Bas & Maus op avontuur

Bureaucratie, armoede en de keukens van de sultan

Lief dagboek,

We willen wederom iedereen van harte bedanken voor de geplaatste reacties. Het waren er dit keer zelfs zoveel dat we ze niet eens allemaal in een keer konden bekijken omdat de weblog alleen maar de laatste 100 reacties laat zien! We hopen dit nog vele malen mee te maken!

Het laatste verhaal sloten we af in Kota Kinabalu en we vertelden jullie dat we nog een dagje in Maleisie te gaan hadden. Het laatste dagje hebben we gevuld met de schone was ophalen, wat rondstruinen in shoppingmalls op zoek naar nieuwe t-shirts en slippers gezien deze na bijna vijf maanden een penetrante zweetgeur vasthouden die er na het wassen ook niet meer uitgaat. Daarnaast beginnen ze te pluizen, te lubberen en krijgen ze kleuren wat het beste te beschrijven valt als versleten wit en vergeeld. Tijdens het shoppen liepen we het eerdergenoemde Nederlandse stel nog tegen het lijf die inmiddels ook hun beklimming naar de top van Mount Kinabalu achter de rug hadden. Op die manier konden we met z'n vieren het leed bespreken en de ervaringen delen. De rest van de middag hebben we afgeteld tot het moment dat we om zes uur in een taxi stapten richting het vliegveld. Op het vliegveld aten we onze laatste Maleisische Ringgits weg en na de zoals gewoonlijk strenge Aziatische douanecontrole (niet dus!) stegen we volgens schema op richting Jakarta. Of Jakarta een half uur vliegen dichterbij is komen te liggen of dat het vliegtuig supermeewind had weten we niet, maar we waren ruim een half uur eerder dan gepland geland op Indonesische bodem. Tijdens ons ambassade bezoekje in Singapore was ons verteld dat we op het vliegveld direct een aanvraag konden indienen voor een 60 dagen visum. Deze 60 dagen hebben we nodig om alles te kunnen zien en doen wat we allemaal van plan zijn in Indonesie. Vol vertrouwen stapten we op de douaniers af en maakten duidelijk dat we vanwege ons Nederlanderschap een 60 dagen visum wilden hebben. In gebrekking Engels werd ons duidelijk gemaakt dat dat niet mogelijk is en dat je op het vliegveld alleen een 30 dagen visum kon krijgen waar je ook nog eens 25 dollar voor moet betalen (onze reisgids gaf aan dat deze gratis had moeten zijn). Na een lange wachtdag en welliswaar een korte vlucht viel dit koud op ons mooi bruin gebrande dak en we maakten duidelijk dat dit toch echt een vergissing moest zijn, want wij waren Nederlanders en verdienden bijzondere privileges. Na een tijdje werd duidelijk dat de douanier zijn handen moest wassen in onschuld over hetgeen ons in Singapore was verteld en dat er niets anders op zat dan een 30 dagen visum te kopen en deze later in de reis op een consulaat te verlengen. Omdat we een vrij strakke planning hanteren en we er niet van houden om onnodige tijd op een plek door te brengen, vonden wij het verstandiger om het visum direct in Jakarta te verlengen en we vroegen de douanier of hij ons het adres kon geven van het immigratiekantoor. Met het adres op zak verlieten we het vliegveld op zoek naar een taxi die ons naar de 35 kilometer verderop gelegen stad (Jakarta) kon brengen. Direct bij het verlaten van het vliegveld maakten we kennis met de hartelijke begroetingsmanieren van de Indonesiers. We hadden in onze reisgids gelezen dat de taxi's hier weer op de meter rijden en besloten met dit gegeven op een van de vriendelijke taxichauffeurs af te stappen. Hij verzekerde ons in zeer gebrekking Engels dat hij op de meter zou rijden. Aangekomen bij zijn auto bleek het geen taxi te zijn, maar zijn privebezit waar geen meter in te vinden was. Al snel vonden we wel een juiste taxi en nadat we een klachtenformulier van een politieagent overhandigd kregen scheurden we over de nachtelijke snelweg van Jakarta. Aangekomen bij de straat van onze keuze gingen we op zoek naar het guesthouse van onze keuze. Omdat we al een tijdje geen bordje meer hadden gezien en we er verzekerd van waren dat het guesthouse hier ergens moest zitten besloten we maar aan te bellen bij een huis met een bordje hostel boven de deur. Het duurde even voordat er iemand in pyjama gehuld aan de deur kwam (het was inmiddels na twaalven snachts) en deze vriendelijke dame zei ons dat we bij haar rechterbuurman moesten zijn. Na onze verontschuldigingen aangeboden te hebben en bijna het hek te hebben geforceerd met onze backpack (waarbij waarschijnlijk de rest van de buurt ook wakker is geworden) liepen we naar de buurman toe en werden we voorzien van een kamer. De eerste kennismaking met een Indonesische kamer was er een van het niveau 'back to the basics', twee bedden, een spaarlamp en een ventilator die het alleen maar warmer maakt in plaats van kouder. We hadden ons hier al op voorbereid en besloten de kamer te nemen. Vanwege de lange reisdag wilden we nog even verkoeling opzoeken in de vorm van een koud drankje waarbij we direct kennismaakten met de Indonesische maten, namelijk weer de vertrouwde 0,664 liter flesjes. Ze smaakten heerlijk en rond half drie stapten we over de eigenaar en zijn vrienden heen die op matrasjes voor onze deur lagen te slapen.

