar kwam tevoorschijn. Na een grondige inspectie besloot de douanebeambte dat deze schaar geen schade kon aanrichten op grote hoogte en mocht hij weer terug in de tas. Over de vloeistoffen die in overvloed in onze tassen aanwezig waren, werd echter geen woord gerept. Na twee uurtjes wachten mochten we eindelijk inchecken en werden we per bus naar ons vliegtuig gebracht.

We weten nu wel waarom deze vlucht zo goedkoop was. Ze hadden namelijk flink bespaard op de vierkante meters en waar je normaal twee rijen stoelen achter elkaar hebt staan, stonden nu in dezelfde ruimte drie rijen met stoelen achter elkaar, wat ertoe leidde dat we de 1 uur durende vlucht met de kont strak tegen de achterleuning en de knieen strak tegen de stoel van de voorganger aan moesten zitten. Na drie kwartier vliegen zetten we de daling al in en een kwartiertje later stonden we alweer met beide voeten in het 1000 km hoger gelegen Danang Airport. We werden weer met de bus vervoerd van het vliegtuig naar de terminal waar we binnen vijf minuten onze tassen van de enige aanwezige bagageband afplukten (tassen die aan de andere kant van de muur op de band gezet werden, zie foto).

Nadat we onze tassen van de band geplukt hadden liepen we naar buiten waar we zoals gewoonlijk werden opgewacht door hordes enthousiaste en schreeuwerige taxichauffeurs die ons allemaal voor de hoofdprijs naar een door ons gekozen plek wilden brengen. We wilden naar het busstation van Danang om daar de bus naar Hoi An te pakken. Het busstation moest volgens een van de taxichauffeurs 8 kilometer van het vliegveld liggen en hij wilde ons wel voor 100.000 Dong ernaartoe brengen. Dit vonden wij natuurlijk veel te duur (is welgeteld 4 euro) en gingen op zoek naar een goedkoper alternatief die zich al snel aandiende door een taxichauffeur met een nog gaardere taxi dan die morgen, maar goed hij bood direct de helft van de prijs van zijn collega's en dit klonk ons als klinkende munten in de oren. Na nog geen vijf minuten rijden zette de chauffeur de taxi echter al aan de kant en zei hij dat we er waren. Iets wat ons erg vreemd in de oren klonk, aangezien de andere chauffeurs zeiden dat het acht kilometer moest zijn. We stapten uit en besloten zonder betalen weg te lopen. Toen we twintig meter hadden gelopen hoordden we een luid getoeter en geschreeuw achter ons. Wat bleek, het was de bus van Danang naar Hoi An gevolgd door de taxichauffeur die we met lege handen hadden achtergelaten. Om de chauffeur tegemoet te komen gaven we hem een kleinigheidje en stapten we tevreden in de bus naar Hoi An. Een busrit die ons weer ons leven lang bij zal blijven. Na vijf minuten rijden stopte de bus langs de kant van de weg, stapten er twee dametjes in gevolgd door twee ton aan huisraad en levensmiddelen die ze hadden ingeslagen in het centrum van Danang.

Dik tien minuten later, een boze buschauffeur, een nog geirriteerdere conducteur en een overbeladen bus rijker, reden we al toeterend verder door de straten van Danang, want de zitplaatsen waren nog niet allemaal gevuld. Omdat we door het inladen van de huisraad vertraging hadden opgelopen wilde de chauffeur en de conducteur zo min mogelijk tijd verliezen, waardoor alle instappende passagiers (jong, maar vooral veel oud) al rijdend de bus in werden getrokken of geduwd, waardoor ze al struikelend in het gangpad belanden en al lachend hun plek vonden in de bus. Dit zouden ze bij Connexxion in Nederland eens moeten proberen. Na weer een goed uur gereden te hebben, kwamen we aan op het 'busstation' van Hoi An en konden we voor de zoveelste keer uitzoeken waar we gedropt waren. Gelukkig werkt ons meegebrachte compas nog steeds uitstekend en vervolgden we onze weg in Noord-Oostelijke richting naar het backpackers centrum van Hoi An. En weer begon onze zoektocht naar een goedkope mooie en schone kamer. De eerste kamer die we te zien kregen bevond zich niet op de bovenste etage, maar nog een etage hoger, namelijk boven op het dakterras. Al worstelend tussen het wasgoed en de plantenbakken door kwamen we in de door de eigenaar in zijn vrije uurtjes gecreerde opslaghok waar twee bedden in stonden en zelfs een piepklein badkamertje zonder douche. Na dit gezien te hebben besloten we ons budget drastisch naar boven bij te stellen en op zoek te gaan naar een beter onderkomen. Na weer een aantal kamers te hebben afgewezen vonden we ons onderkomen in de gewelven van een redelijk chique uitziend guesthouse. Een plek waar we de komende vier nachten wilden verblijven.

Na de tassen afgegooid te hebben besloten we de stad van Hoi An te gaan verkennen. Hoi An is een zeer Frans uitziend stadje en staat bekend om zijn kleermakers. Er is genoeg keus om een mooi kostuum of een avondjurk te laten maken, aangezien er meer dan 300 winkels zijn in Hoi An.

Na eerst wat gegeten te hebben in de stad zijn we op een van de in de Lonely Planet aanwezige kleermakers afgestapt om ons te laten informeren over de mogelijkheden. De mogelijkheden zijn er echter in overvloed aanwezig en het is lastig een keus te maken als je niet weet wat je wil. Je begint met het kiezen van een stof naar jouw keuze, zoals cashmere, wol, katoen of zijde. Vervolgens kies je een bepaalde kleur of print, waarna je een plaatje van een kledingstuk in een boek opzoekt die naar jou smaak is. Dit plaatje maken ze dan vervolgens na. Omdat wij vooraf niet wisten wat we wilden hebben is het erg lastig dit a la minute te beslissen, dus besloten we er nog maar een nachtje over te gaan slapen en de volgende dag met een hoofd vol ideeen terug te komen. Die avond hebben we op internet nog gezocht naar een aantal voorbeelden van kostuums die ons aanspraken en deze uitgeprint om die de volgende ochtend te laten zien in de winkel. Teruggekomen in het guesthouse waren we moe van het vele reizen en wilden we maar één ding: slapen. Aangekomen in onze kamer zagen we iets wegschieten onder het bed. Na enige verdere inspectie bleek het een van onze oud vrienden te zijn uit de trein van Krabi naar Bangkok, beter bekend onder de naam: meneer Kakkerlak. Na dit niet al te vrolijke weerzien bleek hij niet alleen gekomen te zijn, maar had hij familie en vrienden meegenomen om eens een goed feestje te bouwen in onze kamer. Helaas waren de meeste familieleden al knock-out door het vele drinken, waardoor ze met hun pootjes omhoog door de kamer lagen verspreid en door ons toedoen snel hun weg hebben gevonden door het rioolstelstel van Hoi An. Na een stuk of zes lichaampjes te hebben geborgen een een levende te hebben gedood door middel van een tandenborstelbakje op zijn hoofd te laten neerkomen was het dan eindelijk tijd om te gaan slapen. We hadden nog wel besloten de volgende ochtend op zoek te gaan naar een plek waar meneer Kakkerlak ons niet kon vinden.

Zo gezegd zo gedaan, de volgende ochtend liepen we opnieuw door de straten van Hoi An op zoek naar een zo goedkoop mogelijke kamer zonder kakkerlakken. Na een stuk of 12 guesthouses te hebben gezien, besloten we dat nummer 3 toch de beste was en checkten we uit bij het feestje van meneer Kakkerlak die teleurgesteld achterbleef. Na ontbeten te hebben besloten we met onze uitgeprinte Hugo Boss pakken op zoek te gaan naar een betere kleermaker dan de dag ervoor, omdat we daar toch niet zo'n goed gevoel over hadden. We vonden de kleermaker naar onze smaak en tien minuten later stonden we stoffen uit te zoeken voor de buiten en binnenkant van ons grijze kostuum. Na de juiste stoffen te hebben gevonden was het tijd om onze maten op te meten wat nog niet zo makkelijk was voor de klein aangelegde Vietnamese verkoopsters wat een hilarisch plaatje met zich meebracht (zie foto's).

Toen de maten waren gemeten en onze creditcard was getrokken hadden we een afspraak voor de volgende ochtend om ons kostuum te passen. De rest van de dag hebben we besteed aan eten, drinken en rondhangen in het toeristische, maar gezellig uitziende Hoi An.

De volgende dag stonden we om elf uur op de stoep bij onze kleermaker voor een passessie van ons pak. Zoals verwacht was het niet in een keer goed en moesten er nog aardig wat aanpassingen gedaan worden. Omdat we wel vertrouwen hadden in de goede afloop besloten we beide nog een kostuum te bestellen. Dit keer een zwarte versie van het Hugo Boss pak en werden we verleid om een bijpassend zwart overhemd erbij te laten maken. Na nog wat maten te hebben opgeschreven en wij onze creditcard weer hebben getrokken was het weer tijd om te gaan eten, drinken en rond te hangen in het toeristische maar gezellig uitziende Hoi An.

Om toch nog wat afwisseling in onze dagbesteding aan te brengen, besloten we alvast treintickets te boeken van Danang naar Hanoi om er zeker van te zijn een plekje te hebben in de trein naar onze keuze.

De volgende dag stonden we om elf uur op de stoep bij onze kleermaker voor een tweede passessie van onze pakken. Zoals verwacht was het ook deze keer nog niet honderd procent goed en moesten er bij Maurits nog wat aanpassingen verricht worden om zijn bochel die hij volgens de Vietnamese verkoopsters in zijn rug had te verhulken. Later die middag konden we terug komen om dan als het goed was de pakken mee te nemen. In de tussentijd gingen wij behalve eten, drinken en rondhangen in het toeristische maar gezellig uitziende Hoi An op jacht naar een bijpassende stropdas. Na 298 van de kleermakerwinkels en 10.369 stropdassen gezien te hebben en niet de stropdas te hebben gevonden die wij zochten (egaal zwart en niet te dun) vonden we in winkel 299 een stropdas die redelijk egaal zwart was en van dikke kwaliteit. Des te meer stropdassen je koopt, des te goedkoper je uit bent dus we besloten allebei twee stropdassen te nemen. Na de collectie meerdere malen te hebben doorgespit hebben we de strop doorgehakt en hebben we ieder twee mooie stropdassen erbij gekozen. Later die middag zijn we opnieuw naar onze kleermaker geweest en pastte Maurits opnieuw zijn kostuums. Nog steeds niet helemaal tevreden (maar volgens de verkoopsters was dit de beste tussenweg omdat anders het pak te strak of te wijd zou gaan zitten) besloot Maurits het toch maar te doen en de pakken te accepteren. Omdat we nog steeds niet helemaal tevreden waren met de gekochte zwarte stropdas (zat toch nog een heel klein structuurtje in), vroegen we of onze kleermaker toevallig nog een egale zwarte das voor ons kon breien en uiteraard was dit mogelijk. Twee uur later haalden we onze egale zwarte zijden dassen op en vervolgden we onze weg met vier pakken, twee overhemden en zes stropdassen richting het postkantoor van Hoi An, want jullie dachten toch niet dat wij dat op onze rug gingen meeslepen. Een half uur later, een moeie hand van het vele keren ons adres te moeten opschrijven en 100 euro armer waren de pakketten op weg naar (hopelijk) Nederland.

De volgende dag stond weer in het teken van vertrek. Rond een uur of half tien liepen we richting het busstation van Hoi An en nog geen kwartier later zaten we in een rijdende bus richting Danang. Een uur later stapten we uit de bus en liepen we richting het treinstation van Danang waar we nog drie uur moesten wachten totdat de trein oorspronkelijk zou vertrekken. We vulden de uren met hoe kan het ook anders met eten en drinken en met een vertraging van ongeveer een half uur vertrokken we richting Hanoi, 1000 kilometer naar het noorden. De treinrit bracht ons langs stranden, mooie donkere tunnels en prachtige landschappen.

Rond een uur of zes kwam er een karretje langs waar je een maaltijd van kon kopen. We besloten dit maar te doen, maar het leverde ons weinig op, slechts was witte rijst met sojasaus, komkommerschijfjes, een verdroogd kippenpootje en een paar stokjes met gedroogd vlees (weten niet wat), maar goed het vulde de maag. Rond een uur of negen deden we het licht uit en probeerden we zoveel mogelijk te slapen zover dat kon in de schommelende en stotende trein. Rond vijf uur die morgen kwamen we aan op het station van Hanoi waar we werden overvallen door de ijzige kou (15 graden) en de vele opdringerige taxichauffeurs. Uiteraard vroegen ze weer een veel te hoge prijs. Iets waar wij niet van gediend waren en we besloten naar 15 uur te hebben gelegen in de trein onze benen te strekken en een flinke ochtendwandeling te maken met onze rugzak op de rug door het nog stille en koude Hanoi. Na 2,5 kilometer te hebben gelopen kwamen we in de backpackersstraat van Hanoi. Echter was hier nog geen leven te bekennen en besloten we een bankje op te zoeken aan een nabij gelegen meer en al wachtend te genieten van het typisch ochtendritueel van de Vietnamezen, namelijk 'ochtendgymnastiek'. De meest uiteenlopende mensen doen de meest uiteenlopende zelfverzonnen oefeningen wat een hylarisch tafareel met zich meebracht. Het is onmogelijk om het te beschrijven, maar we zullen jullie zo snel mogelijk trakteren op een filmpje zodat jullie ook eens de lachspieren kunnen trainen. De klok tikte verder en rond de klok van zeven hebben we een restaurant opgezocht en genoten van een verkwikkend ontbijt en zijn vervolgens op jacht gegaan naar een goedkoop en mooi onderkomen voor de komende nachten in Hanoi. Het eerste guesthouse waar we binnenliepen had nog geen kamers vrij dus liepen we naar de overburen die wel kamers vrij hadden, maar die helaas boven ons budget lagen. Toen we op het punt stonden om weg te gaan, kwam de chaotische receptioniste met de ingeving dat ze nog een guesthouse in hun bezit hadden waar ze wel goedkopere kamers aanboden. Ze zei er echter wel bij dat het waarschijnlijk niet onze smaak was en dat we beter een duurdere kamer konden nemen. Na drie maanden Azie hebben we geen smaak meer en behalve meneer Kakkerlak vinden wij weinig niet de moeite waard om in te verblijven. Meneer Kakkerlak zat nog zeker 900 kilometer ten zuiden van ons en zou ons niet voor het einde van die week bereiken, dus liepen we een paar straten verder achter de receptioniste aan naar het andere guesthouse. Apart was dit guesthouse zeker te noemen. We doken een klein steegje in, wat zich 30 meter het gebouw inbegeeft. Links en rechts in het steegje zijn kleine kamertjes waar zich onder andere een tattoeagesalon, gaarkeuken en een onbestemd bureau bevinden.

Aan het einde van de steeg bevind zich een keuken/woonkamer wat zich guesthouse noemt en een wenteltrap die naar de vierde verdieping leidt, waarop onze kamer zich bevind. De kamer zelf is bovenverwachting goed en we besloten hier de komende nachten door te brengen. De dag was nog vroeg en na wat opgefrist te hebben zijn we de stad ingegaan op zoek naar een goed en betrouwbaar tourbureau om onze trekking naar Sapa (het noorden van Vietnam) te boeken. Na wat zoekwerk en nadat we er zeker van waren dat we bij het goede en echte tourbureau stonden (er zijn namelijk nogal veel tourbureaus die dezelfde naam aannemen in de hoop de toeristen te lokken) en na wat informatie te hebben gehad besloten we de dure maar goed klinkende tour naar Sapa te boeken (hier later meer over). Vervolgens hebben we een van de schaarse restaurantjes in Hanoi opgezocht om te lunchen en zijn we ‘s middags op zoek gegaan naar een van de schaarse internetcafes die de stad arm is om hier opnieuw een poging te wagen om onze foto's te back-upen op dvd, aangezien de vorige poging bij thuiskomst in Nederland geen foto's maar films (Avatar en Ghostbusters) bevatten die wij er niet op hebben gezet, dus waarschijnlijk zit nu een of andere Thai elke dag naar onze foto's te kijken en te genieten van onze belevenissen. Die avond gingen we op zoek naar een restaurant dat volgens de Lonely Planet (onze reisgids) van goede kwaliteit moest zijn. Nadat we drie keer dezelfde straat hadden doorgelopen op zoek naar het desbetreffende restaurant en we er zeker van waren dat het restaurant niet zat waar hij moest zitten begonnen we toch grote twijfels te krijgen over de door ons aangeschafte gekopieerde Lonely Planet in Vietnam, zeker omdat Maurits een paar dag ervoor tot de ontdekking was gekomen dat er heel verouderde informatie in stond. Zo stond er bij een museum dat het op dit moment gesloten was voor renovatie, maar later dat jaar, 2005 open zou gaan voor het publiek, terwijl de kaft toch echt aangeeft dat het de 2010 versie is. Na een lange zoektocht, inmiddels was het op zijn Nederlands gaan miezeren en voelde de kou nog kouder aan, besloten we maar een duurder alternatief te kiezen en genoten we van een onsmakelijke dure maaltijd. Die avond vroeg naar bed en de volgende ochtend laat uit bed om de verloren slaaptijd van de nacht ervoor in de trein in te halen.

De volgende dag, deze begon wat later dan normaal hoorden we op weg naar beneden in het guesthouse een telefoon rinkelen, wat bleek het was telefoon voor ons. Nee het waren niet onze moeders of Herr Üllie (Herr Üllie, wir haben nog steeds nichts van dun vernomen, bitte ruffen sie uns nurmal an), het was de receptioniste van het andere guesthouse of we niet even per direct een tourtje wilden boeken. Wij, sprakeloos dat we waren, vervolgenden onze tocht naar het andere guesthouse om haar toch eens even face to face om duidelijkheid te vragen. Ze kwam met allerlei mappen aanlopen die wij de vorige dag ook al hadden ingezien vol met tourtjes die je vanuit Hanoi kunt doen. We hadden echter al ergens anders de Sapatour geboekt, wat haar diep en diep teleurstelde, dus uit medelijden wilden we dan wel de Halong Bay tour die ook op de planning stond en die nog niet geboekt was bij haar boeken. De VIP tour die ze de dag ervoor aan ons had laten zien en die dertig dollar was, bleek vandaag 65 dollar te zijn. Toen wij vroegen waarom dat zo'n groot verschil was, beweerde ze dat ze gisteren niet had gezegd dat deze tour dertig dollar was, maar dat dit de prijs van de derde klastour was. Er bleken opeens drie soorten tourtjes te zijn, VIP, Standard en derde klas. Iets wat ons niet bepaald aansprak. Maurits die goed had geslapen was het niet eens met de gang van zaken en begon in zijn beste Engels de receptioniste duidelijk te maken dat ze ons niet voor de gek moest houden en dingen voor ons moest verzwijgen, wat uitmondde in een heftige discussie met als hoogtepunt het naar buiten lopen van ons en het niet boeken van enige tour in het guesthouse. We vervolgden onze weg naar de ontbijttafel en besloten zeker niets te boeken bij deze organisatie, we kunnen ons geld wel beter besteden!

Vervolgens hebben we een internetcafe opgezocht en zijn we begonnen met het schrijven van dit verhaal en het uploaden van de foto's (wat inmiddels alweer drie uur geleden is). We zitten verkleumd voor de computer want het is echt berekoud hier in Hanoi en het schijnt er in Sapa niet beter op te worden met temperaturen rond het vriespunt. Maar ja, we moeten het er maar voor jullie overhebben, zodat we straks weer een mooi reisverhaal naar jullie kunnen schrijven.

Zoals gezegd gaan we morgenavond per nachttrein naar Sapa, een bergdorp bijna op de grens met China. We zullen daar drie dagen doorbrengen in de natuur en de ijzige kou, maar het zal zeker de moeite waard zijn. Vervolgens gaan we per nachttrein terug naar Hanoi, brengen we een dag door in deze drukke stad en hopen we de volgende dag te vertrekken naar Halong Bay (als we een goed tourbureau kunnen vinden) om daar twee dagen te genieten van de prachtige natuur daar. Vervolgens weer terug naar Hanoi om daar onze avonturen met jullie te delen en op 17 maart (de dag erna) vliegen we om 7.25 uur (onze tijd) terug naar HCMC, 2000 km zuidelijker (en hopelijk warmer) en een aantal uur later om 15.00u vliegen we richting de McDonalds in Singapore. We hopen dat deze reisdag voorspoedig zal verlopen zeker met het feit dat we met dezelfde luchtvaartmaatschappij vliegen als degene met de krappe stoelen en dat deze maatschappij geen aansluitende vliegtickets verstrekt waardoor we genoodzaakt waren te vliegen met twee losse tickets en wanneer er vertraging optreed we met een klein probleem zitten (en we die dag niet in de McDonalds aan zullen komen).

Met Maurits gaat het nog allemaal goed. Het vervellen is gestopt en de kleuren zijn bijgetrokken. Het missen van Marjolijn gaat onverminderd voort en hij kijkt uit naar het weerzien met zijn ouders 9,10 en 11 april in Kuala Lumpur, Maleisie.

Sebas kan zelf niets typen omdat hij zit te rillen onder zijn jas. Behalve de ijzige kou die hem parten speelt gaat alles goed en hij kijkt uit naar het weerzien met zijn adoptie-ouders 9,10 en 11 april in Kuala Lumpur, Maleisie.

Dit was het weer voor nu. We hopen dat jullie ervan genoten hebben en we schrijven jullie over een week of wat over onze belevenissen in Sapa en Halong Bay. We moeten nu snel gaan kijken of onze tassen niet op straat staan, na ons acefietje van vannochtend. Zo ja, des te meer om aan jullie te vertellen.

Groetjes, Sebas en Maus

Brommers, brommers en nog eens brommers

Lief dagboek,

We willen jullie wederom bedanken voor de vele en leuke reacties die we op ons vorige verhaal en foto's hebben gekregen. Het lukt ons niet om iedereen persoonlijk te bedanken en om in te gaan op de vragen die jullie ons zo nu en dan stellen. Na onze reis zullen we dit proberen in te halen.

We waren gebleven in Sihanoukville, dé kustplaats van Cambodja om een aantal dagen uit te rusten van de toch wel vermoeiende reis in dit land. De avond van onze aankomst hadden we na lang zoeken een guesthouse gevonden in de wat later bleek, de hoerenbuurt van de stad. Het gebeurt namelijk regelmatig dat wanneer je aankomt na een lange reisdag je maar aan een ding denkt, je tas afgooien, douchen en op bed gaan liggen. Zo ook deze avond toen we ons paleisje hadden gevonden na lang gezocht te hebben. De volgende morgen bij daglicht en toen we nog eens kritisch de omgeving bekeken, dachten we 'dit moet toch beter kunnen'. Daarom besloten we de hoerenbuurt te verlaten en de kortste reisdag tot nu toe te gaan maken, namelijk een tuktukrit van tien minuten naar de andere kant van de stad, genaamd Serendipity beach. Deze buurt is het best te vergelijken met een typische costa del sol paradijs waar alles draait om strand, zon, eten en drinken. Precies wat wij wilden!

Ons dagritme bestond dan ook uit het volgende ritueel: opstaan, ontbijten, strand, lunchen, strand, douchen (!), bieren, eten, bieren, douchen (!) en slapen. Voor de rest hebben we in Sihanoukville ons visum geregeld voor Vietnam. Dit was snel gedaan aan het loket van een meter bij een meter. Binnen vijf minuten stonden we op de stoep met een gevulde pagina in ons paspoort en een leeg gat in onze portomonee (in Phnom Penh duurt dit twee dagen). Hoog op ons prioriteitenlijstje stond het bijbruinen van onze teint wat we ook hebben gedaan, echter is de bruine kleur iets meer uitgeslagen naar donker rood en zorgde deze negatieve uitslag voor een hoop slapeloze uurtjes snachts en hangen de vellen inmiddels (een week later) aan onze rug. Een ander negatief puntje wat we over hebben gehouden aan ons verblijf in Sihanoukville is de toegenomen buikomvang door de misschien iets te veel en te vaak genuttigde 'appelsap' (mams). En het laatste noemenswaardige punt was het slagveld op het hoofd van Maurits nadat zijn Laotiaanse tondeuze na drie seconden scheren (twee halen) er geen kracht meer voor had. Gelukkig deden twee uur opladen onze Laotiaanse vriend wonderen en vervolgde hij zijn reis over het hoofd van Maurits.

