Diepe kraters, harde regen en heftige onderhandelingen
Lief dagboek,
Wederom willen we jullie bedanken voor de reacties op ons vorige verhaal en de geplaatste foto's. We beseffen nog steeds dat het lezen van onze verhalen een hoop tijd kost en vinden het bijzonder dat jullie keer op keer de moeite nemen deze tijd op te offeren onder het genot van een kopje koffie thuis of een lekker bakkie onder werktijd. We hopen dat jullie het nog eventjes vol weten te houden want het einde komt voelbaar nader.
Ons vorige verhaal sloten we af in Yogjakarta en we schreven dat we hier nog een aantal daagjes zouden doorbrengen. De dag na het schrijven van het verhaal hebben we vooral geprobeerd de foto's te uploaden, maar of dat het nou kwam door de zware regenval of de trage internetverbindingen in Yogjakarta, heeft het ons zo'n beetje de hele dag gekost om alles online te krijgen. De rest van de dag hebben we weinig bijzonders gedaan, behalve dan dat we hebben moeten schuilen voor de regen dat met bakken uit de hemel kwam en dat we op die manier overdekt Yogjakarta hebben verkent.
De volgende ochtend stonden we niet al te laat op, omdat we nog wel iets wilden doen vandaag, namelijk een bezoek afleggen aan Kota Gede, de zilverstad (wijk) van Yogjakarta. In deze wijk hoopten we een kijkje te krijgen in het proces van zilversmeden en alvast een indruk te krijgen wat er op zilvergebied te krijgen is. Maar eerst wilden we nog een driedaagse tour naar de Bromo vulkaan en het Ijenplateau vastleggen. Na het boeken van deze tour lieten we ons per becak (fietstaxi) vervoeren, iets wat we sinds Lop Buri (Thailand) niet meer hadden gedaan. Na een half uur zwaar ploeteren, niet van ons maar van de becakchauffeur kwamen we aan bij de eerste zilverwinkel van de wijk. Het was een winkel van boven ons budget, maar we besloten toch maar een kijkje te nemen om de becakchauffeur niet teleur te stellen en hem te laten genieten van een kleine pauze. Vijf minuten later stonden we alweer buiten, zonder uiteraard iets gekocht te hebben en reed onze chauffeur ons naar de volgende zilverwinkel toe. Vlak voordat we bij de tweede winkel aankwamen verzocht de chauffeur ons vriendelijk om uit te stappen, het was niet dat hij ons zat was, maar voor ons lag een helling die zijn arme kuiten niet aankonden.

Nadat we gezellig met z'n drieen naar boven gelopen waren en we weer konden instappen reden we in korte tijd naar de tweede winkel. Deze winkel had wederom veel mooie prullaria, echter vonden we hier nog steeds niet wat we zochten, namelijk een kijkje in het zilversmeedproces. We besloten toen onze bijbel maar eens te raadplegen en vonden daarin een adres waar als het goed is een gratis rondleiding wordt gegeven en uitleg gegeven wordt over alles wat zich daarbinnen afspeeld. Onze becakchauffeur kende het adres en een klein kwartier later zette hij ons voor de deur af. We konden hier inderdaad een rondleiding krijgen en een vriendelijke Indonesische dame vertelde ons in het daaropvolgende kwartier in redelijk Engels hoe het proces zich afspeelde. Helaas moesten we wel een beetje onze verbeelding gebruiken aangezien niet alle procesdelen actief bezig waren met hun werk aangezien iedereen buiten zat te lunchen. Maar op een lege maag kan natuurlijk niet gewerkt worden. Toch wist de vriendelijk Indonesische dame drie mannen te vinden die wel wilden demonstreren hoe ze hangertjes aan zilveren sieraden maakten en het zilver polijsten. Dit gebeurt trouwens met een tropische vrucht en een tandenborstel, dus mensen in Nederland heb respect voor de zilversmeden, maar probeer het gerust eens thuis met een tandenborstel en een blikje tropische cocktailvruchtjes. Het oog van een van de mannen viel op de doffe vriendschapsring van Maurits die hij samen met Marjolijn had aangeschaft bij hun drie maanden (?). Door al het zweten en vuil had deze zijn glans verloren en de man vroeg of hij hem ter demonstratie mocht oppoetsen. Ook al hecht Maurits veel waarde aan zijn ring, het is nog geen trouwring, dus wilde hij de gok wel nemen dat het ding niet foeilelijk uit de strijd zou komen. Maurits dacht dat hij de colgate tandenborstel zou gebruiken om zijn stuk edelmetaal te laten blinken. Echter toen de man de ring in handen had, pakte hij zijn botte aardappelschilmesje en met een stukje vrucht begon hij heftig met het mesje over de ring te schrapen. Na heel van geschraap spoelde de man het sop van de ring. Maurits bleek goed gegokt te hebben en de ring blinkt weer als tevoren (op de kleine krasjes die het aardappelschilmesje daar hebben achterlaten na dan).

Na dit bezoek lieten we ons opnieuw in de becak zakken en in een half uurtje reden we terug naar het centrum van de stad. De chauffeur was blij ons weer af te zetten, want hij had behoorlijk afgezien. Maar goed, hij kreeg er dan ook tachtig cent voor van ons. De volgende keer bedenkt deze man zich waarschijnlijk wel twee keer voordat hij twee lange Nederlandse mannen mee zal nemen naar de zilverstad. De rest van de middag schoten we nog wat foto's van de stad, heeft Sebas zijn voetbalkennis (NOT) geoefend met een van de 'ah you are from Holland' mannetjes (Do you know van Nistelrooij? Van Persie? Robben? Beckham?) en zijn we op t-shirtjacht geweest voor Maurits.

's Avonds genoten we van onze laatste avond in Yogjakarta en hebben we nog maar een hoogtepunt beleefd, namelijk de kreet van Sebas tijdens het eten, waarbij hij spontaan het bestek op tafel neergooide. Nee, er was niks mis met het eten, maar er rende een rat zo van de stoep over zijn rechtervoet door het gat in de muur naast ons. De rest van de maaltijd ging over ratten en werd er veelvuldig onder de tafel gekeken. Als laatste van die avond pakten we onze tassen in en maakten we ons klaar om Yogjakarta te gaan verlaten.
De volgende ochtend werden we om acht uur opgehaald bij de receptie van het hotel. Het minibusje dat ons ophaalde zou ons in elf uur naar Cemoro Lawang voeren waar ons bedje gespreid zou staan voor die nacht. Toen we in het busje stapten zat er al een ander stel in en onderweg de stad uit pikten we nog drie andere mensen op. Toen we bijna de stad uit waren begonnen de twee Indonesiers voorin ruzie te maken en keerden het busje. Wat bleek we waren nog twee mensen vergeten op te halen. Zij stonden ongeduldig te wachten voor hun hotel en met z'n negenen zetten we opnieuw koers richting de eindbestemming van die dag. Na goed twee uur gereden te hebben was de chauffeur de stilte in het busje zat en gooide een van zijn (waarschijnlijk zeer) weinige cd's erin en kwamen de vrolijke tonen van de oude gouden negentiger jaren hits ons uit de boxen tegemoet schallen. Toen we heel wat backstreetboys, spicegirls en westlife hadden gehoord, kwam het mooie nummer 'Kiss the rain' van een voor ons onbekende artiest. Op zich geen slecht nummer maar op een of andere wijze had de cd speler zich ingesteld op repeat en werd het desbetreffende nummer zo'n 15 keer achter elkaar afgespeeld. Sebas die zich steeds meer begon te ergeren was het bij de begintonen van herhaling nummer 16 zo zat dat hij de stilte, op de muziek na dan, in de bus doorbrak en met verheven stem duidelijk maakte dat de chauffeur toch echt de muziek moest stoppen of het knopje 'next' in moest drukken. Iedereen schrok uit zijn slaap wakker en vroeg zich af wat deze jongen tegen muziek had, maar hij klonk zo geirriteerd dat de muziek volledig werd uitgezet en we in stilte verder konden genieten van de lange busrit. De rit leidde ons van het drukke midden-java naar het nog steeds drukke oost-java waarbij de natuur steeds mooier werd. Na acht uur in het busje te hebben gezeten kwamen we aan in Probolingo. Hier stond het kantoor van de touroperator. We kregen hier een uitleg van het programma voor de komende dag en werden we vriendelijk verzocht over te stappen in een andere bus omdat de buschauffeur niet langer dan acht uur per dag achter het stuur mocht zitten. In de stromende regen zetten we vervolgens koers naar Cemoro Lawang. De drukke weg lieten we al snel achter ons en we vervolgden onze weg over hobbelige half verharde en half onverharde wegen. Het werd al snel donker en het busje kreeg moeite met het bergachtige landschap waardoor we op vol toeren vermogen de bergen op en af reden. Na nog eens vier uur te hebben gereden kwamen we om acht uur 's avonds aan bij ons hotel aan de voet van de Bromo vulkaan. Helaas konden we niets van de omgeving zien omdat het al pikdonker was. De kamer waar we in verbleven was boven verwachting goed, met twee royale bedden met dekbed!, televisie en een badkamer met warm water. Voordat we van deze luxe gebruik gingen maken besloten we nog snel een hapje te eten in het restaurant, want ondanks dat je weinig doet op zo'n reisdag maakt zo'n busje je wel hongerig. Omdat het de volgende dag alweer vroeg ochtend zou zijn voor ons, besloten we op tijd naar bed te gaan en nog een redelijke nachtrust te pakken.
De volgende ochtend stond om drie uur de wekker te rinkelen en met tegenzin maakten we ons klaar voor het programma van die ochtend. Om half vier stonden we in een koude buitenlucht in het donkere Cemoro Lawang te wachten op onze jeep die ons naar een uitkijkpunt zou brengen van waarvandaan je een mooie zonsopkomst kon zien en een mooi uitzicht had over de Bromo vulkaan. Om vier uur kwam dan eindelijk de jeep en reden we over slecht terrein met stijle en scherpe bochten over het vulkanische landschap. Het laatste stukje moesten we lopen en aan het einde vonden we de mensenmassa die samen met ons zou genieten van deze ervaring.

We moesten nog drie kwartier wachten voordat de zon haar gezicht liet zien en konden maar met moeite mooie foto's schieten vanwege de opdringerige en egocentrische medetoeristen die het beste plekje opeisten. Desondanks was het een mooi gezicht, ook al was het niet de mooiste zonsopkomst vanwege de bewolking.

Na dat de zon was opgekomen zetten we koers terug richting de jeep die ons een stukje terug zou rijden naar de zandvlakte aan de daadwerkelijke voet van de Bromo.

Naast een mooi uitzicht vanaf deze plek zouden we per paard of per voet naar de krater van de vulkaan kunnen lopen om vanaf daar een blik te werpen in de diepte. Ondanks het vroege tijdstip en het feit dat we nog geen ontbijt op hadden vonden we zelf de energie om naar boven te lopen en lieten we de paardjes staan voor de wat meer luie Aziatische toeristen. De omgeving van de krater was erg mooi, een plek waar je gerust nog wat langer zou kunnen doorbrengen, maar om half acht besloten we toch maar terug te gaan naar de jeep die ons terug zou brengen naar ons hotel.

In het hotel aangekomen werd ons meteen gevraagd of we liever roerei, een omelet of een gebakken ei wilden en of we liever koffie of thee lusten. We genoten even van de luxe van een redelijk hotel en na het ontbijt pakten we onze tassen weer in en stonden we om half tien te wachten op het busje dat ons verder zou vervoeren. Wat volgde was weer een lange rit met opnieuw een overstap in Probolingo en na de uitleg voor de komende dag werden we weer een nieuw busje ingestuurd en reden we in 6,5 uur naar Sempol. De weg hiernaartoe begon wederom met drukte, maar na een paar uur rijden reden we door mooie groene landschappen en dorpjes waar mensen ons vrolijk begroeten en blij leken te zijn met onze komst. Het werd steeds schemeriger en ook de weg werd steeds van mindere kwaliteit, waardoor het busje moeite had ons voort te duwen. Rond half zes kwamen we dan eindelijk aan bij het hotel en werden we naar onze kamer verwezen. Deze was minder luxe dan de vorige nacht, maar niet beneden het niveau van waarvoor we normaal overnachten. Na wat gegeten en gedronken te hebben zochten we snel ons bed op om ons slaaptekort in te halen.
De volgende dag ging om vier uur alweer de wekker en maakten we ons opnieuw klaar voor een lange dag. Na een karig ontbijt wat uit niet meer bestond dan een kopje thee, een blauw gekookt eitje en een boterham met jam en hagelslag stapten we in de bus die ons in een uurtje naar de voet van de Ijen krater bracht. Vandaaruit zouden we drie kilometer moeten lopen om bij het kratermeer uit te komen. Dit meer zou met zijn felblauwe kleur een unieke foto moeten opleveren. Ook al was de tocht naar boven maar drie kilometer, het viel nog vrij zwaar met name omdat het halverwege ook nog begon te regenen waardoor we genoodzaakt waren voor het eerst in onze reis onze meegenomen Xenos wegwerp poncho's te gebruiken. Dit tot grote hilariteit van de vele Aziaten. Naast het feit dat de regen ons nat maakte zorgde het ook voor een slecht zicht. We hoopten maar dat het boven zou opklaren zodat we in ieder geval nog iets konden zien van het blauwe water. Boven aangekomen regende het nog steeds en was het een beetje een teleurstelling dat er weinig te zien viel.

Toen we aan het uitrusten waren van de klim ontmoetten we twee Nederlandse meisjes waarmee we aan de praat raakten over reizen, werk, toekomst en al het andere wat we gezien en beleefd hadden. Na vrij lang aan de rand van de krater te hebben staan praten en de regen was gaan minderen werden we toch nog getrakteerd, waarschijnlijk door een draaiende wind, op een mooi uitzicht over het turquoise blauwe meer.

Naast een unieke ervaring voor toeristen zorgt deze krater ook voor wat werkgelegenheid gezien hier op grote schaal zwavel gewonnen wordt. Deze wordt nog met mankracht naar boven en beneden gedragen. Het gewicht van deze manden met zwavel kan al gauw oplopen naar 70 kilo waardoor het zijn sporen na laat op de lichamen van deze kleine Aziatische mannetjes. Naast zijn kromme rug zie je veel vervormde schouderbladen en scheve nekken. Iets wat resulteert in een levensverwachting van niet boven de 50 jaar.

Na een uur vervolgden we in gezelschap van de Nederlandse dames onze weg terug naar beneden waar we na wat wachten op onze medetoeristen weer in het busje stapten naar onze volgende en laatste bestemming van de tour. We dachten dat we de slechtste wegen in Azia toch wel gehad hadden, maar er bestaan nog steeds slechtere wegen en dat hebben we geweten ook. Met de grootst mogelijke moeite en met een hoop gekraak en gehobbel begaven we ons over de weggespoelde asfaltweg waarbij we bij iedere bocht dachten 'als dit geen lekke band oplevert'.

Afgezien van wat verbrande rubberlucht en zeer stinkende rem heeft de bus dit overleefd en stonden we twee en een half uur later bij de ferry richting Bali. We hadden de keuze bij het boeken van de tour om ook de ferry overtocht en de busrit op Bali erbij te boeken, echter wilden we dit niet doen aangezien het volgens ons goedkoper moest zijn wanneer je dit zelfstandig zou doen en met het openbaar vervoer zou reizen. We gingen dus op eigen houtje al lopende de ferry op en in nog geen uur varen, maar we met twee uur tijdsverschil kwamen we aan in Gillimanuk (Bali). Vanaf dit punt in onze reis hebben we weer zes uur tijdsverschil, wat tot het einde van de reis zo zal blijven. Aangekomen in Gillimanuk werden we volgens Indonesisch ritueel opgewacht door diverse touts (opdringerige verkopers) die ons allemaal wel richting de bus wilden brengen van onze keuze. We hadden besloten naar Denpassar te gaan, de hoofdstad van Bali, zodat we niet al te lang meer in de bus hoefden te zitten die dag. Uiteindelijk vonden we een public bus met eindbestemming Denpassar en namen we met onze tassen de achterbank van de bus in beslag. Toen we een uur gereden hadden door een mooie omgeving vol met rijstvelden, watertjes en uitzicht op zee hoorden we een luid gesis. Wat bleek, er zat geen slang aan boord van de bus, maar een van de achterbanden had het begeven. Als een geoliede machine startte de buschauffeur en zijn hulpje het proces van bandvervangen op en terwijl de een met een halfgare moersleutel het wiel losmaakte, peuterde de andere de met veters vastgemaakte reserveband onder de bus vandaan.

Nog geen tien minuten later zat de nieuwe band op zijn plek en konden we onze reis vervolgen. Tijdens de rit merkten we opnieuw dat het weer in Indonesie anders is dan in de hoger gelegen Aziatische landen en dat regen vaker dan voorheen een rol uitmaakt in het dagelijkse leven. Ook op Bali heeft het bijna gedurende onze hele busrit pijpenstelen geregend en begrijpen we nu des te beter waarom ze van zulke grote goten in Azia maken. Toen we de buitenwijken van Denpassar inreden stopte de bus aan de kant van de weg en werden we verzocht uit te stappen en over te stappen op een gereedstaande bemo, een kleine stadbus. Deze zou ons verder brengen naar de busterminal omdat de andere bus anders een te grote omweg moest maken en niet genoeg tijd had om zijn lekke band te laten repareren. Na een kort ritje kwamen we aan op de busterminal en werden we zoals gewoonlijk begroet door de vele verkopers. We hadden inmiddels al een guesthouse voor de nacht uitgezocht welke zich op twee kilometer van de busterminal bevond en na de verschillende vervoersmogelijkheden te hebben afgelopen besloten we maar een taxibusje te nemen naar het guesthouse. Het guesthouse had gelukkig nog een kamer vrij en na wat overhandelen over de prijs besloten we de kamer maar te nemen, ondanks dat de prijs wat hoger was dan ons vooraf opgestelde budget. De kamer had de grootste bedden die we tot nu toe hebben gezien in Azie en dat sprak ons erg aan, dus gooiden we onze tassen neer en besloten onder het genot van een biertje uit te rusten van de lange reisdag. Waarschijnlijk zagen we er nogal bleek uit en kwam de eigenaresse aanzetten met een bord vol vers fruit die we niet mochten weigeren. Na het verplichte fruit te hebben verorberd besloten we maar in het guesthouse te eten om niet te hoeven zoeken in de stad en na het eten zochten we een plek op om te internetten en wat dringende mailtjes te versturen voor latere reserveringen in de reis. We sloten de avond af met een borrel op een van de twee prive balkons op onze kamer en zochten daarna ons heerlijke grote bed op.
De volgende dag wilden we niet te laat opstaan, dus begon om acht uur de wekker te rinkelen en na een pannenkoekenontbijt zochten we een bemo op die ons naar het busstation kon vervoeren. Op het busstation aangekomen werden we natuurlijk weer begroet door de vele touts en toen wij zeiden dat we naar Padangbai wilden gaan, wezen ze ons allemaal in de richting van een wit busje verderop het terrein. Daar aangekomen wilde de eigenaar van het busje ons voor 40.000 rupiah per persoon wel meenemen, maar we moesten nog wel even geduld hebben, want we zouden pas over een kwartier vertrekken. Dit kwartier werd een half uur en na een half uur begonnen we inderdaad te rijden en na zo'n 25 meter te hebben gereden reed het busje in zijn achteruit weer terug naar de plek waar hij geparkeerd stond en deelde de chauffeur mede, terwijl hij onze tassen uit de bus haalde, dat de bus kapot was en dat we moesten overstappen op een overvolle andere bus. Natuurlijk was dit een trucje en verdiende hij niet genoeg aan ons en had hij een deal gesloten met een collegachauffeur. Omdat deze collega dezelfde prijs vroeg dachten we eerst van 'nou dan doen we dat maar', maar toen Sebas eenmaal plaats had genomen op de enigste twee vrije plekjes en hij beide plekken bezetten en met zijn hoofd in een hoek van 45 graden moest zitten omdat het dak te laag was ('Nee, ik ben niet te lang', aldus Sebas), besloten we maar zo snel mogelijk uit te stappen en zelf onze tassen van het dak te plukken, aangezien de chauffeur verbaasd naar ons gedrag aan het kijken was. We besloten ons geluk op een ander busstation te zoeken (gelukkig heeft iedere stad er minimaal drie of vier, Denpassar zelfs zes of zeven) en liepen richting een taxi voor een rit naar het busstation. De chauffeur van de taxi wilde ons wel meenemen, maar voor een te hoge prijs en tijdens een harde onderhandeling die uiteindelijk in ons voordeel zou hebben uitgepakt, kwam een andere minibuschauffeur aanlopen die ons voor hetzelfde bedrag wel wilde meenemen naar Padangbai. We zouden direct vertrekken en misschien onderweg nog mensen meenemen. Wij vonden dit een prima aanbod en stapten in zijn bus. Toen we al drie minuten stonden te wachten en we nog niet waren vertrokken, begonnen we toch weer ons vertrouwen te verliezen, maar na een paar minuten vertrokken we dan eindelijk het terrein van het busstation af (inmiddels was het half elf, anderhalf uur later dan gepland) en zetten we koers richting het havenstadje. Onderweg probeerde de chauffeur inderdaad met man en macht mensen in de bus te krijgen om zo nog een beetje winst te maken, maar vrijwel niemand wilde met hem mee en ongeveer twee uur later kwamen we aan in de haven van Padangbai. Na weer een tout van ons afgeslagen te hebben kochten we een kaartje voor de ferry en namen we plaats op een van de met plastic beklede bankjes. Op dit bankje hebben we de daaropvolgende vijf uur doorgebracht en de tijd gebruikt om te genieten van de schallende muziek, beetje te lezen en de financiele administratie bij te werken.

Even na zessen, het was inmiddels flink gaan regenen, kwamen we aan in de haven van Lembar (Lombok, het eiland naast Bali) en in de stromende regen verlieten we met bagage de boot. Al plassen ontwijkend en soms niet ontwijkend, maar er midden doorheen kwamen we met vieze natte en bemodderde voeten aan bij een overdekte hal waar we weer direct belaagd werden door vele touts. We hadden het plan om deze dag nog naar Senggigi te gaan, een stad in het noorden van Lombok, op zo'n dertig kilometer van Lembar. We wilden hier per public bus heengaan, maar de vele touts maakten ons duidelijk dat de public busses in het laagseizoen niet rijden en of dit nou een truc was van hun of de waarheid, wij konden geen enkele bus bekennen. Er zat niets anders op dan met een van hun in zee te gaan, echter was er nog een hindernis, de veelste hoge prijs die ze vroegen. Ze wilden 300.000 rupiah hebben voor een ritje van een uur, een in onze ogen belachelijke prijs. We merkten op dat we de enige toeristen waren in de haven en bedachten op die manier dat wij de macht hadden en dat een van deze vele verkopers de kans om geld te verdienen niet voorbij liet gaan en uiteindelijk wel met de prijs akkoord te gaan die wij in ons hoofd hadden, namelijk 100.000 rupiahs. Na diverse onderhandelrondes waarbij we voet bij stuk hielden en de prijs steeds verder zakte van 300 naar 250, van 250 naar 175, van 175 naar 150, van 150 naar 120 en uiteindelijk van 120 naar 110, besloten we de deal aan te gaan en in het busje te stappen onder voorbehoud dat we direct zouden vertrekken en we geen andere mensen mee zouden nemen. De verkoper verklaarde onder ede dat hij van Lombok kwam en dat er op Lombok alleen maar eerlijke mensen wonen, waarop wij antwoordden, wij komen uit Nederland en Nederlanders gaan altijd alleen maar voor de laagste prijs en de beste kwaliteit (en in Nederland wonen ook alleen maar eerlijke mensen...). Tijdens de rit bleef het maar regenen en werd ons duidelijk dat de chauffeur meer bedoelingen had. Met name omdat hij vertelde dat hij ons bij een toeristen informatiebureau zou afzetten, waarbij de informatie gratis was en ze diverse leuke dingen te doen hadden op Lombok. Een combinatie van de woorden informatie, bureau en gratis deed ons de haren in de nek omhoog doen staan en komt neer op een ordinaire toeristenverkooptruc, maar goed we besloten maar dat het prima was dat hij ons daar afzette, aangezien het bureau in het centrum gevestigd zou zijn. Bij het bureau aangekomen pakten we onze tassen en gaven we de chauffeur zijn geld, waarop hij zei dat we rechts het toeristenkantoor in konden gaan en terwijl wij rechtdoor de weg overliepen en de chauffeur en zijn vrienden ons naschreeuwden 'he hier moet je zijn, hallo hier...je gaat de verkeerde kant op' begonnen wij aan de zoektocht naar een geschikt guesthouse. Gelukkig was het inmiddels wel droog geworden waardoor het zoeken iets makkelijker werd. Onze eerste optie bevond zich zo'n driehonderd meter verderop en een lange donkere en vol met plassen staande steeg leidde ons naar ons huidige stulpje die we niet zonder slag of stoot hebben verkregen, want vlak achter ons liepen drie medebackpackers die naar de zelfde accommodatie gingen. Aangekomen bij het guesthouse vertelden ze ons dat er nog maar een kamer beschikbaar was en omdat wij voorop liepen, vonden wij dat wij de eerste keus hadden en liepen snel achter de medewerker aan naar de kamer toe. Het was de mooiste kamer die we tot nu toe in de reis gezien hadden, met twee grote bedden, veel kunst aan de muur, mooie vazen (die we hopelijk niet gaan breken) en een mooie buitenbadkamer waarbij je in alle rust in het ochtendzonnetje je behoefte kan doen en tussen de vele plantenbakken in jezelf eens lekker kan opfrissen.