De volgende dag stond de wekker alweer om zeven uur te rinkelen. We wilden namelijk geen tijd verloren laten gaan en zo snel mogelijk het 60 dagen visum in het bezit te hebben zodat we de rest van de ochtend, middag en avond Jakarta konden verkennen. Zo gezegd zo gedaan, na een snel ontbijtje zochten we een van de vele TukTuks op die ons voor 1 euro 50 naar de andere kant van de stad bracht. Ergens midden in een kantorenwijk, ook de tuktukchauffeur was inmiddels de weg kwijt, vonden we dan eindelijk het immigratiekantoor waar de douanier van het vliegveld ons naartoe had gestuurd. Binnengekomen in het kantoor stuurde een informatiemedewerker ons direct door naar de vierde verdieping waar we aan ons lot overgelaten werden. Niemand stapte op ons af om te vertellen waar we moesten zijn en even zoveel mensen spraken Engels. Na met handen en voeten wat rondgevraagd te hebben werden we naar een loket gestuurd waar we een formulier in handen kregen om in te vullen. Nadat we het volledige formulier ingevuld hadden (het waren twee lange kantjes) en weer achteraan aansloten bij het loket werd ons toen we aan de beurt waren duidelijk gemaakt dat we het niet juist hadden ingevuld en geen blauwe pen maar een zwarte pen hadden moeten gebruiken. Toevallig hadden we onze zwarte pen thuisgelaten, maar de beambte was zo vriendelijk haar zwarte pen uit te lenen aan de verbaasde toeristen. Na opnieuw de twee kantjes te hebben afgehandeld en nog een tweede formulier te hebben ingevuld en een handtekening te hebben gezet over een postzegel moesten we gaan lappen. Wij dachten 'prima, dan is het snel geregeld' en het kostte ons maar 50.000 rupiahs, zo'n 4 euro. Omdat we het toch niet helemaal vertrouwden probeerden we de mevrouw duidelijk te maken dat we ons afvroegen waar we voor betaalden. Met handen en voeten werd ons duidelijk gemaakt dat we voor de postzegel betaalden en het rode insteekmapje die we overhandigd kregen. We wilden het ook wel zonder rood insteekmapje doen, maar een blik door de wachtruimte maakte ons duidelijk dat het dodelijke ernst was en iedereen vol spanning het rode mapje in zijn handen hield. Na betaald te hebben wees de mevrouw in een bepaalde richting waaruit wij moesten opmaken dat we naar een loket aan de andere kant van de hal moesten lopen. Toen we aan de beurt waren moesten we ons mapje en paspoort inleveren en plaatsnemen in de wachtruimte. Na een half uurtje wachten moesten we het mapje weer ophalen (er zat nu een extra formuliertje in) en werd ons verzocht om achter een van de zeer schaarse westerlingen aan te lopen die gelukkig een Indonesisch scharreltje had opgedoken waardoor het een klein beetje duidelijk werd dat we naar de kelder van het gebouw moesten om daar ons mapje af te geven. Ergens verscholen achter het archief, ons werd inmiddels duidelijk dat ze erg van rode mapjes houden en vertrouwd met de gegevens omgaan, moesten we ons mapje weer afgeven en wachten totdat we het rode mapje weer terugkregen met een extra formulier en een krabbel op de voorkant.