De 24e stond weer een echte reisdag op de planning, we gingen vandaag het indrukwekkende, maar al zo arme en smerige Cambodja inruilen voor het drukke, chaotische en bruisende Vietnam. Een reis die in twee etappes werd afgelegd en die ons voor de derde keer in drie weken in het verschrikkelijk chaotische (anders dan druk) Phnom Penh bracht. Van hieruit moesten we per andere bus nog dik zes uur reizen naar Ho Chi Minh City (HCMC of Saigon), wat de totale reistijd van die dag op 13 uur zou brengen. Over de reis naar Phnom Penh valt verder niets te vertellen, behalve dat de chauffeur van de bus halsbrekende toeren moest uithalen om de grote hoeveelheid koeien op de snelweg te ontwijken, wat bij ons ten gevolge had dat wij tot op de dag van vandaag nog last hebben van onze oren van het vele getoeter, wat echter niet alleen kwam door het vele toeteren, maar ook door de knetterharde karaoke. Ook de reis van Phnom Penh naar HCMC was niet bijzonder te noemen tot op het moment dat we de grens naderden en het avontuur begon. Allereerst moesten we de bus verlaten voor een exitstempel in ons paspoort en een vereeuwiging aan de muur van een Cambodjaanse douanebeambte door een typisch kodakfotomomentje. Vervolgens moest iedereen de bus weer in en reden we Niemansland binnen en stopten we twintig meter verder waarna iedereen opnieuw de bus moest verlaten. Dit keer met volledige bagage en werden we als bepakte ezels naar binnen geleid bij de Vietnamese autoriteiten. Gezien het feit dat wij onze bagage mee moesten nemen, verwachten we veel poeha van overagressieve loempiavouwers (Pim). Al met al viel het voor ons honderd procent mee, mede door het feit dat wij op correcte wijze ons visum hadden aangevraagd en al onze gegevens en data kloppend waren (je moet in Vietnam de datum van aankomst en vertrek opgeven, schijnen ze belangrijk te vinden), echter niet iedereen was zo gelukkig met een soepele grensovergang, zoals bijvoorbeeld onze Duitse vriend Üllie. Herr Üllie, die we voor het gemak maar even zo genoemd hebben, werd nog steeds achtervolgd door de negatieve gevolgen van zijn Duitse komaf. Bij de grens werd hem doodleuk verteld dat hij Niemandsland per direct moest verlaten en dat hij geen enkele stap in Vietnam mocht zetten (iets met een verkeerde stempel of verkeerde datum). Herr Üllie was totaal van slag en kon niets anders dan terug gaan naar Phnom Penh (nog een dikke vijf uur busrit om het visum opnieuw twee dagen aan te vragen en dan opnieuw zijn tocht richting de Vietnamese grens te ondernemen. Vanaf dat moment geen spoor meer vernomen van Herr Üllie. Hij werd direct afgevoerd. Herr Üllie als du dis lesen gehattet, wer huffen das alles goot mit der geet und das du Vietnam ienmiddels bereichet hatte. Vielleicht kunnen Sie uns anruffen um ons zu informieren (08-VIETNAM). Tschuss! Na dit hachelijke avontuur stonden wij nog steeds met bagage en al in Niemandsland te wachten op de bagagecontrole terwijl Niemandsland steeds drukker en drukker werd. Nadat zes touringcars leeggestroomd waren en iedereen stond te wachten op de bagagecontrole kwam de bagagecontrolemedewerker aanlopen, verschoot zijn haar van kleur, werden zijn (spleet)ogen wijd geopend van schrik van de grote hoeveelheid wachtende mensen. Om een burn out te voorkomen besloot hij iedereen vrij toegang te verlenen zonder verdere controle. Wij balen, weer een mislukte poging om van onze koffiebonen van Mr. KoffieDi©k af te komen. Iedereen weer de bus in, waarna ook een streng uitziende douanebeambte de bus betrad en iedereen zijn paspoort aan de strenge man moest laten zien. Aangekomen bij Maurits vertrok zijn gezicht in bedenkelijke toestand en dacht hij wie is die jongen op de foto in het paspoort met veel haar boven op zijn hoofd en wie is die jongen met weinig haar en een opa hoed op zijn hoofd die in de bus zit. Na een afwijzend hoofdgeschud, blijkbaar houdt hij niet van jongens met kort haar, hoefde Maurits niet herr Üllie achterna en konden we onze reis naar HCMC vervolgen.

Over de reis van de grens naar HCMC valt weinig meer te vertellen, behalve dat Vietnam een ietsjepietsje drukker is dan Cambodja. Aangekomen in Ho Chi Minh, de zon had inmiddels van dienst gewisseld met de maan, stapten we letterlijk vanuit de bus in de mierenhoop, genaamd Ho Chi Minh. Overal waar je kijkt zijn mensen, brommers, mensen op brommers, auto's en proberen bussen het voorgaande te ontwijken met een hoop getoeter.

We gingen direct op zoek naar een geschikt guesthouse, wat op zich niet moeilijk was aangezien we waren afgezet in de backpackers wijk van HCMC. En na een paar guesthouses te hebben afgewezen omdat ze niet binnen ons financiele kader pasten vonden we onze droompenthouse met vriendelijk personeel. Voordat we ons penthouse konden betreden moesten we wel acht trappen bestijgen, maar dat kwam goed uit, gezien de buikomvang die we tijdens onze strandvakantie in Sihanoukville hadden opgedaan. Toen we de deur openden van ons penthouse kwam onze droom uit en stonden we in een kamer uitgerust met twee aparte zachte bedden, een lederen zithoek (!), twee balkons (!), een schrijfbureau (!), een kledingkast(!), een koelkast met (gratis?) water(!), een televisie (!) en een badkamer met ligbad (!). Maar het allerbelangrijkste van dit alles was het feit dat een overvloed aan ophanghaakjes aanwezig waren. Iets wat we tijdens onze reis door Azie velermalen hebben moeten ontberen, waardoor we genoodzaakte waren ons creatieve brein aan te sporen op zoek te gaan naar alle mogelijkheden om onze natte handdoeken, onze met zweet doordrenkte kleding en onze natte badkleding aan op te hangen. Zoals laatst nog in Sihanoukville, waar geen enkel haakje aanwezig was en we probeerden onze natte handdoek op te hangen aan de aanwezige lamp en de uit de muur stekenden stroomdraden waar ooit een andere lamp aan gezeten moet hebben. Dit resulteerde uiteraard in een logische natuurkundige reactie waarbij Sebas zijn hoofdharen overeind stonden en Maurits (aangezien hij geen haren meer op zijn hoofd heeft) zijn baardharen in de keel eveneens overeind gingen staan, waardoor zijn stem oversloeg en een vrouwelijk kreetje zijn keel verliet.

De volgende dag hebben we ons buikje er nog verder van afgetraind en zijn we ons leven gaan wagen in de overtreffende trap van chaos, Ho Chi Minh genaamd. We hebben een bezoekje gebracht aan het War Remnant museum. Een tochtje van twee kilometer die leek alsof het er vele malen meer waren waarbij we op elke hoek van de straat de dood in de ogen hebben gekeken, maar het gelukkig overleefd hebben. Het museum laat het verhaal zien van de Vietnamoorlog, welke wordt uitgebeeld in een fotoserie met een zeer klein onderschrift. Het te drukke musuem hebben we daardoor zeer snel gelaten voor wat het was en zijn per voet op zoek gegaan naar een druk kruispunt met een restaurant op de hoek, zodat we eens een goeie blik konden werpen op de rijvaardigheid van de aanwezige loempiavouwers. Na vele kilometers gelopen te hebben vonden we dan eindelijk ons stekje, een hamburgertent precies op de hoek van een druk kruispunt met meerdere verdiepingen. Met een lemon juice en een ijsje op ons dienblad namen we plaats in de airco gekoelde ruimte met uitzicht op het verkeersplein. Detail 1, de stoplichten op dit kruispunt worden bediend door een verkeersagent die op eigen gevoel bepaald wanneer hij het te druk vindt worden, zodat de andere kant mag gaan rijden. Detail 2, er zitten maar twee standen op het stoplichtknopje van de verkeersagent, zodat het verkeer van noord naar zuid en van zuid naar noord tegelijk gaat rijden. Nadat hij op het knopje gedrukt heeft gaat dan vervolgens het verkeer van oost naar west en van west naar oost tegelijk rijden. Detail 3, er klopt niets van dit alles, want het verkeer van noord naar zuid gaat ook naar west en oost en het verkeer van oost naar zuid gaat ook naar west en noord, kortom, kijk zelf maar wat dit opleverde.

Nadat we onze lemon juice en ons ijsje op hadden en de nodige foto's geschoten hadden, besloten we ons leven te wagen over het drukke kruispunt en gingen we naar een tourbureau om de drie daaropvolgende dagen te gaan vullen. De volgende dag wilden we graag de tunnels van Cu Chi gaan zien en de daaropvolgende twee dagen wilden we een Mekong Delta tour gaan doen over de rivier die we al sinds Thailand aan het volgen zijn.

Zo gezegd zo gedaan, de volgende dag vertrokken we om half negen richting de Cu Chi tunnels na een verplichte stop te hebben gemaakt bij de handicapped handicrafts, een winkel/fabriek waar gehandicapte (niet geestelijk, maar lichamelijk) hun handen laten wapperen en een grote hoeveelheid souvenirs produceren. Van vazen tot borden, van sleutelhangers tot asbakken, alles wat je maar bedenken kunt en met je handen kunt maken, wordt hier gemaakt. Erg mooi om te zien, jammer dat er zo'n prijskaartje aan hangt en onze backpacks al tot de nok toe gevuld zijn met souvenirs uit de voorgaande landen. We vervolgden onze weg richting de tunnels, waar we rond een uur of elf aankwamen. Voor degenen die niets van deze geschiedenis afweten (zoals wij voor deze tour), hier volgt een korte en bondige uitleg. De tunnels is een netwerk van ondergrondse gangen die over een lengte van 250 km verspreid liggen in het gebied tussen HCMC en de Cambodjaanse grens. Oorspronkelijk zijn de tunnels gegraven door de Vietnamese guerilla strijders, maar in de oorlog tussen Vietnam en Amerika zijn de tunnels gebruikt om op verrassende wijze de Amerikanen een loer te draaien door ondergronds te schuilen voor bombardementen en door de ondergrondse gangen achter de Amerikaanse linies te komen. Vele Amerikanen zijn op deze wijze om het leven gekomen. Vandaag de dag zijn een aantal meters van deze tunnels opengesteld voor nieuwsgierige toeristen zoals wij, zodat je een klein stukje van de angstige en benauwde manier van leven van de Vietcong kan ervaren. Het hoogtepunt van dit tripje was onze tocht van maar liefst 50 hele meters door een van de (toeristen) tunnels, erg donker en benauwd!

Net na het middaguur stapten we weer de bus in richting Saigon waar we om half drie aankwamen. De rest van de dag hebben we besteed aan het eten van ijs en het drinken van bier (om onze buikjes na het vele lopen er weer aan te krijgen).

De dag daarop vertrokken we voor een tour naar de Mekong Delta en moesten we om ons zeven uur ‘s ochtends (!) al melden bij het tourbureau. De tour zou twee dagen duren, dus we checkten uit bij ons penthouse en reserveerden direct dezelfde kamer voor over twee dagen. De tour begon met een busrit (half uur), gevolgd door een boottocht (3 uur), een bezoek aan een organische honingkwekerij (half uur), een boottocht (een kwartier) een bezoek aan een groentetuin (half uur), een boottocht (half uur), een bezoek aan een coconutcandyfabriek (half uur), gevolgd door heel verrassend een boottocht (15 minuten), gevolgd door een lunch (twee uur), gevolgd door boottochtje met een roeiboot door kleine smalle slootjes (1 uur, omdat het zo druk was op het water met roeibootjes), gevolgd door een boottocht (tien minuten), gevolgd door een busrit (2,5 uur), gevolgd door een wandeltocht (tien minuten), gevolgd door een boottocht per ferry (tien minuten), gevolgd door een wandeltocht (vijf minuten), gevolgd door een biertje, gevolgd door een busrit (ongeveer 20 minuten), gevolgd door een wandeltocht van 2 minuten naar het hotel van die avond in Can Tho midden in de Mekong Delta. Over de tour valt weinig meer te zeggen dan dat het allemaal erg kort en touristisch was, maar ach...we betaalden er ook niet zoveel geld voor. De groep daarentegen was 'erg leuk', waarbij we na vijf minuten op de boot te hebben gezeten al irritaties begonnen te voelen voor de twee overenthousiaste Amerikanen die elke boom, boot, waterdruppel, Vietnamees, huis en seconden indrukwekkend vonden, wat leidde tot een oververhit fototoestel met na vijftien minuten gevaren te hebben een lege accu van het fototoestel... Daarnaast waren een aantal favoriete uitspraken van die dag: AWESOME, CRAZY, FANTASTIC, IT'S SO GOOD, SHE IS SO CUTE, AMAZING, OH MY GOSH, LOOK DAD OVER THERE (het waren vader en dochter). Met als hoogtepunt de talloze momenten waarop dochter aan vader smeekte een foto van haar te maken (aangezien haar eigen camera-accu binnen 15 minuten leeg was), waarop vader zei 'maar waarvan moet ik een foto maken dan?', waarop dochter antwoordde 'maakt niet uit, als ik er maar op sta'. (zo gezegd zo hebben we gedaan, zie hieronder)

De volgende dag begon wederom vroeg, na een snel ontbijt haasten we ons als groep richting, hoe verrassend, een boot en maakten we een boottocht van een uur naar de grootste floating market van de omgeving. Een mooi schouwspel van aanbieders en afnemers en een hele hoop groenten en fruit. We vervolgenden onze tocht per boot naar een rice noodle fabriek, vervolgens per boot naar een rijstverwerkingsfabriek, vervolgens per boot terug naar Can Tho om daar te genieten van een lunch en later die middag vervolgden we onze weg per bus terug naar Saigon, wat slechts resulteerde in een busrit van 5,5 uur. Rond zeven uur waren we terug in HCMC, maar gelukkig hadden we een reservering uitstaan voor ons fantatische penthouse waar we twee dagen daarvoor vertrokken waren. Aangekomen bij het guesthouse zei de 'vriendelijke' medewerker ons dat het guesthouse vol zat, waarop wij antwoordden: 'oh maar dat is geen probleem, we hebben gereserveerd', waarop de medewerker antwoordde: 'Nooo reservation', waarop wij erg boos werden en gekibbel van vijf minuten volgden waarin de medewerkster ons beschuldigde van gierige jongens die geen geld wilden aanbetalen voor de gereserveerde kamer (was ons niet gevraagd) en voor de diefstal van twee (gratis) waterflessen (waren blijkbaar niet gratis). We besloten ons gesprek met een oefening Engels 'schelden' af te sluiten en gingen op zoek naar optie B. Optie B diende zich nog geen vijftien seconden later aan in de vorm van de buurman. Hij wilde ons wel onderdak verlenen, maar zoals we inmiddels geleerd hebben, moet je niet direct in zee gaan met een guesthouse en de kamer eerst bekijken. 16 trappen later, stonden we bovenaan het gebouw de kamer te bekijken en besloten we dat dit de ultieme oefening was en het een vrijwaring geeft voor een paar extra biertjes per avond. Omdat we de backpack beneden hadden laten staan, moesten we 16 trappen naar beneden, 16 trappen omhoog om vervolgens weer 16 trappen naar beneden te lopen om een hapje te eten in een restaurant.

De volgende dag is vandaag, internetdag! Maar allereerst hebben we een ander belangrijk punt op ons to do list afgewerkt, namelijk weer eens een pakket naar huis te sturen en alle overbodige bagage en aangekochte souvenirs te lozen, zodat de backpacks weer vederlicht zijn en gelukkig een paar koffiebonen armer (veel plezier hiermee in Nederland!). Na de lunch zijn we begonnen met het verhaal, ongeveer drie uur later toen we op tweederde waren stopte de computer ermee en waren we een verhaal armer (hadden we maar opgeslagen, we know Pim...). Nu weer een dikke vier uur later is het verhaal voor 99 procent af en wel achttien keer opgeslagen. De foto's zijn inmiddels al talloze malen bekeken, maar hierbij ook het verhaal.

Met Sebas gaat alles goed tot op het moment van gisteravond toen hij op zijn rechterbovenarm een los hangend vel ontdekte en nu gedurende het schrijven van dit verhaal het gevoel heeft dat hij inmiddels zjin halve rug heeft ontdaan van zijn opperhuid en dit weer heel wat uurtjes bijbruinen gaat kosten. Maar van heimwee geen sprake.

Maurits is al wat langer dan Sebas in verdere staat van ontbinding en verliest al dagen zijn vellen en vind ze in bed, op straat en in het doucheputje veelvuldig terug. Maurits denkt nog iedere dag aan Nederland en dan met name aan Marjolijn, maar gaat zijn tijd hier in Azie wel uitzitten (hoeveel weddenschappen heb ik inmiddels laten verliezen?).

De planning voor de komende weken hebben we de afgelopen week veelvuldig veranderd en is vanochtend tot een hoogtepunt gekomen toen we een vliegticket hebben geboekt voor morgenochtend 10.45 (Aziatische tijd) van HCMC naar Danang (1 uur en een kwartier). In Danang pakken we een bus richting Hoi An waar we een dag of drie door zullen brengen om onze kledingkasten eens goed te gaan vullen met op maat gemaakte kostuums (nee geen carnavalkostuums) (Agnes bedankt voor de tips!!). Vervolgens vertrekken we per trein naar Hanoi, de hoofdstad van Vietnam waar we enkele dagen een trekking hopen te maken in de omgeving van Sapa, het noorden van Vietnam tegen de Chinese grens aan om daar te genieten van natuur, village people en het koele klimaat. Na deze dagen hopen we nog een of twee dagen Halong Bay aan te doen, waar de Karstrotsen hoogtij vieren. Op 17 maart vliegen we van Hanoi naar (waarschijnlijk) Singapore waar we onze reis door Azie zullen gaan voortzetten. We hopen dat jullie nog ruim voor die tijd mogen genieten van ons volgende avontuur.

Wederom bedankt voor het lezen van dit verhaal en tot de volgende!

Groetjes,

Sebas en Maus

Pol Pot, Sylvester Stallone en andere oude vieze mannetjes

Lief dagboek,

Allereerst willen we jullie ontzettend bedanken voor de vele reacties die we gehad hebben na ons vorige reisverhaal en de schreeuw om aandacht in dit stuk! We kregen van een aantal mensen te horen dat ze onze verhalen wel erg lang vonden. We zijn ons echter bewust dat je de tijd moet uittrekken om onze verhalen te lezen, echter hebben de verhalen een dubbele functie, aan de ene kant het thuisfront op de hoogte houden van onze belevenissen (en wij vinden dat dat op een leuke, vlotte manier moet gebeuren) en aan de andere kant helpt het ons ook om onze belevenissen te verwerken en te onthouden, zodat de reis echt een onuitwisbare ervaring in ons leven blijft. Na deze reis hebben we een boek van 'Tolkien' formaat die we graag op de markt willen zetten om onze spaarrekening weer een beetje op peil te brengen. Dus bij deze de oproep 'wie wil ons boek uitgeven'?!

In ons vorige reisverhaal waren we geeindigt in het drukke en chaotische Phnom Penh waar we onze laatste dag zouden invullen met een bezoekje aan het Tuol Sleng museum en de Killing Fields die samen ons een goed beeld moeten geven over de indrukwekkende en pijnlijke geschiedenis van Cambodja die zich slechts in de laat zeventiger jaren heeft afgespeeld.

Iedere dag staan er buiten ons guesthouse drie tuktukchauffeurs te wachten om ons naar het museum en de Killing Fields te rijden en iedere dag zeggen we weer dat ze nog een dagje moeten wachten. Vandaag dus hun geluksdag! Zij het niet dat wij met het goede been uit bed waren gestapt en besloten de tocht naar het Tuol Sleng museum (500 meter) te voet af te leggen. Drie diep teleurgestelde tuktukchauffeurs achterlatende zijn we naar het museum gelopen. Het museum is gevestigd midden in een woonwijk en was in de vroeg zeventiger jaren een high school die tijdens het regime van Pol Pot (niet te verwarren met de zanger die Britisch Got Talent heeft gewonnen) omgetoverd werd tot een van de meest gruwelijke gevangenissen om tegenstanders van het regime in op te sluiten en te martelen. Onze tocht door het museum leidde ons langs een begraafplaats van de veertien mensen die slechts enkele uren voor de bevrijding van Tuol Sleng nog waren vermoord en ging vervolgens langs cellen die gebruikt werden om mensen op de meest gruwelijke manieren te martelen om hen op die manier valse bekentenissen te laten afleggen. We zullen jullie verder de gruwelijke details besparen, de foto's spreken misschien voor zich. Alhoewel er weinig in de voormalige klaslokalen (en later de martelkamers) te zien was, gaf het wel een duidelijk beeld van wat er zich heeft afgespeeld slechts dertig jaar geleden.

Onze tocht bracht ons ook nog langs minuscuul kleine hokjes waar de gevangenen opgesloten hadden gezeten en langs ruimtes met tentoongestelde foto's van de mensen die in Tuol Sleng gemarteld werden. Het is lastig onder woorden te brengen misschien, maar het zet je aan het denken dat een school waar kinderen les hebben gekregen in een jaar tijd is omgetoverd tot een van de meest gruwelijke plaatsen op aarde. Een van de indrukwekkendste dingen die we meenemen is het beeld van de nog steeds aanwezige speeltoestellen van achter het verroeste prikkeldraad.

Na deze indrukwekkende ochtend wilden we onze tocht vervolgen door de Killing Fields te bezoeken die vijftien kilometer buiten de stad gelegen is. Op deze plek zijn in de periode 1975 tot 1979 20.000 Cambodjanen en een aantal buitenlanders van baby tot bejaarde op de meest gruwelijke wijzen om het leven gebracht en in massagraven begraven. Ook veel gevangen uit de Tuol Sleng gevangenis zijn naar de Killing Fields gedeporteerd en daar vrijwel direct om het leven gebracht. Maar zoals gezegd ligt deze plek vijftien kilometer buiten de stad en de temperatuur in deze stad laat het niet toe om een flinke wandeling te maken, dus we besloten ditmaal desondanks onze goede bui van die ochtend toch maar een tuktuk te nemen en het stuk per gemotoriseerd voertuig af te leggen. Direct toen we buiten het museum kwamen stond er een horde tuktuk chauffeurs om ons heen te schreeuwen dat zij ons wel wilden brengen (alhoewel we niet eens gezegd hadden waar we heen wilden). Omdat wij niet van opdringerige TukTuk chauffeurs gediend zijn, besloten we een stukje verder te lopen en ons geluk verderop te beproeven. Een wel heel opdringerige tuktukker volgde ons de hele straat door en per meter werden we steeds geirriteerder door zijn opdringerige manier van verkopen. Om deze man eens een Nederlands lesje beschaafdheid bij te brengen stapten we op zijn overbuurman af en besloten voor dezelfde prijs met deze buurman mee te gaan. Iets wat de opdringerige tuktukker niet kon waarderen en toen we de straat uit reden werden we uitgejauwd met de termen 'f*cking crazy' (het zijn niet onze woorden mama's). Het ritje leidde ons in driekwartier (nee een tuktuk is niet het snelste vervoermiddel) naar de Killing Fields. Wederom een erg indrukwekkende ervaring, mede omdat de Cambodjanen een toren hebben gebouwd met daarin vele honderden, zo niet duizenden schedels van de mensen die op deze plek in de loop der jaren zijn opgegraven. Ook hebben we een stukje gelopen over het terrein waar links en rechts grote afgegraven massagraven zijn tentoongesteld. Wanneer je langs deze massagraven loopt besef je eigenlijk pas goed dat eigenlijk het hele terrein een groot massagraf is, want overal waar je loopt steken nog stukjes bot en kleding uit de grond omhoog.

Misschien nog wel het meest gruwelijke van die dag was de boom te zien die werd gebruikt om babies op meedogenloze wijze voor het oog van hun ouders te vermoorden. Na nog wat rondgelopen en nagedacht te hebben over het verleden, nu weer terug naar de dag van vandaag.