Het lijkt een beetje op een Afrikaanse lodge, maar er hing dan ook wel een prijskaartje aan. We zouden 150.000 rupiahs per nacht moeten betalen, twee keer zoveel als de normale kamerprijs voor ons en de medewerker wilde absoluut niet in prijs zakken omdat hij ook wel wist dat er nog meer mensen stonden te wachten. Omdat we al heel wat onderhandeld hadden die dag en we zo op dreef waren besloten we nog maar een andere tactiek uit de mouw te schudden en attendeerden we de medewerker op het feit dat er maar twee bedden in de kamer stonden en de andere wachtende mensen met z'n drieen waren. Een normaal hotel ziet hier geen probleem in en zet een extra bed in de kamer. Waarschijnlijk had deze medewerker hier nog niet aan gedacht en zag opeens ook het probleem in van drie mensen en twee bedden en ging zich beraden over een nieuwe prijs. Hij bood 125.000 rupiahs en ook al is dit voor ons nog aan de hoge kant, we besloten deze luxe niet voorbij te laten gaan en de kamer met al z'n pracht en praal te nemen (voor tien euro per nacht). Die avond besloten we onszelf te trakteren, omdat we al zoveel geld bespaard hadden, op een westerse maaltijd en gingen naar een van de vele restaurants die dit stadje rijk is en genoten van een rustige avond.
De volgende dag hebben we heerlijk uitgeslapen genoten van het heerlijke bed in de heerlijke kamer met de heerlijke ventilator en na uitgeslapen te hebben genoten we van de heerlijke douche in de heerlijke ochtend, bijna middagzon. Na het ontspannende ochtendritueel begon de lucht te betrekken en besloten we langs de tourbureau te lopen om onze cruise vast te leggen. Ja, jullie lezen het goed, we gaan op cruise!! Niet naar de carebean of naar Hawai, maar we zijn van plan, en nu is het dus zeker, om vanaf 24 mei in drie dagen van Lombok naar Flores te cruisen, waarbij we meerdere tussenstops maken met als hoogtepunt het zien van de Komodoveranen, het grootste soort veraan dat in het wild te zien is! Na het boeken van deze cruise gingen we op zoek naar een nieuwe zwembroek voor Maus (ja echt alle informatie krijgen jullie te horen). Maus wil namelijk goed voor de dag komen op de Gilli eilanden en vind het belangrijk dat het vrouwelijk schoon dat naar hem kijkt (elke dag) wel kijkt naar een jongen met een mooie zwembroek en niet naar een jongen met een vale bijna versleten zwembroek die eerst groen was en nu geel geworden is. Na het kopen van zijn nieuwe zwembroek zijn we op zoek gegaan naar plek om te lunchen en hebben we van een Mexicaanse verlaten lunch genoten om vervolgens naar het guesthouse terug te gaan en op onze heerlijke rotanrelaxstoelen op ons heerlijke terras het verhaal te schrijven wat we nu aan jullie ten gehore brengen.
Morgen zullen we nog een dagje Senggigi doen en genieten van de hevige regenval die ons al sinds oost java achtervolgd. We hebben beide nog nooit zoveel water in korte tijd uit de lucht zien vallen! Overmorgen vertrekken we naar Gilli Trawangan, wat volgens velen het paradijs op aarde is en als je dan toch aan het reizen bent moet je daar ook even langs gaan... We gaan daar een aantal dagen heerlijk relaxen, maar ook weer hard aan de studie. We gaan namelijk onze advance duikcursus halen zodat we nog beter en zelfstandig kunnen duiken. Na de Gilli's, we spreken inmiddels over 20 mei, gaan we terug naar Senggigi waar we of per auto de noordkust gaan verkennen of wellicht nog een trekking doen naar een op drie duizend meter gelegen kratermeer. Mochten de Gilli's zo goed bevallen, dan bestaat ook nog de kans dat we een ander Gilli eiland opzoeken en nog een aantal dagen langer van het paradijs genieten. Zoals gezegd zullen we op de 24e beginnen met de cruise naar Flores, maar voor die tijd zullen jullie vast nog wel onze belevenissen horen.
Sebas maakt het allemaal redelijk. Hij heeft te lijden onder een verkoudheid, wat niet zo verwonderlijk is gezien het weer en de ijzige temperatuur van 30 graden celcius, waarbij bacterien zich graag voortplanten.
Maus maakt het een stuk beter dan Sebas, heeft geen verkoudheid onder de leden en heeft de laatste paar dagen goed na kunnen denken over zijn toekomst en hier ook menig medereiziger over gesproken. Over wat hij precies wil gaan doen, zal hij jullie nog even in spanning laten, maar het staat jullie vrij om met suggesties te komen over wat het zijn zal! Dus spui jullie ideeen en wees creatief!
Tot het volgende verhaal!
Groetjes Sebas en Maus
Bureaucratie, armoede en de keukens van de sultan
Lief dagboek,
We willen wederom iedereen van harte bedanken voor de geplaatste reacties. Het waren er dit keer zelfs zoveel dat we ze niet eens allemaal in een keer konden bekijken omdat de weblog alleen maar de laatste 100 reacties laat zien! We hopen dit nog vele malen mee te maken!
Het laatste verhaal sloten we af in Kota Kinabalu en we vertelden jullie dat we nog een dagje in Maleisie te gaan hadden. Het laatste dagje hebben we gevuld met de schone was ophalen, wat rondstruinen in shoppingmalls op zoek naar nieuwe t-shirts en slippers gezien deze na bijna vijf maanden een penetrante zweetgeur vasthouden die er na het wassen ook niet meer uitgaat. Daarnaast beginnen ze te pluizen, te lubberen en krijgen ze kleuren wat het beste te beschrijven valt als versleten wit en vergeeld. Tijdens het shoppen liepen we het eerdergenoemde Nederlandse stel nog tegen het lijf die inmiddels ook hun beklimming naar de top van Mount Kinabalu achter de rug hadden. Op die manier konden we met z'n vieren het leed bespreken en de ervaringen delen. De rest van de middag hebben we afgeteld tot het moment dat we om zes uur in een taxi stapten richting het vliegveld. Op het vliegveld aten we onze laatste Maleisische Ringgits weg en na de zoals gewoonlijk strenge Aziatische douanecontrole (niet dus!) stegen we volgens schema op richting Jakarta. Of Jakarta een half uur vliegen dichterbij is komen te liggen of dat het vliegtuig supermeewind had weten we niet, maar we waren ruim een half uur eerder dan gepland geland op Indonesische bodem. Tijdens ons ambassade bezoekje in Singapore was ons verteld dat we op het vliegveld direct een aanvraag konden indienen voor een 60 dagen visum. Deze 60 dagen hebben we nodig om alles te kunnen zien en doen wat we allemaal van plan zijn in Indonesie. Vol vertrouwen stapten we op de douaniers af en maakten duidelijk dat we vanwege ons Nederlanderschap een 60 dagen visum wilden hebben. In gebrekking Engels werd ons duidelijk gemaakt dat dat niet mogelijk is en dat je op het vliegveld alleen een 30 dagen visum kon krijgen waar je ook nog eens 25 dollar voor moet betalen (onze reisgids gaf aan dat deze gratis had moeten zijn). Na een lange wachtdag en welliswaar een korte vlucht viel dit koud op ons mooi bruin gebrande dak en we maakten duidelijk dat dit toch echt een vergissing moest zijn, want wij waren Nederlanders en verdienden bijzondere privileges. Na een tijdje werd duidelijk dat de douanier zijn handen moest wassen in onschuld over hetgeen ons in Singapore was verteld en dat er niets anders op zat dan een 30 dagen visum te kopen en deze later in de reis op een consulaat te verlengen. Omdat we een vrij strakke planning hanteren en we er niet van houden om onnodige tijd op een plek door te brengen, vonden wij het verstandiger om het visum direct in Jakarta te verlengen en we vroegen de douanier of hij ons het adres kon geven van het immigratiekantoor. Met het adres op zak verlieten we het vliegveld op zoek naar een taxi die ons naar de 35 kilometer verderop gelegen stad (Jakarta) kon brengen. Direct bij het verlaten van het vliegveld maakten we kennis met de hartelijke begroetingsmanieren van de Indonesiers. We hadden in onze reisgids gelezen dat de taxi's hier weer op de meter rijden en besloten met dit gegeven op een van de vriendelijke taxichauffeurs af te stappen. Hij verzekerde ons in zeer gebrekking Engels dat hij op de meter zou rijden. Aangekomen bij zijn auto bleek het geen taxi te zijn, maar zijn privebezit waar geen meter in te vinden was. Al snel vonden we wel een juiste taxi en nadat we een klachtenformulier van een politieagent overhandigd kregen scheurden we over de nachtelijke snelweg van Jakarta. Aangekomen bij de straat van onze keuze gingen we op zoek naar het guesthouse van onze keuze. Omdat we al een tijdje geen bordje meer hadden gezien en we er verzekerd van waren dat het guesthouse hier ergens moest zitten besloten we maar aan te bellen bij een huis met een bordje hostel boven de deur. Het duurde even voordat er iemand in pyjama gehuld aan de deur kwam (het was inmiddels na twaalven snachts) en deze vriendelijke dame zei ons dat we bij haar rechterbuurman moesten zijn. Na onze verontschuldigingen aangeboden te hebben en bijna het hek te hebben geforceerd met onze backpack (waarbij waarschijnlijk de rest van de buurt ook wakker is geworden) liepen we naar de buurman toe en werden we voorzien van een kamer. De eerste kennismaking met een Indonesische kamer was er een van het niveau 'back to the basics', twee bedden, een spaarlamp en een ventilator die het alleen maar warmer maakt in plaats van kouder. We hadden ons hier al op voorbereid en besloten de kamer te nemen. Vanwege de lange reisdag wilden we nog even verkoeling opzoeken in de vorm van een koud drankje waarbij we direct kennismaakten met de Indonesische maten, namelijk weer de vertrouwde 0,664 liter flesjes. Ze smaakten heerlijk en rond half drie stapten we over de eigenaar en zijn vrienden heen die op matrasjes voor onze deur lagen te slapen.
De volgende dag stond de wekker alweer om zeven uur te rinkelen. We wilden namelijk geen tijd verloren laten gaan en zo snel mogelijk het 60 dagen visum in het bezit te hebben zodat we de rest van de ochtend, middag en avond Jakarta konden verkennen. Zo gezegd zo gedaan, na een snel ontbijtje zochten we een van de vele TukTuks op die ons voor 1 euro 50 naar de andere kant van de stad bracht. Ergens midden in een kantorenwijk, ook de tuktukchauffeur was inmiddels de weg kwijt, vonden we dan eindelijk het immigratiekantoor waar de douanier van het vliegveld ons naartoe had gestuurd. Binnengekomen in het kantoor stuurde een informatiemedewerker ons direct door naar de vierde verdieping waar we aan ons lot overgelaten werden. Niemand stapte op ons af om te vertellen waar we moesten zijn en even zoveel mensen spraken Engels. Na met handen en voeten wat rondgevraagd te hebben werden we naar een loket gestuurd waar we een formulier in handen kregen om in te vullen. Nadat we het volledige formulier ingevuld hadden (het waren twee lange kantjes) en weer achteraan aansloten bij het loket werd ons toen we aan de beurt waren duidelijk gemaakt dat we het niet juist hadden ingevuld en geen blauwe pen maar een zwarte pen hadden moeten gebruiken. Toevallig hadden we onze zwarte pen thuisgelaten, maar de beambte was zo vriendelijk haar zwarte pen uit te lenen aan de verbaasde toeristen. Na opnieuw de twee kantjes te hebben afgehandeld en nog een tweede formulier te hebben ingevuld en een handtekening te hebben gezet over een postzegel moesten we gaan lappen. Wij dachten 'prima, dan is het snel geregeld' en het kostte ons maar 50.000 rupiahs, zo'n 4 euro. Omdat we het toch niet helemaal vertrouwden probeerden we de mevrouw duidelijk te maken dat we ons afvroegen waar we voor betaalden. Met handen en voeten werd ons duidelijk gemaakt dat we voor de postzegel betaalden en het rode insteekmapje die we overhandigd kregen. We wilden het ook wel zonder rood insteekmapje doen, maar een blik door de wachtruimte maakte ons duidelijk dat het dodelijke ernst was en iedereen vol spanning het rode mapje in zijn handen hield. Na betaald te hebben wees de mevrouw in een bepaalde richting waaruit wij moesten opmaken dat we naar een loket aan de andere kant van de hal moesten lopen. Toen we aan de beurt waren moesten we ons mapje en paspoort inleveren en plaatsnemen in de wachtruimte. Na een half uurtje wachten moesten we het mapje weer ophalen (er zat nu een extra formuliertje in) en werd ons verzocht om achter een van de zeer schaarse westerlingen aan te lopen die gelukkig een Indonesisch scharreltje had opgedoken waardoor het een klein beetje duidelijk werd dat we naar de kelder van het gebouw moesten om daar ons mapje af te geven. Ergens verscholen achter het archief, ons werd inmiddels duidelijk dat ze erg van rode mapjes houden en vertrouwd met de gegevens omgaan, moesten we ons mapje weer afgeven en wachten totdat we het rode mapje weer terugkregen met een extra formulier en een krabbel op de voorkant.

De daaropvolgende twee uur werden we van loket naar loket gestuurd om ons rode mapje af te geven en hebben we alle verdiepingen van het gebouw gezien. Elke keer wanneer we het mapje afgaven moesten we weer twintig minuten wachten voordat we het mapje terugkregen en niet omdat ze het zo druk hadden. Het mapje bleef namelijk negentien minuten lang op de balie liggen en in die ene minuut werd het voorzien van een krabbel en een nieuw formulier. Iets voor twaalven werden we van het laatste loket naar beneden gestuurd om bij de kassier te betalen, maar het moest wel snel. Wij dachten 'we hebben inmiddels al zoveel tijd verloren, waarom zouden we naar beneden rennen'. Bij de kassier moesten we nog eens 240.000 Rupiahs per persoon neerleggen, dit keer hopelijk wel voor het visum en niet voor een nieuwe archiefkast. Na het betalen zei de kassier dat we met spoed naar de vierde verdieping terug moesten om daar ons paspoort op te halen. Bij de vierde verdieping aanekomen werd ons duidelijk waarom er opeens zoveel haast gemaakt werd. Het was namelijk twaalf uur en twaalf uur betekent net als in de Nederlandse bureaucratie lunchpauze en dan wordt het werk stilgelegd. Terug bij het loket om ons paspoort op te halen wilden ze het bonnetje zien van de betaling. Het bonnetje hadden we echter nooit in handen gehad, omdat de kassier zo'n haast had om ons weg te sturen. We konden dus weer vier verdiepingen naar beneden lopen om het bonnetje op te halen om vervolgens weer vier verdiepingen omhoog te rennen, het bonnetje af te leveren en te horen dat het loket nu dicht ging en tot half twee gesloten zou blijven, zodat wij en zij wat konden rusten (dat hadden ze echt nodig) en eten, zodat ze die middag misschien ook nog drie aanvragen konden behandelen. Na wat tegengas gegeven te hebben legden we ons maar bij de verplichte lunchpauze neer en besloten zelf ook maar een hapje te eten, wat nog niet meevalt in een kantorenwijk waarbij ieder gebouw zijn eigen kantine heeft. Om half twee zaten we weer vol spanning in de wachtkamer op de vierde verdieping en welliswaar binnen een half uur werden we opgeroepen om nog een keer een kopie te laten maken van ons paspoort, vervolgens terug te komen en om 14:02 uur stonden we buiten het gebouw met één enkel stempeltje en zonder dossiermap, want die hadden ze ingepikt. Nog even alle details op een rij. Van kwart over negen tot iets over tweeen hebben we moeten wachten op een stempel, hebben zeker 12 loketten gezien, vier verdiepingen afgewerkt, een dikke dossiermap gecreeerd en zo'n 300 man in het immigratiekantoor voor 4 en een half uur bezig gehouden. Maar goed we hebben waarvoor we kwamen en kunnen nu met een gerust hart voor 60 dagen door Indonesie reizen.

Omdat we eigenlijk die dag Jakarta wilden verkennen en we met een strakke planning zaten waarbij een dag vertraging oplopen onmogelijk was, besloten we maar direct een tuktuk te pakken naar de eerste bezienswaardigheid, namelijk de oude haven van de stad. Deze werd aangeraden door pa en ma van Zandwijk omdat ze hier nog handmatig de oude houten schepen bevoorraden. Het was inderdaad een mooi gezicht, al was het erg warm op het moment dat wij er waren. Dat moeten de dragers ook gevonden hebben die met een zware zak cement op de rug een dunne wiebelige loopplank overmoesten om de lading op het schip af te leveren.

Na de oude haven liepen we te voet langs Batavia op zoek naar verkoeling. Dit is nog niet zo makkelijk in Jakarta en moesten lang lopen voordat we eindelijk een koelkast met drankjes vonden. Na ons vochtgehalte weer op pijl te hebben gebracht besloten we ter voet terug te lopen naar het guesthouse en onderweg de grootste moskee van Indonesie te bezoeken en een blik te werpen op het143 meter hoge monument van de vrijheid. Te voet Jakarta verkennen valt nog niett mee, behalve de hitte, de stank en de drukte zie je onderweg ook heel veel armoede, mensen die je nastaren en mensen die iets willen verkopen. Na een tijdje lopen hadden we niet het gevoel dat we dichterbij kwamen en dwaalden we steeds meer af in kleine armoedige straatjes waar mensen in primitieve omstandigheden hun bestaan voortzetten en niet gewend waren aan de aanwezigheid van toeristen, gezien het feit dat de hele buurt uitliep voor onze passage. Toen we werkelijk geen idee meer hadden hoe we uberhaupt nog bij de moskee konden komen en het ook al schemerig werd besloten we voor de zoveelste keer die dag een tuktuk te pakken terug naar de straat waar we verbleven. Tijdens deze rit werd ons duidelijk dat we kilometers gelopen hadden en totaal niet in de buurt waren gekomen van de beschaafde wereld waarin ons guesthouse gevestigd was. Omdat het inmiddels al helemaal donker was geworden besloten we de moskee en het enorme monument links te laten liggen en voor de rechterkant te kiezen: rust en genieten van een vrije avond in Jakarta. Ondanks dat we niet alle plannen voor Jakarta hebben kunnen uitvoeren besloten we toch maar de volgende dag te vertrekken naar de volgende bestemming op Java, namelijk Bogor.
Om half zeven begon onze dag alweer en na een snel ontbijt pakten we met al onze bagage een tuktuk wat niet meevalt als je als twee lange toeristen, twee grote backpacks en twee iets kleinere rugzakken in een ruimte van 80 cm bij anderhalve meter moet kruipen. Gelukkig duurde het ritje niet lang en kwamen we na tien minuten aan bij het treinstation Gambir vanwaar we met de trein naar Bogor zouden gaan.

De treinrit duurde nog geen uur en nog voor elven stonden we op het station van Bogor waar we werden aangesproken door de Indonesier die een aardig woordje Nederlands sprak. Natuurlijk had hij dit geleerd met een doel en daar waren we ook al een beetje op voorbereid namelijk het verkopen van zijn tourbureau en het vangen van een commissie wanneer hij ons naar een guesthouse loodst waar hij mee samenwerkt. Het duurde een tijdje voordat we hem eindelijk konden afschudden en we zelf per voet koers zetten richting het guesthouse van onze keuze. Toen we daar aankwamen zat de vrolijke Indonesische Nederlands sprekende jongen ons al op te wachten bij het guesthouse en wist hij op die manier alsnog zijn commissie op te strijken. Gelukkig kostte ons dit geen extra geld alleen beseften we nu wel dat het onderling overleggen in Indonesie over welk guesthouse we gaan nemen gevaarlijk kan zijn aangezien veel mensen een redelijk woordje Nederlands spreken. Ook dit guesthouse was weer primitief te noemen in vergelijking met de accommodaties waar we de afgelopen twee maanden in hebben verbleven, maar we besloten de kamer maar te nemen, zeker op het feit dat we de volgende dag alweer verder trokken. We hadden in Bogor maar een doel, namelijk het bezoeken van de grootste Botanische tuinen in Zuid-Oost Azie. Voordat we de tuinen gingen bezoeken, gingen we eerst nog op zoek naar het busstation dat anderhalve kilometer verderop gelegen was om uit te zoeken hoe laat en hoe vaak de bus naar Bandung ging, onze volgende bestemming. Bij het busstation aangekomen werden we direct belaagd door meerdere enthousiaste verkopers. Nadat we onze informatie hadden ingewonnen zetten we koers terug richting de tuinen. De tuinen zijn inderdaad de grootste Botanische tuinen die wij ooit gezien hebben (niet dat we er zoveel gezien hebben) en je kan er kilometers lopen over de verharde wegen. Toch hadden we vooraf een ander idee van de tuinen en hadden de verwachting meer kleur en mooiere geknipte vormen te zullen zien. Dit viel een beetje tegen, maar desondanks is het een mooie plek om wat tijd door te brengen en is het zeker niet zo toeristisch als dat we hadden verwacht.

Enigste grote minpunt van de tuin was de rivier die erdoorheen stroomde. Deze was voorzien van een grote hoeveelheid afval en rommel en stonk alsof er een riool ingeleegd werd (wat hoogstwaarschijnlijk ook echt zo is).

Bogor zelf is een zeer armoedige stad waar je struikelt over bedelende mensen, zwerfouderen en zwerfkinderen en links en rechts vuilnisbelten liggen opgestapeld. Toch is het wel een stad waar je de ogen uitkijkt en je pas goed het verschil ziet tussen de westerse beschaving en de wereld waarin deze mensen leven en je beseft hoe gelukkig je mag zijn om in Nederland geboren te worden. Toch kent Bogor ook nog enige luxe en konden we genieten van een McFlurry in de luxe shoppingmall die de stad rijk is.
De volgende ochtend was opnieuw een reisdag. Zoals we al eerder zeiden wilden we per bus naar Bandung. Je kan ook per trein reizen, maar dan mis je een gedeelte van de omgeving, omdat de bus je door de Puncak pas heen rijdt. We hadden gehoord dat dit een mooie pas was, met veel groen, theeplantages en rijstvelden. Zo gezegd zo gedaan, nadat we naar het busstation waren gegaan zijn we op de bus gestapt en konden nog even genieten van de grote hoeveelheid mensen die een busstation aantrekt. Volgens ons heeft echter de helft van de aanwezige mensen geen functie en heeft de andere helft zelf een functie gecreeerd door op fluitjes te blazen, bussen te begeleiden naar de uitgang en mensen te verwijzen naar de bus van hun bestemming waarbij het totaal onduidelijk is voor wie ze werken en door wie ze betaald worden. De busrit was inderdaad mooi en rustgevend. Rustgevend voor het oog in afwisseling met de drukke steden. Zo rustgevend zelfs dat Sebas al na twintig minuten zijn ogen dicht deed en ze drie minuten voordat we de Puncak pas weer uitreden weer opendeed. Na drie uur rijden kwamen we aan in Bandung, natuurlijk niet in het centrum maar op het vijf kilometer verderop gelegen busstation waarvandaan we totaal geen idee hadden hoe we in de stad moesten komen. Na wat verbaasd om ons heen hebben staan kijken gingen we maar lukraak aan busjes vragen wat hun bestemming was. We kwamen er al snel achter dat wij nog beter Indonesisch kunnen leren praten dan de Indonesiers Engels laten praten. Uiteindelijk vonden we een busje die ons in de buurt van het treinstation wilde afzetten. Nadat we het busje waren uitgestapt en de chauffeur de overeengekomen vijfduizend Roepiah hadden overhandigd wilde deze het geld niet in ontvangst nemen en eiste vijftigduizend Roepiah, want dat was wat hij had gezegd. Wij laten ons echter niet bedotten en vijftigduizend voor zo'n ritje is echt heel veel en gooiden een briefje van vijfduizend door het raampje naar binnen en liepen richting het treinstation. Aangekomen op het treinstation hebben we direct kaartjes gekocht voor onze reis van de daaropvolgende dag naar Yogjakarta. Voor deze trein kon je kiezen tussen twee klassen, business klas of executive. Wij besloten voor businessclass te kiezen, want dat klonk al luxe genoeg en het scheelde aardig wat Roepiahs. Met de treinkaartjes op zak verlieten we het station op zoek naar een guesthouse voor de komende nacht. Bijna direct werden we aangesproken door een vriendelijke man die ons wel naar het guesthouse wilde brengen. We liepen met hem mee en het bleek dat het guesthouse waar hij ons heenbracht ook het guesthouse was waar we anders naartoe waren gegaan en besloten hem de commissie maar te gunnen. Die middag hebben we geprobeerd Bandung per voet te verkennen en kwamen we er wederom achter dat de steden in Indonesie warm, druk en vies zijn en je overal nagestaard wordt en iedereen van alles aan je wilt verkopen. Toen de avond viel begonnen we honger te krijgen en omdat er geen Mc Donalds in de buurt was besloten we op zoek te gaan naar een rijstrestaurant. Na lang zoeken en de verleiding te hebben weerstaan om bij de Pizzahut te gaan eten besloten we maar willekeurig een restaurantje binnen te lopen en plaats te nemen aan een lege tafel. Het personeel van het restaurant kwam direct in actie en al snel was de lege tafel gevuld met een groot aantal gerechten waar we direct gebruik van konden maken.

We hadden van pa en ma van Zandwijk al van dit fenomeen gehoord en begrepen dat je naar eigen smaak en hoeveelheid kan nemen van de gerechten en je achteraf alleen betaald voor wat je hebt gegeten. Zonder dat we precies wisten wat we aten aten we toch onze buik vol en rekenden inderaad alleen af wat we gegeten hadden. Die avond gingen we vrij vroeg slapen omdat er weer een volle dag op de planning stond voor morgen.
De volgende dag stonden we om half zeven alweer naast ons bed en na een pannenkoekenontbijt in het guesthouse zetten we koers richting het station. Het was niet ver lopen, gezien het guesthouse praktisch naast het spoor stond en na wat proviant te hebben ingeslagen begonnen we om acht uur aan de treinreis die ons in acht uur naar Yogjakarta zou brengen. Al snel kwamen we erachter dat we misschien toch beter Executiveclass hadden kunnen nemen, gezien het gebrek aan verkoeling en rust in de Businessclass. Toch hebben we niet geheel spijt van onze keuze gezien het feit dat de Executive class vol zat met Nederlanders. De treinrit voerde ons door een mooi landschap en wisselde steden af met groene rijstvelden, mooie heuvels en bruggen.

Rond vier uur kwamen we aan in Yogjakarta en werden we zoals gebruikelijk opgewacht door mensen die ons wel wilden begeleiden naar een slaapplek voor de komende nacht. Omdat de meeste accommodaties niet ver van het station liggen schudden we iedereen af en gingen we onze eigen weg. Toen we bijna bij het eerste guesthouse aankwamen werden we opgewacht door de jongste verkoper tot nu toe. Een jongetje van een jaar of acht die ons wel even rond leidde door de smalle steegjes van Yogjakarta.

Na een aantal guesthouses te hebben gewacht vonden we het toch echt tijd dat het jongetje wegging zodat we op ons eigen ritme verder konden zoeken. Een guesthouse verder werden we alweer opgewacht door de volgende verkoper en in gezelschap van hem hebben we nog zeker tien guesthouses gezien, maar geen van deze guesthouses had vrije kamers, een kamer met twee bedden of een kamer zonder kakkerlakken. Na deze tien kamers hebben we ook deze man weten af te schudden en vonden we ons huidige onderkomen, een simpele maar redelijk schone kamer met twee bedden en zonder kakkerlakken. Voor ons is het de goedkoopste prijs voor een guesthouse in Indonesie. Na onze tassen te hebben afgegooid wilden we een drankje gaan drinken, maar werden we aangesproken door een man bij de receptie die van ons wilde weten wat we wilden doen en hoe lang we hier wel niet wilden blijven. Hij wilde ons wel een beetje wegwijs maken in de stad en besloten hem maar achterna te lopen in de hoop hem niet veel later kwijt te raken. We raakten hem kwijt toen hij ons had afgezet in een Batik shop in een klein achteraf steegje een paar honderd meter verderop. Voor jullie Indonesische cultuurbarbaren zullen we even uitleggen wat batik precies inhoud. Batik is de kunst van het verven van zijde en katoenen doeken waarbij het verven wordt gedaan met meerdere kleuren waarbij na elke kleur de desbetreffende kleur wordt afgedekt met een waxlaag en nadat de verf is gedroogd de volgende verflaag erop aangebracht wordt. Vervolgens wordt deze weer voorzien van een waxlaag en herhaalt het proces zichzelf nog een aantal keren. Uiteindelijk wordt de wax eraf gekookt en het doek gewassen en blijft er een als het goed is mooi kunstwerk over. Tenminste dat is het proces als wij het goed hebben begrepen wat de Batik houder ons uitlegde. Natuurlijk kwam er na deze uitleg nog een rondleiding door zijn winkel waarbij de nadruk lag op het feit dat het zijn laatste dag was dat hij open was, hij ons extra korting kon geven en dat de doeken makkelijk mee te nemen waren in een rugzak. Zodra het woord verkopen in de mond viel besloten wij te proberen het pand te verlaten. We hadden hiervoor meerdere pogingen nodig om dit voor elkaar te krijgen en concludeerden dat dit ons niet nog een keer zou gebeuren. Toen we eindelijk wat konden eten en drinken genoten we van een rustige avond in Yogjakarta. Die avond besloten we de stad nog een beetje te gaan verkennen en liepen we een rondje door het megadrukke centrum van de stad waar op dat moment ook een festival plaatsvond. Moe en voldaan van een drukke dag doken we ons bed in.
De volgende ochtend besloten we na het ontbijt een bezoek af te leggen aan het paleis van de sultan wat een grote bezienswaardigheid moest zijn in de stad. Per voet vertrokken we naar het paleis en na even zoeken kochten we een kaartje waarbij we dachten dat het voor het paleis was. Maar na een klein rondje te hebben gelopen bleek het slechts een kleinschalig museum te zijn wat naast het paleis gevestigd was en nog geen zeven minuten later verlieten we het museum en zochten we naar de ingang van het daadwerkelijke paleis. Dit viel nog niet mee gezien de slechte bewegwijzering. Na wat zoeken vonden we dan eindelijk de ingang en konden we genieten van de net begonnen dansvoorstelling die volgens veel mensen bijzonder moest zijn. De voorstelling was inderdaad heel bijzonder! Bijzonder lang wel te verstaan en na een half uur hadden we geen aandacht meer voor de danseressen en hadden we meer plezier in het aanschouwen van de eromheenstaande mensen.

Gezien het feit dat de dansvoorstelling nog anderhalf uur zou duren besloten we maar alvast een rondje te lopen door het paleis en werden al vrij snel aangesproken door een naar wij dachten een medewerker van het paleis die ons van alles uitlegde over dingen die we nu niet meer weten. Maar het kwam erop neer dat hij ons wel wilde meenemen naar de keukens van de Sultan en ons op die manier een kijkje wilde geven achter de schermen. Hoe wist deze beste man nou dat wij allebei facility managers waren met een horeca-achtergrond en altijd erg geinteresseerd zijn in keukens en achter de schermen? We moesten hiervoor echter wel eerst het paleis verlaten en een paar straten verderop wees hij inderdaad naar wat keukens (wat volgens hem de keukens van de Sultan moesten voorstellen), maar loodste ons direct een wayangshop in waarvan de eigenaar ons wel wilde uitleggen hoe de poppen worden gemaakt.

Na een half uur naar het slaapverwekkende verhaal te hebben geluisterd en met de van koeienhuiden gemaakte pop in ons handen te hebben gestaan wilde hij ons wel een rondleiding geven door zijn winkel waarbij wij een dejavu kregen en de bui alweer voelden hangen. Na een snel rondje te hebben gelopen hebben we een onoplettend moment van de eigenaar gevonden en liepen we snel naar buiten terug naar het paleis. Na nog wat rondjes te hebben gelopen door het paleis en aangestaard te zijn door de grote hoeveelheid schoolkinderen die blanken alleen van televisie kennen besloten we dat dit niet echt iets voor ons was en de rest van de reis geen museum meer te bezoeken. We hebben er gewoon de leeftijd niet voor of het ontbreekt ons simpelweg aan interesse. Na de Kraton, zoals het paleis wordt genoemd gingen we op zoek naar het waterkasteel, wat ooit het badhuis was geweest van de Sultan, maar door aardbevingen was verwoesd en gedeeltelijk weer was opgebouwd. Na wat gezoek, want wederom was er weinig bewegwijzering vonden we rondom het Kraton in een van de smalle straatjes het badhuis. Ook dit kon niet echt onze interesse wekken gezien het niet veel meer was dat twee gerenoveerde zwembaden en wat stenen muren. Ondanks dat het water er koel en aantrekkelijk uitzag besloten we het links te laten liggen en op zoek te gaan naar de vogeltjesmarkt die volgens pa en ma van Zandwijk bijzonder interessant moest zijn. Na veel gezoek kwamen we in de straat waar ze veel vogelkooien en vogelvoer verkochten, maar van de markt was geen spoor te bekennen. We zagen alleen een open vlakte en lieten ons vertellen dat de markt sinds 22 april, tien dagen geleden, was opgehouden te bestaan en de vogel gevlogen was. We besloten maar wat rond te lopen door de smalle groene straatjes.

Toen we uiteindelijk weer verdwaald waren werden we weer aangesproken door iemand die wel erg geintereseerd was in onze aanwezigheid en ons waarschuwden voor de grote hoeveelheid nep batik shops die probeerden toeristen af te leggen en hoge prijzen te vragen voor nepproducten. Daarnaast vertelde deze man dat hij wel een echte batikshop wist waar je goede producten kon kopen. We voelden de bui al hangen en trapten hier niet in en we vervolgden onze zoektocht naar de hoofdstraat om een hapje te eten en te drinken. Na dit gedaan te hebben besloten we ook nog maar een bezoek te brengen aan fort Vredeburg, een oud Nederlands fort wat nu dienst deed als museum en het verhaal vertelde van de opstand en bevrijding van Yogjakarta. Voor de grandioze entreeprijs van 750 roepies mochten we naar binnen. Het museum vertelde het verhaal in de vorm van diorama's die werden uitgebeeld door poppen. Helaas waren alle beschrijvingen in het Bahasa Indonesia en zijn wij deze taal nog niet rijk en konden alleen maar op de knopjes drukken om de geluidseffecten af te spelen. Na dit zeer interessante en leerzame bezoek besloten we maar weer koers te zetten richting het guesthouse. Sebas besloot na deze bezwete dag maar een douche te nemen en toen hij halverwege het doucheritueel was ging opeens het licht uit, nee niet bij hem maar in het hotel. Hij dacht eerst dat Maurits een grapje probeerde uit te halen, maar dat bleek niet het geval. Het bleek een algehele stroomstoring te zijn die de wijk en waarschijnlijk Yogjakarta had getroffen. De stroomstoring hield anderhalf uur aan en werd waarschijnlijk veroorzaakt door het festival dat nog steeds gaande was, waarbij ze waarschijnlijk verlengsnoer op verlengsnoer op verlengsnoer hadden gekoppeld. Het skype-avondje met Maus z'n ouders viel hierdoor in het water en werd gevangen door een telefoongesprek bij kaarslicht. De avond hebben we doorgebracht in hetzelfde restaurant waar het telefoongesprek plaatsvond en vermaakten ons met eten, drinken en het aanschouwen van de laveloze Japanners die een tafel naast ons zaten en bij elk biertje dat ze dronken nog vaker hun glas lieten omvallen, naar het toilet strompelden en uiteindelijk te weinig geld hadden om de rekening te kunnen voldoen. Op dat moment konden wij het niet meer aanzien en nee we hebben niet de rekening voorgeschoten maar hebben de nodige foto's en filmpjes geschoten en zijn vervolgens zelf maar gaan afrekenen en ons bed gaan opzoeken.

De volgende dag hadden we weer een programmapunt af te werken, namelijk een bezoek af te leggen aan de Prambanan tempels, een hindoeistisch hoogstandje net buiten de stad. Er gaan veel georganiseerde toertjes naar deze attractie maar we hadden besloten het wat avontuurlijker aan te pakken en op eigen gelegenheid de tempels te gaan bereiken. We moesten eerst naar het busstation dat op nog geen twee kilometer afstand van ons guesthouse gelegen was, maar na vier kilometer gelopen te hebben was er nog steeds geen busstation te bekennen en na wat rondvragen waren we nog steeds niet veel wijzer. Uiteindelijk was er een Indonesische beveiliger die ons te hulp schoot en ons naar de plek begeleidde waar we op de bus konden stappen. Dit was niet het busstation maar gewoon langs de weg. Een paar minuten later hield hij een minibusje aan en stapten we in richting de tempels. De minibusjes in Yogjakarta zijn van lachwekkende kwaliteit en zijn of bijna weggeroest of zo opgepimpt dat het bijna geen bus meer is. Na drie kwartier rijden kwamen we aan bij de tempels en vonden onze weg naar binnen.

Het viel ons direct op dat het niet druk was in de tempels en we weinig van de toeristenmassa zagen die we verwacht hadden. De tempels zelf lijken erg veel op die bij Ankor Wat in Cambodja en na een uurtje rondgelopen en wat foto's geschoten te hebben zijn we op zoek gegaan naar een restaurant om wat te eten en te drinken. Toen we net klaar waren met eten begon het te regenen waardoor we genoodzaakt waren nog even te blijven zitten. Iets wat we niet erg vonden. Toen het bijna droog was zetten we toch maar voet richting de uitgang van het tempelcomplex en toen we het bordje uitgang passeerden betrok de lucht en brak deze opnieuw open. We wisten dat het nog een aardig stukje lopen was naar het busstation en hoopten dat het snel droog zou worden, maar dat werd het niet en na een kwartier besloten we toch maar te gaan lopen. Doorregend kwamen we aan bij het busstation en maakten we kennis met de bijzondere busmaatschappij die de stad rijk is. Het bushokje wordt bemand door een medewerker en een computer en is volledig luchtdicht afgesloten van de buitenwereld. Je kan hem betreden door een schuifdeur waarna je bij de medewerker een pasje kunt kopen die vervolgens wordt ingeslikt door het toegangspoortje in het bushokje en achter het toegangspoortje wacht je met alle andere mensen totdat de bus komt aanrijden. Wanneer de bus is gearriveerd gaan de schuifdeuren open en kun je door middel van een verhoging opstappen en de bus betreden. De bus wordt bemand door twee personeelsleden, waarvan een chauffeur en een bussteward. Alle stoelen staan opgesteld in een kringetje en als op een Nederlandse verjaardag kun je elkaar gezellig aanstaren tijdens de rit.