De daaropvolgende twee uur werden we van loket naar loket gestuurd om ons rode mapje af te geven en hebben we alle verdiepingen van het gebouw gezien. Elke keer wanneer we het mapje afgaven moesten we weer twintig minuten wachten voordat we het mapje terugkregen en niet omdat ze het zo druk hadden. Het mapje bleef namelijk negentien minuten lang op de balie liggen en in die ene minuut werd het voorzien van een krabbel en een nieuw formulier. Iets voor twaalven werden we van het laatste loket naar beneden gestuurd om bij de kassier te betalen, maar het moest wel snel. Wij dachten 'we hebben inmiddels al zoveel tijd verloren, waarom zouden we naar beneden rennen'. Bij de kassier moesten we nog eens 240.000 Rupiahs per persoon neerleggen, dit keer hopelijk wel voor het visum en niet voor een nieuwe archiefkast. Na het betalen zei de kassier dat we met spoed naar de vierde verdieping terug moesten om daar ons paspoort op te halen. Bij de vierde verdieping aanekomen werd ons duidelijk waarom er opeens zoveel haast gemaakt werd. Het was namelijk twaalf uur en twaalf uur betekent net als in de Nederlandse bureaucratie lunchpauze en dan wordt het werk stilgelegd. Terug bij het loket om ons paspoort op te halen wilden ze het bonnetje zien van de betaling. Het bonnetje hadden we echter nooit in handen gehad, omdat de kassier zo'n haast had om ons weg te sturen. We konden dus weer vier verdiepingen naar beneden lopen om het bonnetje op te halen om vervolgens weer vier verdiepingen omhoog te rennen, het bonnetje af te leveren en te horen dat het loket nu dicht ging en tot half twee gesloten zou blijven, zodat wij en zij wat konden rusten (dat hadden ze echt nodig) en eten, zodat ze die middag misschien ook nog drie aanvragen konden behandelen. Na wat tegengas gegeven te hebben legden we ons maar bij de verplichte lunchpauze neer en besloten zelf ook maar een hapje te eten, wat nog niet meevalt in een kantorenwijk waarbij ieder gebouw zijn eigen kantine heeft. Om half twee zaten we weer vol spanning in de wachtkamer op de vierde verdieping en welliswaar binnen een half uur werden we opgeroepen om nog een keer een kopie te laten maken van ons paspoort, vervolgens terug te komen en om 14:02 uur stonden we buiten het gebouw met één enkel stempeltje en zonder dossiermap, want die hadden ze ingepikt. Nog even alle details op een rij. Van kwart over negen tot iets over tweeen hebben we moeten wachten op een stempel, hebben zeker 12 loketten gezien, vier verdiepingen afgewerkt, een dikke dossiermap gecreeerd en zo'n 300 man in het immigratiekantoor voor 4 en een half uur bezig gehouden. Maar goed we hebben waarvoor we kwamen en kunnen nu met een gerust hart voor 60 dagen door Indonesie reizen.

Omdat we eigenlijk die dag Jakarta wilden verkennen en we met een strakke planning zaten waarbij een dag vertraging oplopen onmogelijk was, besloten we maar direct een tuktuk te pakken naar de eerste bezienswaardigheid, namelijk de oude haven van de stad. Deze werd aangeraden door pa en ma van Zandwijk omdat ze hier nog handmatig de oude houten schepen bevoorraden. Het was inderdaad een mooi gezicht, al was het erg warm op het moment dat wij er waren. Dat moeten de dragers ook gevonden hebben die met een zware zak cement op de rug een dunne wiebelige loopplank overmoesten om de lading op het schip af te leveren.