Toen we weer richting onze tuktuk liepen, kwam onze chauffeur met de trieste mededeling dat zijn rechter-tuktuk-band half leeg was gelopen en (volgens hem) waarschijnlijk lek was. Er zat niet veel anders op dan de band te laten repareren in de nabijgelegen village waar een 'garage' gevestigd was. Echter konden wij ons niet voorstellen dat de band echt lek was, omdat deze maar half leeg was en ook de garagehouder kon geen lek ontdekken, waarschijnlijk was dit weer een van de vele trucjes die de tuktukkers in dit land gebruiken om geld van toeristen af te troggelen. Zo ook wij, want de eerst zo vriendelijke tuktukker had geen geld op zak en vroeg of we de garagekosten (welliswaar maar 1 dollar) wilden voorschieten. Aangezien 15 kilometer in de Cambodjaanse hitte toch wel erg ver is, besloten wij de dollar maar voor te schieten, maar het wel van onze ritprijs af te halen. Teruggekomen in Phnom Penh (de band was nog helemaal vol) was de vriendelijk tuktukker het niet met onze strategie eens en eiste de volle ritprijs (bovenop die ene dollar). Inmiddels zijn we al een beetje Aziatisch ingeburgerd en trapten we hier niet in en lieten een dit keer boze tuktukchauffeur achter ons. De rest van de middag hebben we de indrukwekkende dag verwerkt in een van de vele restaurantjes die Phnom Penh rijk is (inmiddels hebben we de backpackers area gevonden). 's Avonds hebben we wederom onze zooi bij elkaar geraapt en de tassen weer met moeite dichtgeritst (die verdraaide koffiebonen ook...).

De volgende ochtend zijn we heel vroeg opgestaan want om 7:20u werden we al opgehaald door de busmaatschappij en na een emotioneel afscheid van Sebas z'n favoriete medewerkster van het guesthouse reden we richting Siem Reap, onze volgende bestemming. Siem Reap is gelukkig wat luchtigere kost dan het Tuol Sleng museum en de Killing Fields en is beter bekend als de plaats waar het achtste wereldwonder Angkor Wat gevestigd is. De vijf uur durende rit naar Siem Reap verliep eigenlijk voor ons doen heel saai, we hebben tijdens deze rit niets beleefd en er valt dus weinig over te vertellen (als je de knetter harde karaoke en de zoveelste film met Sylvester Stallone, nagesynchroniseerd in het Cambodjaans voor lief neemt).

Na aankomst werden we door de zoveelste tuktukchauffeur opgehaald (deze keer met naambordje 'Vigel', aangezien we het guesthouse van te voren hadden geboekt). De TukTuk rit liet direct zien dat Siem Reap en haar Angkor dé trekpleister van Cambodja is, gezien de vele restaurants, bars, guesthouses en luxe resorts die hier gevestigd zijn. Ons guesthouse in Siem Reap was op het eerste gezicht zeer goed georganiseerd en leek meer op een hotel, gezien de grote hoeveelheid kamers (70) en het goed georganiseerde personeel, echter niets bleek minder waar toen we die avond de financiele administratie van al onze voorgangers die in onze kamer hadden geslapen te zien kregen. Per kamer is een schrift aangemaakt, waarin je zelf de bestellingen uit het restaurant moet noteren en je zelf moest uitrekenen wat je het guesthouse verschuldigt bent. De rest van de dag hebben we de stad Siem Reap verkent en zijn we vroeg gaan slapen omdat we de komende drie dagen een druk programma voor de boeg hebben.

De volgende ochtend ging al vroeg de wekker en rond de klok van acht uur zaten we ons dagelijkse baguetje weg te schuiven en ons vitamineshot (fruitshake) op te slurpen. De komende drie dagen staan voor ons in het teken van het bezoeken van Angkor Wat. Aangezien we niet gebonden wilden zijn aan tijden en TukTuk chauffeurs besloten we zelfstandig Angkor Wat te verkennen, en wel (we zijn nog steeds Nederlands) per fiets. Met een zeer globaal kaartje op zak stapten we op de veel te kleine damesfiets (met het voor jullie inmiddels welbekende fietsmandje) en reden we de straten van Siem Reap uit richting de ticketoffice van Angkor. Er hangt namelijk wel een prijskaartje aan het bezoeken van die paar hopen stenen die het achtste wereldwonder genoemd wordt (sorry cultuurliefhebbers waaronder Corné) en kostte ons slechts een schamele 40 dollar pp, maar je kan het niet maken om Cambodja doorreist te hebben en die paar hopen stenen niet op de foto te hebben. Wat jullie misschien niet weten is dat het niet een afgezet complex met tempels is, maar een kilometers lang uitgestrekt landschap met zo'n 70 tempels. Tussen elke tempel zit tenminste 2,5 kilometer en de verste tempel ligt zo'n 20 kilometer buiten het centrale punt (Angkor Wat). Met het niet al te gedetailleerde kaartje op zak telden we de afslagen, want we moesten de derde afslag rechts hebben, we wilden namelijk de tempels wel in chronologische volgorde bekijken en besloten daarom de verafgelegen Roluos groep (20 kilometer buiten Angkor Wat) als eerste te bezoeken. De derde afslag rechts bleek 15 kilometer verderop te liggen en de weg naar de Ruluos groep werd daarmee geen 20 kilometer lang, maar 35 kilometer lang. Uiteindelijk rond het middaguur kwamen we bezweet en wel aan bij onze eerste tempel van die dag.

We werden nog voor aankomst opgewacht door hordes kinderen en vrouwen die allemaal boeken, sjaals, water en andere levensmiddelen aan ons wilden slijten, gelukkig hadden we dit vooraf al gelezen en wimpelden we ze (nog) vriendelijk af door bij iedere vraag 'no thanks' te antwoorden (en er werd veel gevraagd!). Na drie tempels gezien te hebben en zo verstandig als we zijn geluncht te hebben reden we de 20 kilometer naar Ankor Wat terug en brachten nog een bezoekje aan drie andere tempels. In onze reisgids stond dat je de zonsondergang het mooist kon zien bij een tempel waar we nog 8 kilometer voor moesten rijden (inmiddels was het al bijna vijf uur en om half zes zou de zon ondergaan). We stapten als bezetenen op onze te kleine damesfiets en lieten de Cambodjanen langs de weg eens een koud kunstje Nederlands hardfietsen zien. Vijf voor half zes knepen we onze remmen dicht en kwamen we bezweet, buiten adem en verkrampt aan bij de tempel van waaruit je de zonsondergang gezien moest hebben. Helaas zijn we niet de enige in Cambodja die deze reisgids gebruiken, wat resulteerde in 8 touringcars vol met Jappanners, Koreanen, Chinezen en nog wat bleekscheten.

Daar sta je dan, boven op de tempel met nog 300 andere zonaanbidders. Na nog geen vijf minuten (de zon stond nog hoog in de lucht) besloten we de zon onder te laten gaan zonder ons, zodat Maurits nog op tijd zijn skype afspraakje met Marjolijn om half zeven kon halen, we moesten immers nog dik 15 kilometer terugfietsen naar Siem Reap. Om 2 voor half zeven arriveerden we nog bezweter, buiten adem, verkrampt en met heel veel zadelpijn bij het guesthouse en werd het een race om de klok om Marjolijn te spreken te krijgen. Gelukkig was Marjolijn nog online en hebben we ondanks het vroege uur voor haar en de 80 kilometer van die dag in onze benen toch nog een aardig gesprek kunnen voeren. Die avond hebben we niet veel anders gedaan dan douchen, douchen, eten en nogmaals douchen om de dikke stof en zweetlaag van ons af te spoelen. Toen weer vroeg naar bed, want er staan nog twee van zulke dagen op het programma.

De tweede dag Angkor hebben we de tempels dichter bij Angkor Wat bezocht, maar hebben we gedurende de dag nog een kleine 50 kilometer op de pedalen afgelegd. Over de hopen stenen zullen we jullie maar niet te veel vermoeien (dat scheelt weer tien minuten lezen).

De derde dag Angkor stond Angkor Thom en Angkor Wat op het programma. We wilden als eerste de verste tempel bezoeken die ergens diep in het bos verscholen lag. Dat hebben we geweten ook, want op het verste punt van onze tocht kon Maus z'n fiets zijn toegenomen fietskrachten na de afgelopen twee dagen niet meer aan en begaf zijn ketting en achterwiel het (achterwiel leek verbogen, waardoor de ketting te slap op de tandwielen hing). Het was niet meer mogelijk om de fiets te maken en er zat niets anders op dan de 3 kilometer naar de dichtstbijzijnde tempel te voet af te leggen. Bij deze tempel hebben we de fietsen gedumpt en zijn we het tempelcomplex te voet verder gaan verkennen. Na heel Angkor Thom te hebben gezien besloten we Angkor Wat per voet op te zoeken, een stuk van nog zo'n 3 a 4 kilometer. Halverwege deze tocht, als een geschenk uit de hemel, kwam er een lege tuktuk (misschien wel de enige in Angkor Wat) aanrijden en wilde hij ons wel meenemen naar Angkor Wat. Angkor Wat was zeker de grootste tempel, maar door reconstructie en verbouwing niet geheel toegankelijk.

Ook omdat we moe waren hielden we het binnen een half uurtje voor gezien en lieten ons door dezelfde chauffeur terugbrengen naar onze fietsen. Omdat we toch naar huis moesten komen en Angkor Thom zo'n 20 kilometer bij ons guesthouse vandaan was, besloten we met wat dollars te zwaaien en de tuktukchauffeur zover te krijgen dat hij met gevaar voor eigen leven ons en onze twee fietsen in de veel te kleine (2 persoons) TukTuk naar Siem Reap terug zou brengen. Een klein half uurtje later stonden we alweer onder de douche en de rest van de middag hebben we besteed aan het verdrinken van onze tempelmoeheid (nu echt geen tempel meer in Azie!!).

De volgende dag opnieuw een reisdag. We reizen vandaag van Siem Reap naar Battambang, een rit die ongeveer 4 a 5 uur zou moeten duren. Ook deze rit was niet heel bijzonder tot het moment dat iedereen werd opgeschrikt door een harde klap en daarna gevolgd door een paar andere vreemde geluiden. Iedereen keek verbaasd om zich heen en terwijl de chauffeur zijn remmen diep intrapte dachten wij 'het zal wel een klapband zijn'. Iedereen stapte uit en na alle banden geinspecteerd te hebben bleek het geen band te zijn, maar wat was het dan wel? De chauffeur en zijn hulpje gingen op onderzoek en speurden de wijde omgeving af. Op een gegeven moment doemde er in de verte het silouet van een brommer op met iets van een grote plaat.

De hele bus werd geinspecteerd, wat bleek, het was een van de dakplaten die al rijdend met hoge snelheid van het dak was losgeraakt en honderden meters achter de bus op de weg terecht was gekomen. Gelukkig was hierbij niemand gewond geraakt, want je zou maar zo'n ding door je voorruit krijgen met die snelheid. Gelukkig wist de chauffeur hier wel raad mee (zal wel niet de eerste keer zijn geweest, gezien het middel dat hij hierna ging gebruiken), hij pakte namelijk ergens van onder het dashboard een elektriciteitsdraadje en klom samen met zijn hulpje het dak van de bus op om de dakplaat vast te snoeren. Toen alles weer op z'n plek zat, alle dakplaten en alle mensen, konden we weer verder en zonder verdere onderdelen te verliezen kwamen we rond 12 uur aan in Battambang. Battambang is nou niet echt de place to be en zonder missie heb je hier ook weinig te zoeken. Gelukkig hadden wij een missie voor de komende dagen, namelijk de Cambodjaanse kinderen ons gebrekkige Nederlands/Engels aan te leren. Direct na aankomst werden we opgewacht door onze gastheer Mr. Sun Saveth, hij is degene die het project waarvoor we dit gaan doen heeft opgezet. Hij is namelijk van mening dat zonder Engelse basiskennis en zonder kennis van gezondheid en de omgeving je geen goed bestaan kan opbouwen en kinderen weinig kans hebben op een baan in de toekomst. De school zelf is niet in Battambang gevestigd, maar in de Bospeau village even buiten de stad, maar gelukkig hadden we al snel een tuktukchauffeur gevonden om ons daarheen te rijden, Mr. Sun Saveth himself was namelijk TukTukchauffeur van beroep. De komende dagen zouden we op homestaybasis verblijven en we verwachten niet al te veel van onze accommodatie. We hadden al beelden voor ons van benauwde houten hutjes, slapen op de grond en veel muskieten om ons heen. Niets van dit alles, we werden gereden naar een luxe villa in het dorp en we betraden daar onze penthouse, een enorme kamer aangrenzend aan een enorme balzaal (helemaal voor ons alleen).

Het bleek een huis van een rijke Amerikaan die wegens geldproblemen terug moest naar Amerika en het huis verhuurde aan Mr. Sun Saveth. Na onze tas te hebben afgegooid liepen we mee naar het huis van Mr. Sun Saveth zelf, geen luxe villa, maar het benauwde houten hutje, waarbij je slaapt op de grond en veel muskieten om je heen hebt uit onze gedachten. We werden voorgesteld aan zijn gezin en zijn vriendelijk vrouw was al bezig een lunch voor ons te bereiden. Na het eten van een typisch Cambodjaans maal (onherkenbaar prutje met rijst en gedroogd vlees) en het drinken van water met een wel hele vreemde rokerige aardsmaak begaven we ons richting onze villa om een paar uurtjes te relaxen. Om een uurtje of half zes werden we geroepen door onze gastheer en mochten we beneden in onze villa die door de hele familie als woonkamer werd gebruikt en onderdak bood aan de ouders van Mr. Saveth aanschuiven aan het feestmaal ter ere van het Chinese nieuwjaar (oh ja, helemaal vergeten, alsnog een gelukkig nieuwjaar!) en de komst van (een van de 8) broers van Mr. Saveth. Het feestmaal bestond eruit om op de grond te zitten aan een kleedje, je vol te gieten met bier en een vorkje mee te prikken uit de twee pannen (gasstelletjes die op 'tafel' stonden) met als inhoud heel veel groenten (echt heel veel) en rauw varkensvlees en uiteraard werd dit alles begeleid met een grote hoeveelheid rijst. Een soort gourmetten, maar dan anders. Tijdens dit ritueel leerden we de familie 'kennen' al weten we nu nog steeds niet wie broer, buurman, buurvrouw of aanverwant is. We weten wel dat ze ons aardig vonden, want we hebben zo'n 30 keer met ze geproost en ze telkens mompelden 'happy, happy, happy?' Na teveel te hebben gegeten vertrokken we na een aantal uur terug naar onze slaapvleugel en kropen we lepeltje lepeltje in ons tweepersoonsbed (zoals gewoonlijk een twijfelaar).

De volgende dag zouden we eigenlijk om zeven uur bij Mr. Saveth moeten zijn om met zijn vrouw de lokale markt te gaan verkennen. Echter had onze wekker hier geen zin in en besloten we toch nog iets langer van het bed te genieten. Om half negen werden we gewekt door een luide bons op onze deur en stond opa in Cambodjaans gebrabbel te vertellen dat we beneden moesten komen om te ontbijten. Na een heerlijk kerrie-noudle-soup met sla te hebben opgeslurpt (want met stokjes eten is voor ons nog niet zo makkelijk) begaven we ons naar het huis van Mr. Saveth om daar direct aan te schuiven voor de lunch wat bestond uit rijst met een wel zeer onherkenbaar prutje en wederom het 'overheerlijke' water met een smaakje. Na de lunch wilde Mr. Saveth ons de omgeving laten zien en stapten we in onze tuktuk om een tour te maken langs een monument ter nagedachtenis aan het Pol Pot regime, een rijstpapier 'fabriek', een vispasta 'fabriek' en een hoop stenen die echt in vergelijking met Angkor een hoop stenen is en sloten we de tour af met een ritje per bamboetrein. Deze trein, niet meer dan vier wielen, een paar bamboestengels en een motortje wordt door Cambodjanen gebruikt als vervoermiddel van rijst en andere spullen en door toeristen voor de fun. Er loopt namelijk een spoorweg door Cambodja, maar deze wordt al een aantal jaren niet meer gebruikt voor personentreinen door de slechte staat. Dat hebben we geweten ook, de rails lopen zo scheef als de toren van Pisa en bevatte gaten groter dan je hand.

Op zich wel een avontuur om hier over heen te razen, zeker omdat je niet de enige bent op dit traject en het traject bestaat uit maar een spoor. Op dit spoor hebben ze de regel wie het grootst of het zwaarst beladen is heeft voorrang en mag op de rails blijven staan, de kleinere partij moet per direct het spoor verlaten zodat de grote partij zijn weg kan vervolgen. Dit wisselen gaat heel makkelijk, je tilt de bamboestengels op en je haalt de vier wielen van het spoor en dat is het... Weer een ervaring rijker keerden we terug naar Bospeau village waar we eindelijk gingen doen waarvoor we waren gekomen: lesgeven. Het was de bedoeling dat we van 4 tot 6 les zouden geven aan twee verschillende klassen om hun Engels wat bij te spijkeren. We werden opgesplitst en kregen allebei onze eigen klas en de les kon beginnen. Nog geen twee seconden begonnen en er hingen al tien vingers in de lucht om te vragen van welke kleur we hielden, waar we vandaan kwamen, wat onze favoriete sport was en hoe oud onze moeders waren. Hierna waren wij in de gelegenheid om hetzelfde terug te doen. Na een vragenhalfuurtje konden we dan eindelijk beginnen met het lesgeven, althans Sebas, hij had namelijk van zijn begeleidende leraar een lesboek in handen gekregen met de stof die hij moest uitleggen. Maurits had echter de pech dat zijn leraar wegens ziekte was verhinderd waardoor hij werd 'begeleid' door Mr. Sun Saveth, die zelf geen enkele moeite nam om de les te leiden. Dit resulteerde in een aanslag op Maurits zijn improvisatietalent en zijn kennis van het alfabet, het numerieke stelsel en het menselijk lichaam. Na 2 uur voor de klas gestaan te hebben was Maurits totaal gesloopt en Sebas begreep maar niet waarom 'het was toch hardstikke leuk?'. Na een snel diner bij Mr. Saveth thuis, zaten we weer in onze villa en hebben we de tijd gedood door ons eerste reisspelletje te spelen: Stratego!! Uiteraard heeft Maurits met zijn tactische spelstrategie de overwinning opgestreken, waarna hij voor het eerst in weken weer eens lekker kon slapen.

De volgende dag besloten we toch maar mee te gaan naar de markt en werden we op een kinderkrukje geplant waar we mochten genieten van een smakelijk prutje van omelet, vocht en groenten. Vervolgens liepen we met Saveths vrouw de markt over op zoek naar verse producten, aangezien deze markt niet bekend staat om de toeristen waren we een grote attractie en liep heel het vrouwelijke deel van het dorp uit om ons te zien. Na een uur te zijn aangestaard en rond te hebben gedwaald tussen de gemartelde en geslachte vissen, hompen vlees en de vele groente 'kraampjes' vervolgenden we onze weg terug naar ons gastgezin waar we de daaropvolgende uren de nodige Khmer woorden aangeleerd hebben gekregen en uiteraard wij de nodige Nederlandse woorden aan Mr. Saveth hebben geleerd. Na de lunch die bestond uit rijst met wederom een zeer onherkenbaar prutje en een paar glazen van het water met een smaakje gedronken te hebben konden we het echt niet laten om te vragen hoe het kwam dat het water zo'n aparte smaak had. Wat bleek het was al die tijd gekookt regenwater wat we voorgeschoteld hadden gekregen (ter informatie het heeft de afgelopen drie maanden weinig geregend in Cambodja... gelukkig hebben we ons first aid kit bij ons...). Na wat gerelaxed te hebben werden we om twee uur smiddags weer verwacht bij Mr. Saveth voor het wekelijkse voorleesuurtje(s). Een aantal kinderen uit de buurt kwamen op dit tijdstip naar het huis van Mr. Saveth om daar de nodige engelse boeken te lezen of laten lezen door vrijwilligers (ons dus). Twee uur later, 30 boeken verder, geen stem meer over en de kinderen niets wijzer was het vier uur en konden we wederom twee uur gaan lesgeven.

We besloten van klas te wisselen en nu had Sebas de pech dat zijn leraar nog steeds (school)ziek was, waardoor het voor hem twee lange uren werden. Na deze twee uur snapten we elkaar beter en vervolgenden we onze weg naar het huis van Mr. Saveth om voor het laatst te genieten van rijst met een onherkenbaar prutje en een aantal glazen regenwater...bleeeeeh.

De volgende dag vertrokken we naar onze volgende bestemming in Cambodja, Sihanoukville, waar we de nodige dagen zullen gaan slijten om bij te bruinen op het strand en een rustpunt te creeeren in ons vermoeiende en chaotische bestaan (echt waar). Echter ben je er niet zomaar en waren we genoodzaakt om eerst de bus te pakken van Battambang naar Phnom Penh (dik vijf uur) en vervolgens van Phnom Penh de bus te pakken naar Sihanoukville (dik vijf uur). Gelukkig hadden we genoeg afleiding tijdens deze lange ritten in de vorm van knetterharde Cambodjaanse karaoke en de nodige Rambo-uurtjes met Sylvester Stallone. Brak en vermoeid kwamen we eindelijk aan in Sihanoukville en starten we onze zoektocht naar een geschikt guesthouse. Na de nodige keren een kamer te hebben afgewezen op de afwezigheid van kakkerlakken, het ontbreken van de bladen van de ventilator ('nee hoor, hij doet het wel...') en het vragen van een te hoge prijs, kwamen we uiteindelijk bij ons paleisje voor de komende paar nachten aan (met uitzicht op zee! En de haven...).

Vandaag staat wederom in het teken van weblogdag en worden we verbaasd aangekeken aangezien we hier al ruim vijf uur zitten. De komende dagen willen we zo weinig mogelijk doen, maar moeten we nog wel een visum regelen voor vietnam en zijn we van plan te verhuizen naar een iets minder druk stukje Sihanoukville (eentje zonder hoertjes, drugs en vieze oude mannetjes). Omstreeks de 24e zullen we dan naar Vietnam vertrekken.

Met Maurits gaat het nog steeds goed (afgezaagd). Het lesgeven vond hij een aparte ervaring en hij vind het goed dat zo'n project wordt opgezet in zo'n arm land, zodat de jongeren een betere toekomst hebben. Jammer vond hij het dat het zo ongeorganiseerd eraan toeging en dat de kinderen er op deze manier niet heel veel van leren. Desondanks raad hij iedereen aan die naar Battambang gaat om het project te bezoeken.

Voor Sebas...zie Maurits.

Nu moeten we echt gaan eten, want om negen uur (nog klein twee uurtjes) moet er weer geskypt worden. Bedankt weer voor het lezen en we verwachten wederom weer veel reacties te mogen krijgen!

Groetjes Sebas en Maus

Vol is niet vol, Verse vis en Koffiedik kijken

Lief dagboek,

We willen wederom iedereen bedanken die ons vorige verhaal heeft gelezen, maar we zouden het leuk vinden als iedereen die het leest ook even een reactie achter laat! We vinden het ontzettend leuk om reacties te krijgen op ons verhaal en op deze manier blijven we ook een beetje bij bij onze Nederlandse vrienden!

In ons vorige reisverhaal schreven we dat we die avond om zeven uur een VIP bus zouden nemen naar Pakse, het zuiden van Laos. Zo gezegd zo gedaan, uiteraard wat later dan gepland, zaten we rond half negen in de VIP bus... We hadden geen idee wat voor bus het zou zijn en toen we aankwamen op het busstation waren we blij verrast met het feit dat het niet een gewone bus was, maar een heuse slaapbus. Een slaapbus heeft niet zoals een normale bus rijen met stoelen, maar in plaats daarvan is deze ingericht met een soort van stapelbedden. Natuurlijk is alles wel eigenhandig in de bus ingebouwd, wat ertoe geleid heeft dat elke vierkante centimeter in de bus is benut en dat er net zoals in een normale 'zitbus' liggend ook 50 personen vervoerd kunnen worden. Hoe hebben ze dat gedaan, zullen jullie misschien denken? Nou gewoon heel makkelijk! In plaats van de gebruikelijke twee personen per stapelbed nu vier personen per stapelbed en dan ook niet de gebruikelijk twee bij anderhalve meter, maar een schamele anderhalf bij een meter (lang leve de Laotianen die denken dat Europeanen net zo lang zijn als Aziaten!). Tussen de bedden door loop teen gang waar je alleen zijdelings door kan lopen, omdat wanneer je normaal loopt je klem komt te zitten tussen de houten stellages/bedden. Ook heeft deze bus een toiletruimte/toilethokje, waar je niet op blote voeten in wilt staan (hebben dus maar de slippers geleend die buiten stonden) en rechtop staan was er al helemaal niet bij. Gelukkig was het tijdens het toileteren niet mogelijk om om te vallen in de wiebelende bus, omdat je met je nek en je schouders en je heupen ingeklemd stond tussen de vier muren van het hokje.