Ver voor iedere halte begint de bussteward met het vertellen van wat informatie over de halte en de omgeving van de halte waar deze in staat. Uiteraard in het Indonesisch. Op deze manier is er een heel netwerk in de stad opgezet van afgesloten bemande bushokjes waarbij je op goedkope manier door de stad kunt verplaatsen. Vermeldenswaardig is het feit dat de busmaatschappij niet nagedacht heeft over het uiterlijk van de bus en de deur zich op zo'n meter hoogte van de onderkant van de bus bevind, waardoor je alleen via de bijzondere bushokjes in en uit kunt stappen. Na een half uur te hebben gereden en alle aangrenzende zitplaatsen om ons heen zijn vrijgebleven, want het blijft eng om naast een toerist te zitten, kwamen we terug bij de straat van ons guesthouse en besloten we alvast een gedeelte van dit verhaal te gaan schrijven.
De volgende dag ging zoals nu gewoonlijk vroeg de wekker en rond half tien stapten we op de city bus richting een van de vele busterminals van Yogjakarta. Alhoewel we net gedoucht hadden, ons t-shirt nog niet doorweekt was van het zweet en we nog geen last hadden van klotsende oksels wilde er weer niemand op de stoelen naast ons zitten. Wat wij overigens niet erg vonden, des te meer zuurstof en bewegingsruimte voor ons! Na een half uurtje weer te zijn aangestaard door puberale meisjes kwamen we aan op de busterminal en na wat zoeken en het betalen van het enorme bedrag van 200 rupiah (0,016 eurocent) mochten we de busterminal betreden en vonden we onze bus naar de Borobodur. De bus is het beste te vergelijken met de bussen die we leerden kennen tijdens ons Kanchanaburi avontuur (tweede week thailand) met open deuren, verroeste bodem, hoop herrie en weinig beenruimte. Alhoewel het met de beenruimte voor ons wel meeviel aangezien wij tien keer het normale bustarief betaalden als de locals hier en we dus een bevoorrechte positie innamen wat betreft plaatstoewijzing. In dit geval de royale achterbank met vier keer de normale beenruimte en de frisse wind die door de open deur in je gezicht waait. De rit van bijna twee uur vloog voorbij terwijl wij genoten van alles wat er in en rondom de bus gebeurde. Af en toe werd de busrit opgeleukt door busmuzikanten, krantenverkopers en streakers die over de weg rennen. Direct na aankomst op het busstation van Borobodur stormden zeker een achttal becakchauffeurs (chauffeurs van fietstaxi's) op ons af om ons te vervoeren naar het tempelcomplex. We wisten dat het busstation niet ver van het tempelcomplex gevestigd was en met pijn en moeite wimpelden we alle acht opdringerige chauffeurs af. Na tien minuten lopen vonden we de ingang van het tempelcomplex en met vertoon van onze studentenpas konden we nog eens voor de helft van de prijs naar binnen. De Borobodur is een boudhistische tempel die al vanaf de jaren 750 afstamt en lange tijd bedolven is geweest onder een dikke aslaag van de naburige Merapi vulkaan. In de jaren 1900 is een poging gedaan (door de Nederlanders uiteraard!) om de vulkaan te restaureren, wat na voor ons onduidelijke redenen niet is gelukt en pas in de jaren 70 door de Indonesiers en met behulp van Unesco zelf weer is opgepakt. Het resultaat mag er wezen. Het complex bestaat uit tien lagen, waarvan alleen de bovenste acht zichtbaar zijn (de andere twee liggen onder de grond) en elke laag staat symbool voor een fase in het boudhisme.

Elk jaar bezoeken vele pelgrims deze heilige plek en volgens traditie belopen zij kloksgewijs elke laag drie keer om uiteindelijk bij de middelste en bovenste Stupa uit te komen. Zoals het echte pelgrims betaamd wilden wij dit ook wel eens even nadoen, maar omdat dit ritueel je vijf kilometer van je leven kost, besloten wij al direct na de eerste laag elke laag maar een ronde te bekijken (wat opzich al een hele opgave is in de brandende zon en alle toeristen die liever foto's van ons maken dan van de tempel). Uiteindelijk bereikten we na een mooie tocht na een uurtje de bovenste en middelste Stupa en konden we onder het genot van een heerlijk briesje genieten van het mooie uitzicht en nog een paar keer op de foto gaan met passerende toeristen.

Van bovenaf de Borobodur zagen we in de verte opgedekte tafels staan (niet gelogen!), wat bij ons een honger gevoel opriep en dus spoedden wij ons spoedig mogelijk naar beneden om gebruik te maken van een smakelijke lunch. Na de lunch was het alweer tijd om terug te gaan, dus vonden we onze weg weer naar het busstation waar we op de bus naar Yogjakarta stapten. Zoals gewoonlijk betaal je in Indonesie pas halverwege de rit en wat bleek? Deze bus was opeens eenderde goedkoper dan de bus op de heenreis. Desondanks hadden we toch een plekje op de achterste bank bemachtigd en in twee uurtjes waren we weer terug op de busterminal. Het ritueel herhaalde zich dit keer in omgekeerde richting en zochten we een city bus op om ons terug te brengen naar het centrum. De city bus kwam al vrij snel aanrijden en na dik een uur gereden te hebben begonnen we toch de twijfels te krijgen of we wel in de goede bus zaten omdat we nog steeds geen herkenbaar punt waren gepasseerd. Inmiddels was het donker geworden en de klok tikte verder, dus besloten we wat te informeren bij de omzittende passagiers. Het bleek dat we wel de goede bus hadden maar dat de bussen in Yogjakarta in spitstijd wel eens hun route aanpasten en kriskras door de stad hun weg proberen te vinden en op die manier het verkeer proberen te vermijden. Wederom bijna twee uur later reden we de straat in van ons guesthouse en verlieten we de drukke bus. Na wat opgefrist te zijn besloten we toe te zijn aan een vette hap en dineerden we op voor ons herkenbaar terrein. 's Avonds schreven we de rest van dit verhaal en selecteerden we weer een aantal voor jullie interessante foto's van onze laatste belevenissen.
Omdat we geen vliegtickets open hebben staan tot onze terugvlucht van Bali naar Singapore hebben we geen tijdsdruk en kunnen dus overal een dagje meer of minder blijven. Waarschijnlijk doen we dat ook in Yogjakarta en genieten we nog een aantal dagen van deze stad en de omliggende bezienswaardigheden. Zo zijn we nog van plan om van hieruit naar de Merapi vulkaan te gaan om de lavastromen te gaan bekijken, naar de Bromo vulkaan te gaan om daar de zon op te zien komen en waarschijnlijk een bezoekje te brengen aan het Ijenplateau om daar het kristalblauwe kratermeer te bewonderen. Vervolgens trekken we richting Bali om daar in twee dagen doorheen te crossen op weg naar Lombok en daar te genieten van de prachtige stranden en het mooie onderwaterleven bij de Gilli eilanden.
Sebas en Maus maken het allebei goed. We moeten nog een beetje wennen aan alle aandacht die aan ons geschonken wordt door de lokale bevolking en overwegen toch echt geld te gaan vragen voor de vele foto's die van ons gemaakt worden. Verder missen we Marjolijn erg, nog 52 dagen schatje!!
Tot in Yogjakarta, Bali of Lombok!
Groetjes Sebas en Maus
Het wilde leven, apenstreken en berggeiten
Lief dagboek
We willen weer iedereen hartelijk bedanken voor de reacties die zijn geplaatst! Ook uit overwachte hoek en met name vonden we het leuk om te lezen dat mensen, zoals Marianne, die ons niet kennen ons doen en laten in Azie volgen en een reactie achterlaten (Marianne, inmiddels weten we via via wie je bent)!
Zoals we eerder al genoemd hadden staan de komende dagen in het teken van de wilde dieren en het overleven in de jungle. Dit doen we niet op ons eigen houtje, maar we worden bijgestaan door de medewerkers van Uncle Tan. Uncle Tan is een begrip in Sabah en laat mensen in een zeer primitieve situatie het leven rond de Kinabatangan rivier zien. Uncle Tan mag niet ontbreken in het verblijf in Sabah, omdat je anders niet kan zeggen dat je Borneo hebt gezien. Alle backpackers trekken dan ook naar deze oom toe om het echte wilde leven te ervaren. Zo ook wij aan het begin van de middag toen we koers zetten vanuit ons resort naar Uncle Tan (dit keer per taxi om wat zweetdruppels te voorkomen). Na aankomst moesten we wat gegevens invullen en een verklaring ondertekenen dat we met het volle verstand mee zouden doen aan deze ervaring en dat we begrepen dat we niet in het Hilton zouden gaan slapen en alles dus zeer primitief was (letterlijke woorden uit het contract). Toen we ons vorige verhaal op de computer van Uncle Tan aan jullie ten gehore brachten en we in het Nederlands druk aan het overleggen waren over wat ons te wachten stond, draaide het meisje achter ons zich om en begon in vloeiend Nederlands enige uitleg te geven. Zij had de primitieve ervaring al meegemaakt en zei dat vooral het slapen en de persoonlijke hygiene te lijden had onder het verblijf in de jungle. Aangezien wij dezelfde ochtend nog gedoucht hadden en we ons alweer vies vonden, dachten we: 'hoe erg kan het nou zijn'. Rond half drie stapten we in het busje van Uncle Tan waar we de daaropvolgende twee en een half uur niet meer uitstapten. De rit bracht ons eerst over verharde wegen, toen over onverharde wegen en tot slot over hobbelige zeer onverharde wegen, waarna we halt hielden bij de jetty aan de Kinabatangan rivier (jazeker, ze hebben hier ook een verschrikkelijke sneeuwman). De Kinabatangan rivier is de langste rivier in Maleisisch Borneo en doorkruist geheel Sabah, hij heeft een lengte van zo'n 560 kilometer. Door deze lengte vormt de rivier een centraal punt in de regio waar ook wilde dieren gebruik van maken om zichzelf te voorzien in hun waterbehoefte, kortom een uitstekende plek om veel dieren van ons lijstje 'wilde dieren' af te kunnen strepen.

Bij aankomst bij de jetty stapten we over in een klein motorbootje en maakten we kennis met een van de vele gidsen die onder Uncle Tan werken. Deze liet ons al een voorproef zien van wat we ons de komende dagen te wachten stond en nam ons in het bootje mee op een half uur durende introductie safari waarbij we kennis maakten met de meest voorkomende dieren rondom de rivier, zoals diverse soorten Makaken (hoe schrijf je de naam van zo'n beest?), proboscius monkeys (oftewel neusapen, oftewel Dutch Monkeys), heel veel vogels zoals hornbills (soort neushoornvogels), heel veel soorten reigers en kingfishers. Met open mond genoten we van de mooie flora en fauna en over alles wat de gids ons over deze flora en fauna te vertellen had. Na deze introductie safari hadden we direct al door dat dit een geslaagde trekking zou worden met professionele gidsen. Na dit half uur zetten we koers richting het kamp waarin we zouden verblijven. Daar aangekomen werden we hartelijk begroet door alle overige kampmedewerkers/gidsen en werden we direct gewezen naar onze slaapplaats. Bij onze hut aangekomen was het inderdaad een primitieve aangelegenheid en was het niet meer dan een houten huisje zonder ramen en deuren, waarin alleen drie matrassen en een klamboe aanwezig waren (kussens ontbraken).

Na onze tassen afgegooid te hebben zijn we op zoek gegaan naar een toilet en die vonden we op vijf minuten afstand lopen waarbij ook gelijk duidelijk werd waarom deze op vijf minuten afstand gelegen was, namelijk de geur van menselijke uitwerpselen kwam ons al na twee minuten tegemoet en was onbeschrijfelijk. Na de drie uur durende reis waren we wel toe aan een sanitaire stop en betraden de toiletten. Wat we daar tegen kwamen was een bruin gevulde toiletpot waarvan wij dachten dat iedereen daar zijn behoefte maar gewoon in liet liggen zonder het met een emmertje weg te spoelen. Later zouden we ontdekken dat de bruine massa juist het 'schone' water was en gebruikt werd om de andere bruine massa mee weg te spoelen. Na het toiletteren ontdekten we dat het kamp nog primitiever was dan we hadden ingeschat. Douches waren niet aanwezig en de enige manier waarop je je nog enigszins kon wassen was door met emmertjes het bruine rivierwater over jezelf heen te gooien terwijl je boven de toiletpot stond.

Om zeven uur moesten we ons met de groep verzamelen om te luisteren naar een briefing, waarin ons verteld werd wat we wel en niet mochten doen en wat het programma was van de komende dagen. De groep waarmee we de komende drie dagen op zouden trekken bestond uit ons tweeen en zes andere personen, waaronder ook twee Nederlanders van onze leeftijd. Na deze briefing zetten we koers naar de eetzaal en kregen we een uitgebreid buffet voorgeschoteld en werden we getrakteerd op de vrolijke tonen van gitaren en zingende gidsen. Het eten viel ons al met al mee en was eigenlijk nog best wel lekker. Na deze maaltijd was het tijd voor onze eerste echte wildervaring. Het was inmiddels helemaal donker geworden wat de gelegenheid gaf voor een avontuurlijke nightsafari per motorbootje. Bepakt met een dikke schijnwerper vaarden we stroomopwaarts de rivier op en flitse de gids van links naar rechts over de oevers van de rivier waarbij wij dachten dat hij nooit wild zou kunnen spotten als hij zo snel met zijn schijnwerper over de oevers gleed. Maar na enkele meters gevaren te hebben knipperde hij met zijn lamp, waarop de stuurman de boot draaide en met de punt naar de oever stil bleef liggen. We ontdekten ons eerste wild van die avond, een civit cat, een kleine katachtige die het vooral gemunt had op vissen, kikkers en kleine vogels. Gedurende de safari bleven we ons steeds meer verbazen over de grote afstand vanwaar vandaan onze gids het wild wist te spotten. Hij legde uit dat hij hier een bepaalde methode voor had, hij lette namelijk op de oplichtende ogen van de dieren en wist dan al op zeer grote afstand te vertellen dat er wild zat. Het komende uur voeren we verder de rivier af en hadden we een grote vangst die bestond uit veel civit cats, leopard cats, vogels (uilen), slapende apen en een krokodil die niet hield van het licht en na het schijnen met de lamp direct onder water dook.

Naast deze grote dieren wist de gids ons ook nog op een aantal kleine dieren te wijzen, zoals een kikker van 2 centimeter die hij al op dertig meter afstand had gezien en wat spinnetjes. Moe en voldaan keerden we terug naar het kamp en besloten met het oog op het eerste programmapunt van de volgende dag maar snel richting ons matras te gaan en de slaap te vatten. Bezweet van de hete dag, we hadden nog niet gebruik gemaakt van de bruine douche, vielen we neer op ons matras en roken meteen dat al onze voorgangers hetzelfde hadden gedaan, waardoor de matras rook als een zweetsok die al jaren niet gewassen was. Maar goed, we waren zo moe dat we al vrij snel in slaap vielen totdat Dave, onze enige huisgenoot ook in dromenland was aangekomen en bij dit proces een hard snurkend geluid maakte wat hij de daaropvolgende uren volhield. Fijn dat hij zo'n goede nachtrust had, maar het hield ons wel uit onze slaap. Toen Dave eindelijk was omgedraaid en was opgehouden met snurken kwam ons het andere geluid ten gehore, namelijk de grote hoeveelheid krekels die zo in het vroege ochtendgloren al lekker stonden te ratelen. Met de hoop opgegeven hebben we toch nog een uurtje lekker kunnen slapen totdat om zes uur de wekker afging en we ons klaar moesten maken voor het eerste programmapunt van die dag.
Om half zeven werden we verwacht klaar te staan bij de boot en werden we de daaropvolgende uren rondgevaren over het met mist beklede landschap. De beste uren van de dag om wild te spotten zijn 's ochtends vroeg wanneer de zon nog niet schijnt en vlak voordat de zon ondergaat. We hadden dus hoge verwachtingen voor deze trip en gelukkig werden deze waargemaakt. We hebben wederom een hoop vogels kunnen spotten, een hoop net wakker geworden apen en het hoogtepunt van die ochtend, een wilde Orang Utang die nog lekker lag uit te slapen maar werd gewekt door de toeristen die onderaan zijn boom stonden te schudden.

Alle kampleden (ongeveer 20) stonden met hun camera's gereed om allemaal het beste plaatje te schieten. De aap had er echter geen zin in en bleef stil op zijn plek totdat wij bijna allemaal weer in de boot zaten en hij plotseling zijn nest verliet waardoor we toch nog, al is het uit de verte, een foto van hem (of haar) hebben kunnen schieten. Na deze vangst keerden we voldaan terug naar het kamp en genoten we van een uitzonderlijk goed ontbijt compleet met toast, gekookte eieren en pannenkoeken. We hadden onze maag gevuld en hadden even wat rust tot het volgende programmapunt. Om half elf stond een ochtendwandeling door de jungle gepland waarbij met name de nadruk zou liggen op het zien van planten en kleine insecten (aangezien het inmiddels te warm was voor de grote dieren). Wederom viel bij deze wandeling op dat de gidsen veel konden vertellen over de dingen die we zagen wat een trip als deze toch meer dan compleet maakt. Die ochtend zagen we inderdaad geen grote wilde dieren, maar hebben we wel een speciaal soort duizendpoot, een aantal spinnen, een olifantinsect en veel planten die gebruikt werden voor medicijnen en kwaaltjes gezien. Van deze wandeling waren we aardig hongerig geworden en toen we terugkwamen stond er gelukkig een uitgebreid lunchbuffet klaar. Na onze buikjes vol te hebben gegeten vonden we dan toch tijd om onze verloren nachtrust in te halen. Gelukkig voor ons had Dave het kamp net verlaten en konden we in alle rust genieten van ons filmpje en middagdutje. Althans rust, helaas was het ochtendconcert van de krekels overgegaan in een middagconcert. Gelukkig hadden we onze van huis meegebrachte oordopjes nog niet naar huis gestuurd en konden we op deze manier het geluid enigszins dempen.

Nadat we om een uur of half vier waren uitgeslapen voelden we ons zo vies en plakkerig dat we weer een persoonlijke grens hebben overschreden en ons boven het toiletpot staande, onszelf hebben gewassen met het vieze bruine water. Nog steeds vies, maar wel opgefrist konden we onze zweetkleding weer aantrekken en een nieuwe laag citronella aanbrengen om om vijf uur klaar te staan bij het volgende programmapunt, namelijk de middagsafari per boot. Onze gidsen verzekerden ons dat rond dit tijdstip heel veel dieren zich richting de rivier begaven om te drinken, te eten en een slaapplek te zoeken, waardoor we verzekerd waren van een grote vangst. Na een stukje gevaren te hebben en al de nodige vogels te hebben gezien vonden we dan eindelijk de grotere dieren, zoals heel veel neusapen die nieuwsgierig vanachter hun grote neus vanuit de boom naar de nieuwsgierige toeristen keken.

We zagen een ander soort makaken dan dat we eerder gezien hadden, silver leaf apen en een grote hagedis in een boom en hadden we het geluk om een voor deze tijd van het jaar zeldzame flying fox te spotten die kwam overscheren waarvan zelfs de gids onder de indruk was (helaas ging het beestje zo snel dat de onderstaande foto het enige bewijs is van zijn aanwezigheid...).

Naast deze dieren konden we ook genieten van een mooie zonsondergang die de lucht boven Borneo meerdere kleuren liet aannemen. Toen de zon ondergegaan was zetten we koers richting het kamp en probeerde de gids op de terugweg met de spotlight nog een aantal krokodillen te vinden. Helaas voor ons waren deze beestjes te snel, want steeds wanneer de gids ze zag doken ze alweer onder in het water, dus geen krokodillen foto's voor ons en voor jullie. Terug aangekomen in het kamp was de nieuwe groep inmiddels gearriveerd en genoten we samen van het uitgebreide dinerbuffet. Die avond hadden we nog een programmapunt af te werken, namelijk een wandeltocht door de gitzwarte jungle op zoek naar kleine insecten en inmiddels slapende dieren. Ook konden we met onze eigen zaklamp de methode testen die de gids gebruikt om de wilde dieren in het donker te spotten, namelijk het op ooghoogte houden van de zaklamp en eerst over de grond te schijnen op zoek naar spinnen, slangen en kikkers, vervolgens de lamp te richting op ooghoogte op zoek naar vogels en knaagdieren en dan de lamp te richten op drie meter hoogte op zoek naar apen en slapende olifanten en giraffen. Een wandeling door een pikdonkere jungle geeft een apart gevoel en bij iedere kriebel in je nek of op je rug denk je gelijk aan het ergste, maar gelukkig hebben we het overleefd en hebben we nog aardig wat dieren kunnen spotten, zoals slapende vogels waarbij je op tien centimeter afstand kan komen, omdat ze te bang zijn om in het donker weg te vliegen, kikkers, spinnen, vleermuizen en andere kleine dieren.

Na deze nachtelijke ervaring keerden we terug naar het kamp waar we ons richting de toiletten begaven om onze tanden te gaan poetsen. Bij de toiletten aangekomen hoorden we een luid getik, nee het was geen koekoeksklok, maar het waren tientallen, zo niet honderden groene kamikaze torren die op de brandende tl lampen afkwamen en zich constant een weg probeerden te vinden naar buiten en naar de lamp waardoor wij besloten deze toiletbeurt even over te slaan en met een volle blaas te gaan slapen. Terug aangekomen bij ons slaapvertrek kwamen we erachter dat we geen nieuwe Dave hadden gekregen en dus rustig de slaap konden vatten.
De volgende ochtend ging om zes uur alweer de wekker, omdat we nogmaals de ochtendsafari wilden maken. De volle blaas van de vorige avond begon ons parten te spelen waardoor we genoodzaakt waren de gang te maken naar de toiletten. Daar aangekomen aanschouwden we het slagveld wat de groene kamikaze torren hadden aangericht, waarbij letterlijk de toiletpot gevuld was met tientallen vieze groene monsters en je goed moest kijken waar je je voeten neer kon zetten om niet het geknars te hoeven horen van de grote hoeveelheid op de grond liggende groene kamikazes. Om half zeven zaten we opnieuw in de bootjes op weg naar het wild. Het eerste uur was een beetje teleurstellend gezien het feit dat de apen het lieten afweten en alleen de vogels op de foto wilden. Toen de andere groep inmiddels alweer terug aan het varen was, had onze gids boven in een boom een donkere vlek ontdekt en wat bleek het was een wilde Orang Utangmama met een wilde Orang Utangbaby.

Omdat we voor de rest nog geen enkel wild gespot hadden, bleef de gids extra lang onder aan de boom aangemeerd liggen, zodat wij genoeg foto's konden schieten (alhoewel het zeer kleine stipjes waren in de grote hoge boom). Een kwartier later vond hij het dan ook genoeg en zetten we koers richting het kamp tot aan het moment dat op de oever vier enthousiast zwaaiende Maleisische mannen onze aandacht probeerden te trekken en wezen naar de boom naast hun. Wat bleek er zat nog een wilde Orang Utang in die nog op geen tien meter hoogte een heerlijk ontbijtje zat weg te werken. We stapten de boot uit en konden dit keer van zeer dichtbij genieten van de op zijn gemak ontbijtende mensaap die tijdens zijn ontbijtje neerkeek op acht enthousiast fotomakende wilde toeristen (de aap zal het jammer gevonden hebben dat hij geen camera bij zich had).

Na de aap ruim een kwartier te hebben aangestaard (en hij ons) was het moment van afscheid daar en zwaaide de aap de wegvarende boot uit. Bij het kamp aangekomen konden we direct aanschuiven aan de ontbijttafel en met een goed gevulde maag pakten we onze tassen in en werden we om tien uur uitgezwaaid door de medewerkers en gidsen van het kamp. Per boot werden we teruggevaren naar de jetty waar al een auto op ons stond te wachten om ons terug te brengen naar het basiskamp in Sepilok. Gedurende de twee en een half uur durende tocht dachten we na over deze geslaagde jungle-ervaring en hebben we zeker geen spijt dat we Uncle Tan hebben bezocht. Voor jullie oplettende lezers, we hebben weinig woorden gezegd over Uncle Tan zelf, dit komt mede omdat deze man al acht jaar onder de graszoden ligt en zijn nazaten het werk hebben voortgezet. Teruggekomen in het basiskamp besloten we nog een nachtje door te brengen in het basiskamp voordat we weer verder zouden reizen en na eindelijk een normale douche te hebben genomen zetten we diezelfde middag nog koers naar het nabijgelegen Orang Utang Rehabilitation Centre om daar het voederprogramma van de Orang Utangs mee te maken. In dit centrum worden jonge wees Orang Utangs en zieke Orang Utangs opgevangen en gevoerd totdat ze zich op eigen houtje kunnen redden. Sommige oudere Orang Utangs vinden het buffet in het Rehabilitatie centrum zelfs zo lekker dat ze regelmatig terugkomen om een vorkje mee te prikken. Tijdens dit voederen hebben we nog drie Orang Utangs gespot en konden we genieten van de enorme toeristenmassa die allemaal op dit eetfestijn afkwamen en de perfecte foto wilden schieten. De apen werkten hieraan mee en vertoonden hun kunstjes door in de voederbak met melk te gaan zitten en rond te slingeren als ware acrobaten en zich onder een bank te verstoppen zodat alle 60 toeschouwers van een meter afstand de perfecte foto konden schieten.

Orang Utangs in het wild zien is leuker, mede omdat ze als ze niet wild meer zijn menselijk gedrag gaan vertonen wat het meest lijkt op filmsterren op een rode loper, maar het was een mooie aanvulling op het avontuur. De rest van de dag en avond hebben we gebruikt om uit te rusten van ons avontuur van de afgelopen dagen.
De volgende dag stond weer een reisdag op het programma en stonden we langs de weg te wachten op de bus naar Kota Kinabalu. Na bijna drie kwartier wachten kwam de bus dan eindelijk aankaggelen en konden we voor de daaropvolgende zes uur plaats nemen tussen de locals en de kotsende kinderen gezien de vele bochten in de weg naar Kota Kinabalu. De bus hield halt op het negen kilometer noordelijker gelegen busstation van de stad, waardoor we genoodzaakt waren een locale bus te pakken naar het centrum. De locale bus was snel gevonden, alleen tot onze teleurstelling was de chauffeur vergeten ons te waarschuwen wanneer we in het centrum zouden zijn en werden we op een zuidelijker gelegen lokaal busstation gedropt. Op dit zuidelijker gelegen busstation stonden minibusjes met allemaal verschillende bestemmingen en we hadden totaal geen idee welke bus wij moesten hebben. Na van het kastje naar de muur te zijn gestuurd kwamen we dan eindelijk bij de goede bus terecht en na een half uur wachten zette deze koers richting het centrum. Tien minuten later stapten we de bus uit en liepen we naar het door ons uitgezochte guesthouse om te kijken of ze nog vrije kamers hadden. De kamers in Maleisie en dan met name in Borneo zijn qua prijs aan de hoge kant gezien ons budget, waardoor we ook nu weer genoodzaakt zijn te overnachten op een tien persoons kamer en een badkamer te moeten delen met de rest van het guesthouse. De rest van de dag hebben we de stad verkend en hebben we geprobeerd uit te rusten van de vermoeiende reisdag.
De volgende dag was het dan eindelijk uitslaapdag en konden we ondanks de acht andere aanwezige mensen die overigens ook allemaal uitsliepen tot half tien blijven liggen. Na de vuile was weer eens te hebben weggebracht, hebben we de middag besteed aan het schrijven van een gedeelte van dit verhaal en hebben we ons te goed gedaan aan een heerlijke Pizzahut lunch om het rijtje van fastfoodketens nog maar eens uit te breiden.

Na deze overheerlijke lunch (onze portomonee vond het niet zo heerlijk) hadden we nog een doel te verwezenlijken, namelijk het kopen van handschoenen en een muts die we nodig zullen hebben voor het beklimmen van Mount Kinabalu. Gezien de buitentemperatuur van 30 graden en een luchtvochtigheidspercentage van 88% is dit nog een hele opgave en wordt je vreemd aangestaard in de winkels wanneer je zegt dat je naar deze artikelen op zoek bent. In alle drie de shoppingmalls die we af zijn gegaan was dan ook geen enkele handschoen en muts te vinden, dus besloten we de gok te nemen en de koop te laten wachten tot bij Mount Kinabalu. Diezelfde avond liepen we het Nederlandse stel van de Kinabatangantrip tegen het lijf en besloten we als oude mannetjes verhalen van vroeger tijden op te halen (een dag ervoor). Over de avond valt verder niets te vertellen, het was zoals gewoonlijk eten, drinken, douchen en slapen.
De volgende morgen hebben we ons nieuwe ritme opgepakt en bleven we wederom tot half tien in bed liggen en na het ontbijt checkten we uit in het guesthouse en gingen op weg naar de minibusstandplaats vanwaar minibusjes vertrekken richting Mount Kinabalu. Na de minibusjes te hebben gevonden werden we direct aangesproken door een popiejopie minibuschauffeur die ons voor 15 ringit (zo'n 3 euro) per persoon naar de 88 kilometer verderop gelegen berg wilde brengen. Maar toen hij onze rug zag, beter gezegd de enorme bagage die we daarop hadden hangen besloot hij zijn prijs te verhogen en nog eens vijf ringit per persoon extra te vragen. Omdat wij dit belachelijk vonden gingen we in discussie met de man, welke echter niet te vermurwen was. Maurits die de hele discussie drie minuten had gadegeslagen vond dat we zo erg benadeeld werden (omdat we een euro extra moesten betalen) en haalde zijn Engels/Nederlandse scheldvocabulaire weer eens uit de kast en vloog de beste man zowat naar de keel. Na uitgetierd te zijn (Sebas moest Maurits op afstand van de man houden), realiseerde Maurits zijn fout, echter was het al te laat, het was inmiddels onmogelijk om nog met de minibus naar de berg te gaan en waren waarschijnlijk vele malen duurder uit door het nemen van een grote bus of taxi. Toen we ons aan het beraden waren over een nieuw plan kwam daar onze redding aanlopen, Mr. Wong genaamd, een vriendelijke Chinees, Maleisische taxichauffeur die ons na wat onderhandelen voor 40 ringit wel naar een guesthouse onder aan de berg wilde brengen. Natuurlijk gingen we voor deze prijs bij hem in de taxi zitten, maar vroegen ons na een aantal minuten al af hoe het toch kwam dat deze man voor een ritje van 88 kilometer maar 40 ringit kon vragen. Al snel kwam de aap uit de mouw. Mr. Wong hoopte onderweg nog eens twee andere reizigers op te pikken waar hij ook 40 ringit van zou vragen en op die manier ons geld te gebruiken om uit de kosten te komen en hun geld gebruikten om winst te maken. Hij waagde een gokje omdat hij niet zeker wist dat hij mensen tegen zou komen, ofwel wij zouden geluk hebben, ofwel hij zou geluk hebben. Toen hij onderweg niemand tegenkwam bleek het geluk aan onze kant te staan en werden we voor 40 ringit per taxi naar de berg gebracht. Natuurlijk zat er in zijn linkermouw ook nog een aap. Mr. Wong houdt erg veel van praten en ratelde aan een stuk door over zijn theorie van kentekenplaten, geluksgetallen, loterijnummers, Chinees nieuwjaar, zijn kinderen, zijn tweede vrouw (zijn eerste was byebye, wat dat ook mag betekenen) en de manier waarop Japanse en Chinese mensen begraven worden na hun dood (je hebt zeven sterren begraafplaatsen, vijf sterren begraafplaatsen en drie sterren begraafplaatsen, des te hoger het aantal sterren des te makkelijker je er weer uit komt). Zeer interessante informatie, vooral voor Sebas die de fout had gemaakt om voorin te gaan zitten en die dus slachtoffer werd van verplichte twee uur durende conversatie. Maurits die er met zijn woede voor had gezorgd dat we genoodzaakt waren een taxi te pakken had het geluk achterin te zitten en het gesprek te ontlopen. Na een veertigtal kilometers gereden te hebben reden we de bergen in en haalde de chauffeur menig langzaamrijdende auto en vrachtwagen in. De weg werd bochtiger en zijn overzicht op de weg werd minder waardoor hij op een gegeven moment aan Sebas vroeg of deze eventjes kon kijken of hij kon inhalen. Gelukkig had hij het gevraagd, want net achter de bocht kwam een grote rode vrachtwagen aan denderen. De rest van de rit bleef Sebas voor de zekerheid maar opletten, zodat we twee uur later veilig konden uitstappen bij ons guesthouse. Het guesthouse van onze keuze zag er een beetje vervallen uit en we informeerden naar de mogelijkheden. Ze hadden erg dure kamers, maar hadden ook de inmiddels bekende slaapzalen beschikbaar, dus besloten we ons voor dit ene nachtje maar weer aan te passen aan ons budget en een stapelbed te bemachtigen in een van de zalen. Dit bleek niet heel moeilijk te zijn gezien het feit dat het guesthouse helemaal uitgestorven was en we dus een acht persoonskamer voor onszelf hadden. Inmiddels was het lunchtijd geworden en bleek het restaurant bij het guesthouse dicht te zijn vanwege een opknapbeurt waardoor we genoodzaakt waren richting het hoofdkwartier van de berg te lopen op zoek naar een andere eetgelegenheid. Al snel bleek dat we niet het meest dichtsbijzijnde guesthouse uitgezocht hadden, want we liepen ruim twee kilometer voordat we een restaurantje vonden. Toch vonden we dit niet erg, gezien we de komende dagen nog veel meer kilometers voor de boeg hadden.