Na de oude haven liepen we te voet langs Batavia op zoek naar verkoeling. Dit is nog niet zo makkelijk in Jakarta en moesten lang lopen voordat we eindelijk een koelkast met drankjes vonden. Na ons vochtgehalte weer op pijl te hebben gebracht besloten we ter voet terug te lopen naar het guesthouse en onderweg de grootste moskee van Indonesie te bezoeken en een blik te werpen op het143 meter hoge monument van de vrijheid. Te voet Jakarta verkennen valt nog niett mee, behalve de hitte, de stank en de drukte zie je onderweg ook heel veel armoede, mensen die je nastaren en mensen die iets willen verkopen. Na een tijdje lopen hadden we niet het gevoel dat we dichterbij kwamen en dwaalden we steeds meer af in kleine armoedige straatjes waar mensen in primitieve omstandigheden hun bestaan voortzetten en niet gewend waren aan de aanwezigheid van toeristen, gezien het feit dat de hele buurt uitliep voor onze passage. Toen we werkelijk geen idee meer hadden hoe we uberhaupt nog bij de moskee konden komen en het ook al schemerig werd besloten we voor de zoveelste keer die dag een tuktuk te pakken terug naar de straat waar we verbleven. Tijdens deze rit werd ons duidelijk dat we kilometers gelopen hadden en totaal niet in de buurt waren gekomen van de beschaafde wereld waarin ons guesthouse gevestigd was. Omdat het inmiddels al helemaal donker was geworden besloten we de moskee en het enorme monument links te laten liggen en voor de rechterkant te kiezen: rust en genieten van een vrije avond in Jakarta. Ondanks dat we niet alle plannen voor Jakarta hebben kunnen uitvoeren besloten we toch maar de volgende dag te vertrekken naar de volgende bestemming op Java, namelijk Bogor.

Om half zeven begon onze dag alweer en na een snel ontbijt pakten we met al onze bagage een tuktuk wat niet meevalt als je als twee lange toeristen, twee grote backpacks en twee iets kleinere rugzakken in een ruimte van 80 cm bij anderhalve meter moet kruipen. Gelukkig duurde het ritje niet lang en kwamen we na tien minuten aan bij het treinstation Gambir vanwaar we met de trein naar Bogor zouden gaan.

De treinrit duurde nog geen uur en nog voor elven stonden we op het station van Bogor waar we werden aangesproken door de Indonesier die een aardig woordje Nederlands sprak. Natuurlijk had hij dit geleerd met een doel en daar waren we ook al een beetje op voorbereid namelijk het verkopen van zijn tourbureau en het vangen van een commissie wanneer hij ons naar een guesthouse loodst waar hij mee samenwerkt. Het duurde een tijdje voordat we hem eindelijk konden afschudden en we zelf per voet koers zetten richting het guesthouse van onze keuze. Toen we daar aankwamen zat de vrolijke Indonesische Nederlands sprekende jongen ons al op te wachten bij het guesthouse en wist hij op die manier alsnog zijn commissie op te strijken. Gelukkig kostte ons dit geen extra geld alleen beseften we nu wel dat het onderling overleggen in Indonesie over welk guesthouse we gaan nemen gevaarlijk kan zijn aangezien veel mensen een redelijk woordje Nederlands spreken. Ook dit guesthouse was weer primitief te noemen in vergelijking met de accommodaties waar we de afgelopen twee maanden in hebben verbleven, maar we besloten de kamer maar te nemen, zeker op het feit dat we de volgende dag alweer verder trokken. We hadden in Bogor maar een doel, namelijk het bezoeken van de grootste Botanische tuinen in Zuid-Oost Azie. Voordat we de tuinen gingen bezoeken, gingen we eerst nog op zoek naar het busstation dat anderhalve kilometer verderop gelegen was om uit te zoeken hoe laat en hoe vaak de bus naar Bandung ging, onze volgende bestemming. Bij het busstation aangekomen werden we direct belaagd door meerdere enthousiaste verkopers. Nadat we onze informatie hadden ingewonnen zetten we koers terug richting de tuinen. De tuinen zijn inderdaad de grootste Botanische tuinen die wij ooit gezien hebben (niet dat we er zoveel gezien hebben) en je kan er kilometers lopen over de verharde wegen. Toch hadden we vooraf een ander idee van de tuinen en hadden de verwachting meer kleur en mooiere geknipte vormen te zullen zien. Dit viel een beetje tegen, maar desondanks is het een mooie plek om wat tijd door te brengen en is het zeker niet zo toeristisch als dat we hadden verwacht.