Al snel hadden we door dat het niet mogelijk was om allebei de nacht liggend door te brengen. We trokken strootjes en Sebas was de gelukkig winnaar van de avond, hij mocht (welliswaar met z'n benen opgetrokken en z'n knieen in de nek van onze buurmeisjes aan de overkant (over het gangpad heen) de nacht doorbrengen). Maurits daarentegen mocht bij het raam ZITTEN, maar moest deze houding ook de rest van de nacht aanhouden, aangezien hij ingeklemd zat tussen het raam en het achterwerk van Sebas. De reis begon om half negen en zou tot de volgende ochtend in beslag nemen. Na allebei weinig te hebben geslapen kwamen we rond half zeven eindelijk aan in het zuidelijke stadje Pakse. Niet onze eindbestemming van die dag, want we wilden nog doorreizen naar Paksong, een stadje 50 kilometer ten oosten van Pakse. Dit stadje staat bekend om zijn koffieplantages en als echte horecavakmannen wilden wij wel eens weten hoe de koffie die wij dagelijks drinken gebrouwen wordt. Zo gezegd zo gedaan, er stond een vriendelijke TukTuk chauffeur op het busstation te wachten en die wilde ons wel naar het zuidelijker gelegen busstation vervoeren zodat wij op de bus naar Paksong konden stappen (even ter verduidelijking, iedere stad heeft zo'n vier busstations, drie TukTuk stations en bijna op elke straathoek staan ook nog pick-ups, brommers en fietstaxis te wachten die je allemaal graag zouden willen meenemen). Het zuiderlijker gelegen busstation zou acht kilometer buiten de stad liggen, maar na nog geen vijf minuten gereden te hebben stopte de TukTuk bij de plaatselijke ochtendmarkt en de vriendelijke TukTuk chauffeur vertelde ons doodleuk dat we op het zuidelijker gelegen busstation gearriveerd waren en wees naar een lege pick-up die naar Paksong zou vertrekken. De TukTuk chauffeur vertrok en daar stonden we dan om zeven uur sochtends met een brakke nacht achter de rug op een ochtendmarkt waar iedereen al ijverig aan de handel is geslagen. Echter de TukTuk chauffeur had wel gelijk, de lege pick-up ging wel naar Paksong en de bazige eigenaresse gebaarde ons driftig om plaats te nemen achterin de wagen. We stonden waarschijnlijk niet voor niets op de ochtendmarkt en we zagen toen we in de pick-up zaten hoe de halve markt in de pick-up naast ons werd geladen. Nadat deze pick-up vertrokken was, werd de andere helft van de markt naast onze pick-up geparkeerd en geloof het of niet, maar Laos kent geen vol=vol principe, het kan namelijk altijd nog voller! Toen de andere helft van de markt op en in de auto zat kwamen de verkopers nog aangesneld en met 25 man achter in de pick up, zittend op vlees, verse groenten, levende spartelende vissen en met een zak brood van de buurvrouw op onze schoot vertrokken we even na achten naar het oostelijker gelegen Paksong.

Zelfs nu geldt het vol=vol principe niet en de chauffeur reed al toeterend, al zoekend naar nog meer mensen en spullen de straten van Pakse uit wat er toe leidde dat we halverwege de rit niet alleen boodschappen op schoot hadden, maar ook de linkerbil van onze rechterbuurvrouw en de rechterbil van onze linkerbuurman. De rit duurde gelukkig maar anderhalf tot twee uur, waarna we opnieuw op een markt in Paksong werden gedropt. Waar je normaal gesproken struikelt over de TukTukchauffeurs was er op deze morgen in paksong geen een te vinden. Het guesthouse wat we van te voren uitgezocht hadden lag 2 km ten oosten van de stad en bij gebrek aan TukTuk chauffeurs besloten we maar ons richtingsgevoel te volgen en met onze tassen op de rug de lange barre tocht te gaan nemen. We wisten alleen niet precies waar het guesthouse zich bevond en probeerden onderweg bij huizen en winkels de weg te vragen, echter heeft de Engelse taal nog niet zijn intrede gedaan in Paksong, waardoor de meeste ons maar vragend en lachend aan bleven kijken. Na twee Laotiaanse kilometers te hebben gelopen (in werkelijkheid vier) doemde daar in de verte het bord op waarop stond geschreven 'welcome to Borlaven Guesthouse'. Ze hadden zelfs nog kamers vrij en nog geen kwartier later stonden we onder de ijskoude douche bij te komen van de lange nacht, de geuren van de boodschappen van ons af te spoelen die zich in onze huid had genesteld onder een dikke laag opgedroogd zweet. Na heerlijk schoon te zijn gespoeld zijn we de twee Laotiaanse kilometers maar weer terug gaan lopen op zoek naar een verlaat diner, een verlaat ontbijt en een lunch die we de afgelopen dag gemist hadden. Van de eigenaar in ons guesthouse hoorden we dat er in Paksong een Nederlander moest wonen die koffie workshops verzorgde. Dit leek ons de gelegenheid om wat te leren over de koffieplantages en het proces van koffie roosteren eens van dichtbij te bekijken. Onder het genot van een kopje koffie besloten we een dag langer in Paksong te blijven en de volgende dag de koffie workshop te gaan volgen bij deze verdwaalde landgenoot. Na de rest van de ochtend en middag te hebben rondgezworven in het door toeristen uitgestorven Paksong besloten we uit pure wanhoop om drie uur ‘s middags maar aan het laotiaanse bier te gaan. Dit gaf inderdaad verlichting, maar zorgde ervoor dat wij die avond na een snelle maaltijd al om kwart over zeven op bed lagen. Toen we net waren weggedommeld in dromenland (half acht) ging de telefoon en bleek het huize van Zandwijk te zijn die wel eens wilde weten wat hun zoon aan het uitspoken was. Een goed uur later konden we dan eindelijk onze gemiste nacht inhalen en sloten we onze ogen.

De volgende ochtend vroeg werden we rillend wakker van de ijzige kou (acht graden ‘s nachts) en een loeiend geluid, waarbij wij dachten 'is het alweer de eerste maandag van de maand?' Het loeiende geluid bleek het geluid te zijn wat we tijdens de Gibbon Experience hadden gemist, namelijk het zingen van de twee huisgibbons van het guesthouse. Het geluid valt het beste te omschrijven als een canon van auto-alarmen, die varierend in toonhoogte de vijfde symfonie van Bach achterstevoren ten gehore liet brengen. Na dit zingende geluid waren we goed wakker en gingen op pad naar onze verdwaalde landgenoot, die we vanaf nu Mr. KoffieDi©k zullen noemen. Mr. KoffieDi©k valt het beste te omschrijven als een innemende, verstrooide en een waarschijnlijk in het Nederlandse zakenleven mislukte manager die zijn heil heeft gezocht in het buitenland en goed zou passen in het rijtje mislukkingen uit de serie 'Ik vertrek' (Nederland 1). Mr. KoffieDi©k was al vier jaar woonachtig in Azie, waarvan de laatste twee jaar met zijn pasgetrouwde vrouw en zijn eenjarige zoontje in Laos. Mr. KoffieDi©k vult zijn dagelijkse portomonee met het geld wat hij van niets vermoedende langspasserende toeristen aftroggeld met zijn befaamde koffie en koffieworkshops. Ook wij zijn in deze koffieprut getrapt en hebben ons de hele dag voor zijn workshop ingeschreven. We begonnen de dag met een vers gezet, kopje KAWAAAA koffie (ofzoiets) en een lekker vers ontbijtje. Na dit heerlijke ontbijt zijn we met Mr. KoffieDi©k op stap gegaan op trekking langs diverse koffieplantages om het proces te zien van klein lief babykoffieplantje naar volwassen arabicareus. Ook het process van plukken, pellen, drogen en malen passeerden de revu. Op zich heel interessant als je zeventig procent van de informatie die uit Mr. koffiedi©ks koffiefilter ontsnapte negeerde. Deze zeventig procent van de informatie valt onder de noemer koffieprut en bestond uit informatie over zijn eigen droomwereld, hoe slecht Nederland wel niet is en hoe fantastisch het leven hier in Paksong is in vergelijking met zijn vorige managementbaan. Mr. KoffieDi©ks voelde zich de belangrijkste koffieboon in het dorp en groette links en rechts de voorbij rijdende buren (die hem overigens straal negeerden). Na de lunch kwam het tweede deel van de workshop, wat bestond uit het zelf stampen en het ontdoen van de velletjes van de koffiebonen en vervolgens deze gedroogde en ontvelde bonen in een wok te roosteren tot heerlijke geurende koffiebonen zoals deze in de betere winkels te verkrijgen zijn.

Gelukkig hadden we bij dit proces de vakkundige uitleg van Mr. KoffieDi©k, het roosteren van de bonen komt namelijk aan op een nauwkeurige manier van roeren in de wok, waarbij je in exact drie seconden eerst een vierkantje moet 'schrijven' ('nee vanuit je pols!') en vervolgens in een vloeiende overgang in de daaropvolgende drie seconden een gelijkzijdige driehoek door het vierkant heen moet 'schrijven' ('nee vanuit je pols!'). Wanneer je dit volgens exacte telling voor ongeveer acht minuten volhoudt, begint er in de verte een knapperende branden van een kerstboom te klinken en vervolgens na het glazig worden van de koffieboon, staat het hele boos in lichterlaaie. En dat is het moment om te koelen! De koffiebonen worden op een -volgens Mr. KoffieDi©k heel speciale bamboehouten plaat gelegd (die wij overigens bij elke souvenirwinkel in heel Azie hebben zien liggen)- om deze vervolgens in een vloeiende beweging en een kleine nahup nauwkeurig op te gooien en deze weer op exact dezelfde plek weer op te vangen. Deze techniek vereist volgens Mr. KoffieDi©k een jarenlange ervaring en hij heeft er volgens eigen zeggen zes maanden van zijn tijd in Laos over gedaan om deze techniek onder de knie te krijgen. Mr. KoffieDi©k had met zijn deskundige oog ingeschat dat wij deze techniek in een middag niet onder de knie zouden krijgen en verbood ons het ook maar te proberen.

Na een lange en vermoeiende dag (door de zeventig procent loze informatie van Mr. KoffieDi©k) dronken we ons laatste eigen gebrande kopje koffie, waarna het oordeel van Mr. KoffieDi©k als volgt klonk: 'deze Arabicaboon smaakt als een viool in een harmonieus orkest van Robusta!'. Na een dag veel te veel caffeine te hebben binnengekregen, besloten we het voor gezien te houden en renden we de twee Laotiaanse kilometers terug naar ons guesthouse. Gelukkig mochten we onze eigen gebrande bonen wel meenemen (jammer dat deze maar drie maanden houdbaar zijn...). Die avond lagen we weer op tijd op bed om alle koffie-indrukken te verwerken en uitgerust te zijn voor de volgende dag, waarop we weer zouden vertrekken.

Gedurende ons verblijf in Paksong hadden we al opgemerkt dat normale bussen in het stadje schaars zijn en het voornaamste vervoer plaats vind door middel van pick-ups. Ook de terugweg waren we dus genoodzaakt om gebruik te maken van dit vervoersmiddel waarbij het vol=vol principe niet geld. Dat hebben we ook deze dag weer geweten! Om acht uur verlieten we ons guesthouse en de aardige eigenaar belde een bevriende pick-up driver die ons een klein kwartier later op kwam halen. Na alle straten van Paksong toeterend te hebben doorgereden en het aantal passagiers drastisch toenam vervolgden we onze weg terug naar Pakse (al toeterend). Dit toeteren leidde uiteindelijk halverwege de rit tot een record van 40 Laotianen en 4 toeristen. Het linkerbil/rechterbil principe werd hiermee uitgebreid tot een linkeroksel/rechteroksel principe waarbij om en om de mensen zaten en de andere mensen hingen tussen de twee zittende mensen. Na weer ongeveer anderhalf uur gereden te hebben, kwamen we aan op het zuidelijke busstation in Pakse (dit keer, was het het echte zuidelijke busstation). Omdat onze volgende bestemming ver buiten de bewoonde wereld ligt en we nog niet hadden ontbeten besloten we die dag eerst de stad van Pakse in te gaan om de nodige Kippen (geld) uit de muur te trekken die al kakelend in onze portomonee vertrokken. Na het ontbijt zijn we weer terug gegaan naar het zuidelijke busstation, waarna bij aankomst Maurits zijn backpack uit de TukTuk werd gegrist en op een wachtende pick-up werd gehesen, zonder dat wij met deze pick-up mee wilden gaan. Maurits die hier niet van gediend was trok zijn oude vertrouwde Nederlandse vocabulaire uit de kast en na wat verbaasde blikken kwam de tas weer naar beneden gevlogen. Omdat we alles zelf in de hand willen hebben, besloten we maar naar het loket te lopen en kochten we twee kaartjes voor Pakse naar Nakasong (4000 islands in het zuiden van Laos). We hoopten met deze actie een pick-up te vermijden en op deze manier toegang te krijgen tot een van de schaarse VIP bussen. Niets bleek minder waar en dit keer zaten we niet tussen de groenten, fruit, levende, spartelende vissen en Laotianen, maar hadden we de halve elektronica en witgoedhandel van Pakse in onze pick-up, waardoor we de komende vier uur met de benen in de nek moesten zitten omdat er recht voor ons een muur van dozen herees waardoor we niet normaal konden zitten. Toch hielden de Laotianen zich stug aan het principe vol=niet vol en ze dwongen ons om op te schuiven. Onze Nederlandse vocabulaire kwam er weer eens aan te pas en we maakten de Laotianen duidelijk dat wij niets aan onze lange benen konden doen en dat het toch echt hun probleem was. Na een brakke rit van drie uur met de benen in de nek, stapten de meeste mensen uit in het laaste dorpje in deze bewoonde wereld (misschien dat zij wisten wat er zou komen). Met nog steeds alle elektronica en witgoedhandel van het zuiden in de pick-up vervolgden we onze weg, alleen niet meer over mooi glad asfalt, maar dit keer over onverhard, stoffig maanlandschap, wat meer weg had van een steppe woestijn in Afrika. De rit duurde nog een uur, waarna we als twee rode stofmonsters (zie eerder verhaal) uit de pick-up stapten. We waren aangekomen in Nakasong en we moesten nog per longtailboat naar Don Khon, een van de Si Phan Don eilanden (4000 islands). Na ruim een half uur te hebben gevaren in de ondergaande zon met prachtig uitzicht over kleine Mekong eilandjes kwamen we op onze eindbestemming Don Khon, wat zich het beste beschrijft als een grote kinderboerderij met daartussen houten hutjes op palen, waaronder Laotianen de hele dag in een hangmat hangen.

Toeristen worden geacht hetzelfde te doen, omdat 'werken' een vies woord is in het Laotiaanse Mekong vocabulaire. Na een korte zoektocht vonden we twee afgelegen bungalows op palen en besloten we een van deze twee bungalows voor de komende vier dagen te betrekken. Zoals eerder gezegd is de sfeer op dit eiland erg laidback, wat inhoudt dat je eerst een uur moet wachten totdat er een restaurantbediende aan je tafel komt en vervolgens het tweede uur wachtend doorbrengt op je hoofdgerecht en halverwege je hoofdgerecht je voorgerecht gebracht wordt. We wilden deze vier dagen gebruiken om een beetje uit te rusten van de afgelopen weken, maar wilden ook wat zien van de omgeving, dus we besloten de volgende dag fietsen te huren om het eiland te gaan verkennen. De prachtige tocht leidde ons over de Hoge Veluwe naar een woeste waterval en later over een hobbelige weg naar een prachtig uitkijkpunt waarvandaan je de kust van Cambodja kan zien liggen. Het was een vermoeiende fietstocht, mede omdat Maurits teveel kracht had voor het te kleine fietsje, waardoor de ketting om de 20 meter eraf vloog en de temperatuur deze dag dik boven de 30 graden uitkwam en er op dit eiland geen zuchtje wind te bekennen was. Terug bij onze bungalow waren we de hitte behoorlijk zat en omdat onze douche niet koud wilde worden, besloten we net als de Laotianen een verfrissende duik te nemen in de Mekong.

De volgende dag begon zoals elke dag met Maurits zijn toiletkunsten (zullen we verder maar niet omschrijven) en nadat Maurits de wc doorspoelde, kwam hij tot de ontdekking dat het water in plaats van naar beneden, naar boven stroomde...net tot aan de rand van de toiletpot kwam het water tot stilstand en het uitzicht naar beneden was onbeschrijfelijk. Omdat het water maar niet weg wilde lopen, besloten we eerst maar een ontbijtje te gaan nuttigen in een nabij gelegen restaurant om daarna erachter te komen dat het toilet nog steeds vol zat. Met het schaamrood op onze kaken begaven we ons richting de eigenaar van de guesthouse voor een oplossing. Aan de lachende reactie van hun buren te zien, was dit niet iets ongebruikelijks en binnen no time had de eigenaar van de guesthouse met behulp van een ontstopper (plopper) de onbeschrijfelijke opstopping toegang verschaft tot de buitenlucht. Om frisse lucht te krijgen zijn we maar een stuk gaan lopen over een nabijgelegen eiland om 's middags al skypend en internettend door te brengen.

De laatste volle dag op Don Khon wilden we gebruiken om onze kayakkusten te verbeteren en besloten een volle dagtour te doen bij een lokaal toeristenbureau/restaurant/internetcafé. Om een uur of negen werden we per longtailboat naar het nabijgelegen Don Det gevaren en zonder enige instructies stapten we in de kayaks. Het eerste uur kwamen we erachter dat de gidsen geen enkel woord Engels spraken, alhoewel dit wel beloofd was en genoten we ten volle van de oevers van de vele eilandjes. Na dit uur kwamen we aan bij de eerdergenoemde watervallen waar we moesten wachten totdat onze kayaks naar de andere kant van de waterval waren gebracht, omdat de waterval zelf niet te kayaken was. Een half uurtje later liepen we naar de plek waar onze kayaks naartoe gebracht waren. We moesten deze nog zelf de rotsachtige helling afdragen wat ertoe leidde dat Sebas afscheid moest nemen van zijn linkerslipper die de neerwaartse druk na de vele kilometers niet meer aan kon. Na veel klouterwerk kwamen we beneden aan bij de Mekong, waar we weer in onze kayak konden stappen en verder al peddelend de Mekong afdreven. Tijdens het kayaken was al gebleken dat onze gidsen niet heel veel ervaring hadden (beter gezegd geen) met het kayaken met toeristen, waardoor ze zelden aanwijzingen gaven, iets uitlegden of je uberhaupt hielpen. Zo gebeurde het dat er een rapid (een stroomversnelling aan kwam) en dat de gids zei 'left, left, left', waarna de gids zelf naar rechts ging. Wij dachten hij zal wel 'right, right, right' bedoelen en gingen hem achterna. Dit bleek niet de makkelijkse weg door de stroomversnelling te zijn, maar gelukkig al balanserend bleven we overeind, tenminste in de stroomversnelling, maar beneden aangekomen verloren we ons evenwicht en maakten we met een mooie salto een verkoelende duik in de Mekong. Wakker geschud en wel klommen we weer aan boord, maar omdat de kayak inmiddels al zo vol water zat ging deze met de minste beweging weer om. Op zich niet zo erg, maar inmiddels zaten we in een tweede stroomversnelling met links en rechts en in het midden van de Mekong opdoemende scherpe rotsen. De omgekeerde kayak met Sebas erachter en Maurits ervoor dreef met een behoorlijke snelheid recht op de scherpe rotsen af en Maurits probeerde Sebastiaan, die niet kon zien dat er rotsen aan kwamen, duidelijk te maken wat er op hem af kwam. We konden de scherpe rotsen echter niet meer ontwijken en knalden er vol op! Gelukkig ving de kayak de grootste klap op en waren wij niet gewond, echter nog steeds niet gered, want de stroomversnelling duurde voort en inmiddels had Maurits geen grip meer op de kayak en dreef hij sneller af op de wederom opdoemende rotspartij. Met overlevingsdrift en adrenaline kwam er een oerkracht vrij en maakte Maurits, dit keer in perfect Engelse vocabulaire, duidelijk dat het aan de gids was om hem uit het water te vissen. De gidsen die tot dan simpel toe hadden gekeken en niets hadden gedaan, schrokken van de oerdriften van Maurits en doken prompt het water in om eerst de kayak te redden, waarna Maurits besloot op eigen kracht tegen de stroming in te zwemmen en zich vast te klampen aan een van de kayaks. Na enkele meters werd het water weer rustiger en kon Maurits weer in de kayak klimmen die Sebas samen met de te kleine Laotiaan weer had omgedraaid. Na een heftige woordenwisseling van Maurits in het Engels en de Laotianen in het Laotiaans vervolgden we geschrokken, maar gelukkig heelhuids onze tocht over de Mekong. Na een goed uur peddelen kwamen we aan op een grote open watervlakte waar we stil bleven liggen, omdat er op deze plek in de Mekong een speciaal soort dolfijnen te zien waren (de Irrawaddy dolfijn). Al snel hoorden en zagen we deze dolfijnen aan het wateroppervlakte naar adem happen en zagen we eindelijk onze eerste 'wilde' beesten in Azie. Een half uurtje later kayakten we naar de Cambodjaanse oever waar we zonder visum genoten van een eenvoudige lunch en een beetje konden bijkomen van de avontuurlijke ochtend. De middag brachten we al peddelend voort en sloten we af met een bezoekje aan de 'grootste' (lees breedste) waterval van Zuid-Oost Azie. Rond een uur of vijf kwamen we terug bij onze vertrouwde bungalow en genoten we voor de laatste avond van de laidbacksfeer van het eiland.

De volgende dag stond er wederom een reisdag op het programma, niet zomaar één, maar voor de tweede keer deze reis zouden we een landsgrens passeren. Om 10 uur werden we opgepikt door een bus (dit keer een echte VIP bus) die ons naar de grens toebracht tussen Laos en Cambodja. Omdat we onze papieren tijdens de busreis al invulden ging de grenscontrole dit keer erg snel. De enige controle die we kregen was een temperatuurcontrole. Gelukkig hoefden we niet onze broek te laten zakken, zodat een Cambodjaan met mondkap en witte overal onze temperatuur kon opnemen, maar kwam deze persoon met een ultrasonisch, hytech instrument aan, waarmee hij op afstand elke toerist beschoot zijn apparaat. Gelukkig hadden we geen zieken aan boord en konden we vrij snel onze weg vervolgen over de Cambodjaanse asfaltweg richting Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. De wisseling in het landschap was direct zichtbaar. De eerste indrukken waren afgebrande bossen, uit elkaar vallende hutjes en een hoop armoede wat overging in mooi aangelegde plantages, luxe villa's en drukke steden, waarna de reis doorging langs op Afrikaanse Steppe lijkende vlakten waar alleen 'the big five' ontbrak. Een dikke tien uur later, inmiddels was het donker in Cambodja kwamen we aan in het chaotische Phnom Penh. Nog voordat we de bus waren uitgestapt waren we omsingeld door tientallen TukTuk chauffeurs die ons allemaal dolgraag wilden meenemen naar een guesthouse van hun keuze. Gelukkig zijn we na twee maanden al een beetje ervaren en gewend aan de backpack op onze rug en besloten we al lopend (we hadden tenslotte net 10 uur gezeten) de tocht te maken naar een guesthouse van onze keuze (2 km vanaf het busstation). Onze eerste indrukken van de stad zijn dezelfde als die van Bangkok, een hoop drukte, viezigheid, lawaai, opdringerige TukTuk chauffeurs en iedereen wil 'uit nieuwsgierigheid' weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, om achteraf ervan te kunnen profiteren door het aansmeren van een tour of een lift. Omdat het inmiddels al laat was en we nog niet gegeten hadden gingen we de wijk rondom onze guesthouse in op zoek naar een restaurantje, om er vervolgens achter te komen dat er alleen dure restaurants in de buurt zitten. Vele dollars lichter verlieten we het te dure restaurant om neer te ploffen op onze dit keer zachte matrassen.