Na het eten zijn we naar het hoofdkwartier van de berg gelopen om ons te melden en zaken te regelen voor de beklimming van morgen. Ook vonden we onze muts en handschoenen die jullie op de latere foto's niet kunnen missen. De rest van de middag vermaakten we ons met het filmkanaal op de televisie op de kamer en schreven we de ansichtkaarten die we ruim twee weken geleden al gekocht hadden. Het was inmiddels weer etenstijd en trokken onze wandelschoenen weer aan om de twee kilometer naar het hoofdkwartier weer af te leggen. Onderweg kwamen we een goed uitziend restaurantje tegen waar we maar besloten te gaan eten gezien dit weer een aantal meters bespaarde. We genoten hier van heerlijke huisgemaakte frietjes en de altijd lekkere sweet and sour chicken die dit keer extra lekker was door het krokante laagje om de kip en de aparte smaak. Met onze buikjes weer gevuld zijn we teruggekeerd naar ons guesthouse waar we ons met een douche klaar gingen maken voor die nacht. Sebas mocht vandaag eerst douchen en lag al lekker te lezen op bed toen Maurits het zweet van zijn lichaam afspoelde. Maurits die nadat hij gedoucht had net zijn tanden had gepoetst en de kamer weer inkwam zei tegen Sebas: 'ik voel me een beetje misselijk en draaierig...', Oh zegt Sebas 'dat zal wel door de berglucht komen gezien we op 2000 meter zitten'. Maurits was ook net begonnen aan zijn stukje verhaal voor het slapen gaan toen hij opeens de sweet and sour chicken weer in zijn mond proefde en zich richting de wc racede om daar zijn gehele maaltijd inclusief frietjes aan de wc toe te vertrouwen. Zijn neus was het hiet niet mee eens en wilde toch wat van de maaltijd achterhouden en wat daarop volgde was dat Sebas zijn muziek extra hard moest zetten om het gesnuif en gesnuit van Maurits te kunnen missen. Helemaal opgeknapt en opgelucht vond Maurits weer zijn plekje in bed en na een stukje lezen ging het licht uit en konden we genieten van een rustige nachtrust. Na bijna in dromenland te zijn schrok Sebas wakker en spoedde zich over het houten stapelbeddentrapje naar de badkamer om ook daar zijn sweet and sour aan de wc toe te vertrouwen. Schouder aan schouder met de aanwezige kakkerlak zat hij bij te komen van het stukje tomaat dat nu in de wc pot dreef. Nog niet helemaal opgelucht besloot hij toch maar weer afscheid te nemen van de kakkerlak en weer op bed te gaan liggen, wachtend op de volgende kotsbeurt. Deze liet niet van zich weten en voor we het wisten werden we om half zeven gewekt door de wekker.
Vandaag was de grote dag. We gingen een begin maken aan de 4095 meter naar de top van Mount Kinabalu. Na een snel ontbijt in een ander restaurant dan de vorige avond melden we ons om kwart over acht op het hoofdkwartier van de berg om daar ons lunchpakketje op te halen en kennis te maken met de gids die ons zou begeleiden naar de top. Voordat we aan de klim konden beginnen moesten eerst nog met een busje naar de toegangspoort rijden vanwaar het 6 kilometer lopen was naar Laban Rata, onze slaapplaats voor de komende nacht (op 3100 meter hoogte). Om acht uur veertig precies startten we met de wandeling richting Laban Rata. Al snel merkten we dat de gids ons tempo niet kon bijhouden. Wat bleek hij had de avond ervoor iets te ver in het rijstwijnglaasje gekeken en had maar vijf uurtjes geslapen. We wilden de gids niet kwijtraken, dus besloten ons tempo wat naar beneden bij te stellen en alle rustmomenten te pakken die we onderweg tegenkwamen (zeven stuks). De weg naar boven was erg afwisselend en leidde ons over grote rotsblokken, half ingezakte houten trappen, mistige jungle en langs heel veel groene planten en bomen.

De klim was zwaarder dan we van te voren ingschat hadden, maar kwamen desondanks al na vier uur en 20 minuten lopen aan in Laban Rata. We meldden ons bij de receptie met de verwachting gewezen te worden naar twee stapelbedden die voor ons gereserveerd waren. Niets bleek minder waar te zijn, we kregen een sleutel overhandigd van de buttercupsuite en hoefden dus geen kamer te delen met meerdere mensen, maar hadden de luxe te overnachten in een privekamer met ensuite badkamer, dikke dekens en een overvloed aan kussens.

We vroegen ons inderdaad al af waar al het geld heen ging dat we voor deze trip betaald hadden. Na heerlijk gedoucht te hebben in onze ensuite badkamer zijn we op bed gaan liggen om bij te komen van de zware klim en te wennen aan de ijle lucht op deze hoogte. Rond vijf uur smiddags werden we verwacht aan het dinerbuffet en troffen we in het restaurant een overweldigende hoeveelheid eten aan en schepten we meerdere malen ons bordje vol. Nog steeds kwamen er mensen binnendruppelen die meer tijd nodig hadden dan de vier uur en twintig minuten die wij erover gedaan hadden. Na het eten besloten we een heel heel klein stukje te gaan lopen en te genieten van de prachtige luchten tijdens de zonsondergang (zie foto's).

Na dit fotomomentje was het eigenlijk tijd voor ons dagelijks proostmomentje, maar bleek het bier op deze hoogte ook vervijfvoudigd te zijn in prijs en besloten we maar te proosten met een gratis kopje thee van het buffet. De reden dat het bier op deze hoogte zo duur is, komt mede door het feit dat alles per voet naar Laban Rata gebracht moet worden. Onderweg naar Laban Rata kwamen we dan ook veel van deze Maleisische pakezels tegen die met immense ladingen van gasflessen, eieren, groenten, rijst en blikjes drinken op hun rug naar boven liepen (beter gezegd renden!). Die avond moesten we proberen vroeg te gaan slapen en deden we om acht uur het licht uit. Echter valt het niet mee om direct in slaap te vallen en lagen we tot zeker elf uur het witte plafond boven het bed te bewonderen.
Om half twee begon de wekker al te rinkelen. Voor de duidelijkheid we hadden dit keer niet uitgeslapen, het was namelijk nog maar half twee 's ochtends en maakten we ons klaar voor het ontbijtbuffet dat voorafgaande aan de beklimming van de top geserveerd werd. De meeste mensen wordt geadviseerd tussen twee en half drie te vertrekken om op die manier precies voor zonsopkomst de top te bereiken. Onze gids, inmiddels een beetje bijgekomen van zijn kater had vertrouwen in ons tempo en vond het beter dat we wat later zouden vertrekken om niet uren boven op de ijzige top te moeten wachten op de zonsopkomst. Om drie uur precies vertrokken we als laatste vanuit Laban Rata en volgden we de lichtjesmassa (147 stuks) die we in de verte zagen lopen. Na tien minuten kwamen de eerste Jappanners, maleisiers en Chinezen in beeld die we met speels gemak het nakijken lieten.

Onderweg haalden we nog vele vermoeide klimmers in, maar merkten we zelf ook dat het lopen op deze hoogte veel van je energie vergt door het lage aanwezige zuurstofgehalte. De gids wilde zich echter (na de dag van gisteren) niet laten kennen en ging in hoog tempo richting de top. De weg begon met veel houten gammele trappen en ging later over in stijle rotshellingen waarbij menig mens zich met het aanwezige touw omhoog moest trekken. Dit ging volgens onze gids te langzaam en haalde, zonder het touw vast te houden, links en rechts de trage klimmers in (er liepen zelfs bejaarden tussen van een jaar of zeventig!!). Toen we de top niet meer konden missen en we nog een kleine kilometer moesten lopen zei de gids 'volg het touw maar, dan kom je er vanzelf' en sloot zich ergens tussenin aan om een beetje bij te kunnen komen. Met nog steeds een hoog tempo vervolgden we onze weg naar boven, terwijl we nog steeds links en rechts mensen passeerden die bijna uitgeput neer vielen en kwamen na twee uur lopen als derde en vierde van de 147 mensen aan bij het bordje '4095 meter' (overigens waren nummer een en twee ruim een half uur eerder vertrokken en slechts tien minuten eerder dan ons boven, geen slechte prestatie dus voor twee amateuristische sportievelingen).

Het was nog maar vijf uur en moesten nog ruim drie kwartier wachten totdat de zon van zich liet zien, dus zetten we ons maar neer op een rots en merkten toen pas de ijzige kou die ons om de oren sneed. Gelukkig waren we goed uitgerust en konden we ingepakt genieten met de aanwezige ratten op de steeds drukker wordende top van de steeds mooier wordende omgeving.

Toen de zon bijna opkwam vond onze gids het een beter idee om een klein stukje af te dalen, omdat je daar rustiger kon genieten van dit natuurverschijnsel gezien de top steeds drukker en voller werd. Bij lange na had nog niet iedereen de top gehaald toen de zon al opkwam en wij konden genieten van de rode gloed over het bewolkte landschap (zie foto's).

Om zes uur twaalf verlieten we onze post en zetten koers richting Laban Rata. Onderweg naar beneden verbaasden we ons nog steeds over de prachtige lucht en de grote hoeveelheid klimmers die nog omhoog klommen en ons uitgeput vol verbazing aankeken dat wij alweer onderweg naar beneden waren. Links en rechts werden we gefeliciteerd en werd er geapplaudiseerd voor onze prestatie. Naar beneden zagen we pas goed wat voor maanlandschap de weg naar de top was en schoten we onze geheugenkaartjes nog voller. Een uur en 26 minuten later kwamen we als allereerste (!) aan in het restaurant van Laban Rata en genoten we in alle rust van worstjes, gebakken rijst, pannenkoeken, fruit en sinaasappelsap. Om negen uur was het tijd om onze kamersleutel in te leveren en stond de gids op ons te wachten om ons te begeleiden naar de voet van de berg. Nou ja te begeleiden...hij volgde ons naar de voet van de berg. In hoog tempo lieten we ons de rotsen afvallen en met enkele korte rustpauzes stonden we al na twee uur en veertig minuten doodmoe onderaan de berg waar ons avontuur een dag daarvoor begon. Onderweg naar beneden passeerden we een groot aantal mensen die nog aan het avontuur moesten beginnen en onderweg waren naar Laban Rata. Geinteresseerd vroegen ze of we de top gehaald hadden en of het redelijk makkelijk haalbaar was. De meeste gevallen zagen we al direct aan het postuur en het uiterlijk van de mensen dat ze het nog heel zwaar zouden krijgen, maar vriendelijk als dat we waren zeiden we iedere keer dat het goed te doen was als je maar je rustpauzes nam. Nadat we met het busje van de toegangspoort naar het hoofdkwartier waren gereden was het tijd om onze certificaten op te halen en werden we opnieuw gefeliciteerd met het behalen van de top. Inmiddels merkten we dat ons lichaam begon te kraken en kregen we pijn in onze knieen, kuiten en dijbenen. Gelukkig hadden we nog een lunch te goed in het restaurant bij het hoofdkwartier. Helaas waren we door ons hoge tempo zelfs nog te vroeg voor het lunchbuffet en moesten we nog een kwartier wachten voordat we ons bordje konden volscheppen. Tijdens de lunch evalueerden we het afgelopen avontuur en een van de conclusies was het feit dat er maar heel weinig westerse toeristen hadden deelgenomen aan de beklimming en dat met name de Aziaten waren die de berg bedwongen. Een half uur later dan ons kwam een groepje van de andere westerse toeristen het restaurant binnengestrompeld en konden ook zij genieten van de lunch. Toen ze uitgegeten waren kwam een van deze jongeren naar ons toe en vroeg wat onze plannen waren voor de rest van de dag. Wij wilden zelf dezelfde dag nog terugreizen naar Kota Kinabalu om daar uit te rusten van deze prestatie. Zij hadden hetzelfde plan en stelden voor om een busje te huren die ons zevenen terug zou brengen naar Kota Kinabalu. Dit idee sprak ons ook wel aan, mits het busje langs ons guesthouse zou rijden om onze tassen op te halen. Zo kwam het dus dat we met zeven man sterk op zoek gingen naar een minibusje met chauffeur. Dit bleek moeilijker dan verwacht en de enige aanbieder vroeg een te hoge prijs. Het merendeel van de groep was het hier niet mee eens en besloten dus langs de weg een voertuig aan te houden die ons zevenen wel wilde vervoeren. Inmiddels met wat reiservaring op zak zagen wij wel in dat er nooit iemand is die wel zeven mensen met bagage mee wil (en kan) nemen, dus zochten wij onze eigen weg en lieten we de vijf anderen achter met hun zoektocht naar de ideale lift. Teruggekomen in het guesthouse, ja we hebben die dag nog twee kilometer gelopen(!), zochten we onze tassen op, namen plaats langs de weg en zaten binnen vijftien minuten in een luxe touringcarbus met airco en Jean Claude van Damme.

En dit voor de helft van de prijs van het streefbedrag van de andere vijf westerlingen. In twee uurtjes bracht de bus ons terug naar Kota Kinabalu, uiteraard niet naar het centrum, maar wederom naar het negen kilometer noordelijker gelegen busstation, waardoor we het hele proces van shuttle bus en city bus weer moesten herhalen. Van het eerdergenoemde Nederlandse stel hadden we een adres gekregen van een guesthouse die niet al te duur was en volgens hun een goede kwaliteit leverde. We besloten hier maar naar toe te trekken en een kamer te nemen. Zoals gewoonlijk checken we altijd eerst de kamer en ook deze keer was dit geen overbodige luxe, gezien vanaf een plank van de kledingkast ons twee kleine kakkerlakoogjes aanstaarden. We overlegden wat we zouden doen en besloten een andere kamer te vragen in de hoop hier geen kakkerlak aan te treffen. Na een snelle inspectie zagen we in de tweede kamer geen beestjes zitten en besloten hier ons heil te zoeken voor de komende drie nachten. Die avond trakteerden we onszelf op een luxe diner bij een overvolle Pizzahut en sloten we al om negen uur onze ogen om de inspanning en het slaaptekort te verwerken.
De volgende ochtend werden we niet wakker van de wekker, maar van de spierpijn die vanaf onze rug tot onze tenen ons lichaam teisterden. Om een uur vonden we het genoeg geweest en na de lunch besloten we onszelf te trakteren op een massage. Sebas was gelukkig eindelijk over zijn angst van de vorige massage in Krabi heen en durfde het wel weer aan met de zekerheid dat het dit keer wel een vrouw zou zijn die hem zou masseren. In de shoppingmall aangekomen (in Maleisie vind je alles in een shoppingmall) werden we op de derde verdieping aangesproken door een vriendelijke dame die ons voor 35 ringgit per persoon wel wilde bewerken met haar handen. We besloten het maar direct te doen en voordat we het wisten lagen we op onze buik met ons hoofd in een gat op de massagetafel, ging het licht uit en voelden we de massage-olie op onze rug gespoten worden en hoorden we de fluisterende stem 'ok sir, no pain?' Wij vonden het allemaal wel prima en genoten van de rug en beenmassage. Toen het halverwege het uur was en we ons mochten omdraaien om ons van de andere kant te laten masseren keek Sebas recht in de ogen van een persoon waarvan hij niet zeker wist of het een man of een vrouw was en gleed met zijn blik naar beneden op zoek naar twee ronde vormen die konden aantonen dat hij de afgelopen dertig minuten toch echt wel was betast door een vrouw. Meerdere keren het lichaam afgescand te hebben moest hij toch concluderen dat ondanks het vrouwelijke zachte fluistertoontje dit toch echt de handen waren van iemand van het mannelijke geslacht. Het laatste halfuur van de massage bestonden uit vragen beantwoorden waar we sliepen, hoe oud we waren, of we een girlfriend of boyfriend hadden en of we het nog steeds lekker vonden. Gelukkig was deze man wat professioneler dan de vorige ervaring en bleven zijn handen ver verwijderd van Sebas zijn edele delen. De massage werd afgesloten met het fluisteren van de zin 'you are pretty boy' en het serveren van een kopje thee. Uiteraard wilden we deze kans niet voorbij laten gaan en besloten jullie te trakteren op een groepsfoto van ons met onze masseurs.

De avond vulden we met het uitzoeken van de grote hoeveelheid foto's (sorry we konden geen keuze maken dit keer) en vonden op tijd ons bed weer.
Vandaag hebben we niet veel anders gedaan dan de rest van dit verhaal te schrijven en te wachten tot de grote hoeveelheid foto's geupload waren. Morgen brengen we de laaste dag door in Maleisie en stappen we 's avonds op het vliegtuig die ons naar het laatste nieuwe land van de reis zal brengen, Indonesie. Om 23:10 uur landen we in Jakarta waar we een volle dag hopen door te brengen. Vervolgens reizen we door naar Bogor om daar de grootste Botanische tuinen van Zuid-Oost Azie te gaan bekijken. Vervolgens reizen we via de Puncak pas naar Bandung en reizen waarschijnlijk diezelfde dag nog door naar Yogjakarta waar we zo'n vijf dagen hopen door te brengen en onder andere een bezoek brengen aan de Borobodur, een hindoeistisch tempelcomplex en de Merapi vulkaan. Vanuit Yogjakarta zullen we hopelijk ons volgende verhaal aan jullie ten gehore brengen.
Maurits maakt het naar omstandigheden redelijk goed. Zijn benen voelen aan alsof er zojuist een trein overheen is gereden (hoe voel dat eigenlijk?), maar dat is de tol die je betaald als je als eerste boven en als eerste beneden wilt zijn als je een berg beklimt. Hij mist Marjolijn nog steeds iedere dag, maar ziet de tijd hard naderen dat hij haar weer gaat zien (vandaag nog twee maanden).
Sebas maakt het behalve zijn spierpijn en een verkoudheid prima en heeft gelukkig geen trauma overgehouden aan de massage.
Tot de volgende keer!
Groetjes Sebas en Maus
Het familie diner, torens en de onderwaterwereld van Borneo
Lief Dagboek,
Allereerst weer bedankt voor de reacties die we hebben mogen ontvangen op het vorige stuk. Elke week opnieuw kijken ongeveer 200 mensen naar onze avonturen en we zouden het nog leuker vinden als al die 200 mensen ook allemaal een reactie zouden plaatsen! We kunnen jullie niet dwingen, maar we waarderen alle reacties zeer, ook al kunnen we niet op iedere reactie reageren.
Vorig verhaal waren we geeindigd in Kuala Lumpur waar we de gehele middag hebben doorgebracht bij een grote koffieketen om het verhaal te schrijven en de foto's te uploaden. 's Avonds was het moment waarnaar we al tijden naar uitkijken daar, de aankomst van pa en ma van Zandwijk. Rond half negen stonden we te wachten voor hun hotel en na een minuut of tien wantrouwend aangestaard te zijn door de beveiliging, kwam de taxi de overdekte oprit van het hotel oprijden. De spanning steeg en uiteraard is het moment zowel op film als op foto vastgelegd!

Zoals het moeders betaamd zijn ze overenthousiast bij het weerzien van hun jongste telg en in alle enthousiasme deed ze iets wat Maus al drie maanden had kunnen vermijden, namelijk ze zette voet op de rechtergrote teen (met nagel!) van Maus. Maus heeft altijd bonje met zijn nagels van zijn grote tenen en de eerste maand in Azie stootte hij tijdens de trekking in Chiang Mai zijn teen aan een onder het water gelegen rots waarbij de teennagel gedeeltelijk crashte. De daaropvolgende maand veranderde de nagel steeds meer in het uiterlijk van een rot stuk fruit en heeft inmiddels alle kleuren in het kleurenpalet al aangenomen. Maar al drie maanden lang weet Maurits zijn voeten zo te plaatsen dat de nagel er steeds op blijft zitten en zelfs al een beetje aan het bijtrekken is. Tot op de dag van vandaag dus en terwijl hij zijn moeder omhelsde kon hij maar aan een ding denken 'au, mijn nagel ligt er af'. Toen Sebas de aandacht van zijn moeder had overgenomen was het eerste aanblik daar, een opnieuw bebloede teen en een nagel die slechts aan de onderkant nog vastzat. Maar een weerzien met je ouders (na vier maanden) is belangrijker dan een pijnlijke teen, dus Maurits deed net alsof zijn neus bloedde en zette zijn feestneus weer op (nee Ro, niet zijn eigen neus) en we maakten er de rest van de avond een gezellig weerzien van, waarbij we pa en ma van Zandwijk in de wondere wereld van Chinatown lieten genieten van een heerlijke maaltijd en uiteraard het nodige vocht. Door alle wederzijdse avonturen vloog de avond voorbij en we besloten het rond een uur of twaalf voor gezien te houden en spraken af de volgende ochtend gezamenlijk te ontbijten in het hotel van pa en ma.

De volgende ochtend stond de wekker alweer om half zeven zijn feestvreugde te uitten en moesten we ons haasten om volgens afspraak om zeven uur in het hotel te zijn. Na het ontbijt vervolgden we direct onze weg door de stad. We hadden namelijk een deadline te halen. We wilden die dag de Petronas Towers bezoeken en daarvoor worden per dag slechts 1600 kaartjes uitgedeeld en om vier van deze 1600 kaartjes te bemachtigen moet je dus om half negen al in de rij gaan staan. Bij het loket aangekomen bleken we niet de enige te zijn met het idee om de torens te gaan bezoeken en konden we achteraan aan sluiten in de rij met de hoop dat er geen 1600 mensen voor ons stonden. Na wat wachten werden we beloond met vier kaartjes en konden we om kwart voor 12 ons melden voor het bezoek. De tussen gelegen uurtjes hebben we besteed aan het bewonderen van de nabijgelegen shopping mall (inclusief de koffiecorner) en het bijkletsen over alle belevenissen. Toen was het eindelijk tijd voor de torens, echter werden we na binnenkomst geen lift ingeleid maar een bioscoopzaal en volgen een kwartier lang een propaganda film over het geweldige bedrijf Petronas en wat ze allemaal wel niet betekenden voor de wereld. Na een kwartier lang de pepermuntjes te hebben doorgegeven was het dan eindelijk tijd om de torens te gaan beklimmen. Alhoewel de mannen graag hadden willen lopen naar de op 170 meter hoger gelegen skybridge (loopbrug) tussen de twee torens, wilden we ma van Zandwijk dit niet aandoen en besloten we maar de lift te nemen. Onze persoonlijke liftbediende bracht ons naar de 41ste verdieping waar we precies zeven minuten de tijd kregen om te genieten van een mooi uitzicht en de nodige foto's te schieten.

Precies na zeven minuten werd geroepen dat we allemaal weer de lift in moesten, want de volgende groep stond te wachten. Als makke schaapjes volgden we onze herder en gleden we door de torens weer naar beneden. Na een aantal uren te hebben doorgebracht in de geairconditioneerde shopping mall onder de torens wilden we na dit bezoek ook nog de torens van buiten af op de foto hebben en besloten een rondje te lopen in het nabij gelegen park. De zon brandde fel die dag en al snel liepen de zweetdruppels als een waterval over onze rug, ons gezicht en over plekken waar jullie het niet van willen weten. Toen de foto's erop stonden was het al lunchtijd geweest en besloten we een restaurantje op te zoeken en te genieten van verse fruitsapjes en een smakelijke lunch. Het was een restaurant ver boven ons budget, maar mede gesponsord door pa van Zandwijk (toch makkelijk als je papa en mama weer in de buurt zijn!). Na de lunch gingen we door met het volgende programmapunt van de dag, namelijk een bezoek aan een van de grootste aquaria van zuid-oost Azie. We genoten van de mooie vissen en dieren die tentoon werden gesteld, maar het leukste van het bezoek waren nog wel de bezeten Indiaase paparazzi die het hele aquarium door hun camera bekeken en geen schaamte kenden om je even opzij te duwen om het perfecte plaatje te schieten.

Wij hebben zelf onze eigen versie hiervan gemaakt, zie hiervan het resultaat in het foto-album, de film volgt zo spoedig mogelijk. Gedurende de dag had Maurits besloten dat het genoeg was geweest en hij was het spuugzat, nee nog niet zijn ouders, maar hij wilde iets laten doen aan de getergde teennagel van zijn rechtervoet, zeker gezien de dingen die we nog verder in de reis willen gaan doen. We waren in Kuala Lumpur, een goed ontwikkelde stad en op de bovenste verdieping van de shopping mall vonden we een kliniek waar ze Maurits wel onder handen wilden nemen. Na het invullen van het papierwerk kon het aftellen beginnen en toen het moment daar was besloot maurits voor straf zijn moeder naar binnen te nemen zodat zij getuige kon zijn van de verschrikkelijke operatie die zou volgen. Zijn moeder was echter totaal niet onder de indruk en had haar fototoestel paraat om ook jullie van dit moment getuige te laten zijn. In de daaropvolgende tien minuten werd een hoop gelachen, niet door Maurits, maar door de drie moslima verpleegsters en ma van Zandwijk die dit allemaal prachtig vonden. Na vier flinke prikken die tot op het bot hun weg vonden in de zere teen, pakte de moslimadokter (inclusief hoofddoek) haar gereedschap erbij en wipte in no-time de nagel van zijn plek. Van de handeling voelde Maurits niets, het ergste waren nog de prikken vooraf.

Na een zalfje te hebben meegekregen voor de komende dagen liepen we door de shopping mall weer naar buiten, naar de metro die ons terug zou brengen naar ons hotel. De avond vulden we met eten en drinken en door het vroege opstaan van die ochtend gingen we redelijk op tijd slapen.
De volgende dag besloten we na het ontbijt richting Central Market te lopen, een markt met heel veel souvenirs en kleine winkeltjes waar we heel wat uurtjes hebben doorgebracht. Na heel wat winkels te hebben bezocht, zag Maurits een winkel met handgemaakte authentieke vliegers en besloot er twee te kopen aangezien pa en ma dit pakketje van 1 meter 50 lengte toch wel gelijk mee naar huis konden nemen. De rest van de middag hebben we besteed aan het bekijken van de enorme lading foto's van de Indonesie reis van pa en ma, zodat wij alvast konden voorproeven van wat ons te wachten staat. Helaas hadden we hierna geen tijd meer om onze 14.500 foto's te laten zien, omdat we nog een ander punt op het programma hadden staan. We wilden die avond opnieuw stijgen naar grote hoogte en een bezoek brengen aan de Menara KL Tower, de hoogste toren van Kuala Lumpur en de vier-na-hoogste-radio-communicatietoren-van-de-wereld. We hadden die dag nog niet genoeg gelopen en wilden de twee kilometer naar de toren te voet afleggen. Het was toch een lange wandeling door de uitgestorven straten van KL, maar gelukkig hoefden we het laatste stukje niet te lopen, maar hadden ze een gratis shuttle service naar de voet van de toren. De toegangsprijs van de toren is aan de hoge kant, maar gelukkig heeft de drie weekse Indonesie reis de sporen op Maurits zijn ouders achtergelaten en werden ze door de kassajufvrouw aangezien voor senioor, wat een enorm bedrag scheelde. Je komt de toren niet zomaar op, maar je moet eerst bijna verplicht kijken naar een toeristisch stevig staaltje 'traditioneel'dansen, uitgevoerd door een grote groep zeer enthousiaste jonge en oude kinderen. Toen ze na een half uur mensen uit het publiek gingen vragen mee te doen, besloten wij maar snel de toren op te zoeken en per lift de 270 meter af te leggen naar het observatiedek.

Het observatiedek gaf een mooi beeld over de met lichtjes bezaaide stad. Helaas hadden ze de ruiten zo gezet dat mooie foto's maken bijna onmogelijk was en werden we ook hier weer geteisterd door de Indiaase paparazzi die je zonder enige schaamte aan de kant duwen. Na dit bezoek liepen we per voet weer terug naar Chinatown en genoten we opnieuw van een smakelijke maaltijd en de gezellige avond.
De volgende dag was alweer de vertrekdag van pa en ma, echter ging hun vlucht pas rond twaalf uur snachts, waardoor we nog de gehele dag hadden om elkaar te vermaken. We spraken pas laat af die dag om beide de gelegenheid te geven om uit te slapen en voor pa en ma de tassen te pakken (hoe prop je die 1 meter 50 vlieger er nou in he?) en die middag hebben we in de zinderende hitte een wandeltocht afgelegd van ruim 4 kilometer langs het oude station en door de kleine straatjes van Little India, een zeer kleurrijk geheel en pa en ma keken de ogen uit (wij overigens ook). De walkingtour werd onderbroken voor een wedstrijdje milkshakes drinken, maar we eindigden allemaal in gelijkspel 2-2-2-2, maar goed, het zorgt weer voor een goede omzet bij onze welbekende en tevens favoriete culinair hoogstaand restaurant. We lunchten die middag laat en pa en ma hadden geen behoefte meer aan het diner voordat ze in het vliegtuig zouden stappen, dus besloten we in plaats van te eten maar iets anders te doen en besloten een wens van ma van Zandwijk in vervulling te laten gaan, namelijk zich vrijwillig te laten opeten door de vriendelijke visjes van dr. Fish. En aangezien Maurits net zijn nagel was verloren en pa van Zandwijk zijn schoenen uit schaamte voor zijn zweetsokken niet wilde uittrekken, was Sebas genoodzaakt zich maar weer op te offeren voor het goede doel en ma van Zandwijk te vergezellen op de martelbank. Na een half uurtje de vissen te hebben laten sabbelen en zelf gesabbeld te hebben op de grote hoeveelheid snoepjes die werden aangeboden en na een heerlijke nek en rugmassage door een van de kenaus ter plaatse besloten we terug te keren over de markt van Chinatown richting het hotel.

Het was inmiddels half negen en om negen uur zou de taxi naar de luchthaven arriveren, echter bij aankomst bleek de taxi er al te staan en moest in alle gauwigheid afscheid genomen worden van paps en mams. Maurits die innig zijn moeder omhelsde en met zijn linkervoet zeker een meter achteruit stond om nog meer leed aan zijn andere grote teen te besparen kon de tranen binnenhouden en een paar minuten later stonden wij weer oog in oog met de wantrouwende bewaker op de oprit van het hotel, zoals we drie dagen geleden aan deze reunie waren begonnen. Voor ons was dit ook de laatste avond in KL en na een skype en telefoongesprek van Maurits met Marjolijn schoot het ons te binnen dat we nog moesten eten. Welk restaurant is er om half twaalf 's avonds nog open? Ja, jullie raden het al...
De volgende dag begon rustig. We hadden geen haast aangezien ons vliegtuig pas om 15:30 u zou vertrekken en pakten op ons gemak onze tassen eens goed in en gingen na het ontbijt (12 uur 's ochtends) op weg richting de luchthaven die op 72 kilometer afstand van de stad gelegen is. Na een duffe busrit van vijf kwartier kwamen we aan op het vliegveld en tot onze vreugde konden we direct inchecken. Na de tassen te hebben afgestaan aan de mooie meisjes achter de balie, besloten we nog snel een lunch te nemen voordat we het vliegtuig in zouden stappen. Met tien minuten vertraging vertrok ons vliegtuig richting Tawau en een kleine drie uur later zetten we voet op het inmiddels donker geworden Sabah (Maleisisch Borneo).