Enigste grote minpunt van de tuin was de rivier die erdoorheen stroomde. Deze was voorzien van een grote hoeveelheid afval en rommel en stonk alsof er een riool ingeleegd werd (wat hoogstwaarschijnlijk ook echt zo is).

Bogor zelf is een zeer armoedige stad waar je struikelt over bedelende mensen, zwerfouderen en zwerfkinderen en links en rechts vuilnisbelten liggen opgestapeld. Toch is het wel een stad waar je de ogen uitkijkt en je pas goed het verschil ziet tussen de westerse beschaving en de wereld waarin deze mensen leven en je beseft hoe gelukkig je mag zijn om in Nederland geboren te worden. Toch kent Bogor ook nog enige luxe en konden we genieten van een McFlurry in de luxe shoppingmall die de stad rijk is.

De volgende ochtend was opnieuw een reisdag. Zoals we al eerder zeiden wilden we per bus naar Bandung. Je kan ook per trein reizen, maar dan mis je een gedeelte van de omgeving, omdat de bus je door de Puncak pas heen rijdt. We hadden gehoord dat dit een mooie pas was, met veel groen, theeplantages en rijstvelden. Zo gezegd zo gedaan, nadat we naar het busstation waren gegaan zijn we op de bus gestapt en konden nog even genieten van de grote hoeveelheid mensen die een busstation aantrekt. Volgens ons heeft echter de helft van de aanwezige mensen geen functie en heeft de andere helft zelf een functie gecreeerd door op fluitjes te blazen, bussen te begeleiden naar de uitgang en mensen te verwijzen naar de bus van hun bestemming waarbij het totaal onduidelijk is voor wie ze werken en door wie ze betaald worden. De busrit was inderdaad mooi en rustgevend. Rustgevend voor het oog in afwisseling met de drukke steden. Zo rustgevend zelfs dat Sebas al na twintig minuten zijn ogen dicht deed en ze drie minuten voordat we de Puncak pas weer uitreden weer opendeed. Na drie uur rijden kwamen we aan in Bandung, natuurlijk niet in het centrum maar op het vijf kilometer verderop gelegen busstation waarvandaan we totaal geen idee hadden hoe we in de stad moesten komen. Na wat verbaasd om ons heen hebben staan kijken gingen we maar lukraak aan busjes vragen wat hun bestemming was. We kwamen er al snel achter dat wij nog beter Indonesisch kunnen leren praten dan de Indonesiers Engels laten praten. Uiteindelijk vonden we een busje die ons in de buurt van het treinstation wilde afzetten. Nadat we het busje waren uitgestapt en de chauffeur de overeengekomen vijfduizend Roepiah hadden overhandigd wilde deze het geld niet in ontvangst nemen en eiste vijftigduizend Roepiah, want dat was wat hij had gezegd. Wij laten ons echter niet bedotten en vijftigduizend voor zo'n ritje is echt heel veel en gooiden een briefje van vijfduizend door het raampje naar binnen en liepen richting het treinstation. Aangekomen op het treinstation hebben we direct kaartjes gekocht voor onze reis van de daaropvolgende dag naar Yogjakarta. Voor deze trein kon je kiezen tussen twee klassen, business klas of executive. Wij besloten voor businessclass te kiezen, want dat klonk al luxe genoeg en het scheelde aardig wat Roepiahs. Met de treinkaartjes op zak verlieten we het station op zoek naar een guesthouse voor de komende nacht. Bijna direct werden we aangesproken door een vriendelijke man die ons wel naar het guesthouse wilde brengen. We liepen met hem mee en het bleek dat het guesthouse waar hij ons heenbracht ook het guesthouse was waar we anders naartoe waren gegaan en besloten hem de commissie maar te gunnen. Die middag hebben we geprobeerd Bandung per voet te verkennen en kwamen we er wederom achter dat de steden in Indonesie warm, druk en vies zijn en je overal nagestaard wordt en iedereen van alles aan je wilt verkopen. Toen de avond viel begonnen we honger te krijgen en omdat er geen Mc Donalds in de buurt was besloten we op zoek te gaan naar een rijstrestaurant. Na lang zoeken en de verleiding te hebben weerstaan om bij de Pizzahut te gaan eten besloten we maar willekeurig een restaurantje binnen te lopen en plaats te nemen aan een lege tafel. Het personeel van het restaurant kwam direct in actie en al snel was de lege tafel gevuld met een groot aantal gerechten waar we direct gebruik van konden maken.