Bij daglicht kwam de stad nog meer in de buurt van Bangkok. De drukte gedurende de dag is niet te beschrijven en zelfs de hitte van de eerste week is weer volledig terug. Omdat we al een tijd onze weblog niet hadden bijgewerkt, besloten we die dag hieraan te gaan wijden. Maar allereerst moest Sebas nog nieuwe slippers hebben, omdat zijn vorige in Laos overleden waren. We vertrokken naar een shoppingmall en kwamen erachter dat geen van de tientallen aanwezige schoenenwinkels slippers verkocht groter dan maat 43. Laat Sebas nou net maat 44 hebben, waardoor we het programma van die dag moesten aanpassen om slippers voor hem te gaan zoeken. Na een barre zoektocht vonden we uiteindelijk een klein winkeltje die maat 44 verkocht. Een paar slippers rijker, hongerig en doorweekt van het zweet besloten we op zoek te gaan naar een Mac Donalds, echter tot op de dag van vandaag hebben we geen Mac Donalds kunnen traceren in Phnom Penh. Volgens de eigenaresse van het guesthouse zou er een Mac Donalds moeten zitten in de City Hall, aan de andere kant van de stad en we besloten een TukTuk te pakken om onszelf te sparen. Tijdens de TukTuk rit kwamen we erachter dat het in deze stad veiliger is om te lopen, omdat de Cambodjanen het niet zo nauw nemen met de verkeersregels en links, rechts en kriskras door elkaar heen rijden. Regelmatig zitten we met ingehouden adem te wachten totdat er een brommer onze tuktuk binnenrijd, maar tot nu toe gaat het iedere keer (maar) net goed. Bij de CityHall bleek ook al geen Mac te zitten en we besloten maar genoegen te nemen met een B-merk. Na deze maaltijd gingen we op zoek naar een internetcafe. In onze reisgids stond dat er op een bepaalde weg veel zouden moeten zitten en we namen weer een tuktuk om op deze weg terecht te komen. Echter op de twee kilometer lange weg waren slechts twee internetcafés te vinden, waarvan er eentje geen internet had en de andere wel internet had, maar Sebas bij maurits op schoot moest, omdat de computer in een klein hokje stond. Daarnaast was het internet zo traag dat we besloten het pand te verlaten en het schrijven van de weblog uit te stellen tot de dag van vandaag.

Vandaag dus op zoek naar een internetcafe, dit keer in de 'backpackerswijk', waar volgens onze reisgids wederom tal van internetcafés zouden moeten zitten. Echter niets bleek minder waar en na enige uren te hebben rondgedwaald kwamen we dan eindelijk aan bij het internetcafe waarvandaan we dit verhaal aan jullie schrijven.

Morgen is onze laatste dag hier in Phnom Penh en willen we een bezoek brengen aan Tuol Sleng museum en de killing fields om een indruk te krijgen van de geschiedenis die zich hier heeft afgespeeld onder het regime van de Khmer Rouge. Woensdag vertrekken we naar Siem Reap en gaan we voor drie dagen het achtste wereldwonder aanschouwen en verkennen, namelijk Ankor Wat. Ook zijn we hier van plan om een bezoek te brengen aan een project wat helpt om mensen met een oorlogsverleden op de rails te krijgen. Na een aantal dagen hopen we weer verder te reizen naar Battambang, een klein stadje waar we naartoe gaan met een missie, namelijk Engelse les geven aan Cambodjaanse kinderen, niet betaald, maar puur om iets terug te doen voor de Cambodjaanse gastvrijheid en een idee te krijgen hoe kinderen hier naar school gaan. Vervolgens reizen we door naar Sihanouville om daar ons visum voor Vietnam aan te vragen en een paar dagen te relaxen aan een van de vele stranden aldaar. Na Sihanoukville zullen we alweer naar ons vierde land gaan, namelijk Vietnam. We hopen voor die tijd nog een of twee keer onze weblog te updaten.

Met Sebas gaat alles goed (lekker afgezaagd!), hij heeft sinds een week of vijf weer eens met z'n moeder gesproken en is blij met zijn nieuwe slippers! Scheelt weer een hoop zweetsokken en kijkt uit naar een rustigere omgevin dan Phnom Penh.

Maurits maakt het ook goed. Al houdt hij niet van de grote stad. Als je Amsterdam al erg vindt dan moet je zeker weten niet naar Phnom Penh op vakantie gaan! Hij kijkt net als Sebas uit naar de volgende bestemming in Cambodja. Hij mist Marjolijn nog steeds en probeert haar zoveel mogelijk te steunen bij de lastige dingen die zij moet doen tijdens studie/werk, ook al is hij ver weg en kan hij niet meer doen dan praten.

Wanneer je deze regel leest, gaan wij er vanuit dat je niet wegklikt zonder een reactie te hebben achtergelaten, hoe kort dan ook!

Groetjes, Sebas en Maus

Verkoeling, Reispilletjes en het decadente leven van Floris Frederik

Lief dagboek,

Weer bedankt voor de vele en leuke reacties die we hebben gekregen op ons vorige stuk en op de geplaatste foto's! Het blijft leuk ze te lezen, dus blijf ze vooral plaatsen. Naast ons dagje internetten in de week, hebben we nu twee keer een half uur per week een reactie-leesmomentje-avond ingelast, moet kunnen met het huidige financiele perspectief.

In ons vorige verhaal blikten we vooruit op de dag van morgen. We wilden een brommer huren en op eigen houtje een nabijgelegen waterval bezoeken (32 km). Zo gezegd zo gedaan, de volgende ochtend gingen we op pad op zoek naar een geschikte brommer. We hadden al begrepen dat er in Azie twee type rondrijden: een automatische en een geschakelde versie. Ons leek het verstandig (gezien onze bromervaring (0,0)) een automatische versie op de kop te tikken, omdat dit minder handelingen vereist en volgens ons een eitje moet zijn om bij de waterval te komen. Echter na zo'n 10 aanbiedingen te hebben afgeslagen vanwege de volgens ons te hoge prijs (ze vroegen wel 25 dollar...) vonden we eindelijk een verstandige verhuurder die ons voor slechts veertien dollar zijn brommer wilde toevertrouwen. Er was echter een probleem, de automatische brommers waren allemaal verhuurd...hmmm... Aangezien we allebei ons rijbewijs hebben en hier kinderen van een jaar of zes al voorbij scheuren op een geschakelde brommer, dachten we bij onszelf 'hoe moeilijk kan het zijn'. Zo gezegd zo gedaan, de dollars betaald, papierwinkel ingevuld en met helm op het hoofd reden we de straat uit. De eerste paar meters gingen soepel, de eerste bocht ging vlekkeloos totdat we op de grote weg kwamen, moesten invoegen en onze snelheid moesten verhogen. Misschien even voor de mensen die dat niet weten, met je rechterhand moet je gas geven en remmen en met je linkervoet moet je op en afschakelen. Op zich niet al te lastig, maar wanneer je voor het eerst op een brommer zit, die niet de in Nederland gebruikelijke 50CC, maar de in Aziatische landen gebruikelijke 110CC bevat, zijn het toch veel handelingen die je naast het opletten op het drukke verkeer in Laos moet uitvoeren. We vroegen ons al af waarom de kilometerteller tot 160km per uur ging, maar daar kwamen we al snel achter toen we opschakelden naar z'n drie en gas gaven en we ineens van de rustige 40km per uur met dik 90 km voorbij raasden. Omdat we een lange rit voor de boeg hadden en de benzinemeter al in de rode zone terecht was gekomen, besloten we eerst even een bezoekje te brengen aan de Shell. Hiervoor moesten we echter wel keren op een drukke weg. Sebas trok zo snel op dat hij inderdaad aan de overkant van de weg raakte, maar zelfs nog verder in het gras op 20 cm van een muur tot stilstand kwam. Maurits daarentegen nam de bocht veel soepeler, bleef op de weg, maar maakte een mooie buikschuiver om zo zijn pas gehuurde brommer een aandenken aan deze wilde Nederlanders te geven. Gelukkig had hij zelf, op een paar krasjes na, niets, maar het bracht ons wel aan het denken en terugdenkend aan de Gibbon Experience kwamen de woorden 'safety first' al snel bij ons boven. Aangezien we nog maar slechts 300meter hadden afgelegd van de 32km en we al drie bijna doodervaringen overleefd hadden, besloten we ons hoofd te gebruiken en onze trots overboord te gooien en de brommer terug te brengen naar zijn rechtmatige eigenaar. Anders hadden we misschien jullie deze week niet kunnen verblijden met een verhaal vanuit een nieuwe omgeving, maar hadden we onze dagen moeten slijten in het krakkemikkige ziekenhuis van Luang Prabang, dat tevens dient als karaokebar op de zaterdagavond. Terug aangekomen bij de verhuurder keek deze niet eens zo vreemd op en moest er wel om lachen en binnen tien minuten liepen wij met onze dollars terug op zak over straat om van de schrik te bekomen. Nog geen tien minuten later kwamen we het op het briljante idée om in plaats van een brommer een fiets te huren om zo alsnog de 32km naar de waterval af te leggen (we zijn en blijven toch immers Nederlanders die wel een stukje kunnen fietsen). Zo gezegd zo gedaan, twee mountainbikes op de kop getikt, nog een extra fles water ingeslagen, fietsen wij de stad uit. De tocht bracht ons de eerst paar kilometer door iddylische landschappen, dorpjes waar de tijd leek stil te staan en we verbaasden ons over de goed aangelegde asfaltweg die onder ons lag. Toen we bij kilometerpaaltje zes aanbeland waren doemde de eerste heuvel zich op, maar we hoefden zelfs niet uit het zadel te komen om deze te overwinnen. Nog geen kilometer later veranderde het iddylische landschap in een woeste wildernis, helse beklimmingen, voorbijscheurende tuktuks en een hoop stof en we voelden de zon branden zoals we deze nog nooit gevoeld hadden. Uitgerekend deze dag was het weer zo warm als onze warmste dag in Bangkok. Nog geen tweehonderd meter later keek Sebas verschrikt achterom want hij hoorde Maurits tieren, kreunen en zijn fiets minder fijne dingen toewensen. Sebas die de hometrainer in de sportschool gewend was, wist niet waar Maurits nou zo'n moeite mee had. Hij probeerde Maurits moed in te spreken door te zeggen dat je moet denken dat na elke bocht de top bereikt is. Toen vier bochten later de top nog steeds niet in zicht was en het zweet maurits bereikt had op plekken waar je het niet voor mogelijk kunt houden, besloten we maar om voor de tweede keer die dag ons verstand te gebruiken en onze trots opzij te zetten en af te dalen terug naar de iddylische landschapen, de dorpjes waar de tijd lijkt stil te staan en waar geen heuvel te vinden is. Omdat we nog wel enige trots wilden bewaren besloten we niet gelijk onze fietsen terug te brengen, maar deze bij ons guesthouse neer te zetten om zelf per voet de afstand naar de stad te overbruggen om daar een hapje te gaan eten. Na de lunch was de drang naar de waterval onverminderd groot en snakten we naar verkoeling. Omdat een auto huren niet in het dagbudget paste, besloten we een TukTuk chauffeur zover te krijgen ons te brengen naar de top van de heuvel. Voor de derde keer die dag reden we richting de waterval, je gelooft het of niet, maar na de bocht waar we met de fiets eerder die dag waren omgedraaid, stopte de stijle beklimming en de overige 20km van de tocht ging de weg bergafwaarts of over vlakke wegen, langs idyllische plekjes en door dorpjes waar de tijd lijkt stil te staan. Nog geen uur later lagen wij omgekleed en wel in de diepblauwe koelte van de waterval. Een plek waarvan je alleen maar kunt dromen wanneer je een bounty eet.

Na twee uur de nodige foto's geschoten te hebben en onze lichaamstemperatuur te hebben teruggebracht naar normale waarden reden we per TukTuk terug naar de stad Luang Prabang om daar onze laatste avond door te brengen.

De volgende dag stond weer in het teken van vertrek. Rond een uur of tien verlieten we ons guesthouse, na eerst nog een heerlijk ontbijt te hebben genomen bij een van de vele bakeries van de stad. We lieten ons per TukTuk vervoeren naar het busstation en hoopten daar een bus te kunnen pakken naar Vang Vieng, dik 150 kilometer naar het zuiden. We hadden heel de dag uitgetrokken voor deze reis, wat achteraf een goede beslissing bleek te zijn. De bus was in 'redelijk goede staat', tenminste wanneer je de ster in de vooruit die heel de ruit bedekte wegdacht en de met plakband vastgeplakte versplinterde zijruiten voor lief nam.

De beenruimte was ruim voldoende en we vertrokken ook nog eens 2 minuten te vroeg! De weg naar Vang Vieng leidde ons over de hoofdweg van Laos (road 13) en scheen volgens de lonely planet een van de ergste in Azie te zijn. Sebas had zijn voorzorgsmaatregelen genomen en na het ontbijt een hele strip reistabletten opgekauwd, maar helaas is niet iedereen in Laos zo rijk of zo verstandig om reistabletten aan te schaffen of in te nemen. De busmaatschappij speelde daar soepel op in, door vijf minuten na vertrek een overvloed aan plastic tasjes uit te delen, dus dat beloofde veel goeds! Road 13 bleek een ware nachtmerrie te zijn, tenminste het uitzicht was adembenemend en het bespaarde ons de kosten voor een eventueel bezoekje aan een pretpark. De bus reed namelijk heel de weg met dik 60 km per uur op de teller over bergkammen waar je u tegen zegt, met twee wielen door bochten waar de naam haarspeldbocht niet op zijn plaats is en langs afgronden waarbij de Gibbon Experience in het niet verdwijnt. Wanneer de buschauffeur ervaren is met het rijden in een bus is zo'n rit geen enkel probleem, echter wanneer je buschauffeur deze baan slechts als vakantiebaantje heeft gekregen en hij normaal zijn dagen slijt als TukTukchauffeur kan het zijn dat het ontbijt, het diner van gisteravond en de hele resterende maaginhoud van de week ervoor op komt spelen tijdens de rit. Gelukkig hadden wij hier totaal geen last van en konden we genieten van het prachtige uitzicht en het spannende gevoel in een achtbaan te zitten. Jammer dat wij alleen een gehoorbeschading aan de rit hebben overgehouden. We waren genoodzaakt om na kilometer drie onze muziek in onze oren zo hard aan te zetten dat de tonen het gekotst voor, achter en naast ons zou overstemmen. Met name de Laotianen achter ons waren ster in het volspugen van zoveel mogelijk plastic zakjes, hebben tevens een poging gedaan om het wereldrecord kotszakjes-werpen-uit-een-rijdende-bus te verbreken (helaas niet gelukt, aangezien de meeste op de zijkant van de bus kapot sloegen, vandaar dus die ster in de ruit) en houden erg van knoflook en scherpe kruiden, want dat was de geur die na kilometer drie alle geuren deed verbleken. Omdat de rit zes uur zou duren hadden we van te voren overheerlijke baquettes ingeslagen zodat wij geen honger hoefde te lijden tijdens de rit. Het broodje smaakte heerlijk en hierbij onze excuses aan onze voor, achter en naastzittende buren, want waarschijnlijk heeft ons broodje hun ertoe aangezet nog meer hun best te doen om echt elk zakje vol te werken met gal. Na zes uur hadden de batterijen van de ipod het begeven en reden we binnen in het idyllische stadje Vang Vieng, alias Dubai 2. Dit stadje is de laatste jaren uitgegroeid tot de toeristische trekpleister van Laos, waardoor guesthouses, restaurants en touroperators als paddestoelen uit de grond herrijzen. De stad staat vooral bekend onder onze australische medemens als the place to be om eens lekker dronken te worden, terwijl ze in een autoband de rivier afdobberen. Omdat dit niet tot een van onze hobbies behoort, besloten we eens rond te vragen of er misschien nog meer te doen valt in dit 'idyllische' dorpje. Al snel vonden we een touroperator die nog een dag kayaken en grotten bezoeken in de aanbieding had en we besloten de volgende dag onze tijd hiermee te vullen.

De volgende dag moesten we ons om negen uur melden bij het kantoor van de touroparator en werden we per auto een paar kilometer van het dorp afgebracht om daar te water te worden gelaten. De dag bestond uit peddelen op een rustige rivier, het beklimmen van glibberige donkere grotten en het genieten van de prachtige omgeving. Het laatste stuk van de kayak tocht hebben we genoten van onze dronken medetoeristen die zichzelf vermaakten met drank en autobanden. Aan het einde van de middag kwamen we terug in Vang Vieng en besloten we onder het genot van een koud biertje eens een nieuwe lading kaarten richting Nederland te sturen. Dit met de prachtige zonsondergang op de achtergrond deed ons tevens besluiten om de volgende dag direct verder te reizen richting de hoodstad van Laos Vientiane.

De dag na het kayaken stond dus weer in het teken van vertrek. We hadden nog geen bus geboekt en besloten terug te gaan naar de plek waar we twee dagen ervoor waren afgezet. Na nog geen tien minuten wachten hoorden we in de verte getoeter en meestal betekent dat, dat er een bus aankomt. Echter kwam er geen bus aanrijden, maar slechts een kleine pick-up die wel voor ons neus stopte. Deze pick-up bleek als een soort bus naar Vientiane te rijden. Wij hadden alle tijd en wel zin in een avontuur, dus we laden onze tassen op het dak en namen plaats tussen de Laotianen op een (te) smal bankje. Na nog geen tien minuten rijden voelde ons achterwerk al aan als platgeslagen biefstuk en de pick up werd voller en voller. Met een gematigde snelheid, kropen de uren voorbij, enig voordeel tijdens deze rit was dat deze Laotianen waarschijnlijk hun reispilletjes hadden ingenomen. 150km verder kwamen we aan op een 'busstation' in (of bij) Vientiane. Ons werd niet verteld waar we precies werden afgezet en net als bij een dropping van de scouting was ons eerste doel te achterhalen waar we ons precies bevonden. Na wat gepraat te hebben in handen en voeten taal met wat TukTuk chauffeurs bleken we ruim 8km van het centrum van Vientiane te zijn gedropt. Gelukkig wilde deze aardige chauffeur ons wel voor een kleine vergoeding naar het centrum brengen. Waarschijnlijk is het hier in Laos een gewoonte dat de tourist betaald voor de lokale bevolking, want nadat wij in de TukTuk plaats hadden genomen werd deze voller en voller geladen met mensen en spullen. Afgezet in het centrum van Vientiane begon onze zoektocht naar een geschikt guesthouse, na vele guesthouses te hebben geprobeerd, hebben we uiteindelijk aangeklopt bij het ministerie van informatie en cultuur en gelukkig konden we daar, voor slechts 100.000kip per nacht een penthouse huren.

De volgende dag besloten we de verzameling bezochte tempels verder uit te breiden en brachten we een bezoek aan de Patat Luang tempel (soort patatje oorlog), welke op vier kilometer afstand van het centrum lag. Na ons brommer en fietsavontuur eerder die week besloten we vandaag voor de veilige en goedkope manier te kiezen en de benenwagen te gebruiken. Onderweg zijn we nog gestopt bij een informatiekantoor voor toeristen om te kijken of we nog naar het eerdergenoemde olifantenpark konden gaan. Zij adviseerden ons om dit via een touroperator te boeken, omdat het anders te lastig en te ingewikkeld zou worden. Na de nodige foto's te hebben geschoten en terug te zijn gelopen naar de stad, besloten we onszelf te trakteren op een lunch zonder budget en we bestelden alle lekkere dingen die we op de menukaart zagen staan en tot onze schrik bleken we achteraf het reusachtige bedrag van 145.000kip (12 euro) te hebben verorberd. Later die middag zijn we naar een touroperator gegaan om te informeren hoe duur het olifantenpark zou zijn en wat de kans zou zijn dat we daadwerkelijk de olifanten zouden kunnen zien. De prijs lag ver boven ons budget en de kans dat we olifanten zouden zien was klein. We besloten voor de derde keer op rij ons verstand te gebruiken en geen bezoek te brengen aan het olifantenpark, maar een extra relaxdag te nemen in Vientiane. Wat we precies zouden doen de volgende dag wisten we nog niet. De rest van de dag lagen we op bed, keken we films en ‘s avonds hebben we weer de nodige tijd doorgebracht met skypen/internetten.

De relaxdag begon met een heerlijk ontbijt en bracht ons vervolgens naar het meest luxueuse hotel van Vientiane. Niet dat we daar zouden gaan overnachten, we wilden alleen een dagje neercrashen bij het 'decadente' zwembad van het hotel. Tot onze verbazing en tegen een kleine vergoeding stemde het hotel met onze plannen in en werden deuren voor ons geopend die normaal gesloten zouden blijven. We hadden een geheel decadent zwembad voor onszelf en werden gedurende de hele dag op onze wenken bediend door onze butler.

Gedurende de dag werd het drukker en drukker en kwam al het 'gepeupel' uit het hotel richting het zwembad en lagen we binnen de kortste keren tussen artsen, directeuren en psychologen in onze vieze hemazwembroek te genieten van de ambiance en de op de achtergrond klinkende klassieke tonen van Strauss, Chopin en Bach. Om deze heerlijke verwendag af te sluiten, besloot Sebastiaan gehoor te geven aan de roep uit Nederland om toch eens dringend een coiffure te bezoeken. De eerste en beste kapper die we tegenkwamen moest eraan geloven en voor je het wist zaten we aan gratis drankjes, zat Maurits achter gratis internet en werd Sebastiaan van zijn hoofd tot zijn schouders verwend door mooie meisjes en de kapper (wederom een man). 120.000kip (10 euro) lichter en een mooie, Aziatische kop rijker liepen we terug richting ons guesthouse en besloten we de volgende dag te besteden aan de weblog en aan doorreizen.

Vandaag staat zo gezegd zo gedaan een nieuw verhaal op de weblog en vanavond om zeven uur vertrekken we per VIP bus naar Pakse (Zuidelijk Laos) waar we morgenochtend om een uurtje of zeven zullen arriveren. In en rondom Pakse zullen we onze laatste week doorbrengen en willen we een bezoek brengen aan een koffieplantage waar de streek om bekend staat en zullen we nog een aantal dagen gaan genieten van het relaxte leven van de Mekongdelta (four thousend islands). Vervolgens maken we de oversteek naar Cambodja, alweer ons derde land tijdens deze reis en hoogstwaarschijnlijk de plek waarvandaan we ons volgende verhaal hopen te schrijven.

De relaxdag heeft Maurits erg goed gedaan. Van vaak inpakken en verkassen wordt je toch best moe en af en toe eens lekker relaxen komt dan echt als geroepen! Maurits is erg trots op Marjolijn die van het ziekenhuis waar ze haar opleiding doet, te horen heeft gekregen dat ze door mag naar haar volgende afdeling!! Vanaf deze plaatst nog maar eens van harte gefeliciteerd!! (Nu moet school je nog even doorlaten, maar dat gaat ook wel lukken!!).

Sebas is nog helemaal in zijn nopjes met zijn nieuw Aziatische, trendy kapsel en voelt zich hierdoor nog meer thuis is Azie. De gezondheid gaat redelijk, wat verkouden geweest, maar dat brengt met zich mee dat de voorraad zakdoeken nog eens op raakt. Heimwee nee, dat nog niet, maar hij mist iedereen wel een beetje.

Bedankt weer voor het lezen van dit verhaal. We hopen dat jullie er weer van genoten hebben. Jullie horen weer van ons.

Groetjes, Sebastiaan en Maurits

Dr. Fish, Safety first...Break Break...BREAKKK!!! en Laidback down the Mekong

Lief dagboek,

De vele reacties op ons vorige verhaal hebben ons wederom weer goed gedaan en we hopen dat deze gedurende onze reis blijven komen. Ook tips en vragen zijn altijd welkom en alhoewel we niet iedereen persoonlijk kunnen bedanken of terugschrijven proberen we zoveel mogelijk antwoorden in het verhaal te stoppen.