De komende dagen stonden in het teken van duiken en we hadden ook vooraf de duikschool gevraagd ons op te pikken van het vliegveld en ze stonden inderdaad netjes te wachten bij de uitgang van de luchthaven. Het busje bracht ons in een uurtje naar onze eindbestemming van die dag, Semporna. Semporna is uitvalsbasis voor een van de mooiste duiklocaties ter wereld, namelijk Sipadan. Voor deze duiklocatie worden slechts 120 vergunningen uitgedeeld per dag. Bij het reserveren bij de duikschool hadden we al gehoord dat de vergunningen voor onze data al vergeven waren, maar dat we op een wachtlijst stonden en wanneer er afvallers zouden zijn, zouden wij hun plaats kunnen innemen. Het tijdstip dat we in Semporna arriveerden, het was half negen, was de duikschool al dicht, dus adviseerde de receptionist morgen om zeven uur, wanneer de duikschool opende, direct te informeren naar de duiken van die dag, aangezien de boten allemaal om 8 uur 's ochtends vertrekken naar de verschillende duiklocaties. Na wat gegeten en gedronken te hebben besloten we op tijd ons bedje op te zoeken en de volgende ochtend vroeg op te staan.
De volgende dag ging al vroeg de wekker en na een snel hap snap ontbijt in het cafe van de duikschool snelden we ons naar de overkant van de straat om de papieren voor de duiken te regelen. We wisten dat we de eerste dag niet op Sipadan zouden duiken, omdat je eerst een dag moet laten zien aan de instructeurs dat je uberhaupt kan duiken, aangezien er nog wel eens een sterke stroming kan staan in Sipadan. Die dag stonden we ingeroosterd voor drie duiken rondom Mabul eiland en na het passen en in ontvangst nemen van onze duikuitrusting stapten we op de speedboot die ons al scheurend over het water naar Mabul bracht. Wat volgde was een dag vol duiken en verplichte rustpauzes en genoten we, aan het begin nog een beetje onzeker over ons kunnen, van de prachtige onderwaterwereld en de dieren die daarin leven. Hoogtepunt van de drie duiken van die dag waren de bijna 2 meter grote schildpad die ons vanaf de bodem van de zee nauwlettend in de gaten hield toen wij op drie meter afstand voorbij zwommen en de twee eagle rays (roggen) die ons meerdere malen voorbij zwommen. Rond vijf uur stapten we vermoeid en flink bijgekleurd van de speedboot en gingen we vol verwachting het duikkantoor binnen op zoek naar de planning van die volgende dag in de hoop dat onze naam bij het rijtje van Sipadan stond. Helaas was er niemand ziek geworden en doken we de volgende dag niet op Sipadan, maar op Sibuan (als je het snel uitspreekt maakt het totaal geen verschil). Van duiken wordt je erg moe en na wat gegeten en gedronken te hebben vonden we al vroeg ons bed.
De volgende dag vertrokken we dus naar Sibuan. Het duiken ging ons die dag al wat beter af en we maakten nogmaals drie mooie duiken waarbij we genoten van de prachtige koralen en dieren die hier hun huis hebben gevonden, zowel groot als klein (met name klein, heel klein). Onze duikinstructeur wees ons op allerlei soorten garnalen, pipefish en nudi branch, echter zijn dit beestjes van formaat die wij nog niet zelfstandig kunnen waarnemen, omdat onze aandacht nog wordt afgeleid door het grotere onderwater gespuis. Na wederom een vermoeiende dag keerden we hoopvol terug naar het duikkantoor om daar de planning van de komende dag te gaan bekijken. Helaas was onze laatste kans ook niet een gelukstreffer en doken we niet op Sipadan, maar op Mataking. Een beetje een tegenvaller, zeker omdat we al ver van te voren hadden geboekt, maar als je het aantal duikscholen bekijkt dat in de omgeving gevestigd zit, is het ook niet zo vreemd dat er per duikschool maar 8 mensen konden duiken in Sipadan.
De volgende dag maakten we dus drie duiken op Mataking. Dit keer hadden we een vrouwelijke duikinstructrice en dat duikt toch anders dan een man, niet om de reden dat jullie misschien denken, maar vrouwen zien weer hele andere dingen onder water. Hoogtepunt van de drie duiken was de wrakduik naar een oud postschip dat voor de kust gezonken was en inmiddels functioneerde als hotel voor diverse soorten vissen, zoals lionfish, boxfish, scorpionfish en een hele hele hoop garnalen met de vreemdste namen, zoals German dancer shrimp, de Gobi Partner Shrimp en de ik-kan-al-die-namen-niet-onthouden-shrimp. Nog moeier dan de voorgaande dagen keerden we die dag terug naar Semporna en gingen op zoek naar bustickets voor de volgende dag. Na de tickets te hebben gekocht hebben we weinig anders gedaan dan eten en drinken en sloten we de avond af met het inpakken van onze tassen en het instellen van de wekker.

Gisteren was de reisdag die ons van Semporna naar Sandakan bracht. We reisden per first class bus en werden gedurende de rit getrakteerd op flesjes water, kleffe hotdogbroodjes (uiteraard hallal) en een flinke dosis karaoke en nagesynchroniseerde films (maar goed, daar betaal je dan ook voor). Na bijna vijf uur rijden stopte de bus op een rotonde en maakte de bussteward ons duidelijk dat we er hier uit konden om naar Sepilok te gaan. We zouden dan een stukje moeten lopen, maar het zou aanzienlijk korter zijn dan eerst naar Sandakan te reizen en de zelfde dag nog terug te gaan naar Sepilok. We besloten dit maar te doen en met de backpacks op de rug en de daypacks op de buik begonnen we aan de 2,5 kilometer lange wandeling naar het dichtsbijzijnde guesthouse. Nat en vermoeid kwamen we aan bij het door ons uitgezochte resort en ondervonden wederom de nadelen van het reizen met een oude reisgids, namelijk dat de prijzen flink veranderd kunnen zijn. Desondanks besloten we de kamer maar te nemen. Het is ook maar voor een nacht, omdat we morgen ons aan het begin van de middag moeten melden bij Ome Tan voor een drie daagse jungle trek. Tijdens deze jungle trek hopen we weer een aantal dieren van ons nog-te-zien-lijstje af te strepen, zoals de neusapen, krokodillen, grote slangen, olifanten, tijgers, panda's en de ijsbeer. Omdat we na vier maanden reizen door Azie erachter zijn gekomen dat je nooit ziet wat ze beloven hebben we geen hoge verwachting en denken we de ijsbeer niet te kunnen zien, maar ja...Sipadan zat ons niet mee, misschien vinden we hier ons geluk?!
Na deze drie daagse jungle trek vinden we ons weg terug naar Sepilok waar we de daaropvolgende dag een bezoek hopen te brengen aan het Sepilok Urang Utang Rehabilitation Centre waar ze aapjes ter grote van een mens in hun vrije omgeving bijvoederen en toeristen de kans krijgen om foto's te maken van deze mooie dieren. Tevens kun je in dit natuurgebied ook mooie wandelingen maken en op die manier wellicht in contact komen met ander wild, zoals mieren, muggen en wellicht een grote hagedis. Na dit apenavontuur brengen we onze laatste nacht door in Sepilok en hopen we de dag daarop te reizen naar Kota Kinabalu waar we ons gaan voorbereiden op het letterlijke hoogtepunt van de reis, namelijk de beklimming van Mount Kinabalu (4.095 meter).
Maurits is herstellende van zijn operatie en maakt elke dag trots foto's van zijn ontnagelde teen om vol trots het groeiingsproces aan Marjolijn te laten zien. Daarnaast hoort Sebas Maus zo nu en dan nog snikken in zijn slaap vanwege het missen van zijn ouders. Maus heeft het bezoek van zijn ouders erg leuk gevonden en hoopt dat zijn ouders het net zo leuk vonden. Iedere dag denkt Maus nog aan zijn liefje en kijkt uit naar het moment van weerzien over 71 dagen.
Sebas maakt het prima. Heeft genoten van het bezoek van Maus zijn ouders. Ook het duiken is goed bevallen. Verder geniet hij nog steeds elke dag van de vrijheid van het reizen.
Dit was het voor deze keer! Volgende keer meer!
Groeten,
Maus & Sebas
Harige vrienden, thee en de reunie
Lief dagboek,
Allereerst bedankt weer voor alle reacties die we hebben mogen krijgen op ons vorige verhaal! Het blijft leuk om te horen wat jullie van onze avonturen vinden! Bedankt ook voor het antwoord op de vraag wat voor beestje ons uit onze nachtrust heeft gehouden. Vooral het gedeelte over de eitjes en de lange levensduur heeft ons aan het denken gezet...
Het vorige verhaal kostte ons veel pijn en moeite om aan jullie te vertellen, niet door de jeukige avonturen, maar door de barre omstandigheden waarop wij het verhaal digitaal moesten maken. Vanwege tijdnood hadden we besloten het verhaal op Pulau Tioman helemaal met de pen op papier te schrijven en in Kuala Terenganu wilden we het in de computer zetten. Het enige internetcafe wat nog open was (om acht uur 's avonds) was 'Wild Zone', een cafe met ongeveer 50 computers en evenveel schreeuwende en moordende tieners die toen we het verhaal eindelijk in de computer hadden gezet allang op bed hadden moeten liggen. We hopen dat het schrijven van het verhaal in het vervolg iets makkelijker gaat en we overwegen om hiervoor zelfs een laptop aan te schaffen zodat we niet meer afhankelijk zijn van internetcafes en andere 'Wild Zones', waar we zelfs van alle tropische plekjes tot in de bezwete jungles kunnen werken aan ons boek.
Nadat we eindelijk ons verhaal in de computer hadden gezet sloeg de klok al bijna twaalf uur (snachts) en was het hoog tijd om naar bed te gaan. We hadden voor komende nacht onderdak gevonden in een guesthouse waar weinig over te vertellen valt, aangezien alle muren van beton waren, er alleen maar een bed in de kamer stond en we (zoals wel vaker het geval is in Maleisie) moesten douchen in een shared bathroom op de gang. In ieder geval zaten er geen beestjes en konden we weer eens een nachtje rustig slapen.
Totdat onze wekker ging, om zeven uur... We hadden plannen om die dag door te reizen naar Pulau Perhentian, maar om daar te komen moesten we eerst van Kuala Terenganu met de bus naar Kuala Besut, een ritje wat ongeveer 3 uur zou duren. We wisten niet precies hoe laat de bus ging, maar gokten erop dat deze met grote regelmaat zou rijden. Op het busstation aangekomen, het was inmiddels kwart voor acht, bleek de bus net om half acht te zijn vertrokken en de volgende bus zou pas vertrekken rond tien uur. In de Lonely Planet lazen we dat een taxi naar Kuala Besut 60 ringit zou kosten (15 euro) en stapten met dat gegeven op de eerste de beste taxichauffeur af. De beste man had de Lonely Planet uit 2005 echter niet gelezen en vroeg een veel hogere prijs voor het ritje. Na wat geprobeerd te hebben om af te dingen en de beste man niet lager wilde gaan dan 80 ringit besloten we de komende twee uur maar wachtend door te brengen op het busstation. Na tien minuten wachten kwam de taxichauffeur weer aangelopen en deed ons een laatste voorstel, hij wilde ons voor 60 ringit wel naar Kuala Besut brengen (wachten loont!). Het was wel een hoop geld, zeker als je het vergelijkt met de prijs van de bus die twee keer zo laag ligt, maar we zouden dan wel in anderhalf uur tijd op de plaats van bestemming zijn, iets wat erg aanlokkelijk klonk. We besloten dus maar eens voor het comfort te kiezen in plaats van voor het geld en stapten in de taxi (overigens vragen we ons nog steeds af of de man wel een taxirijbewijs had). Wat volgde was een rit om leven en dood (alsof we ergens op tijd moesten zijn en de boot nog moesten halen, nou moesten we de boot wel halen die dag, maar die zou tot half zes smiddags vertrekken). De taxichauffeur voelde waarschijnlijk zijn adrenaline al opkomen voor het paasweekend, want dan staat Maleisie in het teken van de Grand Prix in Kuala Lumpur. De chauffeur ging bijna iedere keer op de rechterweghelft rijden (ze rijden hier links) om dan de bocht in de ideale lijn in te kunnen gaan. Op zich prima als je het uiteinde van de bocht kunt zien, maar de bochten in Maleisie zijn meestal zo scherp dat je niet verder kan zien dan twee meter voor je motorkap. Naast zijn knappe bochtenwerk wilde hij ook zijn accelaratievermogen testen en trapte zijn automaat tot op de bodem in, wat resulteerde in een toerentellermeter die in het rood belandde, een benzinemeter die alsmaar naar beneden zakte en een snelheidsmeter die in de bochten een kleine 160 kilometer per uur aangaf. Volgens ons kon dit rijgedrag niet uitblijven zonder ongeluk. Gelukkig, afgezien van wat bijna ongeluk-momenten, hebben we deze Grand Prix overleefd en een uur en twintig minuten later stonden we met onze tassen in Kuala Besut, uiteraard wilde de taxichauffeur wel even vol trots vertellen dat hij zijn snelheidsrecord met tien minuten had verbroken. Wij, groen en wit uitgeslagen, konden niet zoveel geven om deze mededeling. Het was nog voor tienen toen we op zoek gingen naar kaartjes voor de boot naar Pulau Perhentian. In de Lonely Planet stond aangegeven dat er zowel speedboten als slowboats naar de eilanden gaan. Aangezien wij die dag al een flinke tijdswinst hadden geboekt en de snelheid nog zorgde dat onze maaginhoud zich ergens tussen onze keel en boven ons twaalfvingerigedarm bevond besloten wij te kiezen voor een slowboat en vervolgden onze weg naar een van de vele touroperators om kaartjes aan te schaffen voor deze vaart. 'Nee meneer, slowboats varen al drie jaar niet meer, alleen speedboats kunnen u naar het eiland brengen', toen we dit hoorden wisten we het zeker, onze steun en toeverlaat en bron van informatie tijdens deze reis (de Lonely Planet) was van een datum die niet klopte met dat wat er op de kaft stond (namelijk 2010) en we hebben sterke twijfels of deze uberhaupt na het millenium was uitgegeven. Er zat niets anders op en we moesten wederom ons ontbijt onderdrukken om niet naar de oppervlakte te komen. De speedboot was uitgerust met twee grote 200 pk motoren die samen zorgden voor veel (negatieve) g-krachten en onze loszittende huidflappen deden flapperen in de wind (je weet wel van zo'n windtunnel). Een kleine drie kwartier later stonden we met onze voeten in de zee en moesten we met onze tassen boven het hoofd rennen voor de opkomende hoge golven. De boot had ons een kleine vijf meter van het strand gedropt, omdat hij te diep lag om bij de kust te komen. Met natte broek konden we beginnen aan weer een nieuwe zoektocht naar een geschikt guesthouse met zeker geen beestjes.

Om ons heen kijkend zochten we naar de weg die ons naar de guesthouses zou leiden, maar al snel kwamen we erachter dat deze weg net zo onzichtbaar was als het pad dat ons leidde door de Taman Negara. We moesten de tocht vervolgen over het strand en al badgasten ontwijkend, springend over spelende kinderen (sorry Lies, ik heb er geen geraakt) liepen we naar het eerste guesthouse. Het guesthouse had nog een kamer vrij voor een bedrag boven ons budget, maar we besloten toch maar een kijkje te nemen en kwamen terecht in een kamer waar zojuist een bom was ontploft en de vorige bewoners duidelijk fans van wiet en Bob Marley huis hadden gehouden. De kamer was op zich goed, we konden in ieder geval tussen de rommel geen beestjes ontdekken, maar waren overtuigd dat we voor hetzelfde geld beter konden krijgen en dat de housekeeping de kamer voor volgende week never nooit niet schoon zou kunnen krijgen. Op naar guesthouse nummer 2, opnieuw over het strand (in de brandende hitte met backpacks op over het strand hobbelen is geen aanrader voor je schone t-shirt en je vochtgehalte), stonden we in een kamer even duur als de eerste, maar het scheelde niet veel of je sliep buiten (gaten in de muur, de badkamer was niet meer dan een tuinslang aan een haakje en het muurtje tussen de badkamer en de kamer was 50 cm hoog, wat op zich best gezellig kan zijn wanneer de ene uitslaapt en de ander zijn vrije uurtjes doorbrengt op de toiletpot die zich op een straal van een meter van het bed bevond). Al snel verlieten we deze plek en klonk het strand met backpack aantrekkelijker dan hier een nacht door te brengen. Op naar guesthouse nummer 3. Deze was in geen velden en wegen te bekennen, dus op naar guesthouse nummer 4. Deze lag niet direct aan het strand en we waren genoodzaakt eerst een redelijk stijle heuvel te beklimmen die begroeid was met boomwortels (ook geen pretje met backpack). We kregen twee kamers te zien, een duurdere en een goedkopere en zagen tussen beiden weinig verschil (op de dode kakkerlak na die op de vloer van de goedkope kamer lag) en besloten daarom aan ons budget te denken en voor de goedkopere optie te gaan (liever een dode kakkerlak op de vloer dan tien levende kakkerlakken op je kussen). De kamer was niet meer dan een twijfelaar met muskietennet en een ventilator die alleen maar werkte tussen kwart voor zeven savonds en acht uur sochtends (net als alle electriciteit op dit eiland).

We gooiden onze tassen neer, trokken onze zwembroeken aan en spoelden het zweet weg in de zee. Een zee die zo helder was als water zijn kan, het strand had een bijpassende kristalwitte kleur en het belangrijkste was er waren in geen velden en wegen zandvlooien te bekennen. We hadden al gelezen dat de zee aan deze kant van het eiland (ja er is ook nog een andere kant, het is namelijk een eiland) nogal ruw kan zijn in deze tijd van het jaar en wellicht zwemmen je onmogelijk kon maken. Dat hebben we geweten ook. Ondanks het mooie weer stonden er golven van twee meter hoog en een sterke stroming die ons evenwijdig aan het strand meesleurde, zodat we af en toe over het strand terug moesten lopen om dit ritueel weer te herhalen. De rest van de dag deden we weinig en genoten van onze vroege aankomst en om een uurtje of zes besloten we het voor gezien te houden en het zout van de zee van ons af te gaan spoelen onder de douche bij het guesthouse. Sebas stond zich al lekker in te zepen toen Maus het benauwd kreeg. Inmiddels helemaal uitgekleed en wel draaide hij zich om zijn zeepje op te rapen die op de grond was gevallen en kwam op die manier oog in oog te staan met 'Bruce'. 'Bruce' was een echte machoman en met gespierde behaarde armen observeerde hij Maurits van top tot teen. Even voor de duidelijkheid 'Bruce' had acht armen en een lijf van vier centimeter, maar leek met poten en al toch zeker wel een centimeter of twaalf. Maurits die al helemaal uitgekleed was besloot zijn douche voort te zetten in het bijzijn van de gespierde en behaarde machoman, terwijl Maurits hem met een oog observeerde (zoals 'Bruce' dat met twee ogen deed). Nog eerder dan Sebas kwam Maus uit het hokje zetten en ging op weg terug naar de kamer om zijn camera te gaan halen (het resultaat zien jullie hieronder).

Na dit avontuur hebben we de avond al etent doorgebracht in een van de strandtentjes en gingen we om tien uur huiswaarts om deze dag in onze dromen te gaan verwerken. De electriciteit was inmiddels aangezet, waardoor het enige kleine lampenbolletje van onze kamer het deed en ons van net genoeg licht voorzag om ons de contouren te laten zien van twee mooie rond gevormde vrouwelijke bollen die ons vanuit de hoek van de kamer aanstaarden, het was 'Wanda', onze wandspin voor die avond. 'Wanda' had brede heupen en was minstens een centimeter groter dan 'Bruce' (die we al te groot vonden). Tja, wat doe je met een spin die zo groot is als je hand en je niet weet of deze giftig is? Lekker laten zitten, je ogen sluiten en hopen dat ze morgen weg is!!
De volgende ochtend gluurde Sebas om de hoek (Maus durfde het inmiddels niet meer) en concludeerde dat 'Wanda' was gevlogen. Maus slaakte een zucht van verlichting en stapte relaxed zijn bed uit en liep de veranda op, al wrijvend over de elleboog van zijn rechterarm. 'Kijk Sebas, dat is raar, mijn hele elleboog zit onder de rode en witte bultjes, zal toch een mug onder de klamboe hebben gezeten'. Sebas die meer zicht had dan Maus bestudeerde zijn elleboog en moest concluderen dat niet alleen zijn elleboog te grazen was genomen, maar zijn gehele bovenarm en rechterschouderblad onder de rode en witte bultjes zat.

Al gissend naar de oorzaak stapten we op de beheerster van het guesthouse af en lieten we het slagveld zien. De humeurige beheerster gebood direct een van haar onderdanen alles in de kamer te reinigen en het beddengoed te verschonen (iets wat waarschijnlijk een week geleden voor het laatst gebeurd was). Maar daar kon het niet aan liggen zei ze, ze was overtuigd dat het slagveld was aangericht door de zandvlooien die we volgens haar op het strand niet konden zien, maar er wel waren. Vertrouwend dat na de grote schoonmaak het komende nacht wel beter zou gaan (want volgens ons lag het toch echt aan de kamer), trokken we onze zwembroeken weer aan en maakten we ons klaar voor een lange dag op het hagelwitte strand van Pulau Perhentian Kecil. Omstreeks half zeven zat onze werkdag er weer op en waren we genoeg bijgekleurd om ons te trakteren op een vrije avond. Vermoeid van de drukke dag zochten we weer een restaurantje op om de avond al etent door te brengen. Toen we die avond weer bij onze kamer aankwamen werd Sebas als eerste naar binnen geduwd voor een grondige inspectie op de aanwezigheid van 'Wanda'. Toen hij de geruststellende woorden had gesproken dat ze wederom op dezelfde plek zat als de avond ervoor, durfde Maus het slaapvertrek te betreden, niet wetend dat achter de deur nog een derde insluiper zat (Maus kijkt op het moment van schrijven verschrikt uit zijn ogen, want heeft dit nooit geweten). De volgende ochtend was 'Wanda' weer gevlogen en we stapten ons bed uit. Maurits ontdekte tot zijn schrik dat naast zijn rechterarm nu ook zijn linkerarm sporen begon te vertonen van witte en rode bultjes. We kregen steeds meer twijfels over de oorzaak hiervan en zouden dat die dag maar eens gaan bedenken, terwijl we genoten van onze laatste drukke werkdag op Pulau Perhentian Kecil. Ons takenlijstje die dag had een aantal extra taken, zoals het aanschaffen van nieuwe zonnebrand omdat de oude de dag ervoor op was gegaan, foto's nemen van het strand om Nederlandse werknemers jaloers te maken en tickets te regelen voor onze volgende bestemming. De dag was snel voorbij en resulteerde in twee uitgelezen boeken en alweer een halflege zonnebrandfles.

Alhoewel we in de afgelopen drie dagen geen enkele zandvlo gezien hebben, ziet Maus er na deze dagen uit alsof hij de waterpokken heeft en zijn zijn beide armen en benen, zijn rug en plekken waarop jullie het niet willen weten bezaaid met rode en witte bultjes. Het moeten bijna wel zandvlooien zijn, aangezien het op het strand erger wordt. Het vreemde is alleen dat Sebas geen enkel rood bultje op zijn lichaam heeft (Maus denkt dat hij lekkerder is dan Sebas, Sebas geeft hem hiermee, zo wijs als hij is, maar gelijk in).
De volgende dag, eerste paasdag, zochten we geen eieren (Maus probeert nog steeds Sebas duidelijk te maken dat hij echt geen eieren heeft verstopt in zijn backpack, maar fanatiek zoals hij is opgevoed, keert Sebas zijn backpack helemaal ondersteboven met de hoop een flinke buit te voorschijn te halen), maar zochten we onze spullen bij elkaar en stonden we om half acht op het strand, niet om bij te bruinen, het regende namelijk, maar om de boot te halen die ons terugbracht naar Kuala Besut. Toen de boot zo'n beetje tien kilometer bij het eiland vandaan was en nog tien kilometer naar het vasteland te gaan had, stopte de kapitein de motoren abrupt en klonken er vreemde geluiden uit een van de 200pk motoren. Alle passagiers van de boten die tegelijkertijd met ons vertrokken waren naar het vasteland voeren al lachend en wijzend voorbij en lieten ons op volle zee achter. Na verwoede pogingen de kapotte motor weer aan de praat te krijgen gaf de kapitein de hoop op en scheurden we op 100 pk verder naar het vasteland. Gelukkig had hij nog genoeg paardekracht om de hem zojuist gepasseerde boten weer in te halen, zodat wij de lachende laatste waren. Nadat we weer voet hadden gezet op het vasteland moesten we nog een klein uurtje wachten op de minibus die ons naar Tanah Rata bracht, het epicentrum van de Cameron Highlands. De Cameron Highlands is een uitgestrekt gebied gelegen op grote hoogte (1500 tot 2000 meter) waar het aanzienlijk koeler is dan in de rest van Maleisie waardoor het gebied uitermate geschikt is voor het verbouwen van groenten en fruit en bovenal de wereldberoemde Cameron Highlands thee die jullie waarschijnlijk elke ochtend drinken in Nederland. Dit gebied is door haar koele klimaat geschikt voor wandelingen en dus ook de reden dat wij dit gebied gaan bezoeken.
De bijna lege minibus scheurde over de bochtige snelweg en belandde achteraan in de file (de eerste in Azie, er moest wel iets heel ernstigs aan de hand zijn, zeker omdat enkele minuten daarvoor met zwaaiende sirenes een ambulance was gepasseerd). De stoet reed druppelsgewijs verder en uiteindelijk zagen we de oorzaak van deze file, namelijk twee auto's die op dramatische wijze in aanraking waren gekomen met elkaar en een frontale botsing hadden gehad. Bebloede mensen aan de ene kant van de weg, waarschijnlijk dode en beknelde mensen in de greppel aan de andere kant van de weg vervolgden wij onze tocht richting Tanah Rata. Terwijl we terug dachten aan onze tocht op leven en dood in de taxi die we vanaf Kuala Terenganu naar Kuala Besut hadden genomen vonden we het niet zo vreemd dat dit soort ongelukken gebeuren. De Maleisiers rijden als gekken! Gelukkig zonder kleerscheuren kwamen we rond half vier aan in Tanah Rata en werden we door onze minibus afgezet bij een guesthouse. Bussen zetten wel vaker mensen af bij bevriende guesthouses, vaak zijn dit dure resorts waar wij niets te zoeken hebben. Dit geval was anders en bij het horen van de prijs wilden wij wel eens een kijkje nemen in de kamer. We volgden de medewerkster en daalden de vallei in op weg naar iets wat leek op een van de overblijfselen van de overheersing van Japan tijdens de tweede wereldoorlog. Het waren een stel halfronde vergane barakken die dienst deden als hotelkamer.

De kamer verbaasde ons in positieve zin, ook al slapen we op een harde plank, ruikt het binnen naar sporen van urine en hebben we geen eigen badkamer tot onze beschikking. Wij zijn tevreden met ons paleisje, mede omdat we tot nu toe nog geen enkel beestje of harig huisdier zijn tegengekomen. We besloten de kamer te nemen en onze spullen te pakken die nog in de minibus achter gebleven waren. Gelukkig was onze vriendelijke chauffeur (Saddam H.) nog niet vertrokken en lachte hij vriendelijk recht in de camera (zie hieronder het resultaat van Saddam H. 'We've got him ladies and Gentleman', hij is tegenwoordig taxichauffeur in Maleisie)

Nadat we onze spullen hadden geinstalleerd en een verlaten lunch hadden genuttigd hebben we de rest van de avond doorgebracht met het schrijven van een deel van dit verhaal. Om tien uur ging bij ons het licht uit en maakten we ons klaar voor de volgende dag.
De ochtend van tweede paasdag kwam laat op gang en na het ontbijt liepen we rond tien uur de stad in op zoek naar het toeristeninformatiebureau. Een half uur zoeken later hadden we het bewuste kantoor nog steeds niet gevonden en geheel tegen de mannelijke natuur in is Sebas maar aan een vrouw de weg gaan vragen. De vrouw deelde mee dat het door ons gezochte toeristenkantoor niet meer bestond en dat er alleen nog private toerbureaus aanwezig waren. Ondertussen kennen we deze toerbureaus en je komt nooit met lege handen daar weg (wel met een lege portomonee), dus besloten we onszelf maar te gaan beraden over de verdere mogelijkheden voor die dag. Gelukkig hadden we de Lonely Planet uit 2005 nog steeds niet weggegooid en staan hier 13 wandelroutes in die zonder gids te volgen zijn. Bij veel van deze wandelingen stond beschreven dat de route niet makkelijk zou worden, omdat het onderhoud te wensen overliet en we besloten dus maar om een makkelijke route uit te kiezen. Het eerste gedeelte van de route begon makkelijk over verharde paden, maar al snel werd het lastiger toen het bordje aangaf dat we onze weg moesten vervolgen recht op een begroeide heuvel.

Na tien meter geklommen te hebben was er niets meer van het pad zichtbaar en besloten we om te keren om nog meer in niveau te zakken en voor het meest simpele pad te kiezen dat het gebied rijk is. Pad 9A, het simpele pad, leidde ons langs watervallen die niet het niveau haalden met wat we tot nu toe gezien hadden en bracht ons langs de uitwerpselen van de regio gezien de enorme rioolpijp die het pad vergezelde. Het eerste gedeelte van het pad was inderdaad makkelijk te volgen, maar na een klein kwartier kwamen de eerste hindernissen en de rest van het pad moesten we survivalen over grote boomstronken, kleine waterstroompjes en glibberige aardverschuivingen. Over de volgende anderhalve kilometer deden we dan ook ruim een uur en als we geen mensen voor ons hadden lopen hadden we ook niet geloofd dat het pad hier verder ging. Na een hoop geploeter en gezwoeg bereikten we de verharde weg en besloten we koers te zetten richting het powerstation vanwaar we de bus terug naar Tanah Rata konden nemen. Na een kilometer gelopen te hebben, begonnen we toch aan onszelf en ons richtingsgevoel te twijfelen en hadden we heimwee naar ons kompas die ons eerder in de reis in de steek had gelaten. We besloten als echte mannen toch maar door te lopen en ons niet te laten kennen. Inmiddels wisten we zeker dat we de verkeerde kant op waren gelopen (aan de stand van de zon en de mosgroei op de noorderlijke kant van de bomen) en dat deze weg ons leidde naar een van de vele theeplantages. Iets wat we ook nog op ons lijstje hadden staan om te bezoeken in de Cameron Highlands. Na anderhalf uur gelopen te hebben doemde in de verte een bord op 'welkom bij Boh's Tea Estate, visitors centre 2 km, closed on Monday'.