We hadden van pa en ma van Zandwijk al van dit fenomeen gehoord en begrepen dat je naar eigen smaak en hoeveelheid kan nemen van de gerechten en je achteraf alleen betaald voor wat je hebt gegeten. Zonder dat we precies wisten wat we aten aten we toch onze buik vol en rekenden inderaad alleen af wat we gegeten hadden. Die avond gingen we vrij vroeg slapen omdat er weer een volle dag op de planning stond voor morgen.

De volgende dag stonden we om half zeven alweer naast ons bed en na een pannenkoekenontbijt in het guesthouse zetten we koers richting het station. Het was niet ver lopen, gezien het guesthouse praktisch naast het spoor stond en na wat proviant te hebben ingeslagen begonnen we om acht uur aan de treinreis die ons in acht uur naar Yogjakarta zou brengen. Al snel kwamen we erachter dat we misschien toch beter Executiveclass hadden kunnen nemen, gezien het gebrek aan verkoeling en rust in de Businessclass. Toch hebben we niet geheel spijt van onze keuze gezien het feit dat de Executive class vol zat met Nederlanders. De treinrit voerde ons door een mooi landschap en wisselde steden af met groene rijstvelden, mooie heuvels en bruggen.

Rond vier uur kwamen we aan in Yogjakarta en werden we zoals gebruikelijk opgewacht door mensen die ons wel wilden begeleiden naar een slaapplek voor de komende nacht. Omdat de meeste accommodaties niet ver van het station liggen schudden we iedereen af en gingen we onze eigen weg. Toen we bijna bij het eerste guesthouse aankwamen werden we opgewacht door de jongste verkoper tot nu toe. Een jongetje van een jaar of acht die ons wel even rond leidde door de smalle steegjes van Yogjakarta.