Vandaag is dag 50 van onze reis, wat betekent dat we inmiddels op 1/4e van ons avontuur zijn aanbeland. De afgelopen 50 dagen zijn voor ons omgevlogen en het lijkt alsof we pas twee weken van huis weg zijn, echter wanneer je gaat terugblikken op alle dingen die je hebt gedaan en af en toe flarden uit de reisverhalen weer terugleest, realiseren wij ons maar al te goed dat het toch echt al 50 dagen zijn. De laatste update kwam vanuit Chiang Mai (Thailand) en inmiddels hebben we een nieuw moederland gevonden, zijn we een tweede fase ingeslagen en zijn we letterlijk door Laos heengevlogen (maar hier later meer over). De laatste dag Chiang Mai stond in het teken van het schrijven van het laatste reisverhaal en na deze grote inspanning hebben we onszelf getrakteerd op een behandeling van dr. Fish. Dit behoeft enige uitleg. In Thailand kom je met regelmaat shops tegen met grote aquariums waar honderden kleine visjes in zwemmen. Deze zwemmende beestjes zijn niet als opvulling van een huiskamer bedoelt, maar hebben een helende (of afbrekende) functie. Ze zijn namelijk bedoelt voor het verwijderen van dode huidcellen, straatvuil en goede levende huidcellen. Aangezien wij al heel wat kilometers in Thailand te voet hebben afgelegd, vonden we het wel eens tijd om onze voeten te ontdoen van de dikke eeltlaag die hier inmiddels buitenproportionele vormen hebben aangenomen. Het is dus de bedoeling dat men een klein half uur met beide voeten in het aquarium zit, waarbij de visjes zich van lievelust kunnen uitleven en alles wegknabbelen wat ze maar lekker vinden. Zo ook bij ons. De eerste vijf minuten waren onbeschrijvelijk (zie de foto's hieronder), maar na enige tijd begint het gevoel te wennen en het resultaat mag er wezen. Tot bloedens toe hebben de vissen zich te goed gedaan aan onze voeten, waarbij zelfs de muggenbeten een delicatesse bleken voor deze kleine monsters. Een paar littekens rijker verlieten wij het domein van dr. Fish en begaven we ons op schone voeten terug naar onze guesthouse.

De volgende dag stond in het teken van een grote vertrekdag. Niet alleen verlieten we voor de zoveelste keer ons guesthouse, dit keer verlieten we huis en haard, verbranden we alle schepen achter ons en namen we afscheid van het prachtige Thailand. Rond elf uur zouden we opgehaald worden door een minivan, wat natuurlijk enige vertraging opliep waardoor deze pas om half twaalf aankwam sukkelen. De dag ervoor was ons gegarandeerd dat we diezelfde dag (de vertrekdag) nog de grens over zouden gaan om ons te kunnen melden bij het kantoor van de Gibbon Experience (later hier meer over). We zouden dan 200 baht per persoon extra moeten betalen voor het guesthouse net over de grens in Laos en onze chauffeur van de minivan zou ons de grens over begeleiden en alles voor ons regelen. Na anderhalf uur rijden hadden we de 200 baht nog niet betaald en had de chauffeur nog nergens om gevraagd. Om toch zeker te zijn van onze zaak vroegen we de chauffeur ons te verzekeren dat we echt die dag de grens over zouden gaan, waarop de beste man antwoordde: 'no English' hmmm dachten wij. Hoe kan een man die geen Engels praat twee Nederlandse toeristen de grens over helpen, een guesthouse regelen en dit allemaal naar ons terug communiceren? We voelden de bui al hangen en besloten direct telefonisch contact op te nemen met het laatste guesthouse waar we verbleven, aangezien we hier alle zaken hadden geregeld. Na de telefoon te hebben overhandigd aan de chauffeur werd het hem duidelijk wat we wilden, maar hij wist echter nergens iets vanaf en was er alleen maar om mensen van Chiang Mai naar Chiang Khong (grensdorpje Thailand) te brengen. Hij zou binnen vijf minuten teruggebeld worden over hoe het voor ons allemaal zou verlopen. Binnen vijf minuten werd hij inderdaad gebeld en hij verzekerde ons met handen en voeten dat alles geregeld zou worden door een guesthouse in Chiang Khong. De geplande aankomsttijd in Chiang Khong zou zes uur 's avonds zijn, dezelfde tijd dat de grens sluit (voor ons dus te laat), maar door medelijden van de chauffeur heeft hij er flink de vaart in gezet en waren we al om kwart over vier in het grensdorpje aangekomen! In Chiang Khong werden we opgewacht door een niet al te vriendelijke eigenaresse van een guesthouse die maar niet wilde begrijpen dat wij vandaag nog de grens over moesten (omdat we ons moesten melden bij dat kantoortje). Volgens haar zou het morgen allemaal goedkomen en konden we alvast een keuze maken uit de diverse ontbijtmenu's. Dit wilden wij echter niet en met stemverheffing en Nederlandse agressie bezweek de niet al te vriendelijke eigenaresse onder de druk van deze twee vastberaden gestreste nederlanders. We moesten per direct weer in de minivan stappen die ons vijftien meter verderop weer afzette omdat we de grens bereikt hadden. De niet al te vriendelijke eigenaresse had het stuk maar gelopen en stond met driftige handgebaren duidelijk te maken dat we een exitstempel moesten halen voor ons visum, zodat we officieel Thailand uitwaren. Vervolgens sleurde ze ons mee naar de oever van de aanliggende Mekongrivier en kregen we een kladje in handen gedrukt met het telefoonnummer van een man in Laos die ons verder zou helpen. Bepakt en bezakt stapten we in de houten longtailboat die ons in 2 minuten de Mekong over voer naar Huay Xai (grensdorpje in Laos). Voor we het wisten stonden we met beide voeten aan de Laos oever van de rivier en schreeuwde een man van bovenaf een gebouw: 'who are the two Thailand man?' Verschrikt van deze snelle ommekeer begaven we ons naar deze vriendelijk uitziende man die ons een papierwinkel in handen duwden voor het aanvragen van het visum van Laos. Na de nodige keren onze namen, geboortedata's en handtekeningen te hebben ingevuld en de douane beambte een onuitwisbare herinnering te hebben overhandigd van onze mooie, knappe Nederlandse koppies (waren pasfoto's) en de nodige dollars te hebben betaald konden we ons melden bij de bamboostrandhut die de functie van de daadwerkelijke grenspost vervulde. Klokslag 16:45uur stonden we met beide voeten en met een visum voor 30 dagen op zak op de hoofdstraat van Huay Xai (diepe zucht). We waren er echter nog niet, want er moest nog het een en ander geregeld worden voor ons vervoer verder in Laos. We hadden namelijk in Bangkok bij een toeristenkantoor kaartjes geregeld die ons van Huay Xai naar Luang Prabang zouden brengen per 2daagse slowboat. Deze reis hadden we echter op de 17e gepland, maar ondertussen ons plan aangepast en besloten we eerst nog de Gibbon Experience te doen voordat we ons richting Luang Prabang zouden begeven. De vertrekdatum op de kaartjes moest dus worden aangepast naar de 20e en de vriendelijk uitziende Laotiaan kon dit wel voor ons regelen. Hij verzekerde ons echter dat we extra moesten betalen om goed te kunnen zitten op de slowboat, waarna we per persoon weer 200 baht armer waren. Na dit te hebben geregeld begaven we ons naar het kantoortje van de Gibbon Experience waar we wederom de nodige handtekeningen in moesten vullen en we een briefing kregen over wat ons te wachten stond en wat voor spullen we moesten meenemen.

De drie daaropvolgende dagen stonden in het teken van de Gibbon Experience. Voor degenen die hier nog nooit van gehoord hebben volgt hieronder een korte, maar bondige omschrijving. De Gibbon Experience is een project dat is opgezet ter bescherming van het oerwoud in de Bokeo regio in het noorden van Laos en probeert de bevolking ervan bewust te maken de natuur en haar bewoners te koesteren en dit in postieve zin te gebruiken. Zij heeft daarvoor een zevental boomhutten gebouwd in het oerwoud en tussen deze boomhutten een netwerk opgezet van stalen kabels die je van de ene heuveltop naar de andere heuveltop laten glijden en op die manier naast een productief vervoersmiddel mensen te laten genieten van de ongerepte natuur en een unieke ervaring.

Ons avontuur begon met een pick-up rit van Huay Xai naar de village waarvandaan we lopend zouden vertrekken dieper de jungle in. De rit was er een om nooit meer te vergeten, na een tiental kilometers gereden te hebben over een mooie weg, hield de weg er opeens mee op en moest de chauffeur halsbrekende toeren uithalen om maar op het asfalt te blijven en de kraters en de ravijnen te ontwijken. Voor sommige chauffeurs is dit nog een moeilijke opgave aan de grote hoeveelheid omgevallen vrachtwagens langs de weg te zien. Na een korte stop bij een klein winkeltje ging de rit weer verder, dit keer niet over de gebruikelijke asfalt/maanlandschap, maar we gingen direct loodrecht bergafwaarts de rivier door over een zandweg waarbij de chauffeur iedere keer zo hard mogelijk naar beneden reed om maar de volgende stijle helling te kunnen halen. Dit leverde uiteindelijk een oververhitte motor en problemen met de remmen op. Gelukkig waren wij inmiddels aangekomen in de village waarvandaan we per voet vertrokken. De village omschrijft zich het beste als het dorp uit 'het kleine huis op de prairie'. Het vee heeft hier vrij spel, kinderen zien eruit als stofmonsters (zie foto) en de huizen zijn niet meer dan bijelkaar gebonden bamboestengels en bananenbladeren.

Na een half uur gelopen te hebben, bleek dat deze jungle wel wat anders was dan de jungle die we eerder in Chiang Mai hadden gezien, de natuur was hier namelijk veel ruiger en ongerepter, groener en modderiger. Na een korte lunchstop liepen we nog bijna een half uur totdat we aankwamen bij het centrale dorp van de Gibbon Experience. In dit dorp verbleven de gidsen en kregen wij onze 'harnassen' uitgereikt. Wie met de gym wel eens een wand heeft beklommen kent deze afknellende, op luiers lijkende marteltuigjes wel, echter waren deze versies uitgebreid met een katrol en een karabijnhaak voor de veiligheid. Met deze marteltuigjes aan liepen we weer verder het oerwoud in, totdat we aankwamen bij een stalen kabel. Deze kabel overbrugde een lengte van 400 meter en had een hoogte van 100 meter die van de ene heuvel naar de andere heuvel reikte, waarbij we het uiteinde niet konden zien.

Het was dus de bedoeling dat we met behulp van een klein katrolletje en een veiligheidskarabijnhaak aan de overkant zouden komen. De met ons meegelopen gids had het echter al zo vaak gedaan dat hij binnen no time aan de overkant was en waardoor wij en nog wat andere mensen verbeisterd en om ons heen kijkend achterbleven. De grote vraag was: wie ging er als eerste? Sebas was vastberaden om zijn hoogtevrees te overwinnen en had als eerste zijn katrol aan de kabel gehangen (nadat hij de veiligheidskarabijnhaak had vastgemaakt, want de gids had ons al wel ingeprent 'SAFETY FIRST'). Enkele seconden later stond Sebas, voordat hij het wist, al trillend van de adrenaline, een ervaring rijker, aan de overkant op de andere heuvel en schreeuwde hij 'OK' het dal in, wat betekende dat de volgende zijn leven kon wagen en aan de overtocht kon beginnen. Na nog wat tijd te hebben gelopen kwamen we wederom bij een stalen kabel aan die ons naar een platform in een boom bracht, waarvandaan we direct weer verder moesten zippen naar een andere heuvel. De gids ging wederom als eerste, net voordat hij zich naar grote hoogte liet glijden riep hij nog naar ons terug 'BREAK BREAK BREAK', waaruit we moesten opmaken dat je aan het einde van de lijn moet bijremmen om niet te pletter te worden geslagen tegen de reusachtige boom waarin het tussenplatform was bevestigd. Het remmen met zo'n ding valt in het begin nog niet echt mee, aangezien de rem niet meer is dan een stukje fietsband die je met je hand tegen de kabel moet duwen, maar na enige oefening kregen we dit al snel onder de knie. Buiten het remmen om was voor ons lange Nederlanders in het begin een probleem waar je je lange uitstekende ledematen moest houden zodat je en niet uit balans en niet tegen de kabel kwam. Je ging per slot van rekening toch met een snelheid van 100km per uur naar de overkant. Na de nodige schaafwonden aan hoofd, nek en handen weet je precies wat je niet moet doen (vooral niet uitwijken voor laaghangende boomtakken, want deze voelen minder pijnlijk aan dan de kabel die met 100km per uur blijvende schade aan kan richten). Na wat gezipt (van de ene kant naar de andere kant van de kabel) te hebben kwamen we aan bij boomhut nummer 3 (Kisi), onze thuisbasis voor de komende 2 dagen en nachten. Deze boomhut is gelegen op 50 meter hoogte en kijkt uit over een prachtige valei waar geen spoor te zien is van enige beschaving.

De kabel die naar de boomhut ging, stopte midden in de huiskamer en na binnenkomst werden we direct begroet door ons huisdier, kat 'Boomboom'. Helaas hadden we deze boomhut niet geheel voor onszelf, maar moesten we deze delen met twee zwitserse meisjes en een australische man. De boomhut was niet groot, maar wel uitgerust met een 'slaapvertrek'/'huiskamer'/'keuken' en aangrenzend, door een gordijn gescheiden, was zelfs een heuze 'badkamer' aanwezig. Deze badkamer bestond uit een wastafel met afvoer direct in de diepte, een douche met afvoer direct in de diepte en zo'n frans hurktoiletje met afvoer direct in de diepte (zie foto's).

Na het opnemen van het imponerende uitzicht vergaven we onszelf aan snacks die de gids op tafel had gezet en besproken we het programma voor de komende dagen. Na een uur ging de gids (bijna voorgoed) weg en zaten wij hoog met z'n vijven in een boom te genieten van de zonsondergang. Toen de zon bijna onder was, kwam de gids terug en bracht ons ons avondeten en verdween toen weer in de vallende duisternis vanwaaruit we hem pas twee dagen later terug zagen komen. Het avondeten bestond uit: gekookte rijst, een rood prutje, een groen prutje, een geel prutje en een prutje met een onbeschrijfelijke kleur, maar de smaak viel ons alles mee. Toen de avond viel bleek dat we echt helemaal alleen zaten en er geen gids of andere toerist in bomen of hutten te bekennen was. Dit geeft toch een apart, spannend en misschien ook wel een heel klein beetje een onveilig gevoel met name omdat je in de grote duisternis allerlei geluiden kan waarnemen, zoals krakende takken, omvallende bomen (!), schuddend bamboe en dierengeluiden die je in de rook van Rotterdam alleen in de omgeving van Blijdorp kunt horen. Gelukkig hadden we onze waakkat BoomBoom die ons de nodige bescherming zou bieden bij een aanval van de gevaarlijke aapsoorten die het oerwoud rijk was. De rest van de avond brachten we door met kaarten en met de ons meegebrachte Yahtzee. Rond een uur of tien besloten we onze klamboe's te laten zakken en knus onder de wol te kruipen. Knus omdat wij met z'n drien het bed moesten delen, waarbij Sebas als een plakje kaas tussen een dubbelgevouwen boterham in het midden mocht slapen.

Na een voor Sebas onrustige nacht en voor Maus de nacht, zijn beste nacht in tijden was, werden we rond zeven uur (kan ook eerder of later zijn geweest, we besloten namelijk de horloges en telefoons gedurende drie dagen op te bergen) gewekt door de binnenzippende Mr. YA, niet onze, maar een gids om te gaan ontbijten ergens op een berg. Na een lange wandeling en de nodige ziplines te hebben genomen kwamen we aan bij ons ontbijtrestaurant. Ons ontbijt bestond uit: rijst, een groen prutje, een geel prutje, een wit prutje en een prutje met een onbestemde kleur. Na dit te vroege rijst ontbijt (voor ons doen, wij houden het liever op toast met boter, jam en koffie), zipten we terug naar onze boomhut, waar we nog even konden douchen en een bakkie koffie konden drinken en we enige tijd later koers zetten richting boomhut 1 waar we samen met nog een groep andere boomhutbewoners op grote hoogte konden genieten van een heerlijke lunch, bestaande uit rijst, een groen prutje, een geel prutje, een grijs prutje en een kleurrijk prutje. Na deze overheerlijke lunch zijn we zelf wat rond gaan zippen, hebben we koffie gedronken bij de boomhutbewoners van boomhut twee (een privehut voor twee personen die je speciaal kunt boeken). Uit hun verhalen hoorden we dat zij de vorige middag en avond vele apen hadden kunnen zien vanaf hun matras, helaas hadden wij die dag ervoor geen enkele aap gezien en moesten wij het doen met de mieren die onze boomhut teisterden, maar we hadden goede hoop voor de komende avond om toch nog in ieder geval een aap te kunnen zien. Om een uurtje of vier waren we uitgezipt en begon het alweer te schemeren, dus besloten we koers te zetten richting onze thuisbasis en genoten we van een heerlijk diner, bestaande uit: rijst, een geel prutje, een groen prutje, een kleurloos prutje en een prutje wat lijkt op de veelkleurige mantel van Jozef. De avond brachten we door met het expirimenteren met het nemen van foto's in het donker, waarbij we hartjes en andere figuren op het dak tekenden met een zaklamp, wat een heel apart effect gaf op de foto. De australische man was namelijk fotograaf van beroep en kende allemaal grappige manieren om lichtsilouetten zichtbaar te maken in een donkere omgeving door de sluitertijd van de camera te combineren met hoge en lage isowaarden en een focus tussen de 3.6, waarbij de witbalans was ingesteld op bewolkt in plaats van op de schemering (of zoiets). Wederom rond een uur of tien vielen onze ogen dicht met de jungle geluiden op de achtergrond.

De volgende morgen moesten we al om half zes opstaan, omdat we volgens de gids dan de grootste kans maakten om gibbons te zien (een apart soort aap die zingt als een vogel...of zoiets). We zipten naar het eerdergenoemde platform boven in een boom waar we gedurende dertig minuten onze adem inhielden en niet naar beneden probeerden te kijken, aangezien we met zes man op een paar kleine latjes stonden, maar helaas kon de gids geen Gibbon zien (wel horen). Na nog wat rondgezipt te hebben, werden we om negen uur verwacht in boomhut 1 voor wederom een smakelijk ontbijt, bestaande uit rijst, omelet (!), rauwkostsalade, gebakken aardappels en heerlijk gemarineerde groenten (waarom bewaren ze het lekkerste toch altijd voor het laatst?). Na het ontbijt zetten we met de gehele groep koers richting het basiskamp waar we ons na drie dagen konden verlossen van onze marteltuigjes die wel zelfs tijdens het slapen aanhielden om in geval van nood huis en haard te verlaten en op veilige afstand het gevaar te kunnen afwachten.

Vervolgens begon de lange wandeling terug naar de village waarvandaan we vertrokken en konden we nadat de nieuwe lading toeristen was afgezet, genieten van de terugrit naar Huay Xai die even avontuurlijk bleek als de heenreis met als hoogtepunt een net daarvoor gekantelde vrachtwagen, waarbij de bestuurders met bebloede gezichten hun lading rijst probeerden te redden en wij met geschrokken gezichten de chauffeur vroegen of we ze moesten helpen, waarop hij antwoordde: 'Ooh, they are Vietnamese, let them'. Moe en voldaan kwamen we halverwege de middag terug in Huay Xai waar we genoten van een heerlijk Beerlao en een heerlijke westerse maaltijd.

De volgende ochtend ging weer vroeg de wekker, wederom stond vandaag in het teken van het reizen. Dit keer niet per bus, trein of auto, maar met een heuse slowboat. Na het gebruikelijke ritueel (wachten, wachten, boos worden en wachten) werden we uiteindelijk nog ruim op tijd afgezet bij de slowboat. Aangekomen op de boot bleek dat de door ons gekochte kaartjes van 200 baht per stuk weggegooid geld waren, aangezien er geen stoelnummers waren toegewezen en het aantal comfort stoelen tot een minimum beperkt was. In Laos geld de regel, wie het eerst komt, wie het eerst maalt en wij waren zeker niet als eersten vandaag. Met neergeslagen hoofd hebben we ons maar neergelegd bij het idee om 2 dagen op een houten bankje wat niet meer is dan 2 rechttegenelkaar bevestigde planken te moeten doorbrengen. Na vijf minuten te hebben gezeten en ons achterste al half slapend was, werden we opeens verrast door een Nederlandse stem die ons vroeg of we op de goede comfortabele stoelen konden zitten. Onze schietgebeden waren verhoord!! Het bleken twee Nederlandse dames te zijn die zoals het zich een Nederlander betaamd ver voor de vertrektijd op de boot aanwezig waren en daarbij de beste plaatsen zich toegeeigend hadden. Echter wilden deze dames beide aan de raamkant zitten, waardoor ze op hun tweezitsbankje elk een plek vrij hadden. Ze vonden ons zo zielig op de houten bankjes dat ze uit medelijden ons een plekje aanboden op de heerlijke zachte vliegtuigstoelen. Onze dag kon niet meer stuk!! Na een mooie tocht over de Mekong kwamen we rond zes uur 's avonds aan in het slaapstadje Pak Beng, wat volledig is ingespeeld op de vele slowboattoeristen die hier de nacht doorbrengen.

Na beiden een heerlijke nacht te hebben geslapen gingen we de volgende ochtend vroeg, zoals het echte nederlanders betaamd, richting de boot om nu zelf de beste plekken op te eisen, echter de mensen die gisteren heel de dag hadden doorgebracht op de houten bankjes dachten nu het zelfde en hadden naar onze mening gisteren niet eens de boot verlaten. Helemaal achterin de boot (ding is zo'n 40 meter lang) vond Sebas bij toeval nog twee vrije plaatsen naast de bar die we ons per direct toegeeigend hebben, zodat ook de tweede dag redelijk comfortabel kon verlopen. Op het einde van deze middag kwamen we aan op de eindbestemming Luang Prabang, de tempelhoofdstad van Laos. Direct na aankomst zijn we op zoek gegaan naar een slaapplek voor de komende nacht(en) aangezien we vanaf dit punt in de reis een fase inslaan waarbij we niets meer vooraf hebben geboekt. Dit geeft je aan de ene kant heel veel vrijheid, maar aan de andere kant geeft het ook meer werk omdat je lastminute alles moet uitzoeken en regelen. We stelden ons budget vast op 80.000 kip (wat neerkomt op 6.5 euro) en moesten hierdoor de nodige guesthouses afwijzen waarbij we na een lange zoektocht uiteindelijk een slaapplek voor de nacht vonden in een achteraf straatje voor slechts 60.000 kip (!) (dit is zo'n vijf euro). Hiervoor moeten we echter wel wat comfort laten varen, vanaf nu moeten we het bed weer delen met elkaar, hebben we een matras dat weer evenhard is als in Bangkok en hebben we voor het eerst in onze reisgeschiedenis niet de beschikking over een eigen badkamer en toilet, maar moeten we deze met de overige bewoners delen op de gang. Tot nu toe bevalt deze manier van overnachten redelijk, alhoewel we wel al een extra laken hebben gevraagd, omdat Sebas niet tegen het nachtelijke lakentrekken van Maurits opgewassen was. Direct na aankomst sprak de stad ons erg aan. Laos is van Frankrijk geweest en dat zie je aan alles, zo zijn de meeste huizen in de franse stijl gebouwd, hebben veel cafe's en restaurants een fransachtige naam en zijn er baquettes en croissants in overvloed verkrijgbaar.

De eerste volle dag in Luang Prabang besloten we gelijk de actieve toerist uit te hangen en na een goed ontbijt per voet een wandeltocht te maken langs de vele tempels die de stad rijk is. Het was een mooie tocht, als miezerde het continu en waren we genoodzaakt onze jassen tevoorschijn te toveren omdat de temperatuur hier in Laos de afgelopen dagen aanzienlijk lager lag. Echter hebben we na deze tocht wel even genoeg tempels gezien en moeten de overige tempels in Laos wel heel speciaal zijn wil Bouddha ons bezoek nog ontvangen. 's Avonds hebben we sinds het eerst in lange tijd weer eens het internet opgezocht en heeft Maurits eindelijk Marjolijn (na een week) weer eens gesproken.

De volgende dag (vandaag dus) begon met een wekker die om vijf uur afging, niet om dit verhaal te schrijven, maar om het fenomeen te aanschouwen waar Luang Prabang om bekend staat. 's Ochtends vroeg, rond een uur of zes, lopen namelijk alle monniken van de stad gezamenlijk hun ronde over de hoofdweg om op die manier de bevolking een kans te geven hun geschenken aan te bieden in de vorm van eten en bloemen.