Vandaag is het tweede paasdag, wat al heel wat jaren op een maandag valt... Met pijn in ons hart en vooral in onze benen moesten we concluderen dat we de anderhalf uur durende route voor niets hadden gelopen, maar zoals het echte mannen betaamd moet je een bord nooit geloven en uitgaan van je gevoel en dus gewoon doen alsof je neus bloed (want welke theeplantage gaat er nou op tweede paasdag dicht) en we besloten ons instinct te volgen en de twee kilometer naar Boh's tea estate af te leggen. Vermoeid kwamen we boven, helaas had het bord toch gelijk (wij mannen kunnen onze fouten ook toegeven) en was er geen kopje thee te krijgen. Enigste wat we boven konden doen was nog 150 meter verder klimmen naar een uitkijkpunt en een rondje lopen door de theefabriek waar op dat moment hard gewerkt werd. Na wat genoten te hebben van het uitzicht en ons tegoed te hebben gedaan aan de meegebrachte chips (het was inmiddels al ver na lunchtijd) besloten we toch onze weg naar beneden weer te vervolgen en nu wel de goede kant op te lopen richting de bus naar Tanah Rata. Twee uur later stonden we langs de kant van de weg te zwaaien naar elke bus die langsreed. Uiteindelijk stopte er iemand die ons wel wilde meenemen en 20 minuten later stonden we waar we die dag waren begonnen. Diezelde avond besloten we een bezoekje te brengen aan een kapper gezien dit voor Sebas alweer 9 weken geleden was en Maus, die zelf zijn hoofd af en toe nog wat bewerkt, had last van de langgegroiede moeilijk bereikbare haartjes in zijn nek en rond zijn oren. ‘s Avonds heeft Sebas nog wat geskyped met familie en rond 12 uur hield de dag ermee op.
De volgende ochtend wilden we nog meer van de omgeving zien en besloten we met de bus naar een andere theeplantage te gaan, de oudste en grootste in de regio die op dinsdag open was (van te voren gecheckt). Op het busstation moesten we een half uur wachten op de bus die om half elf zou vertrekken. Half elf was er nog geen bus aan de horizon te ontdekken en om elf uur kwam de trieste mededeling dat de bus al de hele ochtend kapot op het busstation stond en ons niet naar onze bestemming kon brengen. Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen besloten we een taxi te nemen. Omdat de taxikosten redelijk hoog zijn besloten we een ander wachtend Nederlands stel een taxi te delen en zo op weg te gaan naar de theeplantage. Op de theeplantage kregen we een korte en bondige rondleiding door de fabriek (7 minuten precies) en genoten we van heerlijke verse thee en trakteerden we onszelf op een stukje aardbeientaart.

Na een uur te hebben gestaard over de groene theevelden zochten we onze Nederlandse medereizigers op en wilden we weer terug naar Tanah Rata. Het andere stel had echter nog andere plannen en wilden dolgraag nog een aardbeienkwekerij zien en aardbeien plukken. We hadden die dag nog genoeg tijd over en besloten het stel te volgen en koers te zetten richting de zoete sappige rode vruchten. De kwekerij zelf stelde niet zo heel erg veel voor, een hoop plantjes met weinig aardbeien, maar het hoogtepunt van dit bezoek vonden we in het restaurant van de kwekerij waar ze heerlijke ijsjes aanboden met verse aardbeien en verse aardbeiensaus. Hier waren wij wel voor in en genoten als kleine kinderen van de tongstrelende combinatie van heerlijk roomijs met verse zoete sappige rode aardbeien. Uiteraard werd dit goedje afgemaakt met een flinke dot opgeslagen room.

Na deze traktaktie voor de maag was het weer tijd om terug te gaan naar Tanah Rata waar we nog twee uur de tijd hadden om wat te eten en nog wat te relaxen voordat onze bus zou vertrekken naar KL (Kuala Lumpur). Om half vijf zaten we bepakt en bezakt in de gammele bus en startte de chauffeur zijn bulderende monster waardoor benzinedampen opstegen die gedurende het eerste uur van de rit zover ons reukorgaan in dreven dat we allebei bedwelmd genoten van de roze wereld om ons heen. Rond negen uur reden we de hoofdstad van Maleisie binnen en de bus stopte in het kloppende hart van Chinatown waar we een aantal weken daarvoor op weg naar Jerantut ook al waren geweest. De zoektocht naar een geschikt guesthouse kon voor de zoveelste keer weer beginnen en besloten onze opties die we hadden aangekruisd in de Lonely Planet af te gaan. De eerste optie bracht ons naar een klein deurtje waar we moesten wachten totdat de deur open gedaan zou worden. Na vijftien keer aanbellen was Maus het zat en schreeuwde vanuit z'n tenen een aardige Nederlandse begroeting naar boven. Hier werd direct op gereageerd en als een ware 'sesam-open-u' ging de deur op commando open. Boven gekomen, nadat we een survivaltocht over de met slippers bezaaide trap hadden overwonnen werden we direct vriendelijk begroet door een aantal met rasta haren beklede hoofden. Nadat zij weer verder gingen met gitaarspelen, rookwolkjesblazen en springen door de kamer richten wij ons tot de met Afro beklede jongeman die daar waarschijnlijk werkte en vroegen of hij nog een kamer vrij had. Natuurlijk had hij dat en hij bracht ons vier verdiepingen hoger naar een klein hokje met twee bedden wat ze hier kamer noemden. Onderweg naar boven passeerden we diverse openstaande deuren en zagen tafarelen die het daglicht niet konden verdragen, moesten we over gitaarspelende rastafaries heenstappen en slalommen om wietrokende hippies. We leefden niet meer in een roze wereld en de benzinedampen waren ons al ontvlogen en we besloten zo snel mogelijk het pand te verlaten en te zoeken naar optie 2. Onderweg naar optie 2 werden we aangesproken door een met consumptie pratende lange jongen die vol trots vertelde over zijn guesthouse met dakterras waar hij ‘s avonds gitaar speelde en dat we daar zeker een kijkje moesten nemen. We besloten de gok te wagen en waanden ons door het drukke Chinatown op weg naar het backpackers Eden, zoals hij het zelf had genoemd. Hier hetzelfde tafareel, heel veel slippers en rondhangende hippies. Echter hoorden we geen gitaren en roken we geen wiet en ook al was de kamer niet meer dan twee bedden en een hangende schuifdeur waarbij het slotje de hele tijd op de grond viel. We besloten deze kamer te nemen en het voor een nachtje aan te kijken.

Even later zaten we in de Mc Donalds ons diner weg te stouwen toen we tot de conclusie kwamen dat we een verkeerde keuze hadden gemaakt en in Kuala Lumpur toch ons budget wat hoger hadden moeten inzetten. We besloten diezelfde avond nog een optie 3 te kiezen om niet die nacht, maar de vijf daaropvolgende nachten in door te gaan brengen. Die avond schoven we de deur achter ons dicht en het bed voor de deur (aangezien het slot het had begeven) en probeerden we het bed niet uit te drijven door het zweet dat van onze rug liep. De volgende ochtend waren we zelden zo blij dat het alweer ochtend was, pakten we onze tassen in, maar gingen eerst nog even op zoek naar een ontbijtgelegenheid. Alhoewel we echt niet van plan waren om naar de Mc Donalds te gaan zagen we geen beter restaurant in Chinatown en kozen uiteindelijk toch voor een Mc Ontbijt. Toen we het restaurant binnenliepen konden we het niet geloven en viel onze mond open van verbazing, want wie zat daar aan een tafeltje zijn ontbijtje weg te schuiven (Nee het was geen Barrack Obama, Elvis Presley of Michael Jackson), het was onze grote vriend de Duitser uit Kanchanaburi, tweede week Thailand (in het verhaal niet genoemd, maar onze eerste echte reisvriend van 66 jaar). Gedurende de afgelopen vier maanden hebben we al regelmatig gesproken over het feit dat we hem nog een keer zouden tegenkomen en daar zat hij dan aan zijn hamburger in hartje Kuala Lumpur, vier maanden later! Hoe kan het toeval groter zijn dan op deze manier (we wilden immers niet eens bij de Mc gaan onbijten). Toen hij ons zag verslikte hij zich in zijn Mc Muffin, werden zijn ogen groot en slaakte hij een Duitse kreet van vreugde (HALLLLO, Meines Niederlandische freunden aus Kanchanaboeri). We konden alle drie niet geloven dat het lot ons bij elkaar heeft gebracht voor deze reunie van vreugde in nog een van de mooiste plekken op aarde ook (de Mc Donalds). Na het korte weerzien moest hij alweer bijna zijn spullen gaan pakken, gezien het feit dat zijn vlucht overmorgen alweer vertrekt naar Duitsland. Na deze dag zo goed begonnen te zijn haalden we onze tassen op uit het guesthouse en vetrokken we naar het eerdergekozen twee sterren hotel. Die dag hadden we een belangrijke taak op het programma. Het wordt in onze reis steeds lastiger om tijd te vinden om jullie op de hoogte te houden van onze avonturen en we kunnen niet altijd meer een dag ervoor inplannen en hebben dus besloten niet het weblog links te laten liggen, maar onze credit card te trekken en onze bagage uit te breiden met een heuse laptop (wel te verstaan een minilaptop).

Vanaf deze laptop brengen we jullie tot het einde van de reis op de hoogte van onze avonturen, maar zo ver was het nog niet, want we moesten eerst vijf verdiepingen vol minilaptops afstruinen op zoek naar de goedkoopste en beste optie. We begonnen om half twaalf op de bovenste verdieping en uiteindelijk, na veel overleggen en onderhandelen werden om twee minuten over half vier op de onderste verdieping de handen met de verkoper geschud en waren wij de trotse ouders van onze nieuwe zwarte telg, een zoon van 1,2 kilo en 10,1 inch groot. We noemen onze zoon 'Eppi'. Om dit heuglijke feit te vieren besloten we een bezoek te brengen aan het nabijgelegen Times Square Shopping Centre en bezochten we ons favoriete restaurant voor een snelle lunch en genoten we van de overweldigende commerciele rompslomp die het centrum rijk was. Dit is een van de grootste shoppingmalls van Maleisie en binnenin bevinden zich onder andere het grootste indoorpretpark van Maleisie, compleet met achtbaan met louping en kurkentrekker, bioscoop met 18 zalen en een hoop ander Aziatisch entertainment waar wij westerlingen weinig van begrijpen. Om even uit te puffen besloten we halt te houden in een van de bioscoopzalen en te genieten van het geweld van de film Clash of the Titans. Na de film renden we door het drukke centrum van KL terug naar ons hotel, zodat Maus op onze nieuwe laptop Eppie Marjolijn kon spreken. Na dit geslaagde gesprek besloten we ervoor te kiezen om weer een punt van ons verlanglijstje in Azie af te strepen (drie keer op een dag eten bij de Mc) en te zwichten voor een Amerikaanse hamburger. Tegen twaalven kropen we in onze zachte boxspringbedjes en vielen onder het genot van onze airco in dromenland en werden pas deze ochtend om 11 uur wakker (we hebben geen raam in de kamer, waardoor het 24 uur per dag donker is en omdat we geen ventilator hebben die dag en nacht herrie staat te maken konden we eindelijk eens een keertje echt uitslapen).
Vandaag hebben we niet heel veel op het programma, maar hebben de dingen die we moeten doen wel een hoge prioriteit, zoals dit verhaal schrijven, foto's uploaden en later vanavond pa en ma van Zandwijk begroeten die na hun reis door Indonesie voet zullen zetten op Maleisische bodem, iets waar wij al een aantal weken naar uitkijken. Dit emotionele weerzien zal rond ongeveer negen uur plaatsvinden. De rest van de avond zal naar alle waarschijnlijkheid zich in een van de restaurants van de stad voltrekken.
Met pa en ma van Zandwijk hopen we de komende dagen de stad KL te verkennen, waarin uiteraard de Petronas torens hoog op ons verlanglijstje staan. Na pa en ma van Zandwijk drie dagen uitgehoord te hebben over Indonesie zullen zij op 11 april alweer vertrekken naar Nederland, waarbij jullie, de lezers, ze natuurlijk met spandoeken en welkom thuis feestjes gaan begroeten op Schiphol (Corne en Harm, jullie hebben de leiding). De dag na het vetrek van Maus z'n ouders pakken wij ook het vliegtuig, niet naar huis, maar naar Tawau waar onze reis door Maleisisch Borneo zal beginnen. Allereerst hopen we in Semporna een aantal onvergetelijke duiken te maken en mogelijk zelfs een duik te maken in Sipidan (we staan op een wachtlijst), aangezien dit een van de mooiste duiklocaties ter wereld is. Vervolgens reizen we door naar Sandakan om vandaaruit een bezoek te brengen aan het Kinabatangan National Park, waar we drie dagen en 2 nachten op Spartaanse wijze door gaan brengen in de diepe jungle en onszelf blootstellen aan de gevaren die dit met zich meebrengt. Als we dit overleven hopen we daarna een bezoek te brengen aan het Sepilok Urang Utang Rehabilitation Centre waar we aapjes gaan kijken (nee, Marjolijn ze zijn te groot om mee te nemen en tevens beschermd, misschien neemt Sebas er op 26 juni een voor jou mee). Na dit bezoek zetten we koers richting Kota Kinabalu waar we op rond 23 april ons letterlijke hoogtepunt van de reis gaan bereiken en Mount Kinabalu gaan beklimmen, de hoogste berg van Zuid-Oost Azie met 4095 meter. Deze tocht zal ons twee dagen bezighouden waarbij we zelfs snachts moeten klimmen op bij zonsopkomst het landschap vanaf de top gade te slaan. Na wat relaxdagen in Kota Kinabalu stappen we op 27 april in het vliegtuig, wat ons naar het laatste nieuwe land van onze reis gaat brengen, Indonesie. We landen in de hoofdstad Jakarta vanwaaruit we zo'n twee weken door Java zullen gaan trekken, door zullen reizen naar Lombok, daar te duiken en 2 weken door te brengen om vervolgens in 2 weken Komodo en Flores te bezoeken, waarna we terug zullen vliegen naar Bali om daar nog 2 weken echt vakantie te vieren om dan nog 2 dagen in Singapore te blijven en de overblijfselen van ons budget er doorheen te jassen.
Sebas is blij dat hij door de zandvlooien is ontzien op Perhentian en zijn huid nog mooi en gaaf is. Helaas had hij op dit eiland te maken met een probleempje waarbij hij om het uur op de pot zat. Gelukkig zat de wc voor Maus buiten de kamer. Inmiddels is dat alweer opgelost en gaat alles prima.
Maus is nog steeds aan het bijkomen van de eilanden. De Perhentians zorgen nog steeds voor veel jeuk en zijn huid is herstellende van het leed dat hem door de zandvlooien op Perhentian is aangericht. Hij probeert 'Bruce' en 'Wanda' nog steeds te vergeten, maar ziet ze in zijn dromen nog steeds aanstaren. Verder gaat gelukkig alles goed met Maurits. Hij mist Marjolijn nog net zoveel als in de vorige persoonlijke update en kijkt ernaar uit, uit te huilen bij zijn moeder.
Ons volgende verhaal zal naar alle waarschijnlijkheid geschreven worden vanuit Semporna. Tot dan!
Groetjes Sebas en Maus
Zeeen van beenruimte, Zweten en Beestjes
Lief dagboek,
Bedankt weer voor alle reacties en de gesponsorde foto's. We blijven het waarderen dat jullie onze verhalen geinteresseerd blijven lezen en we zullen ons best doen dit vol te blijven houden gedurende de tweede helft van onze reis.
Met het vorige verhaal waren we gebleven in het pittoresque Melaka waar we de eerste dag laat waren aangekomen en vadaag de tweede en laatste dag vrijwel de gehele dag bezig zijn geweest met het schrijven van het vorige verhaal. Toen het verhaal klaar was en alle foto's waren geupload was het alweer half zeven 's avonds en begon het al te schemeren in dit stukje van Maleisie. We hadden voor die dag nog een programmapunt, namelijk de drie en een half uur durende, door de Lonely Planet georganiseerde walkingtour. Daarnaast moesten we wegens tijdgebrek in Singapore ook nog de daar aangeschafte ansichtkaarten posten, dus besloten we twee vliegen in een klap te slaan en tijdens onze zoektocht naar een brievenbus, de ansichtkaarten vasthoudende in onze linkerhand en met onze rechterhand als een bezeten Japanse ramptoerist foto's te schieten van de inmiddels al donker wordende highlights van Melaka. Doordat Brievenbussen in Melaka nog schaarser zijn dan straatnaambordjes, bracht onze zoektocht ons het daaropvolgende uur langs de grote en kleine straten van de stad, links en rechts vragende om de weg. Allen antwoordden: 'aan het einde van de straat, naast het grote rode gebouw', iets wat in Nederland makkelijk te vinden moet zijn, maar in Melaka net iets is als het zoeken van een speld in een hooiberg, aangezien 90% van de in het centrum gelegen gebouwen rood van kleur zijn. Na een half uur gezocht te hebben naar de brievenbus zonk de moed ons in de schoenen, gaven we de hoop op en besloten we al foto's schietende van de rode gebouwen terug te lopen naar ons guesthouse. Toen we nog maar twee straten verwijderd waren van ons guesthouse doemde daar vanuit het niets op de hoek van een kleine zijstraat de contouren op van een rood geverfde afgebladderde brievenbus. De missie was geslaagd, we hadden het weer eens gepresteerd om een 3,5 uur durende walkingtour in een uur te doen en dit te combineren met het verlichten van de Singaporelast. Om dit te vieren namen we in het 348ste restaurant van onze reis niet genoegen met een enkel biertje, maar besloten we maar een hele emmer van het goudgele en in de hitte van Maleisie zeer goed smakende vocht te bestellen.

De volgende dag was het weer tijd om te vertrekken vanuit Melaka en wilden we per bus naar het plaatsje Jerantut om vandaaruit de daaropvolgende dag verder te trekken naar de Taman Negara, het geclaimde oudste oerwoud ter wereld. Aangekomen op het busstation van Melaka hadden we voor het eerst in onze reis een logistieke tegenvaller. De bus naar Jerantut vertrok om 8 uur en inmiddels was het 8 uur 8, was de bus met de noorderzon vertrokken en stonden wij met lege handen vragend om ons heen te kijken. Gelukkig zijn de mensen in Maleisie erg attent en bijna direct werden we aangesproken door een vriendelijke man die ons vroeg waar we heen wilden gaan. Hij legde ons uit dat er vanaf Melaka maar een bus per dag richting Jerantut vertrok en dat we beter ons reisplan konden bijstellen en niet op de bus van de volgende dag wachten, maar een bus te pakken naar Kuala Lumpur (vanaf nu KL genoemd) en vandaaruit Jerantut te bereiken, vanaf KL gaat namelijk elk uur een bus naar Jerantut. Na een overheerlijk pannenkoekenontbijt bij onze geliefde fastfoodketen besloten we kaartjes te kopen voor de eerstvolgende bus naar KL. Nog geen half uur later begonnen we aan de 2,5 uur durende busrit naar de hoofdstad van Maleisie, een plek die we eigenlijk pas later in de reis wilden aandoen. Na onze vorige ervaringen met busritten in de hoger gelegen Aziatische landen van Zuid-Oost Azie kwam deze Maleisische bus als een verademing, er was meer dag genoeg beenruimte en de bus zat bij lange na niet vol.

Na twee en een half uur lekker languit gelegen te hebben in onze sofa doemden aan de horizon de punten van de wereldberoemde Petronastorens zich op. Met stom toeval stopte de bus bij het busstation gelegen in ChinaTown, pal naast het hotel waar Maurits z'n ouders van 8 tot 11 april zullen gaan verblijven. We liepen het chaotische busstation in op zoek naar een busmaatschappij die ons naar Jerantut kon vervoeren. Al snel werd duidelijk dat Jerantut een van de weinig bestemmingen is die niet vanuit dit busstation worden bediend. Na wat informatie te hebben ingewonnen bij de informatiebalie vertelde de vriendelijke medewerkster ons dat we op een ander busstation aan de andere kant van de stad moesten zijn. Voor we het wisten hadden we 2 kaartjes gekocht voor de metro en binnen een kwartier stonden we met al onze bagage op het busstation aan de andere kant van de stad. Er bleek binnen tien minuten al een bus te vertrekken naar Jerantut en we besloten geen tijd te verliezen en met deze bus mee te gaan. Wederom geen volle bus en weer genoeg ruimte om languit te liggen. Deze bus had buiten de zeeen aan beenruimte zelfs iets extra's, namelijk autogordels. We vroegen ons af waar deze voor dienden. Al snel kwamen we achter het nut van deze gordels, namelijk het voorkomen dat of Sebas boven op Maus beland of op de lege stoelen aan de linkerkant naast hem of dat Maus boven op Sebas beland of met een beurse rechterkant van zijn gezicht via het raam de bus verlaat. We hadden namelijk te maken met een buscoureur die er een sport van had gemaakt om met een zo hoog mogelijke snelheid over het natgeregende wegdek te scheuren, zowel links en rechts langzamer rijdende voertuigen in te halen en die van gas terug nemen bergafwaarts (en in bochten) niets had meegekregen tijdens zijn rijles(sen). Na een verkrampte 3 uur later vond de buschauffeur dan eindelijk zijn rem en stonden we op het busstation van Jerantut. Over Jerantut kunnen we kort en bondig zijn. Je hebt er niets te zoeken, behalve dat het makkelijk is voor het overstappen op een ander vervoermiddel (eigenlijk een soort Bleiswijk dus). Helaas konden we vandaag niet meer verder reizen, omdat we anders in nog kleinere gehuchten zouden stranden, dus besloten we op zoek te gaan naar een slaapplaats in Jerantut voor de komende nacht. We vonden deze bij een overactieve en alsmaar doorratelende moslimmama die ons een kamer aansmeerde op de bovenste verdieping van haar 'kleerkast(steeltje)', tevens bleef ze maar doorratelen over het tourbureau van de moslimpapa die aan de overkant van de weg lag en ons wel kon helpen om in de Taman Negara te komen. We konden volgens de moslimmama nog niet bij de moslimpapa terecht, omdat meneer nog zat te genieten van zijn lunch (het was inmiddels half vier). Om vier uur besloten we dan toch maar moslimpapa met een bezoekje te gaan vereren en werden we overspoeld met alles wat hij wel niet voor ons kon regelen, van alleen vervoer tot negendaagse trekkings en van night safaris tot rapid shooting (nee, geen rabits/konijnen, maar rapits/stroomversnellingen). Gelukkig waren we bestand tegen de terreuraanslag (aan informatie) van moslimpapa en besloten alleen het vervoer naar de Taman Negara uit luiigheid om het zelf te regelen bij hem af te nemen. Toen de tickets waren uitgeschreven en het vervoer was betaald kwam nogmaals het aanbod om de nightsafari te doen, stroomversnellingen te schieten of het vervoer voor de komende vier weken bij hem af te nemen, maar zoals hij na ieder aanbod benadrukte 'het is volledig aan jullie wat we wilden afnemen, en volledig aan jullie om zelf ergens te stranden en volledig aan jullie om de duurdere concurrent te kiezen'. Gelukkig was het ook aan om er snel weer weg te gaan en moslimpapa zijn volgende aanslag op de volgende toeristen te laten voorbereiden. We besloten nadat we de aanslag hadden overleefd nog in een van de weinige internetcafes van Jerantut nog wat belangrijke mailtjes en reserveringen te regelen voor de rest van onze reis. Toen we het internetcafe wilden verlaten werden we aangesproken door de beheerster, een vriendelijk moslimmeisje, nee we waren niet vergeten te betalen, maar ze vroeg of ze samen met haar aanwezige vriendinnen met ons op de foto mocht. Nadat we als filmsterren op de telefoons van de aanwezige moslimmeisjes stonden liepen we naar buiten, onderweg naar een plek om iets te eten en te drinken. Onze sterrenstatus liep ver voor ons uit, waardoor we op elke straathoek werden nagestaart en nageroepen door puberale moslimmeisjes ('handsome', 'nice', 'cute' en nog wat voor ons onverstaanbare termen). Om weer met beide benen op de grond te komen besloten we een maaltijd te gaan eten in een van de TL verlichte restaurantjes van de stad om vervolgens het krakkemikkige tweepersoonsbed in te duiken.
De volgende dag werden we om 8 uur verwacht op het kantoor van moslimpapa en na een voedzaam ontbijt stapten we om half negen de bus in die ons naar Kuala Tembeling bracht. Vanaf Kuala Tembeling stapten we op een boot die ons na 3,5 lange uren diep de Taman Negara inleidde. We kwamen aan in een van de floating restaurantjes van Kuala Tahan waar we na een korte briefing en een nieuwe terreuraanslag van tourtjes op zoek gingen naar een accommodatie dat binnen ons budget paste. We vonden deze uiteindelijk 600 meter diep in het oerwoud. Doorweekt van het zweet zetten we voet in onze bedompte bungalow waar we de komende nachten zouden doorbrengen. Na een snelle lunch wilden we geen tijd verliezen en besloten we direct een bootje te nemen naar de officiele ingang van de Taman Negara (het was een boottochtje van een kleine 12 seconden). We hadden onze zinnen gezet om die middag de Canopy Walk te gaan doen. Dit is een parcours van hangbruggen op grote hoogte waardoor je als het ware over de al eeuwen oude boomtoppen van de Taman Negara loopt. Voordat we aan de Canopy Walk konden beginnen moesten we een 1,5 kilometer lange tocht afleggen die ons door de stille en grote jungle leidde. In de Lonely Planet hadden we gelezen dat de Taman Negara een van de grootste trekpleisters is van Maleisie en dat je geen stap kan verzetten zonder een andere medetoerist tegen te komen. De anderhalve kilometer daarop zijn we welgeteld een medetoerist voorbijgelopen en hebben we mogen genieten van de prachtige natuur en de dieren die daar in leven, zoals veranen, diverse soorten vogels, tropische eekhoorntjes, wilde zwijnen, diverse te grote insecten en een hoop geritsel waarvan we nog steeds niet weten wat het geweest is. Na deze avontuurlijke tocht kwamen we aan bij het bordje Canopy Walk, helaas lag er tussen dit bordje en de daadwerkelijke ingang nog een kleine 150 meter aan steile trappen de berg op. Vermoeid en buiten adem kwamen we dan eindelijk bij de ingang en na het betalen van de entree (want voor niets gaat natuurlijk de zon op) konden we beginnen aan de eerste stappen op grote hoogte. Het parcours bestond uit zes verschillende hangbruggen die door middel van plateaus met elkaar waren verbonden. Al wiebelend en krakend (de brug, niet onze knieen, die knikten alleen) schuifelden we naar het eerste plateau. Wat volgde waren nog wat angstige momenten op grote hoogte met als ultiem hoogtepunt de gammele glazenwasserstrap die in een hoek van 45 graden tussen twee plateaus hing. Van dit avontuur hebben we de nodige filmpjes en foto's gemaakt die we zo snel mogelijk aan jullie zullen laten zien.

Met de adrenaline nog door ons lijf gierend zetten we koers richting de uitgang van dit al eeuwenoude stukje natuur en de rest van de middag genoten we van de zinderende hitte, de te hoge luchtvochtigheid, de niet koude, maar lauwe douche en het heerlijke goudgele vocht waar we zo dol op zijn (alleen heeft het in de Taman Negara een donkerbruine kleur en zit het verpakt in een metallic rood blikje). Nee mensen, er is in dit meest oude stukje op aarde geen enkel biertje te verkrijgen, hopelijk houden we dit vol. De avond sloten we af met het proosten met een frisje op alweer de 110e dag van onze reis.
Na ons goedbevallen avontuur van de Canopy Walk de dag ervoor besloten we ook vandaag met bomen te gaan knuffelen en nog een dagtour te maken door de Taman Negara. Nee opnieuw niet georganiseerd door moslimpapa en zijn handlangers, maar na het bestuderen van de omgevingskaart en het inschatten van ons eigen kunnen naar de top te lopen van Bukit Indah, een volgens de kaart 3.5 kilometer verderop gelegen uitkijkpunt. Na 130 miljoen jaar de tijd gehad te hebben om elke boom in de Taman Negara op de kaart gezet te hebben, zou je een zeer gedetailleerde omgevingskaart verwachten, echter zijn deze bosjesmannen en bosjesvrouwen waarschijnlijk met andere dingen bezig geweest dat bomen tekenen en bierbrouwen en moeten alle bezoekers het doen met een A4tje waarop de schaal van 1 op veel te veel een oerwoud van twee keer de provincie Utrecht is uitgetekend. Op hoop van zegen en bepakt met ieder drie liter water en een boterham met nepkaas begonnen we aan onze expeditie Ronbinson tocht. Het eerste gedeelte was makkelijk aangezien het precies dezelfde 1,5 kilometer was als de dag ervoor, maar vanaf het bordje Canopy Walk verdween het pad en moesten we onze Robinson krachten bundelen en onze creativiteit out of the box halen om een denkbeeldig pad te zien door de dichte jungle dat ons naar Bukit Indah zou leiden. We besloten het denkbeeldige pad te volgen, zeker omdat we aan het begin nog een touw zagen hangen en de eerste meters nog bestonden uit platgetrapte bosjes, maar na een uur gelopen te hebben werd onze verbeelding en creativiteit samen met het zweet ons lichaam uitgeperst en begonnen we toch sterke twijfels te krijgen of we wel op de goede weg zaten. Toen we bijna de hoop hadden opgegeven zagen we in de verte een half begroeid en naar bovenwijzend bordje waarop de letters de tekst Bukit Indah vormden. Het bordje stond omhoogwijzend wat betekende dat we bijna in een hoek van 90 graden tegen de rotsen op onze tocht moesten vervolgen. Gelukkig hingen er wel aan weerszijden touwen en konden we als ware bergbeklimmers naar boven klimmen. Na 500 meter op deze manier te hebben afgelegd en een aantal keren de droge grond onder onze voeten te hebben voelen wegglijden bereikten we de top van ons kunnen en de top van Bukit Indah.

We genoten van het niet spectaculaire uitzicht en de grote hoeveelheid insecten die op deze top leven en besloten na een kleine 10 minuten al naar beneden glijdend terug te keren naar de ingang van de Taman Negara. De tocht duurde en duurde maar en het water wat we dronken liep gelijk weer door onze porien ons lichaam uit. Zo doorweekt als we nog nooit geweest waren, echt alles was nat, kwamen we moe en uitgeput aan bij het bordje Canopy Walk. Na even uitgerust te hebben en onze 'dikbelegde' boterham te hebben opgegeten besloten we de 1,5 kilometer lange tocht naar de ingang van het park voor de 4e keer in 24 uur af te leggen. Na het korte boottochtje naar de overkant wrongen we onze kleding uit en genoten we van een langverwachte douche. De rest van de dag hebben we ons vermaakt met koude frisdranken en het regelen van een aantal essentiele zaken voor het vervolg van de reis.
De volgende ochtend begon de wekker alweer om zes uur te rinkelen en zetten we koers richting de enige bushalte van Kuala Tahan. We stapten iets later in in het overvolle minibusje die ons in de daaropvolgende anderhalf uur terugbracht naar de meest gezellige stad van Maleisie (Bleiswijk). In Bleiswijk hebben we na een uitgebreid ontbijt weer een van de luxe Maleisische bussen gepakt met bestemming Kuantan (3 uur). In Kuantan aangekomen bleek de bus met de volgende bestemming al klaar te staan en nog geen 10 minuten later zaten we in een luxe businessclass bus in onze kalfslederen stoelen onderweg naar Mersing. De busrit naar Mersing had maar 3 hoogtepunten (dieptepunten). Maurits die op de achterste stoel in de bus zat, schrok halverwege de reis van wat grommende en kuchende geluiden en het achter hem hangende gordijn wat in een ruk open werd getrokken. Wat bleek, gedurende de anderhalf uur dat we al in de bus zaten, bleek de bus niet een maar twee chauffeurs te hebben en de tweede buschauffeur lekker zijn roes lag uit te slapen achter de achterste stoelen.