Na een aantal guesthouses te hebben gewacht vonden we het toch echt tijd dat het jongetje wegging zodat we op ons eigen ritme verder konden zoeken. Een guesthouse verder werden we alweer opgewacht door de volgende verkoper en in gezelschap van hem hebben we nog zeker tien guesthouses gezien, maar geen van deze guesthouses had vrije kamers, een kamer met twee bedden of een kamer zonder kakkerlakken. Na deze tien kamers hebben we ook deze man weten af te schudden en vonden we ons huidige onderkomen, een simpele maar redelijk schone kamer met twee bedden en zonder kakkerlakken. Voor ons is het de goedkoopste prijs voor een guesthouse in Indonesie. Na onze tassen te hebben afgegooid wilden we een drankje gaan drinken, maar werden we aangesproken door een man bij de receptie die van ons wilde weten wat we wilden doen en hoe lang we hier wel niet wilden blijven. Hij wilde ons wel een beetje wegwijs maken in de stad en besloten hem maar achterna te lopen in de hoop hem niet veel later kwijt te raken. We raakten hem kwijt toen hij ons had afgezet in een Batik shop in een klein achteraf steegje een paar honderd meter verderop. Voor jullie Indonesische cultuurbarbaren zullen we even uitleggen wat batik precies inhoud. Batik is de kunst van het verven van zijde en katoenen doeken waarbij het verven wordt gedaan met meerdere kleuren waarbij na elke kleur de desbetreffende kleur wordt afgedekt met een waxlaag en nadat de verf is gedroogd de volgende verflaag erop aangebracht wordt. Vervolgens wordt deze weer voorzien van een waxlaag en herhaalt het proces zichzelf nog een aantal keren. Uiteindelijk wordt de wax eraf gekookt en het doek gewassen en blijft er een als het goed is mooi kunstwerk over. Tenminste dat is het proces als wij het goed hebben begrepen wat de Batik houder ons uitlegde. Natuurlijk kwam er na deze uitleg nog een rondleiding door zijn winkel waarbij de nadruk lag op het feit dat het zijn laatste dag was dat hij open was, hij ons extra korting kon geven en dat de doeken makkelijk mee te nemen waren in een rugzak. Zodra het woord verkopen in de mond viel besloten wij te proberen het pand te verlaten. We hadden hiervoor meerdere pogingen nodig om dit voor elkaar te krijgen en concludeerden dat dit ons niet nog een keer zou gebeuren. Toen we eindelijk wat konden eten en drinken genoten we van een rustige avond in Yogjakarta. Die avond besloten we de stad nog een beetje te gaan verkennen en liepen we een rondje door het megadrukke centrum van de stad waar op dat moment ook een festival plaatsvond. Moe en voldaan van een drukke dag doken we ons bed in.

De volgende ochtend besloten we na het ontbijt een bezoek af te leggen aan het paleis van de sultan wat een grote bezienswaardigheid moest zijn in de stad. Per voet vertrokken we naar het paleis en na even zoeken kochten we een kaartje waarbij we dachten dat het voor het paleis was. Maar na een klein rondje te hebben gelopen bleek het slechts een kleinschalig museum te zijn wat naast het paleis gevestigd was en nog geen zeven minuten later verlieten we het museum en zochten we naar de ingang van het daadwerkelijke paleis. Dit viel nog niet mee gezien de slechte bewegwijzering. Na wat zoeken vonden we dan eindelijk de ingang en konden we genieten van de net begonnen dansvoorstelling die volgens veel mensen bijzonder moest zijn. De voorstelling was inderdaad heel bijzonder! Bijzonder lang wel te verstaan en na een half uur hadden we geen aandacht meer voor de danseressen en hadden we meer plezier in het aanschouwen van de eromheenstaande mensen.

Gezien het feit dat de dansvoorstelling nog anderhalf uur zou duren besloten we maar alvast een rondje te lopen door het paleis en werden al vrij snel aangesproken door een naar wij dachten een medewerker van het paleis die ons van alles uitlegde over dingen die we nu niet meer weten. Maar het kwam erop neer dat hij ons wel wilde meenemen naar de keukens van de Sultan en ons op die manier een kijkje wilde geven achter de schermen. Hoe wist deze beste man nou dat wij allebei facility managers waren met een horeca-achtergrond en altijd erg geinteresseerd zijn in keukens en achter de schermen? We moesten hiervoor echter wel eerst het paleis verlaten en een paar straten verderop wees hij inderdaad naar wat keukens (wat volgens hem de keukens van de Sultan moesten voorstellen), maar loodste ons direct een wayangshop in waarvan de eigenaar ons wel wilde uitleggen hoe de poppen worden gemaakt.