Het was een vroeg, maar mooi verschijnsel om te zien, maar wordt met name in standgehouden zodat toeristen foto's kunnen maken van de nog slaperige monniken. Deze toeristen leveren waarschijnlijk nog mooiere beelden op dan de monniken zelf (zie foto's). Met name de Japanse fotografieclub was erg opdringerig en duikten iedere keer voor je lens wanneer je zelf een foto wilden maken, totdat we op een gegeven moment besloten maar foto's van hun te gaan maken. Vervolgens hebben we weer een stevig ontbijt genuttigd en nog even bijgeslapen in het guesthouse (waarna Maurits voor het eerst zijn eigen hoofd onder handen heeft genomen met een pas aangeschafte tondeuse, om op die manier te bezuinigen op de kapperskosten, het resultaat mag er wezen wanneer je de overgebleven lange haren en plukken wegdenkt). De middag besteden we aan het schrijven van dit verhaal en het plaatsen van de nodige foto's en de avond aan het schrijven van de nodige ansichtkaarten. Morgen staat er weer veel op het programma. We willen namelijk een brommer huren en zelf de gevaarlijke wegen van Laos gaan bedwingen en 32 km verderop een naar zeggen prachtige waterval te bezoeken. We zullen zien wat dit gaat worden, of we zijn genoodzaakt om hier wat langer te blijven in de buurt van het ziekenhuis of we rijden 32 km voor een lulligfonteintje of we hebben weer een prachtig reisverhaal voor de volgende keer! Maandag begint voor ons, net zoals voor jullie, druk! Een nieuwe reisdag voor de boeg. We verplaatsen ons per public bus naar Vang Vieng om daar na zes uur over bochtige wegen te genieten van naar schijnt de prachtige natuur rond de Mekong rivier en wellicht nog een bezoek te brengen aan de bekende grotten in die omgeving. Na Vang Vieng zetten we koers richting Vientiane (de hoofdstad van Laos) om daar kort te verblijven en hopelijk vanuit daar een bezoek te brengen aan een nabijgelegen olifantenpark waarbij je in een uitkijktoren kunt overnachten en hopelijk ten volle kan genieten van de wilde olifanten die daar nog leven (we hopen erop, maar gaan er met de vorige ervaringen in het achterhoofd niet meer vanuit, dan kan het alleen maar meevallen). Na Vientiane en het olifantenpark trekken we verder naar het zuiden waar we onder andere koffieplantages gaan bezoeken, genieten van de laid back mentaliteit van de Laotianen en wellicht nog een enkele tempel aan het rijtje kunnen toevoegen. Ergens uit deze omgeving zullen we jullie opnieuw inlichten van onze avonturen, echter kunnen we jullie geen harde garanties geven, aangezien we niet weten wat we daar gaan aantreffen qua faciliteiten. Het internet is nog niet overal in Laos doorgedrongen.

Voor we het vergeten nog even een persoonlijke update. Maurits maakt het wederom goed! Tijdens de gibbon experience heeft hij het even wat moeilijker gehad, omdat de groep hem niet zo heel erg lag, waardoor hij Marjolijn weer eens extra miste. Gelukkig heeft hij gisteren anderhalf uur met haar kunnen skypen en deed dit hem erg goed!

Sebastiaan maakt het zoals gewoonlijk ook goed! Het is zo erg, dat hij geen persoonlijke update kan geven ten opzichte van de vorige persoonlijke update, omdat hij dan exact hetzelfde zou moeten schrijven.

We hopen dat jullie genoten hebben van het lezen van het stuk en laat vooral veel reacties achter!! Tot hopelijk over een week (of twee).

Groetjes Sebastiaan en Maurits

Kakkerlakken, Surviving the jungle en "Oh my bouddha"

Lief dagboek,

De laatste keer dat we jullie op de hoogte hebben gehouden van onze avonturen, zaten we aan de westkust van de zuidkust van Thailand. Inmiddels zitten we in het hoge noorden en zijn we aan onze laatste dag Thailand begonnen. De afgelopen periode stond weer bol van de belevenissen.

Het begon al in Krabi. ‘s Ochtends werden we door de eigenaar van de guesthouse weggebracht naar het busstation waar we om elf uur de bus moesten hebben naar Suratthani. Boven verwachting vertrok de bus precies om elf uur. Gedurende de rit bleek dat we op een lijnbus gestapt waren en de reis langer zou duren dan gepland vanwege het vele stoppen om mensen in en uit te laten. Gelukkig hadden we hier rekening mee gehouden door vroeg te vertrekken, we hoefden de trein in Suratthani pas om 18:22 te hebben. Om half drie kwamen we op het busstation van Suratthani aan. Je zou verwachten dat het treinstation in de buurt moet zitten, echter is in Thailand deze gewoonte niet vanzelfsprekend, dus waren we genoodzaakt om over te stappen op een andere bus die ons naar het veertien kilometer verder gelegen treinstation van Suratthani (inmiddels overgegaan in Phun Phin) bracht. We waren zo rond half vier op het treinstation, inmiddels kwam de regen weer met bakken uit de lucht zetten.

Lang leve de mensen die beweerden dat het mooi weer zou zijn aan de westkust van de zuidkust van Thailand!! Maar goed, inmiddels al aan de regen gewend hebben we onze tassen in een bagagekamer op het station afgegooid en zijn we de stad ingelopen op zoek naar een maaltijd en vertier. Wat blijkt, deze stad is niet ingespeeld op toeristen. Alles is in het Thais en er zijn weinig faciliteiten buiten een straal van 50 meter van het station. Rond een uur of half zes waren we weer terug op het station en zagen we op het hypermoderne treintijden whiteboard dat onze trein reeds een vertraging had opgelopen van 70 minuten (verwachte vertrektijd was dus 19:30u). Aangezien we niets anders hadden verwacht vielen ons de 70 minuten nog mee. Alleen toen na 70 minuten nog geen trein te bekennen was, begaven we ons toch naar de informatieverstrekkingsbalie en kwamen we tot de ontdekking dat ons treinstel reeds 2 uur op het station aanwezig was. Dit waren slechts twee wagons van de volledige trein. De volledige trein liet alsnog op zich wachten. Aangezien onze wagon er al stond zijn we maar in de trein gaan zitten en verder gaan wachten. Na dik vier uur gewacht te hebben vertrok eindelijk de trein om half elf richting Bangkok. Onze bedden waren inmiddels gespreid door een behulpzame thaise conducteur, echter tot onze schrik zagen we de eerste kakkerlakken binnen een straal van een meter lopen. Deze kakkerlak heeft niet lang geleefd. Helaas is een kakkerlak nooit alleen en bleek hij nog vele familieleden te hebben die maar al te graag op zijn begrafenis wilden komen. Onze buurman (een Italiaan) had onze kakkerlakken eliminatie door en besloot plots boven te willen slapen (terwijl hij een kaartje voor beneden had gekocht). Zijn Thaise roommate was het hier echter niet mee eens en de Italiaan vertrok met tegenzin naar de met kakkerlakken vergeven benedenverdieping. Gelukkig sliep Sebastiaan boven, dus die kon er de humor nog wel van inzien, helaas voor Maurits moest hij beneden slapen, wat zorgde voor een onrustige nacht, waarbij de kakkerlakken over zijn kussen wandelden en hij weinig slaap heeft kunnen vatten. Gelukkig verdwijnen kakkerlakken wanneer het licht wordt en door onze vertraging nog de helft van de reis in het daglicht moeten reizen konden we de laatste paar uren rustig op onze stoel doorbrengen. Omstreeks kwart over twaalf (6,5 uur later dan de bedoeling was) reed de trein het station van Bangkok binnen. Vreemd om ergens te komen waar je zoveel weken geleden al een keer geweest bent. We kochten gelijk een kaartje voor de volgende trein richting Ayuthaya die al binnen veertig minuten zou vertrekken. Na een snel ontbijt en een slok koffie zijn we op de trein gestapt die precies op tijd vertrok. Na twee uur in de trein gezeten te hebben, kwam deze aan op het station van Ayuthaya waar we direct een TukTuk naar het guesthouse (welke al geboekt was) gepakt hebben.

Bij aankomst in het guesthouse waren we onder de indruk van de goede service van het guesthouse. Zo werd onze TukTuk voor ons betaald, kregen we een koude fles water, vers fruit, werden onze tassen gedragen en werd ons gelijk van alles uitgelegd over wat we allemaal zouden kunnen doen en zien in Ayuthaya. Direct nadat we onze spullen hebben afgegooid zijn we op onze huurfiets gestapt en de stad gaan verkennen.

De stad bestaat uit veel oude ruines van tempels uit de Khmer tijd en een hoop religieuze beelden uit langvervlogen dagen. Het was leuk om weer eens op de fiets te zitten, maar wel erg wennen om zonder fietspad al links rijdend tussen het chaotische Thaise verkeer te begeven. De stad zelf was mooi, maar hadden we in twee uur tijd wel gezien. Na het avondeten zijn we vroeg naar bed gegaan en hebben we de volgende ochtend lekker uitgeslapen en genoten van de goede ontbijtservice waarbij we weer overladen werden met allerlei lekkers voor een te goedkope prijs.

Na het ontbijt hebben we nog een tempel bezocht. Deze lag aan de overkant van de rivier en werd druk bezocht door onze Thaise medemens aangezien het een feestdag was (geen idee waarvoor). Hierna hebben we het wereldrecord rondje Ayuthaya lopen gedaan. Op de terugweg konden onze voeten niet meer en besloten we om een TukTuk terug te nemen naar ons guesthouse. Wij wilden echter niet meer dan 30 baht voor deze rit uittrekken en na ongeveer vier TukTuk te hebben afgewezen die toch echt 40 baht voor deze rit wilden hebben, besloten we maar om de gierige Nederlander uit te hangen en terug te gaan lopen (Om het verschil te laten zien, 10 baht komt ongeveer neer op 20 eurocent, met de financien komt het dus wel goed deze reis). Na een snelle douche in het guesthouse zijn we met een TukTuk naar het treinstation van Ayuthaya gereden om op onze trein naar Lop buri te stappen. Deze trein kwam wederom maar een half uur te laat en door alle hulp van zenuwachtige omstanders, vriendelijk treinpersoneel, werden we bijna op handen de trein ingedragen. We wisten echter niet na hoeveel tijd we de trein uit moesten en besloten dit te vragen aan de conducteur, die kon ons de informatie geven en omdat we het over Lop Buri hadden werd onze buurman wakker en besloot ons van ongevraagd advies te voorzien. Ieder station hing hij uit het raam om te kijken welk station we passeerden zodat we zeker niet te laat uit de trein zouden stappen. Ook viel hij om het station een conducteur lastig om er zeker van te zijn dat hij wist dat wij op tijd zouden uitstappen en zat hij met zijn stopwatch en treintijden boekje bij te houden waar we op dat moment ergens moesten zitten. Rond half zes arriveerden we op het station van Lop Buri waar we in een fietstaxi zijn gestapt die ons naar de grote trekpleister van dit ingeslapen stadje bracht, namelijk een grote apenkolonie die het stadscentrum van Lop Buri terrorisseert. De fietstaxi was geen success, Maurits zat zo'n beetje bij Sebastiaan op schoot, terwijl Sebastiaan ingeklemd zat in het te kleine bakje. Helaas was het zo klein dat we geen foto's hebben kunnen maken van deze vijf minuten durende rit. In het stadscentrum kijk je de ogen uit naar de grote hoeveelheid apen die overal en nergens zitten: gebouwen, ruines, stroomkabels, midden op de weg, aan je tas.

Na wat rond gelopen te hebben en de nodige foto's te hebben geschoten we besloten we een restaurantje op te zoeken om onze tijd te doden. Om 21:55 uur zou onze trein richting Chiang Mai vertrekken, echter had deze trein een vertraging opgelopen van een schamele twintig minuten. Bij aankomst in onze treinwagon was ons bedje al gespreid en konden we na het innemen van ons slaapmutsje gaan slapen. Gelukkig hadden we op dat moment nog geen kakkerlak gezien. Na een zeer brakke nacht vol horten en stoten, stijle hellingen en diepe afgronden te hebben gepasseerd kwamen we rond half elf aan in Chiang Mai. De noordelijke hoofdstad (tweenaar grootste stad) van Thailand. Tot onze verbazing zagen we iemand met een bordje met 'Vogel' daarop staan in de aankomsthal van het station. Deze vriendelijke meneer, later in het verhaal Jungle Joe genoemd, bracht ons naar de taxi van het guesthouse/hotel waar we zouden verblijven. In de taxi, die we deelden met een stuk of acht andere mensen, maakten we snel kennis met twee jonge dames uit Californie (USA). Nee jong is anders, de dames hadden reeds de leeftijd van 60 en 63 bereikt. In deze taxi merkten we dat deze dames sociaal goed onderlegd waren, omdat iedereen aan de praat raakte met elkaar. Voor de grap zeiden wij tegen elkaar dat we het grappig zouden vinden als deze twee jonge dames met ons mee zouden gaan op de trekking die we al geboekt hadden. Na aankomst in het guesthouse en een goed ontbijt te hebben versmaad bleek dat onze schrik dat onze kamer met de twee eenpersoonsbedden niet beschikbaar was en werden we allebei in een aparte kamer geplaatst. Onze eerste nacht alleen!! Na wat rondgelopen hebben door de mooie stad Chiang Mai hadden we om half zes een briefing van de trekking die we de dag daarop zouden gaan doen. Wat bleek, onze droom kwam uit, want wie kwamen daar aangelopen... jawel, de jonge californische dames (later in het verhaal BSF ladies genoemd)! Tijdens de briefing werd ons verteld wat we allemaal mee moesten nemen de jungle in. De meeste spullen hadden wij met onze uitgebreide voorbereiding al op zak en dus voor ons mocht de jungle komen. Na de nacht alleen te hebben doorgebracht, wat best eenzaam is als je bijna zes weken, 24 uur per dag met iemand samen bent, moesten we ons om 9 uur melden bij jungle Joe. De groep van de briefing was inmiddels zo groot geworden dat er twee groepen gemaakt werden. Alle mensen die 3 dagen en 2 nachten in de jungle zouden verblijven werden bij elkaar gezet. Aangezien wij ook 3 dagen en 2 nachten naar de jungle zouden gaan, kwamen we in deze groep terecht. De groep bestond uit zes personen en werd niet door Jungle Joe geleid maar door JoJo (een Thaise Jongen van 26 jaar). We stellen de groep even kort aan u voor (van links naar rechts), Renee (een Nederlands meisje van 27), Stefanie (een Duits meisje van 27), Sebastiaan (reeds bekend), Maurits (reeds bekend), Carol (de vrouw de witte hoed, 63 jaar) en Marsha (vrouw met de blauwe hoed, 60 jaar). Carol en Marsha zijn de BSF ladies (wordt lager uitgelegd).

Het leek ons een hele leuke groep en het bleek al snel goed te klikken. Iets na negenen vertrokken we richting de markt waar mensen nog de gelegenheid kregen om de laatste spullen te kopen en waar JoJo het eten voor de komende dagen inkocht. Na ongeveer drie kwartier rijden kwamen we aan bij de rand van de jungle, waar we onze wandelschoenen konden aandoen, ons konden insmeren met Deet en ons klaarmaakten voor een zware tocht.

De tocht bracht ons binnen een half uur naar onze lunchplek, een klein bamboehutje midden tussen de bananenbomen. Na de lunch gingen we verder met de wandeling die ons leidde over smalle weggetjes, dichtbegroeide teakhoutbossen, over boomstammen, langs riviertjes en over heuvels met prachtig uitzicht. Na zo'n twee en een half uur lopen kwamen we aan bij een kleine waterval waar we ongeveer een uur konden uitrusten en een douche konden nemen in het ijskoude water.

Na lekker afgekoeld te zijn, ging de tocht weer verder. Tijdens een van de korte drinkpauzes werden we opeens verrast door een kort, maar intens ratelend geluid. Nee het was geen slang, maar het was ontsnappen van enige lucht van de endeldarm. Iedereen hoorde het (achteraf vernomen) maar niemand reageerde erop. Sebas dacht dat Maurits te veel ui op had. Maurits dacht dat Sebas zijn lunch niet goed was gevallen en zo dacht iedereen van elkaar het zijne. Om ongeveer vier uur kwamen we aan in een dorpje van de Hill Tribe, de Karenstam. Dit dorpje bestaat uit 200 mensen, verspreid over de hele heuvel. Deze mensen wonen in houten en bamboehutjes en spenderen hun tijd door het verbouwen van rijst en groenten en het maken van souvenirs voor de voorbijtrekkende toeristen. In dit dorpje zouden we de nacht doorbrengen, ook in een bamboehut op een matje met een klamboe over ons heen.

Na wat gekaart en gelachen te hebben, hoorden we opeens een borrelend en krachtige echo door de vallei klinken. Wat bleek, Carol, de Amerikaanse dame van 63 liet wat overtollige lucht uit haar mond ontsnappen. Bij iedereen viel toen het kwartje over de dader van het ratelende geluid van eerder die dag. Omstreeks zes uur had JoJo het eten bereid, een overheerlijke maaltijd bestaande uit rijst met curry en groenten. Hierna werd het kampvuur ontstoken en konden we warmpjes de avond doorbrengen (het was namelijk inmiddels berekoud geworden). De amerikaanse dames gingen al vrij vroeg slapen en om ongeveer tien uur hield de rest van de groep het ook voor gezien en kroop onder zijn klamboe om daar de nacht door te brengen. In onze hut aangekomen werden wij verrast door een ronkend en bulderend geluid wat leek op een zagend varken. Wat bleek, de Amerikaanse van 60 velde in haar slaap hele bossen, tot groot ongenoegen van de rest van de groep. Uit frustratie schreeuwde Stefanie midden in de nacht op het hards van haar kunnen: STOP IT!!!

De volgende dag gingen we na een goed ontbijt en de nodige souvenirs te hebben gekocht weer op pad om van de natuur te gaan genieten. Direct na vertrek schreeuwde Stefanie het uit van schrik. Wat bleek, Stefanie die bang voor slangen was, zag de eerste slang kruipen, een kleintje die niet giftig was. JoJo ving het diertje, waarna het geaaid werd door vele mensenhanden. Na dit avontuur trokken we verder richting onze lunchplek, steeds wachtend op de trage en al maar kwebbelende Carol en Marsha (kun je het hun kwalijk nemen, aangezien hun leeftijd) die ver achter ons liepen. Gedurende deze tocht praatte de rest van de groep over het gedrag van de Amerikanen en besloten we ze een bijnaam te geven: de BSF ladies (Burping, Snorring en Farting). We lunchten op een stijle heuvel met prachtig uitzicht over gezaaide slavelden, helaas lege rijstvelden en prachtige vergezichten.

Na de goede lunch gingen we weer op pad richting het volgende dorp waar we de nacht zouden doorbrengen. Dit keer niet op een heuvel, maar aan een grote rivier. Rond een uur of vier kwamen we aan bij het dorp wat bestond uit twee huisjes en een toiletgebouwtje. In het ene huisje woonde het gastgezinnetje en in het andere huisje sliepen wij. Na heerlijk gedoucht te hebben, met shampoo en al in de rivier, begonnen we weer met ons kaartspel en rond zes uur werden we opnieuw verrast door de kookkunsten van JoJo. ‘s Avonds genoten we opnieuw van de sterrenhemel en het kampvuur en leerden we JoJo de vogeltjesdans, terwijl hij ons de Changdans (de olifantendans) leerde. Al met al veel lol waar ook het gastgezin van genoot (een jongen van 27, een meisje van 23 en een meisje van 4). Om ongeveer tien uur hield iedereen het weer voor gezien en tot onze grote verbazing lagen de Amerikaanse dames niet overheersend te snurken. Na een koude nacht in het bamboehutje doorgebracht te hebben en een heerlijk ontbijt genuttigd te hebben, vertrokken we voor onze laatste dag jungle. De tocht leidde ons opnieuw langs een waterval en bracht ons uiteindelijk naar onze lunchplek, een restaurantje in een klein stadje (inmiddels buiten de jungle). Na de lunch stapten we in de auto en reed deze ons naar het olifantenkamp waar we op een heuse olifant gezeten en gereden hebben. Best wel een leuke ervaring, al is het zielig om te zien hoe deze beesten enkel gebruikt worden voor het vermaak van de toeristen en geketend en af en toe geslagen worden wanneer ze hun eigen zin doordrijven. Voorlopig een keer, maar niet weer.

Gelukkig hebben we wel een mooie foto als aandenken (niet de foto hierboven). Na deze ervaring stapten we opnieuw de auto in, nu naar de laatste activiteit van die dag en van de trekking: bambooraften. Na onze zwemkleding aangetrokken te hebben, stapten we op een bamboovlotje (vijf bamboestengels naast elkaar) en werden we over een af en toe wild stromende rivier geloodst. Uiteraard wordt je op zo'n tocht wel nat, zeker als je net als Sebastiaan naast het vlot in de rivier beland. Na een vermoeiende tocht die drie dagen duurde kwamen we met een voldaan gevoel terug bij ons guesthouse waar we afspraken om die avond te gaan eten (zonder de BSF ladies).

De volgende dag hebben we lekker uitgeslapen en zijn we Chiang Mai ingegaan voor een templetour. Deze tour bracht ons langs vele tempels, sommige heel verschillend, andere veel lijkend op elkaar. Na elke bouddha op de foto te hebben gezet waren we het behoorlijk zat en zijn we terug gegaan naar ons guesthouse om te genieten van het aanwezige zwembad.

De laatste dag offeren we weer aan jullie op om dit verhaal te schrijven, alle foto's te uploaden en willen we een pakket op gaan sturen naar huis. Morgen staat er opnieuw een reisdag op het programma. Eentje waarbij we na zes weken afscheid nemen van het mooie Thailand en ons de grens over begeven met Laos. Je bent er echter niet zomaar. We worden eerst om 11 uur opgehaald door een minivan die ons naar Chiang Khong brengt. Vervolgens loopt er (als het goed is) iemand met ons mee de grens over, die speciaal voor ons tweeen een half uur langer opengehouden wordt en vervolgens moesten we ons in het grensstadje aan de Laoszijde melden bij het kantoor van de Gibbon Experience. Dit is namelijk het volgende avontuur wat we gaan beleven. Een wilde tocht die drie dagen en twee nachten duurt. We vertellen er nog niet teveel over, maar jullie kunnen het opzoeken op Youtube. Je moet in ieder geval geen hoogtevrees hebben. Na deze drie dagen vervolgen wij onze tocht per slow boat naar Luang Prabang. Deze tocht duurt twee dagen. Vanuit Luang Prabang zullen we proberen om een nieuw verhaal op de weblog te zetten, maar het zal afhangen van het soort visum dat we aan de grens kunnen krijgen hoe lang het verhaal zal worden. Oh ja voordat we het vergeten nog een persoonlijke update!

Met Sebastiaan gaat alles volgens schema, de muggen hebben hem alleen flink te grazen genomen in de villages. Verder geen noemenswaardige heimwee perikelen en vreest de hoge hoogtes van de Gibbon, maar kijkt er wel naar uit!

Maurits maakt het ook goed. Na een aantal zeer brakke nachten heeft hij afgelopen nacht eindelijk weer eens goed geslapen! De heimwee naar Marjolijn begint steeds meer zijn plekje te krijgen en ook kijkt hij uit naar het bezoek van zijn ouders die afgelopen week hun reis hebben geboekt. Dit duurt echter nog drie maanden.

Hopelijk tot volgende week!

Groetjes Sebastiaan en Maurits

Strand, Leonardo Dicaprio en thaise masseurs

Lief dagboek,

Eerste kerstdag 2009. Dit jaar stond er geen flappie op het menu, maar we besloten eens flink uit te pakken met een groot diner in een 'luxe' restaurant aan zee.