Een ander dieptepunt kwam aan het licht nadat de slapende buschauffeur het stuur over had genomen en nog met de slaap in zijn ogen links en rechts alles probeerde in te halen en zijn voet vol op het gaspedaal zette om maar weer zo snel mogelijk het laatste stukje van zijn droom af te maken (hij droomde waarschijnlijk dat hij Michael Schumacher was). Het laatste dieptepunt van dit drie uur durende busritje (wat maakt een mens toch veel mee in drie uur) was het moment waarop we vastgeklemd aan de stoelleuningen (deze bus had namelijk geen gordels) tot de ontdekking kwamen dat er andere dingen over onze handen kropen dan de druppels angstzweet die ons lichaam verlieten. Het bleek de nicht en haar kinderen van meneer Kakkerlak te zijn die haar heil niet wat noordelijker in Thailand (zie verhaal Suratthani) maar wat zuidelijker in het vochtigere en warmere Maleisie zocht. Aangekomen in Mersing liepen we direct door van het busstation naar de haven om te kijken of we diezelfde dag nog door konden reizen naar onze eigenlijke eindbestemming Pulau Tioman. Helaas bleek de laatste boot al om 2 uur die middag te zijn vertrokken en ging de eerstvolgende boot weer om 5 uur 's ochtends, omdat we dat toch echt te vroeg vonden besloten we maar direct kaartjes te kopen voor de eerstdaaropvolgende boot, die van 8 uur. Na deze aanschaf gingen we op zoek naar een slaapplaats voor de komende nacht. Met onze goede ervaringen van het slapen in een dormitory in Singapore wilden we kijken of de omgeving in Maleisie net zo mooi is. Al snel vonden we Omar, een moslimpapa die ons wel van een stapelbed kon voorzien. We gooiden onze tassen af en gingen op zoek naar iets wat we al 3 dagen hadden gemist (jullie raden al vast wel wat). Die avond besloten we op tijd naar bed te gaan en een goede nachtrust te pakken. Sebas ging al vrij snel slapen en Maurits besloot nog een paar hoofdstukken te lezen in zijn spannende boek. Al snel werd het boek te spannend toen er levende wezens die niet in het verhaal thuis hoorden uti het boek en van onder zijn kussen naar boven kwamen zetten. Nee het was waarschijnlijk niet de familie Kakkerlak maar een ander irritant vies beestje waar we nog steeds niet van weten wat het is. Maurits die als een soort stripheld mee ging in het avontuur, gebruikte zijn boek om met de zwaartekracht de beestjes voor altijd als een zwarte vlek te vereeuwigen op de muur en al spuitend met giftige wolken insectenverdelger een rookgordijn probeerde te creeeren om op die manier te ontsnappen van dit hachelijke avontuur. Helaas voor hem waren het alleen verkenners die hij had vereeuwigd op de muur en wat volgde was een lange nacht waarin het leger van beestjes maar bleef oprukken.

Door alle strijdkreten en bloedvergiet werd Sebas uit zijn heerlijke droom weggerukt waarin hij droomde als een ware Rambo een einde te maken aan de invloed van insecten op de huidige wereld (waarschijnlijk een combinatie van een Cambodjaans bustrauma en de giftige insectenverdelgerdampen die door de lucht zwierven). Ontwaakt uit zijn droom vroeg hij maurits wat er gaande was en maurits legde de situatie uit. Bedenkelijk keek hij om zich heen en vond ook troepen oprukkende vieze beestjes rondom zijn flanken. Wat volgde was een lange nacht zonder slaap en hopen op het eerste ochtendlicht zodat we konden afdruipen van het slagveld. Nog voor zevenen liepen we weer richting de haven en wachten aldaar op de boot naar Pulau Tioman. De boottocht die ons naar Pulau Tioman bracht duurde ongeveer 2 uur, waarna we aankwamen op het strand van Tekek. We hadden gelezen dat het mooiste strand van het eiland zich aan de andere kant bevond. We werden al snel opgevangen door een vriendelijke jongen die ons wel met z'n 4-wheeldrive naar de andere kant wilde rijden. We besloten op z'n aanbod in te gaan en deelden met nog twee andere medereizigers (om de kosten te besparen) de laadbak van de jeep. De jeep bracht ons in 20 minuten door het bergachtige binnenland van Tioman wat tevens veel weghad van de Taman Negara. Sommige stukken waren zo stijl dat we bijna met onze benen omhoog in de laadbak zaten. We kwamen aan op de andere kant van het eiland, Juara genaamd en gingen op zoek naar een geschikte accommodatie voor de komende dagen en nachten. Na wat zoeken vonden we een kamer op een kleine 30 meter van het strand en begonnen ons te installeren. Omdat we de afgelopen nacht hadden doorgebracht tussen de beestjes besloten we eerst onze spullen eens goed uit te kammen op zoek naar deserteurs die wel toe waren aan een strandvakantie. Na wat deserteurs te hebben vereeuwigd op de tafel van ons verblijf besloten we een klein beetje nachtrust in te halen. Op dit eiland hebben we drie dagen doorgebracht om bij te komen van de afgelopen tijd en vulden we onze dagen met zo min mogelijk inspannende dingen. Het eiland is mooi en rustig en we hadden bijna een uitgestorven strand voor ons alleen.

Helaas kunnen we hier weinig gebruik van maken en wellicht is dat ook de reden van de rust. Het strand wordt namelijk bevolkt door weer een nieuw beestje tijdens onze reis, namelijk de zandvlo. Op zich zijn ze niet levensbedreigend, maar ze laten wel hun stempel achter op je huid wat zorgt voor veel jeuk en irritatie. Na drie dagen strand zijn de rode plekken inmiddels niet meer te tellen en hopen we dat het volgende strand minder verrassingen kent.
De volgende ochtend, vandaag 31 maart, vertrokken we dus naar het volgende strand. Helaas zijn in maleisie de afstanden groot, wat betekent dat je altijd een extra reisdag nodig hebt om ergens te komen. We begonnen vanochtend met een rinkelende wekker om 5:30 uur en opgefrist en wel (nog niet wakker) stapten we om 6:15 uur in de jeep die ons naar de andere kant van het eiland bracht. Voor onze chauffeur een zeer gezellige rit, aangezien wij het half uur (in stilte) gebruikteen om echt wakker te worden. Om zeven uur zou onze boot naar Mersing moeten gaan, maar waarschijnlijk had de kapiteit dezelfde opstartproblemen als wij en vertrok de boot pas om 8 uur. Anderhalf uur later kwamen we aan in de haven van Mersing en werden we door een schone moslimmama verleid bij haar busmaatschappij kaartjes af te nemen voor onze tweede bestemming van die dag, Kuala Terenganu. Haar verleidingtructs hadden succes mede omdat de vertrektijd van de bus ons de gelegenheid gaf rustig te ontbijten en ook de ritprijs binnen ons budget paste. Om 11:30 uur kwam de luxe bus aanrijden en het lijkt wel alsof in Maleisie elke rit meer beenruimte en luxe krijgt, want de stoelen zaten als gegoten. Wat volgde was een lange rit met de nodige gebedsstops (niet van ons maar van de chauffeur) die ons in zeven ur naar de plek bracht vanwaar we jullie dit verhaal ten gehore brengen.
Morgenochtend proberen we een bus te pakken naar Kuala Besut om daar vervolgens per boot koers te zetten richting Pulau Perhentian Kecil. Daar hopen we nog de nodige zonnestraaltjes op te vangen en ons lichaam te laten bijkomen van de marteling van zandvlooien en muggen van de afgelopen week. Zondag wanneer jullie allemaal op zoek zijn naar eieren gaan wij op zoek naar de juiste vervoersmiddelen om richting onze volgende bestemming te gaan, de Cameron Highlands. Hier hopen we twee dagen lang de hitte achter ons te laten en de frisse Maleisische berglucht op te snuiven en te genieten van wandelingen door bossen en theeplantages waar deze regio om bekend staat. Op 7 april zetten we alle zeilen bij om op tijd in KL te zijn om ma en pa van Zandwijk te begroeten na hun drie weekse reis door Indonesie. Na onze drie daagse onmoeting aldaar vliegen wij zelf op 12 april naar Tawau, het zuidelijkste puntje van Maleisisch Borneo. Vanuit KL hopen we weer onze belevenissen met jullie te delen en zullen we onze plannen presenteren voor de daaropvolgende weken.
Sebas maakt het nog steeds goed. Af en toe wat jeuk, maar gelukkig kan Maurits af en toe wat krabben. Voor het eerst in bijna vier maanden heeft hij 'heimwee' naar thuis, gezien het paaseieren zoeken wat hij moet missen en misschien nog belangrijker het missen van de belijdenis van zijn oudste zusje.
Maurits krapt zich helemaal rot, telde de dag voor het vertrek 39 vlooienbeten op een been. Hij is dus niet alleen geliefd bij de moslimama's, maar ook bij de miljoenen bewoners van Pulau Tioman die nog na zitten te tafelen en borrelen na het 3 daagse feestje. Buiten de rode vlekken maakt Maurits het goed, behalve dat hij Marjolijn mist, zeker nu ze hem wel dichtbij zich zou kunnen gebruiken.
Tot over een week!
Groetjes, Sebas en Maus
Ps. Door jullie ingepikte uurtje nachtrust is het nu weer zes uur tijdsverschil.
Lang wachten, alles eerlijk delen en shop till you drop
Lief dagboek,
Bedankt weer voor de reacties op het verhaal en op de foto's! We waarderen het zeer als er reacties zijn, het geeft ons het idee dat we niet helemaal afgesneden zijn van de buitenwereld.
Het vorige verhaal sloten we af met de mededeling dat we in Singapore de terugvlucht naar Nederland zouden boeken. Echter door onbekende technische storingen was het niet mogelijk om onze goedkope-direct-bij-de-luchtvaartmaatschappij tickets vast te leggen. Maar gelukkig op Maleisisch grondgebied geen spoor van technische storingen, waardoor we jullie de volgende mededeling kunnen doen:
Op zaterdag 26 juni om 00:55 uur plaatselijke tijd stijgen wij op vanaf de Singaporese bodem en landen we zo'n kleine 3,5 uur later op Sri Lankaanse bodem, waarna we na een korte tussenstop weer zullen stijgen tot grote hoogte en voet zullen zetten op de heilige Arabische grond van Dubai, waarna we weer zullen stijgen naar nog grotere hoogte en op zaterdag 26 juni om 13:30 uur Nederlandse tijd voet zullen zetten in het polderlandschap genaamd Nederland. Verdere noodzakelijke informatie zoals vluchtnummers en eventuele veranderingen in het tijdpad zullen we jullie tezijnertijd mededelen. Het enige wat we jullie nu al zullen verklappen is dat we met Emirates vliegen. Nu dit gemeld te hebben verwachten we dat alle voorbereidingen per direct van start zullen gaan en met een strakke projectplanning en een beheersing van de GOKIT factoren (Geld, Organisatie, Kwaliteit, Informatie en Tijd) we bij thuiskomst veel mensen op Schiphol zullen aantreffen en we de eerste week na aankomst weinig slaap zullen treffen vanwege alle geplande welkomthuisfeestjes.
Genoeg toekomstmuziek nu terug naar een andere vlucht, namelijk die op 17 maart van Hanoi naar Saigon. Al vroeg in de morgen, rond vier uur stond de wekker weer uitbundig te rinkelen en stonden we uiteraard vrolijk op om nog geen uur later per taxi naar het vliegveld van Hanoi gebracht te worden. Na een ritje van drie kwartier waarin niets te horen was, behalve gesnurk, kwamen we aan op de luchthaven en gingen we op zoek naar de juiste incheckbalie. Dit was tot nu toe een van de zwaarste zoektochten tijdens onze reis, aangezien er wel 50 incheckbalies naast elkaar zaten en uitgerekend de onze er niet tussen zat. Informeren bij de informatiebalie van Jetstar had geen zin aangezien de medewerker zes uur toch echt iets te vroeg vond om zijn werk te verschijnen dus besloten we maar bij de informatiebalie van de concurrent te informeren waar de incheckbalie van de andere concurrent gevestigd was. Deze luchtvaartmaatschappij was iets duurder, waardoor het personeel wel om zes uur al paraat stond en zij wezen ons de weg richting de catacomben van het vliegveld en ja daarachter in een donkere hal bevonden zich vier miniscuul kleine (in vergelijking met de andere boven), zeer goedkoop uitziende incheckbalies waarbij we ons moesten melden. Na het afscheid met onze tassen (Maus 15,5 kg en Sebas 17,4 kg) zijn we onze roes uit gaan slapen achter de douane (wederom een controle van niets, we moesten bij wijze van spreke zelf het scherm van de tassenscanner inspecteren) en om 7:25uur stegen we voor het eerst die dag op. Over deze vliegreis zelf valt niet zo heel veel te vertellen behalve dat deze maar twee uur zou duren en we al het geluk van de wereld hadden en twee royale stoelen toegewezen kregen met beenruimte waar je u tegen zegt.

Aangekomen op het vliegveld van Ho Chi Minh (dit was om 9:30uur) moesten we tot 15:00uur wachten om weer tot grote hoogte te kunnen stijgen. We hebben de tijd gevuld met ontbijten, foto's te nemen van koetje (het aandenken van Marjolijn tijdens de reis) en de planning te maken voor de eerste drie weken Maleisie. Om half twee mochten we dan eindelijk door de douane (wederom een controle van niets aangezien we alle scharen, vloeistoffen en verstopte wapens zo mee naar binnen mochten nemen). Omdat het lunchtijd was besloten we voordat we opstegen nog een dure maaltijd te nuttigen (de eennaduurste maaltijd tot nu toe in onze reis en dat terwijl het maar twee simpele sandwiches waren én een bananenmuffin voor Sebas). Om precies 15:00uur sjeesden we over de opstijgbaan van Saigon en vlogen we naar grote hoogte. Over de vlucht zelf valt wederom weinig te vertellen, behalve dan dat we deze keer iets minder gelukkig waren met het uitreiken van de plaatsbewijzen en de beenruimte nu vormen aannam van waar je 'au' tegen zegt.Ons oog viel op de vier achter ons gelegen lege rijen bij de nooduitgangen waarbij iedere plaats zeeen van ruimte heeft. We deden een verhuisverzoek bij de stewardessen, maar helaas wilde deze zeer strenge stewardessen geld zien voor de verhuizing, 20 Singaporese dollar per persoon, een bedrag dat niet op is genomen in ons dagbudget, dan maar zoeken naar een andere manier. Gelukkig hebben we inmiddels al heel wat onderhandelingstechnieken aangeleerd in Azie, zodat we met onze rechterbuurman een dealtje sloten, waardoor Sebas een plaatsje kon opschuiven en we gedurende de vlucht met de knieen richting de middelste stoel konden gaan zitten.

Een kleine twee uur later (3 als je het tijdsverschil wel meerekend) landden we op de netjes aangeveegde landingsbaan van het smetteloze Singapore. Direct na aankomst keken we onze ogen uit en stonden we in de westerse wereld die Singapore heet, overal om ons heen lampen (die het doen en zelfs van kleur veranderen), travellators (zo heten de platte roltrappen die je overal Singapore ziet), netjes geboende marmeren vloeren en bordjes om de 2 meter zodat er echt geen mogelijkheid bestaat dat je verdwaald op weg naar de douane. Bij de douane aangekomen moesten we aansluiten achter in de rij (ja dat is ook de westerse wereld, wachten op je beurt) en kroop het angstzweet ons nader toe toen we de een na de ander uit de rij gepikt zagen worden voor een nadere inspectie. Na heel wat angstmomenten doorstaan te hebben waren we dan eindelijk aan de beurt en ging Maurits als eerste zijn lot tegemoet. Zo serieus mogelijk kijkend beantwoordde hij de vragen van de douane beambte, welke direct op een leeg vakje in de visumaanvraag stuitte, namelijk de verblijfsplaats. We waren van plan om deze pas na aankomst te gaan zoeken, maar daar nam de strenge beambte geen genoegen mee. Ze wilde persé een contactnummer hebben in Singapore, want anders mochten we het land niet in. Gelukkig hadden we voordat we landden de lonely planet doorgelezen en waren er wat namen van hotels blijven hangen en riep Maurits de eerste naam die in hem opkwam: Het Raffles Hotel (gemiddelde kamerprijs 750 Singaporese dollar). De douanebeambte geloofde hem op zijn rieten hoedje en schreef de gegevens op. Sebas die het hele gesprek op afstand had gehoord schreef snel hetzelfde adres op en wist daarmee de douanebeambte te overtuigen van het feit dat een bezweette jonge backpacker zijn halve reisbudget gaat uitgeven aan het duurste hotel in waarschijnlijk Azie. Na onze tassen te hebben opgezocht liepen we richting een informatiebalie voor hotels en guesthouses met in de hoop daar een geschikt adres te kunnen vinden, want het Raffles Hotel is toch echt te duur. De zeer vriendelijke medewerker informeerde ons ronduit over de mogelijkheden qua verblijf en de bijpassende prijzen. We kwamen er al snel achter dat de minimumprijs voor een tweepersoonskamer in Singapore zo rond de 75 Singapore Dollar lag (35 euro). Alhoewel dit tien keer zo weinig is als het Raffles Hotel ligt dit nog steeds ver boven ons budget en informeerden we of er toch echt niet goedkopere opties waren, volgens de medewerker waren er twee. De eerste was verblijven in het redlight district van Singapore voor maar 50 Singapore dollar en de tweede was een kamer delen met meerdere mensen in een dormitory (dorm) en op die manier voor ongeveer 20 dollar klaar te zijn. Met Sihanoukville nog in ons achterhoofd en Maurits de gefronsde wenkbrauwen van Marjolijn al voor zich ziet tijdens de mededeling dat hij naast allemaal (bijna) blote vrouwen slaapt, besloten we dan toch maar op eigen houtje richting little India (een wijk in singapore waar de goedkoopste accommodaties te vinden zijn) te vertrekken en daar op zoek te gaan naar een dormitory. Toen we onze portomonees gevuld hadden met verse Singaporese dollars gingen we op zoek naar een manier om in Little India te komen. Natuurlijk kun je een taxi nemen, maar dan kun je net zo goed in het Raffles Hotel gaan slapen, dus gingen we op zoek naar de budget versie van een taxi en vonden we die in de vorm van de MRT, het metronetwerk van Singapore. We kochten een soort ov chipkaart waarmee je voor een bepaald bedrag kunt reizen onder de grond en vogelden uit hoe we in little India konden komen. In Singapore wordt niets aan het toeval overgelaten, overal waar je kijkt hangen wegwijsbordjes en plattegronden van waar je je op dat moment bevindt. We stapten in de MRT en onze mond viel open van de overgeorganiseerde Aziaten. Voordat de metro arriveert wordt al omgeroepen dat deze eraan komt. Op de grond staan pijlen en strepen waar je je moet opstellen om in de metro te stappen. Wanneer de metro er is gaan er allemaal lampjes knipperen en rollen de dubbele deuren naar de metro open en wordt je in perfect Engels, Indisch en Chinees door de voice-over welkom geheten en wordt er medegedeeld dat de deuren binnen 5,4,3,2,1 seconden gaan sluiten. Na dit ritueel wordt nog eens medegedeeld wat de halte is waar je op bent gestapt, wat de volgende halte is en wat het eindpunt is. Tevens staat aangegeven aan welke kant de deur open gaat en aan welke kant niet en bij het uitstappen wordt je herinnerd aan het gat tussen de metro en het platform (3 centimeter), zodat je onder geen beding hierin kunt vallen. Toen we onze hoofden in Little India boven de grond staken stonden we volgens ons toch echt in het verkeerde land. Overal waar je keek liepen Indiers en werden we verwelkomt door Bollywood muziek en de indringende geur van wierrook. Met het kaartje van onze gekopieerde lonely planet in de hand zijn we de weg af gaan lopen richting (dachten wij) de backpackersarea. Een hele opgave gezien de hoge temperatuur en de nog hogere luchtvochtigheid (wereld van verschil met onze eerdere reiservaringen). Toen we een half uur gelopen hadden kwamen we erachter dat we precies de verkeerde kant op liepen en konden we weer een half uur terug lopen naar het punt waar we waren begonnen. Nadat we nu eindelijk de goede kant opliepen kwamen we aan bij een van de dormitories die in de lonely planet staan aangegeven en kwamen we van een koude kermis thuis en bleken alle bedden al bezet te zijn. Dan maar op naar keuze nummer twee. In de lonely planet stond beschreven dat de dormitory zich bevond boven een Australische bar met veel live muziek, waardoor het gehorig kon zijn. Omdat de warmte nu toch echt zijn parten kon spelen en we doorweekt van het zweet de straten afstruinden besloten we dat lawaai toch minder erg was dan slapen op de straat en liepen we naar binnen. We werden direct verwelkomd door de iets te dikke en te kleine geklede barmedewerkster van Australische komaf die al schreeuwend zei: 'hi sweeties, how may I help you'. Wij met blosjes op de wangen en open mond aanschouwden we allereerst haar tatoeage die liep van haar linkerenkel via haar navel tot ergens onder haar te strak afgedekte boezem. Na weer met beide benen op de met bier doordrenkte vloer te zijn geland informeerden we naar de mogelijkheid om hier te overnachten en natuurlijk hadden ze nog wel twee bedden vrij. We zouden dan voor slechts 18 dollar met 28 andere mensen de nacht doorbrengen, waarbij het ontbijt inclusief was. Deze prijs sprak ons erg aan, dus zeiden we volmondig ja en overhandigden we haar onze paspoorten voor de incheckprocedure. Nadat dit gebeurt was, vroeg ze of we even 36 dollar wilden lappen. Onze hersens draaiden overuren en kwamen uiteindelijk tot de conclusie (wat achteraf gezien voor de hand ligt) dat wanneer je in een dormitory overnacht je per bed betaald en niet per kamer en je dus altijd voor twee personen het dubbele kwijt bent. Nadat we van de schrik bekomen waren volgden we de betatoeeerde benen de trap op en kregen we onze lakens in handen en werden we naar ons stapelbed geleid. De kamer was verdeeld in vier aparte hokjes met ieder 8 bedden, behalve de eerste die had er twee minder vanwege de deur. Wij sliepen in het achterste hokje 'Perth' genaamd, al worstelend over de grote hoeveelheid tassen, rondslingerende bh's en handdoeken die te drogen hingen kwamen we aan bij bed 5 en 6, onze thuisbasis voor de komende nacht.

We hadden die avond nog niet gegeten, het was inmiddels al half tien en besloten beneden in de bar nog wat eten te bestellen en met een biertje te proosten op de nieuwe fase in de reis. Het eten smaakte heerlijk en het biertje werden biertjes en om elf uur besloten we in twee van de drie douches te gaan douchen en ons bed op te maken voor de komende nacht. De ruimte waarin we sliepen werd door drie grote airco's 's avonds en 's nachts gekoeld en overdag stonden er vier grote ventilatoren overuren te draaien om de ruimte maar onder het vriespunt te houden. Die eerste nacht hadden we het dan ook kouder dan koud.
De volgende ochtend toen we vroeg onze ogen openden werden we wakker met in de drie omringende stapelbedden allemaal schaars geklede jonge dames die ergens tussen het moment dat wij onze ogen sloten en weer openden hun bed hadden gevonden en voorlopig nog niet wakker zouden worden. Omdat dit ritueel ons uiteraard wel goed beviel besloten we nog een nacht langer te blijven en te genieten van de omgeving. Na een opfrissende douche (we hoefden niet eens te wachten bij de douches) liepen we het buitenterras op van de dorm waar het ontbijt van 9 tot 11 geserveerd zou worden. Het was kwart over negen en we hadden nog geen ontbijt geserveerd zien worden. Na wat navragen kwamen we erachter dat een dorm meer is dan alleen het delen van je slaapkamer en doucheruimte, je moet namelijk ook zelf je ontbijt klaarmaken (lees: eitje bakken, brood toasten, thee zetten en fruit snijden) en na het ontbijt je eigen vaat netjes af te wassen zodat de volgende jouw schone bord weer kan gebruiken voor zijn of haar eigen gemaakte ontbijtje.

Nadat we een extra nacht hadden geboekt en betaald vertrokken we richting de MRT om met deze een aantal haltes mee te liften richting de Indonesische ambassade. Het hoofddoel van onze reis naar Singapore was het aanvragen van een 60 dagen visum voor Indonesie wat volgens onze research binnen twee dagen gebeurd moest zijn. Na wat zoeken vonden we het hek van de Indonesische ambassade en stuiten we op het bord wat duidelijk maakte dat je niet welkom was op Indonesisch grondgebied wanneer je slippers droeg, een korte broek aanhad en niet fris ruikte. Aangezien we hier alles op slippers doen, het te warm is voor een lange broek en door de warmte je tien minuten nadat je gedoucht hebt alweer ruikt als een zweetsok waren we bang dat we niet toegelaten zouden worden. Gelukkig waren we de kou van Vietnam nog niet vergeten en hadden we onze broekspijpen nog in onze rugzak zitten. Nadat we deze eraan hebben geritst, een flinke dosis deo onder onze oksels hadden gespoten probeerden we op slippers de ambassademedewerker te verleiden met onze Nederlandse vriendelijkheid. Hij trapte hier in en na het afgeven van onze CJIP studentenkaart (heeft hij dan eindelijk zijn nut bewezen) kregen we een bezoekerspas en mochten we verder doorlopen naar het gebouw voor visa aanvragen. Na binnenkomst werden we geconfronteerd met een grote menigte asiel zoekende Indonesische garde die gelukkig allemaal voor een paspoort naar de ambassade waren gekomen. Na wat zoeken vonden we de formulieren in een rek die we moesten invullen voordat je je visum kunt aanvragen. Na de nodige keren adressen te hebben ingevuld, paspoortnummers en dure hotels te hebben opgeschreven waar we zouden gaan verblijven, kwamen we bij het vakje 'terugticket'. Dit is een woord voor ons wat toentertijd nog niet in ons vocabulaire voorkwam en besloten dit vakje maar leeg te laten en het er op te wagen. Maus trotseerde als eerste de streng uitziende hoofddoekdragende medewerkster die na het zien van de Nederlandse nationaliteit in onherkenbaar Engels aan Maus iets probeerde uit te leggen. Gelukkig kan Sebas onherkenbaar Engels verstaan en spreken en wisten we er met elkaar uit te komen dat we voor niets naar Singapore waren gekomen, voor niets onze broekspijpen hadden aangeritst en voor niets onze deovoorraad hadden aangetast, want we bleken als Nederlander helemaal niet voorraf een visum te hoeven aanvragen, ook niet voor 60 dagen, aangezien je dit na aankomst in Jakarta gemakkelijk tegen betaling kan regelen. Daar stonden we dan in Singapore, het meest dure land van Azie, zonder hoofddoel. Snel pasten we onze plannen aan en begonnen we onze subdoelen om te zetten in hoofddoelen en planden in no time een nieuw verblijfsinvulling voor de komende drie dagen, namelijk shoppen, McDonalds, shoppen, bios, McDonalds, shoppen, shoppen. We begonnen maar gelijk met shoppen, aangezien we ons in de buurt van Orchard Road bevonden, het shoppingwalhalla van Singapore, Azie en misschien wel de hele wereld, waar op deze weg alleen al zo'n kleine 50 reusachtige shoppingmalls gevestigd zijn die Hoog Cathareine allemaal stuk voor stuk doen verbleken. Na een stuk of vier shopping malls te hebben gezien en onze derde McDonalds al voorbij te zijn gelopen konden we ons bij de vierde Mc niet meer inhouden en werd de drang naar Milkshakes te groot. We bezweken aan de te grote drang en nog geen twee minuten later slurpten we het ijskoude roze vocht naar binnen en slaakten we na 3,5 maand zonder Mc milkshakes een zucht van verlichting.

Het was inmiddels elf uur 's ochtends en we hadden nog een lange shoppingdag te gaan en besloten aan de overige 46 shoppingmalls te gaan beginnen. Na zeven shoppingmalls gezien te hebben begonnen we opeens winkelmerken te gaan herkennen en kwamen we erachter dat in iedere shoppingmall dezelfde winkels gevestigd zijn. Dit deed ons besluiten om de selectie van 46 shoppingmalls te verkleinen tot 2 grote gespecialiseerde en we ons daar de rest van de dag te gaan vermaken. Voordeel van de shoppingmalls is dat alles onder een dak zit en je gemakkelijk van mall A naar mall B kan lopen, zonder dat je nat wordt via een ondergrondse tunnel. Het regende inmiddels flink in Singapore en we besloten de rest van de dag maar zo min mogelijk buiten te komen en brachten nog een bezoekje aan de Mc, nu om te eten en aten een double Mc Spicy en een four double big Mac en genoten van de heerlijke koude frietjes en onze tweede milkshake van de dag, dit keer vanille smaak. Smiddags besloten we nog een bezoek te brengen aan een van de vele bioscopen die tevens in de shoppingmalls bevestigd zijn en hebben de film the green zone gezien met Matt Damon in de hoofdrol (is deze al uit in Nederland?). Toen we de bioscoop uit liepen was het inmiddels opgeklaard en zochten we een plek om te eten. Na het eten besloten we een bezoekje te brengen aan de Singapore Flyer, het hoogste reuzenrad ter wereld (165 meter hoog) en genoten van een geweldig uitzicht over het duistere maar ook verlichte Singapore waarbij je zover je kon kijken wolkenkrabbers kon zien. Die avond sloten we af met een biertje in onze Australische stamkroeg en kropen we ons stapelbedje in.

De volgende ochtend konden we niet wachten om onze ogen te openen en te genieten van de mooie omgeving. De schaars geklede knappe jonge dames hadden het pand echter al verlaten en hadden plaats gemaakt voor nog schaarser geklede lelijke oude mannetjes en jongens, waardoor we maar snel gingen douchen en ons ontbijtje gingen klaarmaken. Ondanks onze ervaring besloten we na de afwas toch nog maar een nacht te blijven in de hoop de volgende ochtend weer iets anders aan te treffen. Na het ontbijt hebben we nog twee IT shoppingmalls bezocht om research te doen voor ons volgende bezoek aan Singapore dat we precies weten waar we de goedkoopste deals kunnen sluiten voor wat betreft electronica. Gedurende de lunch bij de Mc ging het regenen en stopte het de rest van de middag niet meer, waardoor we genoodzaakt waren om een internetcafe op te zoeken zodat we droog zaten. De avond hebben we gevuld met skypen, eten, drinken en slapen.

De volgende ochtend was het gezelschap om ons heen iets beter geworden maar overtrof het nog steeds niet de mooie omgeving van de eerste ochtend en na het ontbijt en de afwas besloten we onze laatste nacht ook nog maar in deze dorm door te brengen. Vandaag hadden we een druk programma, we wilden namelijk naar de Singapore Zoo gaan en aansluiten in de avond een bezoek te brengen in het nabijgelegen night safari park. Helaas kwam deze ochtend de regen met bakken uit de hemel en waren we genoodzaakt eerst twee paraplus aan te schaffen voordat we onze weg konden vervolgen naar de MRT. Ongeveer een uur later kwamen we aan bij de dierentuin en liepen we ons eerste dier tegemoet.

Het regende de gehele dag en gaf een speciaal effect aan de groene dierentuin waarbij de dieren niet in kleine hokjes worden gevangen gehouden, maar de Singaporezen hebben geprobeerd de dieren in een natuurlijke omgeving buiten te laten lopen.