Het menu bestond uit een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht! Iets wat we al heel lang niet meer gedaan hadden. Als voorgerecht hadden we een garnalencocktail op Thaise wijze (veel sla, veel saus, weinig garnalen). Het hoofdgerecht bestond voor Maurits uit geroosterde eend met sinaasappelsaus en Sebastiaan had gebraden biefstuk met championsaus. Na een maand Pad Thai, kip en rijst gegeten te hebben was het een verademing om eens luxe uit te pakken! De eend en het biefstuk waren heerlijk mals en het leek alsof er een engeltje over onze tong pieste. Het was tenslotte kerst en we besloten daarom het diner nog maar eens feestelijk af te sluiten met een heus dessert, wat bestond uit geflambeerde bananen met bananenlikeur en daarbij geserveerd met huisgemaakte vanilleroomijs (althans ze zeiden dat het huisgemaakt was). Een goede maaltijd sluit je af met een kopje koffie, dus dat ontbrak ook niet vanavond. Met een volle maag en een voldaan gevoel (geen kerstgevoel) lagen we om een uurtje of 12 op bed. We waren per slot van rekening al vroeg opgestaan om mooie foto's te schieten en jullie een vrolijk kerstfeest te wensen.

Tweede kerstdag kwam pas laat op gang. Na een nachtje lekker geslapen te hebben besloten we de rest van de dag door te brengen op het strand in de zon. We moeten er tenslotte van genieten als je met kerst geen sneeuw hebt. De kerstdagen vlogen voorbij (zonder ook maar een kerstnummer gehoord te hebben, op die ene fluitenverkoper op het strand na dan). Het einde van het jaar naderde al en de dagen richting oud en nieuw hebben we vrij eentonig doorgebracht. Om jullie een indruk te geven van onze dagindeling volgt hier een overzicht:

  • 10:00 uur - opstaan
  • 10:30 uur - ontbijten
  • 11:00 uur - insmeren met zonnebrand
  • 11:15 uur - op het strand gaan liggen
  • 11:16 uur - omdraaien
  • 11:17 uur - nogmaals omdraaien (is immers erg warm hier in Thailand)
  • 11:18 uur - in slaap gevallen
  • 12:00 uur - rood wakker worden
  • 12:01 uur - de zee in rennen om af te koelen
  • 12:01 uur - 18:00 uur - ritueel herhalen
  • 18:15 uur - biertje drinken op terras
  • 18:45 uur - douchen
  • 19:30 uur - richting restaurantje lopen
  • 19:40 uur - eten in restaurant
  • 21:00 uur - thuis (in guesthouse dan, maar dat begrepen jullie al)
  • 21:15 uur - muziek luisteren, film kijken en in slaap vallen

Bovenstaand schema geldt voor alle dagen op Koh Samui (tot en met 1 januari).

Oudjaarsdag bestond uit hetzelfde ritueel als hierboven beschreven. Echter vanaf vijf uur hebben we de dagplanning iets aangepast. We zijn naar een internetcafe geweest om te mailen en te skypen met familie. Vervolgens zijn we de stad ingeweest om wat vuurwerk te scoren voor vanavond. Uiteindelijk hebben we voor zo'n veertig euro aan siervuurwerk gekocht (een pot met 88 shots en 6 kleine potten). Bepakt en bezakt zijn we om een uurtje of acht in een restaurantje gaan zitten waar we gegeten hebben van een barbequebuffet en met de nodige drankjes gewacht hebben op het moment supreme. Rond half twaalf zijn we de drukte op gaan zoeken en zijn we naast een drukke discotheek gaan zitten en gaan aftellen naar het nieuwe jaar. Anders dan thuis in Nederland zit je niet voor de buis met de familie af te tellen tot twaalf uur, maar trek je naar het strand (de thai etent, de westerlingen drinkend) en hang je wat rond. Aftellen moet je zelf doen (geen klok te vinden op het hele eiland niet) en iedereen begint tussen vijf voor twaalf en vijf over twaalf met het afsteken van vuurwerk. Gelukkig zijn wij nog bij de tijd en hebben we precies gewacht tot klokslag 00:00 uur met het elkaar wensen van het nieuwe jaar (kan ook minuutje eerder of later zijn geweest). Ondertussen hebben we genoten van het vele vuurwerk dat ontstoken werd (gaat er eventjes iets harder aan toe dan in Nerderland, maar is net zo snel weer afgelopen). Om half een waren er alleen nog maar verdwaalde vuurpijlen in de lucht te zien. Het moment om ons vuurwerk eens af te steken en de Thai te laten zien hoe het echt moet. Met onze pot van 88 shots op de rug hebben we een kleine opening weten te bemachtigen op het strand. Na de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te hebben, hebben we op geheel veilige wijze het lontje ontstoken. Wat volgde was een minuut lang een kakafonie van kleuren, knallen en figuren welke elk werden opgevolgd door een hoop gejuich en geklap van omliggende Thai. Gelukkig voor jullie hebben we dit verschijnsel vastgelegd op video en hopelijk komt deze ook op de weblog te staan. Na het harde werken besloten we nog maar eens een biertje te gaan drinken (de ladyboys ontwijkend) en ontstaken we onze ingeslagen nieuwjaarssigaren. Ondertussen kwam een Thais ventje van een jaar of zes naar ons toegelopen en probeerde ons een geluksballon aan te smeren. We hadden al eens een Thai of honderd afgewimpeld die per ballon zo'n 200 baht vroegen. Dit jongetje vroeg slechts twintig baht en wij keken elkaar vertwijfeld aan 'was dit een verkooptruc?' Maar we konden toch zijn aanbod niet weigeren (zie foto) en besloten de spaarpot van het jongetje (of zijn moeder) te vullen. De ballon was reeds uit het zicht verdwenen toen opeens het jongetje met zijn moeder naar ons toekwam gespurd. Wat bleek, het ventje had ons de ballon niet voor 20 baht, maar voor minstens 50 baht moeten verkopen...of we dat nog even wilden lappen! Ach, het is nieuwjaarsdag en het geld groeit ons nog op de rug, dus laten we maar eens over ons hart strijken. Toch slim om je kind in te zetten voor het verkopen van een ballon, zo wind je de westerlingen toch wel om je vinger.

Rond een uur of twee ging het lampje bij ons uit en vertrokken we richting het guesthouse. Inmiddels was er geen Thai of westerling meer te zien op het strand.

Nieuwjaarsdag kwam wederom laat op gang (behalve voor Maurits die om 6 uur Thaise tijd, 12 uur jullie tijd nog wat smsjes wilde versturen) en werd weer gevuld door het eerder beschreven ritueel met als enige toevoeging dat we savonds de tassen weer hebben ingepakt.

Op 2 januari stond weer een reisdag op de planning. Vandaag zouden we van de oostkant van de Zuidkust van Thailand verhuizen naar de westkust van de Zuidkust van Thailand (begrijpen jullie het nog?) Iedereen zei dat het aan de westkant heerlijk weer moest zijn in vergelijking met de oostkant, dus met goede hoop gingen wij op pad. Om 8:30 stapten we bij ons guesthouse in een minibus (propvol met tassen en westerlingen) op weg naar de pier waar we om 10:00 uur de ferryboot moesten hebben naar Suratthani. Natuurlijk vertrok de boot een kwartier later (dus op tijd!). Om 11:30 kwamen we aan op het vasteland van Thailand en ons werd verteld dat we een kwartiertje moesten wachten op de bus die ons verder zou brengen naar onze eindbestemming Krabi. Na een kwartiertje wachten...geen bus...na een half uurtje wachten...geen bus...na driekwartier wachten...een bus!! Wat bleek, niet onze bus. Na nog een kwartiertje wachten...weer een bus, weer niet onze bus. Maar gelukkig na nog een kwartiertje wachten kwam dan eindelijk onze bus aanrijden. Een prachtige bus beschilderd in kleuren waarvan je de naam niet kunt noemen, van binnen beplakt met pastic en rijkelijk versierd met gehaakte bloemkleedjes en weer evenzoveel kleuren als op de buitenkant. De bus zat erg relaxed met heerlijke airco, lekkere stoelen en genoeg beenruimte! Deze busreis zou ons binnen drie uur naar Krabi brengen, waar we om ongeveer drie uur smiddags aan zouden moeten komen. De film was driekwartier bezig toen opeens de bus langs de kant van de weg stopte. In een restaurantje moesten onze kaartjes opeens gecontroleerd worden (gebeurt hier altijd ergens halverwege een busreis ipv vooraf). We zouden ongeveer veertig minuten stoppen, wat een uur werd. Toen werden opeens alle tassen uit de bus geladen en reed de lege bus terug naar Suratthani. Daar stonden we dan in de middle of knowhere (weten nog steeds niet waar dat was). Gelukkig waren we niet de enige gestrande toeristen, maar iedereen met de bestemming Krabi keek elkaar vragend aan wat er nu zou gebeuren. Gelukkig kwam de eigenaar van het restaurant naar ons toegelopen, niet om ons te informeren, maar om te tellen met z'n hoevelen we naar krabi zouden gaan. Wij dachten...'ok, er zal zo wel een nieuwe bus komen', maar nee...geen bus. Een taxi werd gebeld en met een vlugge blik op het aantal toeristen dat stond te wachten om naar Krabi te gaan, telden we al snel 12 toeristen die allemaal met deze ene taxi mee moesten (en dan hebben we het nog niet eens over hun bagage). Kijk zelf de foto's maar, die zeggen meer dan woorden.

Gelukkig werd ons beloofd dat dit ritje niet langer zou duren dan vijf minuten en wat bleek, de rit duurde niet langer dan vijf minuten (voor het eerst in de geschiedenis van Thailand). Een andere bus stond ons op te wachten in het centrum van het onbekende stadje. Deze bus was niet zo kleurrijk, niet zo mooi en had geen beenruimte. Gelukkig waren we maar met z'n 12en en kon iedereen twee stoelen bezetten. Dachten we. Het wachten begon en de bus werd steeds voller en voller. Uiteindelijk toen echt de laatste stoel vergeven was en de klok inmiddels 16:00 uur had geslagen vertrok de bus eindelijk richting (hopelijk) Krabi. Na bijna 2,5 uur rijden kwamen we aan in het 'busstation' van Krabi, eigenlijk niets meer of minder dan een autokerkhof vol met bussen en een overdekt bureautje waar Thai probeerden de net gearriveerde toeristen een guesthouse aan te smeren. Gelukkig hadden wij in onze lonely planet een guesthouse gevonden die ons wel mooi leek. Een Thais vrouwtje (van een van de bureautjes) belde voor ons het guesthouse, maar helaas deelde zij ons mee dat de guesthouse naar onze keuze al volgeboekt was. Uiteraard kon zij een ander guesthouse aanraden en wij besloten maar (gezien de tijd) in deze fuik te lopen (voor in ieder geval een nachtje). Een taxibusje zou ons binnen vijf minuten naar het guesthouse brengen en de 'behulpzame' Thaise vrouw reed met ons mee. Wij dachten 'wat een service'. Maar wat bleek, het guesthouse was van haar. Gelukkig zag het er allemaal schoon en mooi uit en was de prijs/kwaliteit verhouding mooi in evenwicht. Toch besloten we dezelfde avond Krabi maar eens door te lopen of er nog goedkopere guesthouses te vinden waren. Na zo'n vijf guesthouses gezien te hebben gaven we de hoop op en besloten we in het huidige guesthouse te blijven. De eigenaresse van het guesthouse vroeg ons gelijk naar onze plannen in en rond Krabi en probeerde ons allerlei excursies aan te smeren. Na een maandje Thailand zijn we echter niet op ons achterhoofd gevallen en we besloten de volgende dag maar eens her en der naar prijzen te informeren.

De dag na de reisdag zijn we dus maar naar de TAT gegaan, de Thaise VVV en hebben we ons laten informeren over mogelijkheden en prijzen van excursies rond Krabi. Het aanbod van ons guesthouse leek zo gek nog niet en de prijs was een stuk lager dan elders. We besloten een excursie naar Koh phi phi te boeken wat we de volgende dag zouden doen. In de TAT werd ons ook verteld dat er een tempel 8 km van Krabistad was en dat deze de moeite waard was om te bezoeken. Om deze dag niet zinloos voorbij te laten gaan, zijn we per taxi naar deze tempel gereden. Direct na aankomst vonden we het bezoek al de moeite waard. Het was een mooie omgeving met veel loslopende apen. Na een afdaling richting de monnikengrotten besloten we het hoger op te zoeken en de daadwerkelijke tempel die boven op een berg lag te gaan bekijken. Was tussen ons en de tempel lag waren slechts 1237 traptreden. Een aantal waar je in Nederland van zou denken dat het makkelijk te doen is. Na traptreden 98 brak het zweet ons al uit en moesten we onze eerste stop al maken. De trappen liepen zo stijl op dat je je als het ware langs de reling omhoog moest trekken om op de volgende trede terecht te komen (snappen nog steeds niet dat die Thai dat met hun korte beentjes lukt).

Na veel zweten, zwoegen en ploeteren kwamen we na 1237 treden moe en bezweet bij de tempel aan. Het uitzicht was gelukkig de moeite meer dan waard. Je had een mooi uitzicht over Krabi stad, de zee en veel mooie bergen die als torenflats rechtomhoog uit het landschap komen zetten. Genietend van het uitzicht slaakte Sebastiaan opeens een kreet van angst... wat bleek uit zijn linkerooghoek zag hij een donkere, dreigende (nee, geen crimineel) lucht aankomen. En ons was nog wel verteld dat het aan de westkant van de zuidkust van Thailand prachtig weer zou zijn en dat de moesson al lang geweest was. Enkele seconden later werd de donkere dreigende lucht vergezeld door bulderende en knetterende donder en bliksem (en dan sta je daar boven op die berg met 1237 traptreden tussen jou en de grond). De bui barste los en alle mensen die op de top van de berg waren renden naar de kelder van de tempel en probeerden tegen elkaar aangedrukt te schuilen voor het noodweer. Ondertussen kwamen er ook nog steeds mensen zeiknat boven, omdat er nergens op de lange weg omhoog een schuilplaats te vinden was. Na een klein half uurtje was de bui weggedreven en begonnen wij aan de afdaling. Niet zomaar een afdaling, maar een om pijn van in je kuiten te krijgen. Onderweg naar beneden besloten we om die avond ons te trakteren op een heerlijke thaise massage die de spierpijn de volgende dag wel moest verlichten. De avond was aangebroken en wij gingen zoals gezegd op zoek naar de thaise massagesallon. Natuurlijk als je er een zoekt, kun je er nooit een vinden. Na een uur rondgedwaald te hebben, stapten we dan eindelijk een sallon binnen en ging de eigenaresse druk bellen om masseurs op te trommelen, wij verheugden in de tussentijd op het feit om door een mooie thaise vrouw heerlijk een uur onderhanden genomen te worden (Marjolijn, je hoeft niet jaloers te worden). Nadat ze de telefoon had neergelegd wees ze ons naar achteren in de zaak waar we onze kleren uit moesten trekken en een of andere thaise 'broek/lap/stof' om ons heen moesten knopen. Toen Maurits zich aan het omkleden was, was Sebastiaan z'n masseur inmiddels gearriveerd. Wat bleek het was geen mooie Thaise vrouw, maar ook geen man. Het was een vriendelijke, vrolijke, zachtaardige jongeman die zich al weken aan het verheugen was om een knappe lange rijke westerse jongen onder handen te nemen. Hij gebood Sebastiaan gelijk te gaan liggen en zonder dat Sebastiaan de kans kreeg zich te bedenken lag hij al op een matras en zat de vriendelijke, vrolijke, zachtaardige jongeman bovenop hem en met zijn iets minder vriendelijke handen begon hij hem onderhanden te nemen. Intussen was Maurits omgekleed en ook gaan liggen en had hij geluk dat hij onderhanden werd genomen door een Thaise schone (van 50 jaar). Maurits lag heerlijk te genieten toen hij naast zich het gekreun hoorde van Sebas die inmiddels met zijn hiel zijn achterhoofd raakte: 'hoort je lichaam dit te kunnen Maurits? Het doet namelijk best wel pijn'. Nadat ieder ledemaat (ja ook de rond de intieme) onderhanden was genomen vroeg de masseur of we nog een half uur langer wilden genieten van het schouwspel. Sebastiaan echter brak het zweet al uit bij de gedachte om nog dertig minuten langer in de verschillende kamasutrastanden en wurggrepen te moeten liggen van deze thaise beul. De massage werd afgesloten met het kraken van de rug waarbij de masseur met zijn volle gewicht op Sebas z'n rug ging hangen en zijn rug naar beneden werd geduwd. Deze neergaande beweging werd bruut verstoord door het enorm gekraak, waarvan Maurits dacht dat Sebas z'n rug was gebroken. Echter was Sebas ongedeerd, maar was de Thaise masseur door al zijn krachtinspanning finaal uit z'n broek gescheurd. Wat volgde was een tienminuten durende slappe lach salvo van alle partijen en een ervaring om nooit te vergeten. Gelukkig was het uur hierna snel ten einde en konden we buiten weer opgelucht ademhalen. Sebas had de Thaise versierporging afgewimpeld en met een vreemd gevoel in de maag en opkomende spierpijn hervatten we onze weg naar een restaurant waar we het uur nog maar eens overdachten.

De volgende dag (maandag) stond zoals gezegd de excursie naar Koh Phi Phi op het programma. Om acht uur werden we met een taxi opgehaald bij het guesthouse en werden we naar AoNang gereden (de kustplaats van waaruit de excursie plaats zou vinden). In AoNang aangekomen werden we opgewacht door de luidruchtige Mr. Soon, onze reisleider van de dag die jullie trouwens allemaal een gelukkig nieuwjaar wenst (heeft hij wel 30x herhaalt die dag). Toen alle personen van de tour waren gearriveerd, zo'n dertig man, werden we naar de speedboot geleid die ons de hele dag zou vervoeren. Onze eerste stop was monkey bay, een plek waar we konden snorkelen en aapjes konden kijken op het parelwitte strand. Echter hadden wij die dag ervoor al genoeg apen gezien bij de tempel en concentreerden wij ons meer op het snorkelen. Na zo'n dertig minuten gingen we weer verder de zee op en vaarden we langs de viking cave waar ooit de vikingen enkele kladjes op de muur hebben getekend. Hier mochten we echter niet in omdat er een of andere dodo aan het paren was. De volgende stop was het welbekende Maya beach, dit is de plek waar Leonardo di Caprio zijn dagen heeft gesleten in de film the beach. Echt een prachtige plek, alleen wel een beetje toeristisch, zie foto's en video.

Na een half uurtje te hebben rondgelopen vertrokken we richting Koh Phi Phi waar we een uitgebreid bescheiden thais buffet voorgeschoteld kregen. Met de helft van onze maag gevuld hebben we na het eten nog wat rondgelopen langs de baai en vonden we een pannenkoekenkraam en besloten hier onze tiende pannenkoek van de reis te eten. De volgende stop op het programma was midden op zee, aangezien een irritant Nederlands stel diepzee wilde snorkelen (niet dat je uberhaupt iets kan zien). Gevolg was dat de 27 andere mensen op de boot met een grote frons op het gezicht het schouwspel van de drie nederlandse gezinsleden op zee aanschouwden. Uit hun gezichten was hun gedachte duidelijk te lezen: 'Mr. Soon, vaar aub direct door en laat deze mensen hier achter'. Hopelijk komen we niet teveel Nederlanders meer tegen tijdens onze reis, want je kunt je er flink aan ergeren. De laatste stop van de dag was bamboo island waar we ongeveer een uur lang onze snorkelskills konden verbeteren en ook nog even ons achterwerk in het parelwitte zand konden laten vallen. Rond drie uur kwam een hysterische Mr Soon al blazend op z'n fluit aangerend en moesten we als de wiedeweerga naar de speedboot want er zat noodweer op zee (leve de mensen die ons verteld hebben dat het hier mooi weer was). Na ongeveer een half uur varen met de speedboot begon het inderdaad te regenen. Eerst zachtjes, toen iets harder en daarna een tropische stortregen, compleet met onweer (op ongeveer 2 km afstand). Lekker als je midden op zee zit! Na een uur in de regen gevaren te hebben, kwamen we weer terug in AoNang en zochten we in de nog steeds stromende regen onze wachtende taxi op en als tien verzopen katten zaten we in de bak van de open taxi (met alleen een klein dakje erboven) nog natter te worden. Na dik een half uur rijden waren we dan eindelijk terug bij onze guesthouse waar we ons voor het eerst in deze reis trakteerden op een heerlijke hete douche. Dit hadden we wel verdient na het lijden van deze dag. De regen hield nog steeds aan en pas in de loop van de avond klaarde het een beetje op.

Dinsdag besloten we na het ontbijt ons heil te zoeken in Railey beach, het dichtsbijzijnde strand hier in Krabi, echter gaan hier geen auto's heen, dus ben je genoodzaakt je vervoersmiddel te zoeken in een longtailboot (klein houten bootje met een grote herriemotor achterop). Na ongeveer drie kwartier varen, wat trouwens een prachtig uitzicht gaf op de kust van de westkust van de zuidkust van Thailand kwamen we aan in Railey beach, wat eigenlijk niet meer is dan een groot aantal resorts aan elkaar vastgeplakt, drie stranden daaromheen en een hele hoop toeristen. Echter waren de stranden wel in een mooie omgeving gesitueerd en waren ze hagelwit.

We zijn na aankomst eerst maar eens gaan lunchen in een van de dure resorts en na een goed half uur, geloof het of niet...begon het weer te regenen...lang leve de mensen die ons verteld hebben dat het aan de westkant van de zuidkust van Thailand mooi weer zou zijn!! De stranden liepen leeg en wij besloten ons handdoekje in de stromende regen gewoon maar neer te leggen. Toen we op een gegeven moment nog natter waren geworden van de regen dan de zee, besloten we te gaan schuilen onder een van de vele palmbomen op het strand. Helaas bleef het heel de middag regenen en klaarde het pas rond vier uur een beetje op. Om vijf uur namen we de boot terug en om een uurtje of zes waren we terug in Krabi. Onderweg begon het natuurlijk weer te regenen. 's avonds hebben we onze tijd gevuld met het zitten tussen gamende thai in een internetcafe, want het was inmiddels alweer bijna een week geleden dat we online waren geweest.

Vandaag, woensdag, staat volledig in het teken van jullie, want het schrijven van deze sappige verhalen kost best wel veel tijd (zo'n 4 uur). Maar we hebben het gelukkig wel voor jullie over en vinden het leuk om alles nog een keer te beleven. Vandaag doen we voor de rest rustig aan en sluiten we de dag af met het inpakken van onze tassen, want morgen hebben we weer een reisdag voor de boeg. We hopen morgen met de bus van Krabi naar Suratthani te reizen om daar om 18:00 op de slaaptrein richting Bangkok te stappen. In Bangkok komen we in de vroege ochtend aan en zijn we van plan direct door te reizen naar de nabijgelegen plaats Ayuthaya (tempelhoofdstad van Thailand). Hier verblijven we een nacht en de volgende dag reizen we door naar Lop buri waar we welgeteld vier uurtjes verblijven om een apentrek van de ene kant naar de andere kant van de stad mee te maken. Die avond stappen we wederom op een nachttrein en worden we sochtends wakker in het noorden van Thailand: Chiang Mai. In deze omgeving verblijven we de laatste week van ons bezoek aan Thailand en hebben we een hoop activiteiten op het programma staan, zoals een heuse driedaagse jungletrekking! We kijken naar uit zolang er maar geen traptreden in de jungle aanwezig zijn. Ons volgende verhaal zal vanuit deze stad geschreven gaan worden.

Nog eventjes persoonlijk over onszelf. Maurits maakt het nog steeds goed. Voor zijn gevoel is hij alleen tien kilo lichter dan toen hij aan de reis begon (broeken beginnen af te zakken, ribben worden zichtbaar, wangetjes verdwijnen, maar volgens sebas valt het allemaal wel mee, we zijn nog steeds op zoek naar een weegschaal om het eens eventjes te checken). Met het missen van Nederland valt het allemaal wel mee. Hij is nog steeds geen leuker meisje tegengekomen dan Marjolijn (en gaat hem ook zeker niet lukken).

Sebas is herstellende van zijn thaise massage ervaring, wordt af en toe nog snachts wakker, schreeuwend: 'blijf van me af, vriendelijke, vrolijke, zachtaardige jongeman' Maar gelukkig heeft hij Maurits om hem te kalmeren. Verder is er van heimwee geen sprake en denkt hij zelfs na om te emigreren naar Thailand.

Wij wensen jullie tevens nog een heel gelukkig nieuwjaar, vol voorspoed en liefde en wachten vol spanning op jullie reacties die wij in Chiang Mai zullen lezen.

Groetjes,

Sebastiaan en Maurits