Aan het einde van de middag verlieten we de dierentuin en liepen we de 3 minuten naar het night safari park. Na wat gegeten te hebben besloten we als eerste een show te bezoeken, genaamd creatures of the night. We verwachten weinig van de show, maar het werd een heel spectacel met name door de professionele en zeer goed Engels sprekende showmaster die het geheel aan elkaar praatte als brugman. Na deze show namen we plaats in de tram die ons gedurende een half uur door het in duister gehulde park meenam langs de nog steeds wakkere dieren. Na deze tramrit liepen we nog een aantal speciaal uitgezette wandelroutes, welke ons uiteindelijk om ongeveer tien uur naar de bushalte leidde die ons naar de MRT zou brengen. Iets voor twaalven namen we plaats in onze stamkroeg en sluiten we de dag af onder het genot van een koud biertje en de snerpende kreten van de liveband die op dat moment aan het spelen was. Na een douche vielen we als een blok in slaap.
De volgende dag pakten we al vroeg onze tassen bijeen en na een snel ontbijt en een nog snellere afwas liepen we nog sneller naar het busstation vanwaar de bus zouden nemen naar ons zesde land Maleisie. Al snel kwamen we erachter dat de bussen in dit gedeelte van Azie meer ingesteld zijn op lange toeristen en ze daardoor over een zeer comfortabele beenruimte beschikken. In dit comfort reden we in een klein half uur naar de grens van Singapore. Na de paspoort controles en exitstempels te hebben gehaald stapten we opnieuw de bus in op naar de Maleisische grens waarna we met een Maleisische stempel in ons paspoort onze tassen door de bagagescanner lieten glijden. Gelukkig stelt de controle hier ook weinig voor en zonder enige vorm van weerstand liepen we terug naar de bus die ons een kleine 4 uur later afzette op het grote busstation van Melaka, onze eerste stad in Maleisie. Hiervandaan moesten we nog een klein half uurtje met een lokale bus (zonder beenruimte) naar het centrum waar we bij het stadhuis werden afgezet. Het stadhuis heet ook echt stadhuis en is een van de Nederlandse erfgoederen die deze stad rijk is aangezien de Nederlanders hier in de geschiedenis de scepter zwaaiden. We gingen direct op zoek naar een geschikt guesthouse en hadden vooraf afgesproken dat we de komende drie weken in Maleisie op water en brood moeten leven, omdat Singapore ons in vier dagen meer heeft gekost dan twee weken Vietnam. De zoektocht had geen succes en het enige wat het ons opleverde was een nat tshirt van het zweten en na genoeg volle guesthouses te hebben gepasseerd en te dure guesthouses te hebben afgeslagen bezweken we uiteindelijk voor het laatste te dure guesthouse van de straat en besloten we daar de komende twee nachten te gaan verblijven. Inmiddels was het vier uur geworden en door het vele lopen waren we flink bezweet, waardoor we allebei stonden te springen om een douche te gaan nemen. De douche was echter niet inbegrepen in de kamer, maar moet gedeeld worden met de bewoners van 4 andere kamers. Op zich niet erg, zij het niet dat Jappanners erg lang kunnen douchen en er toevallig twee Jappanners in een van de vier kamers verblijven, waardoor we uiteindelijk om zes uur het pand konden verlaten op zoek naar een geschikte lunchplek. Na onze schreeuwende maag te hebben gesmoord zijn we op zoek gegaan naar een internetcafe om de eerdergenoemde terugvlucht te gaan boeken en alvast een begin te maken met de vele werkzaamheden die het updaten van een weblog met zich meebrengen, zoals foto's kopieren, foto's uitzoeken, foto's verkleinen, foto's uploaden, tekst onder foto's zetten, het verhaal schrijven, foto's in het verhaal voegen, landkaarten aanpassen enz. Helaas was het dichtsbijzijnde internetcafe twee kilometer lopen en kwamen we daar pas achter nadat we drie kilometer in de andere richting een cafe gezocht hadden, welke inmiddels niet meer bestond (nadeel van oude gekopieerde lonely planets). Door het vele zoeken was er weinig tijd meer over om de voorbereidende werkzaamheden te doen, waardoor we niet verder zijn gekomen dan het boeken van de terugtickets en het uitzetten van een aantal mailtjes wat betreft bezienswaardigheden die we gedurende de verdere reis nog willen doen. De avond sloten we af met een koud biertje en het aanschouwen van een zingende onemansact in een van de weinige bars die nog open was.
Vandaag is de dag van het bijwerken van de weblog, dit is echter niet het enige wat we vandaag willen doen. We willen namelijk ook nog de hele stad bezichtigen voordat we morgen Melaka verlaten en inrulen voor de Taman Negara, het oudste oerwoud ter wereld. De walkingtour van vier uur moet maar weer ingekort worden tot max een uur, aangezien het op moment van schrijven alweer zes uur is (nu zeven uur tijdsverschil met Nederland). Gelukkig blijft het hier ook wat langer licht, dus moet het precies allemaal gaan lukken.
Even voor de goede orde volgt hier de planning voor de komende drie weken. Morgen vertrekken we via Jerantut naar Taman Negara waar we twee dagen hopen te genieten van immens grote bomen, hoge touwbruggen en prachtige natuur, waarna we doorreizen naar Pulau Tioman, een van de mooiste eilandjes van Maleisie. We hopen hier drie dagen te mogen genieten voordat we via Mersing naar Kuala Terengganu reizen en de volgende dag alweer doorstoten naar Pulau Perhentian, een van de mooiste eilandjes van Maleisie. Ook hier hopen we drie dagen te mogen genieten voordat we via Kota Bahru doorreizen naar Ipoh, waar we de koelte opzoeken van de Cameron Highlands en vervolgens afzakken naar Kuala Lumpur waar we 7 april hopen te arriveren, een dag voordat papa en mama van Zandwijk voet zetten op Maleisische bodem. De daaropvolgende drie dagen staan in het teken van de familiereunie en op 12 april, een dag na het vertrek van pa en ma van Zandwijk, vliegen wij ook weg, echter niet naar een ander land maar naar de overkant, Maleisie genaamd en landen we op Tawau airport, vanwaar we onze reis vervolgen.
Dan onze persoonlijke update. Maurits maakt het redelijk goed, behalve dat hij tegenwoordig wat snel aangebrand is en niet altijd evenveel kan hebben van de soms zo anders werkende mensen in de Aziatische cultuur. Maurits mist Marjolijn nog steeds en kijkt uit naar het weerzien op 26 juni om 13.31uur (het eerste minuutje staat in het teken van het afscheid met Sebas).
Sebas maakt het naar omstandigheden goed. Gelukkig iets minder snel geirriteerd en heeft verder weinig toe te voegen aan de vorige persoonlijke update.
Het volgende verhaal zullen we vanaf een van de eilanden sturen, hopelijk reikt internet ook over zee zodat we jullie dan weer kunnen laten meegenieten.
Groetjes vanuit tropisch, warm en nat Maleisie,
Sebas en Maus
ps. wie wil ons foto's sponsoren? Ze zijn bijna op, wel graag eerst even mailen zodat we niet teveel foto's krijgen, dan zullen wij de personen aanwijzen die mogen lappen. Bij voorbaat dank!
Mijlpaal, rijstvelden en het mistige mysterie
Lief dagboek,
Wederom willen we jullie weer van harte bedanken voor de vele reacties die we op ons vorige stuk ontvangen hebben. We hebben er af en toe erg om gelachen, dus ga zo door! Allereerst willen we van deze gelegenheid gebruiken om jullie te attenderen op onze mijlpaal van vandaag precies op de dag af 102 dagen weg, wat tevens inhoudt dat we exact op de helft van onze reis door Azie zitten. Jullie zullen misschien wel denken 'precies op de helft, jullie hebben toch nog geen terugticket geboekt?' Dat klopt, maar na lang lopende onderhandelingen met Nederland, intensieve planningperiodes en een kosten/batenanalyse van diverse vluchttarieven zijn we tot de conclusie gekomen dat vliegen in het weekend van de 25 juni het meest rendabel en efficient is. We vliegen vanaf Bali naar Singapore en met een korte tussenstop bij onze vrienden in het middenoosten vliegen we Nederland binnen (waarschijnlijk op 26 juni net na het middaguur). Zodra we in Singapore zijn zullen we de vluchten vast gaan leggen en kunnen jullie beginnen met de voorbereidingen van de welkom-thuis-feestjes, het beschilderen van de spandoeken en het boeken van de touringcars om gezamenlijk als lezend publiek naar Schiphol te komen. Genoeg over de toekomst, terug naar het verleden. We waren vorige week gebleven in Hanoi waar we na een ruzie met ons vorige guesthouse een tour hadden geboekt naar Sapa die de volgende dag (dinsdag) zou vertrekken. De tour zou echter pas ‘s avonds beginnen en we moesten dus nog een hele dag zien te vullen in Hanoi, iets wat niet heel erg moeilijk is.
Nadat we om elf uur ons penthouse hadden verlaten schoven we aan bij de ontbijttafel naast het tourbureau waarmee we die avond zouden vertrekken. De tassen konden we gedurende de dag droppen bij de touroperator zodat we onze bewegingsvrijheid terug kregen en die gedurende de dag konden gebruiken. We wilden namelijk een volgens de lonely planet 4 uur durende walkingtour doen dwars door de Old Town van Hanoi. Omdat de lonely planet niet weet hoe lang onze benen zijn, zitten ze er met de tijd altijd naast. De walkingtour leidde ons door een diversiteit aan straten, waaronder: De schoenenwinkelstraat, de oude marktstraat, de grafstenenstraat, de juweliersstraat, nogmaals over een markt, gevolgd door een andere markt, gevolgd door de stromattenstraat, gevolgd door de smitstraat, de rijstwijnstraat, de kruidenstraat, de tinstraat, de spiegelstraat, de bouddhistische altarenstraat, de speelgoedstraat, de zijdestraat, een lelijke kathedraalstraat en eindigde een kleine twee uur later (voor ons) in een straat met diverse restaurants waar we ons tegoed hebben gedaan aan de zoveelste hamburger van deze reis. Even ter informatie, de straatnamen geven het ambacht aan van de desbetreffende straat wat inhoudt dat bijvoorbeeld in de stromattenstraat allemaal winkels zitten die stromatten verkopen en in de grafstenenstraat (hoe verzinnen ze het) allemaal winkels zitten die grafstenen verkopen (is een erg gezellige straat, alleen een beetje een dooie boel) etc. Na de lunch hadden we nog een hele middag over en kwamen op het idee, aangezien de temperatuur niet al te hoog was om de middag binnen door te brengen en wel bij het wereldberoemde water puppet theatre van Hanoi (wie kent het niet?). Het komende anderhalf uur werden we vermaakt door een strafportie waterpoppen spel, begeleid door prachtig Aziatisch nasaal gezang en het gelach van een toerist die iets te diep in zijn rijstwijnglas had gekeken. Het was een once in a life time experience die we ook graag zo willen houden om het spel uniek te houden. Rond vijf uur stonden we buiten en zonder enige inspiratie besloten we maar naar de fles te grijpen en ons maagje te vullen met een onvergetelijke maaltijd bij de plaatselijke KFC (vooral de dag erna onvergetelijk). Om een uurtje of zeven liepen we richting het tourbureau waar we de treinkaartjes naar Sapa overhandigd kregen en we in een bus richting het station van Hanoi vertrokken. Direct in de bus begonnen we te twijfelen over onze geboekte tour. We hadden namelijk deze keer een iets exclusievere en een iets duurdere touroperator uitgekozen, wat zich uitbetaalde in het gezelschap van mensen waarbij wij ons op het eerste gezicht wat minder op de plek voelen, stelletjes van meer dan middelbare leeftijd met aan de kleding te zien veel geld en rijzend met grote rijdende hutkoffers. Maar goed, we konden niet meer terug en besloten maar weer om onze Floris Frederik kostuums aan te trekken. Aangekomen op het station werden we door onze tourassistant naar onze luxe treincoupe gebracht. In vergelijking met de vorige coupe bleek de luxe hem te zitten in mooi met hout betimmerde muren, meer sfeerverlichting, een frisruikend dekbed en kussen, flesjes water en het gezelschap van een Alaskiaans echtpaar van meer dan middelbare leeftijd die tevens bij ons in het exclusieve reisgezelschap zaten.

Na een korte nacht slapen kwamen we rond vijf uur aan op het station van Lao Cai (tegen de Chinese grens aan) en werden we opgewacht door een buschauffeur die ons in een uurtje naar Sapa reed. Rond half zeven stonden we in het kantoor van de touroperator in Sapa en werden we voorgesteld aan onze gids die ons de komende dagen in Sapa rond zou leiden. Omdat het nog te vroeg was om in te checken in het hotel waar we de komende nacht zouden verblijven zijn we de straten van Sapa gaan verkennen en op zoek gegaan naar een ontbijt. Dit ontbijt vonden we in een van de vele bakery's van de stad en genoten in een ijzige kou van ons croissantje, chocoladebroodje en een warm kopje thee. Na dit voedzame doch koude ontbijt (het is hier net iets boven het vriespunt) liepen we terug naar het hotel om te kijken of onze kamer al klaar was. Gelukkig was hij dat en na een snelle incheckprocedure kregen we onze sleutel van onze kamer op de zesde verdieping. Gelukkig hoefden we niet ver te lopen, aangezien de ingang en de receptie van het hotel al op de vijfde etage gelegen zijn. Toen we de sleutel in het slot staken en de deur openden zagen we de luxe waar we de komende nachten in zouden verblijven (mooie meubels, schoon en van alle gemakken voorzien). Om tien uur hadden we met de gids en de rest van de groep afgesproken om te beginnen met de trekking van de dag, namelijk de afdaling en wandeling naar CatCat village. De tocht hierheen duurde ongeveer anderhalf uur en bracht ons door een mistig en grijs landschap met hier en daar prachtige glimpen van de lager gelegen dorpen en rijstvelden.

Gedurende de tocht werden we direct vergezeld door hordes meelopende huisvrouwtjes die ons bestookten met een vragenvuur en uiteindelijk probeerden deze vragen in daden om te zetten door zelfgemaakte souvenirs aan ons te verkopen. Gelukkig waren we hierop voorbereid en waren we het 'no thank you' nog niet verleerd. Aangekomen in CatCat village zagen we het een en ander van het dagelijkse leven van de Black Hmong's stammelingen, namelijk het maken en verkopen van souvenirs. We hebben alle werkprocessen gezien, van het smeden van zwaarden, het borduren van tasjes tot het verven van kleding (waarbij je mag hopen dat het niet gaat regenen). De tocht leverde een hoop mooie foto's op en werd afgesloten met een traditionele dansvoorstelling. Vervolgens volgden we onze weg terug naar boven naar Sapa town en genoten we van een exclusieve zeven gangen lunch en waren we de rest van de middag vrij om te doen wat we zelf wilden. We besloten de middag niet zomaar voorbij te laten gaan en wilden nog wat verder wandelen. We gingen de Dragon Mountain beklimmen, wat zwaarder klinkt dan dat het is, maar het was een mooie tocht door netjes aangelegde tuinen en een mistig en mysterieus landschap.

Bij de top aangekomen werden we beloond met alles wat we al gezien hadden, namelijk mist. Na een warme douche in de hotelkamer werden we om zeven uur verwacht voor het zeven gangen diner en die avond doken we vrij vroeg onze luxe bedjes in om de verloren uurtjes slaap in de trein in te halen.
De volgende ochtend stond een royaal ontbijtbuffet voor ons klaar beneden in het restaurant waar we dankbaar gebruik van maakten en onze bordjes meerdere malen tot de rand toe vulden.

Om half tien stond de gids weer op ons te wachten om opnieuw ons mee te nemen door het prachtige landschap rondom Sapa met als eindbestemming Ta Pan village. Dit keer werden we beloond met minder mist en zelfs een zonnetje, waardoor we ver het dal in konden kijken en konden genieten van de prachtige natuur in de vorm van rijstvelden zover het oog rijkt. Deze dag werden we wederom gevolgd door hordes huisvrouwen en kregen we zelfs ieder afzonderlijk een persoonlijke lokale huisvrouw mee die ons gedurende de weg voorzag in handgemaakte cadeautjes in de vorm van geknoopte grassprieten en uiteindelijk bijna afdwong bij haar handgemaakte tasjes, sjaawls en andere prullaria af te nemen.

Na een zelfgemaakte lunch in Ta Pan village (door de gids) bracht een busje ons terug naar Sapa. Normaal gezien eindigt de tour hier, maar wij hadden van te voren nog een extra dag in Sapa gevraagd. De kosten voor het verblijf in het zelfde hotel waren dermate hoog dat het ons budget te boven ging en we genoodzaakt waren te verkassen naar een guesthouse dat binnen ons budget paste.
Na een nacht in ons gedegradeerde nachtverblijf te hebben doorgebracht en kennis gemaakt te hebben met de neef van meneer Kakkerlak (gelukkig was hij nog alleen) hadden we om acht uur met onze gids afgesproken dat zij ons op weg zou helpen naar haar village Ta Pin, een kleine 12 km verderop. Na wat vage aanwijzingen van 'beneden het rijstveld door, tweede brug links het pad op en dan af dalen tot het tiende rijstveld en dan het vierde dorp links de weg oversteken naar de rots in de vorm van een kikker en dan alsmaar rechtdoor, kan niet missen'. Ok het was misschien wat overdreven deze vertaling, maar het kwam erop neer dat we zonder enige kaart en met schaarse aanwijzingen gingen proberen een 12 kilometer verderop gelegen dorp te bereiken met in de twaalf tussen gelegen kilometers geen enkele engels sprekend medemens te vinden. Na een goede kilometer gelopen te hebben begon wat we eigenlijk al verwacht hadden kunnen hebben, namelijk een splitsing van de weg die niet voorzien was. De keus was om links het brede pad of rechts het smalle pad in te gaan en wij kozen voor de makkelijkst ogende optie namelijk het brede pad. Natuurlijk hadden we beter moeten weten en is het smalle pad altijd beter. Hier kwamen we dan ook achter toen het brede pad ophield en er geen enkel pad overbleef. We stonden zo'n beetje in het achterhuis van een van de houten hutjes die ze dorpen noemen en we besloten maar door het achterhuis het voorhuis in te gaan en door de voortuin naar de achtertuin van het naastgelegen houten hutje te wandelen. Vriendelijk nagekeken vervolgden we zo onze weg van huis tot huis, langs rijstvelden afdalend en over slootjes springend. Uiteindelijk kwamen we uit op het smalle pad dat inmiddels weer een breed pad was geworden en vervolgden we onze weg richting Ta Pin.

De tocht zou volgens de gids vier uur moeten duren, maar binnen twee uur liepen we een dorp binnen wat volgens de bewoners Ta Pin moest heten. Na een rondje te hebben gelopen door het dorp en onze achtervolgende rode Dzai huisvrouwen te hebben afgeschud wilden we weer terug richting Sapa.

Omdat we wel van wat uitdaging houden kozen we ervoor om niet terug te lopen, maar besloten een brommer te nemen. Alhoewel we aandrongen op twee brommers, kwam de vriendelijke chauffeur met een brommer aanlopen en verzocht ons vriendelijk om allebei achterop plaats te nemen. Naast de bezuinigingen op een brommer had de vriendelijke man ook bezuinigd op de veiligheid en had hij maar een helm in de aanbieding. Gelukkig had Maus z'n geliefde tropenhelm op z'n kop en bood deze net zo veel bescherming als de helm van Sebas. Daar zaten we dan met z'n drieen op de brommer, de chauffeur voorop, Maus gesandwiched in het midden en Sebas op de stang achterop.

Om onze voeten kwijt te kunnen moest Maurits z'n voeten bij gebrek aan beugels bovenop die van Sebas zetten. Met vijftig op de teller scheurden we door het prachtige landschap, alhoewel we daar weinig van zagen aangezien we totaal gefixeerd op de weg waren omdat onze vriendelijke chauffeur met plankgas door de bochten heen scheurde terwijl de brommer zowat plat op z'n zij ging. Een kleine twintig minuten later, met de doodangst in onze ogen reden we de straten binnen van Sapa town en stapten we al trillend van de veel te kleine brommer. Gelukkig hebben we niets overgehouden aan dit avontuur, behalve dat Sebas de afgelopen drie dagen niet kon zitten omdat zijn stuitje bekneld had gezeten tussen het zadel en de daarachterhangende stang van de brommer. We vonden dat we nog niet genoeg hadden gewandeld en wilden de pijn in onze knien en kuiten nog verder tarten en besloten daarom opnieuw een bezoek te brengen aan CatCat village, hetzelfde dorp wat we de eerste dag hadden bezocht, echter was nu het weer beter en hoopten we op een nog mooier zicht op de omgeving. We werden beloond, het zicht was prachtig en zelfs de temperatuur was warm en een kleine twee uur later zaten we in Sapa town, moe voldaan en verbrand te genieten van een welverdiend verkoelend drankje. Dezelfde avond moesten we ons om half zes melden bij het kantoor van onze touroperator die ons per bus terug zou brengen naar het Lao Cai treinstation waarvandaan we de komende nacht onze reis terug zouden maken naar Hanoi. De reis in de nachttrein was er een zoals we die al eerder gehad hadden, veel geschommel weinig slaap en om vijf uur kwamen we aan op het station van Hanoi.
Aangezien we de stad Hanoi inmiddels op ons duimpje kennen besloten we wederom geen taxi te nemen, maar te gaan lopen richting het meer van de stad, zodat we voor jullie de beloofde filmpjes en foto's konden schieten van de hylarische ochtendoefeningen van de Hanoitianen. Wat we wilden is gelukt, nu moeten we alleen nog de tijd (en vooral een goede computer) vinden om ze op het internet te zetten, hopelijk in Singapore en anders in Maleisie. Na de film en fotoreportage zijn we op zoek gegaan naar een ander guesthouse dan ons vorige verblijf in Hanoi (de reden welbekend) en na even zoeken vonden we een goed alternatief (iets boven ons budget). De rest van de dag sloten we ons op in de kamer om bij te slapen, in te lezen in Singapore, Maleisie en Indonesie en te genieten van de moderne televisie aan de muur. Er stond ons nog een ding te doen deze dag en dat was het boeken van de Halong Bay tour. Ons geluk kon niet op, om zo weinig mogelijk energie te verspillen liepen we de trappen van ons guesthouse af naar beneden en boekten we aan de receptie de twee daagse tour naar Halong Bay. Daarna vervolgden we de tocht naar boven om bij te slapen, in te lezen in Singapore, Maleisie en Indonesie en te genieten van de moderne televisie aan de muur. Uiteraard moet dit alles afgewisseld worden met eten en drinken en we besloten tijdens lunchtijd de tocht naar beneden te hervatten en een restaurant op te zoeken. Ons geluk kon niet op, om zo weinig mogelijk energie te verspillen liepen we twee stappen de straat op en sloegen rechtsaf het restaurant van de buren binnen. Met betrekking tot het diner...zie het lunchproces.
De volgende dag ging de wekker alweer veel te vroeg en moesten we al om half zeven het lekkere bed verlaten. Na een snel ontbijt (jullie raden al waar) was het wachten op de bus die ons naar Halong Bay zou brengen. Om een uurtje of half negen kwam de bus de straat in rijden en stapten we in in de overvolle en veel te kleine bus die ons in drie en een half uur naar Halong Bay bracht. Over de reis valt weinig te zeggen behalve dat deze bruut werd verstoord bij het instappen van twee arrogant dansende (dat bleek uit hun verhalen), gisteravond veel bier gedronken hebbende, leidse corpsballen. De rit werd daardoor zeer onaangenaam en we vreesden voor onze trip. In Halong Bay aangekomen werden we opgewacht door onze gids voor de komende twee dagen. Deze bracht ons naar het bootje dat ons naar onze Black Pearl piraten boot bracht. Ons thuis voor de komende twee dagen (een nacht).

Voor deze trip hadden we aanzienlijk minder betaald dan voor de Sapa tour, dus we waren voorbereid op weinig comfort en het gezelschap van typische backpackmensen met vieze lange haren, tatoeages all over the place, piercings in plekken waar geen gaatjes horen te zitten, waarschijnlijk de laatste douche net voor hun vertrek richting Azie gehad te hebben (half jaar geleden) en die hun ontbijt wegspoelen met een heerlijk lokaal biertje. Niets bleek minder waar, onze Black Pearl was redelijk luxueus en onze twaalf medepiraten bleken net zoals ons beschaafde mensen met schone korte haren, geen tot weinig tatoeages, piercings op plekken die wij in ieder geval niet gezien hebben, elke dag netjes twee keer douchen en ontbijten met een heerlijk kopje thee. Dit alles met uitzondering van de twee leidse arrogant dansende, bierdrinkende corpsballen. Toen iedereen aan boord was, werden we verwelkomd met een welkomstcocktail (limonadesiroop en nog slechte ook, ok we hadden ook niet veel betaald, maar toch) en werden we getrakteerd op een bovenverwachting goede lunch. Na de lunch, we hadden inmiddels al een aantal uur gevaren, gingen we van boord en brachten we een bezoek aan een van de mooiste voor toeristen aangelegde grotten en bezochten we een floating village waar we een heuse kayak tocht konden doen.

Maurits kreeg opeens een dejavu en terwijl we het angstzweet onderdrukten verzochten we de gids of we niet alsjeblieft aan 'wal' op een floating village konden blijven. Natuurlijk was dit geen probleem en een klein uur later werden we teruggevaren naar ons jacht en konden we ons opfrissen en aan het diner gaan beginnen. Na het smakelijke diner waren er twee keuze mogelijkheden. Je mocht karaokezingen of inktvis vissen. De keuze was niet moeilijk, wij gingen natuurlijk vol overtuiging voor het inktvis vissen en lieten met z'n zestienen de gids al zingend achter. Na een uur nog geen teken van leven van een inktvis gezien te hebben, hebben we de inktvisvishengel aan de wilgen gehangen en hielden we het inktvisvissen voor gezien. Na nog een slaapmutsje te hebben gedronken en te hebben genoten van de talenten van drie aangeschoten medepassagiers die luidkeels Abba, the villagepeople, robbie williams, spice girls en Louis Armstrong ten gehore brachten. Erg leuk voor ons om te zien, maar ons talent vond nog geen uitweg.
De volgende ochtend stonden we weer vroeg op en genoten van het prachtige uitzicht waar we inmiddels al varend door heen voeren. Halong Bay omschrijft zich het beste als een mysterieus en mistig geheel van karstbergen die zich als torenflats uit de zee doen ontspruiten.

De omgeving is prachtig wat ook een nadeel met zich meebrengt, namelijk veel mensen willen het zien. Daarom waren wij niet de enige boot in de wateren van Halong, maar deelden we onze ervaring met ruim 250 andere boten met ieder zo'n 15 tot 20 passagiers aan boord. Na het ontbijt hebben we het aanbod voor een bezoek aan de volgende grot afgewezen, samen met de helft van onze medepassagiers (je moest er namelijk extra voor betalen, welgeteld twee euro!). Achteraf hoorden we van de andere helft van onze medepassagiers die wel de twee euro neerlegden dat we niets gemist hadden en het bezoekje weinig voorstelde. Na dit programmapunt kwam het hoogtepunt van de tour, namelijk afscheid nemen van de twee leidse, arrogant dansende, bierdrinkende corpsballen. Zij hadden namelijk een nachtje langer geboekt op een onbewoond eiland (gelukkig hadden wij dit niet gedaan). De boot die de Leidse, arrogant dansende en bierdrinkende corpsballen aan land zette, bracht helaas wat minder aangenaam bezoek mee terug, namelijk vier verwilderde ADHD hebbende egocentrische Nederlanders die hun nacht op het onbewoonde eiland al hadden doorstaan en samen met ons op onze boot koers zetten richting Halong City. De rest van onze reis hebben we onze mond gehouden om ons Nederlanderschap niet te verraden en zo de vier verwilderde ADHD hebbende egocentrische Nederlanders te ontlopen. Rond half twaalf kwamen we aan in de haven en werden we van boord geloodst. Voordat we per bus teruggebracht werden naar Hanoi werden we nog getrakteerd op een typisch Vietnamese tourlunch: rijst, een prutje van dit, een prutje van dat, koude frietjes en veel vis. Een klein uur later namen we plaats in de bus en raad eens wie naast ons kwam zitten? Namelijk de twee ergste verwilderde ADHD hebbende egocentrische Nederlanders die ook nog eens asociaal bleken te zijn en de stoel van hun voorganger, onze gids, zover vooruit zetten dat deze in een hoek van 45 graden de drie en een half uur durende rit door moest brengen, terwijl ze zelf alle beenruimte van de wereld hadden. Na drie en een half uur gezwegen te hebben om onze nationaliteit niet te verraden (we beginnen ons namelijk te schamen voor alle Nederlanders die we op deze reis tegenkomen) kwamen we opnieuw voor de derde keer aan in het drukke Hanoi. Ondanks onze eerdere ervaring met het reserveren van een kamer in een guesthouse in Vietnam hadden we toch een reservering gedaan in het guesthouse van de vorige nacht in Hanoi. Gelukkig bleek na aankomst er een kamer vrij te zijn (waarschijnlijk niet vrij gehouden) en konden we neerploffen op onze bedden en genieten van onze moderne televisie aan de muur. Jullie kunnen vast wel raden waar wij die avond gegeten hebben? Inderdaad de trap af, twee stappen de straat op, rechtsaf het restaurant van de buren in. De avond hebben we al genieten van de moderne televisie aan de muur doorgebracht en we weten inmiddels op welke dag welke serie wordt uitgezonden en volgen inmiddels al vier weken op de maandagavond de serie Band of Brothers, ondanks dat we deze allebei al zes keer gezien hebben.
Met de moderne televisie aan de muur nog aan werden we de volgende ochtend wakker en vervolgden ons dagritme met de trap af, twee stappen de straat op, rechtsaf het restaurant van de buren in voor een smakelijk pannenkoekenontbijt. Vervolgens zijn we eindelijk weer eens aan jullie gaan denken en begonnen met het uploaden van de foto's en het schrijven van dit verhaal. Inmiddels is het al vijf uur smiddags en hebben we de middag doorgebracht met afwisselend typen, naar de overkant lopen, het restaurant van de overburen en tevens buren van ons guesthouse in en lopen we straks voor het diner naar de overkant en vervolgens slaan we linksaf twee stappen de straat op rechtdoor de trap op naar ons bed en hopen we dat we zeer vroeg in slaap vallen, aangezien we morgenochtend al om vier uur door zeven wekkers worden gewekt omdat we om vijf uur een taxi moeten halen. Deze taxi zal ons naar het vliegveld van Hanoi brengen waar we om 07.25u hopen op te stijgen en twee uur later hopen te landen in HCMC (ook Saigon genoemd) onze andere thuisbasis en vervolgens na een korte tussenstop om 15.00u opnieuw op te stijgen en dit deel van Azie achter ons te laten en in te ruilen voor het gedeelte rond de evenaar. Om ongeveer 18.00u hopen we voet te zetten op de steriele en geordende grond van Singapore en hopen we dan de komende drie dagen de spuug en de kauwgom in onze mond te kunnen houden tot net over de grens in Maleisie. 21 Maart vertrekken we alweer uit het vijfde land en zetten we voet in het zesde en eennalaatste land van onze reis: Maleisie. In Melaka, de eerste stad die we bezoeken in Maleisie zullen we jullie opnieuw berichten van onze avonturen en jullie kennis laten nemen van de planning van de daaropvolgende weken. Leuk detail misschien is dat Maurits zijn ouders op dezelfde dag als ons twee vluchten maken, echter niet naar Singapore maar via Kuala Lumpur (Maleisie) naar Medan (Indonesie) waar zij de komende drie weken gaan genieten van hun welverdiende vakantie en op het einde van hun vakantie gaan genieten van ons.
Met Sebas gaat alles redelijk goed. Naast een verbrande kop opgelopen in Sapa, een verkoudheid opgelopen in Sapa, een gekneusd stuitje opgelopen in Sapa gaat alles nu weer volgens wens en kijkt uit naar de geordende omgeving van Singapore, weg van de chaos die Vietnam heet (het is wel leuke chaos).

Maurits maakt het ook goed en heeft geen last van een verbrande kop opgelopen in Sapa, een verkoudheid opgelopen in Sapa en een gkneusd stuitje opgelopen in Sapa, maar kijkt net als Sebas uit naar Singapore een oase van rust in vergelijking met Vietnam (wat hij overigens een van de mooiste landen vond). Maurits denkt dat hij er goed aan heeft gedaan om Marjolijn te vertellen dat we de knoop hebben doorgehakt en ondanks dat we een week langer dan de oorspronkelijke planning wegblijven, nu een einddatum hebben vastgesteld waarop het weerzien kan plaatsvinden. Dit haalt hopelijk een klein beetje van de spanning weg die de onzekerheid van de terugvliegdatum met zich meebracht.
Dit was het dan weer voor vandaag, de memorabelste van allemaal, omdat het de honderdtweedste dag weg is en jullie allemaal kunnen gaan aftellen naar de dag dat wij Nederland weer komen terroriseren (denk vooral aan het boeken van de touringcars, het beschilderen van de spandoeken en het organiseren van onze welkomsfeestjes!).
Met de vriendelijke groeten uit het chaotische maar o zo mooie Vietnam,
Sebas en Maus