Na een half uur naar het slaapverwekkende verhaal te hebben geluisterd en met de van koeienhuiden gemaakte pop in ons handen te hebben gestaan wilde hij ons wel een rondleiding geven door zijn winkel waarbij wij een dejavu kregen en de bui alweer voelden hangen. Na een snel rondje te hebben gelopen hebben we een onoplettend moment van de eigenaar gevonden en liepen we snel naar buiten terug naar het paleis. Na nog wat rondjes te hebben gelopen door het paleis en aangestaard te zijn door de grote hoeveelheid schoolkinderen die blanken alleen van televisie kennen besloten we dat dit niet echt iets voor ons was en de rest van de reis geen museum meer te bezoeken. We hebben er gewoon de leeftijd niet voor of het ontbreekt ons simpelweg aan interesse. Na de Kraton, zoals het paleis wordt genoemd gingen we op zoek naar het waterkasteel, wat ooit het badhuis was geweest van de Sultan, maar door aardbevingen was verwoesd en gedeeltelijk weer was opgebouwd. Na wat gezoek, want wederom was er weinig bewegwijzering vonden we rondom het Kraton in een van de smalle straatjes het badhuis. Ook dit kon niet echt onze interesse wekken gezien het niet veel meer was dat twee gerenoveerde zwembaden en wat stenen muren. Ondanks dat het water er koel en aantrekkelijk uitzag besloten we het links te laten liggen en op zoek te gaan naar de vogeltjesmarkt die volgens pa en ma van Zandwijk bijzonder interessant moest zijn. Na veel gezoek kwamen we in de straat waar ze veel vogelkooien en vogelvoer verkochten, maar van de markt was geen spoor te bekennen. We zagen alleen een open vlakte en lieten ons vertellen dat de markt sinds 22 april, tien dagen geleden, was opgehouden te bestaan en de vogel gevlogen was. We besloten maar wat rond te lopen door de smalle groene straatjes.

Toen we uiteindelijk weer verdwaald waren werden we weer aangesproken door iemand die wel erg geintereseerd was in onze aanwezigheid en ons waarschuwden voor de grote hoeveelheid nep batik shops die probeerden toeristen af te leggen en hoge prijzen te vragen voor nepproducten. Daarnaast vertelde deze man dat hij wel een echte batikshop wist waar je goede producten kon kopen. We voelden de bui al hangen en trapten hier niet in en we vervolgden onze zoektocht naar de hoofdstraat om een hapje te eten en te drinken. Na dit gedaan te hebben besloten we ook nog maar een bezoek te brengen aan fort Vredeburg, een oud Nederlands fort wat nu dienst deed als museum en het verhaal vertelde van de opstand en bevrijding van Yogjakarta. Voor de grandioze entreeprijs van 750 roepies mochten we naar binnen. Het museum vertelde het verhaal in de vorm van diorama's die werden uitgebeeld door poppen. Helaas waren alle beschrijvingen in het Bahasa Indonesia en zijn wij deze taal nog niet rijk en konden alleen maar op de knopjes drukken om de geluidseffecten af te spelen. Na dit zeer interessante en leerzame bezoek besloten we maar weer koers te zetten richting het guesthouse. Sebas besloot na deze bezwete dag maar een douche te nemen en toen hij halverwege het doucheritueel was ging opeens het licht uit, nee niet bij hem maar in het hotel. Hij dacht eerst dat Maurits een grapje probeerde uit te halen, maar dat bleek niet het geval. Het bleek een algehele stroomstoring te zijn die de wijk en waarschijnlijk Yogjakarta had getroffen. De stroomstoring hield anderhalf uur aan en werd waarschijnlijk veroorzaakt door het festival dat nog steeds gaande was, waarbij ze waarschijnlijk verlengsnoer op verlengsnoer op verlengsnoer hadden gekoppeld. Het skype-avondje met Maus z'n ouders viel hierdoor in het water en werd gevangen door een telefoongesprek bij kaarslicht. De avond hebben we doorgebracht in hetzelfde restaurant waar het telefoongesprek plaatsvond en vermaakten ons met eten, drinken en het aanschouwen van de laveloze Japanners die een tafel naast ons zaten en bij elk biertje dat ze dronken nog vaker hun glas lieten omvallen, naar het toilet strompelden en uiteindelijk te weinig geld hadden om de rekening te kunnen voldoen. Op dat moment konden wij het niet meer aanzien en nee we hebben niet de rekening voorgeschoten maar hebben de nodige foto's en filmpjes geschoten en zijn vervolgens zelf maar gaan afrekenen en ons bed gaan opzoeken.

De volgende dag hadden we weer een programmapunt af te werken, namelijk een bezoek af te leggen aan de Prambanan tempels, een hindoeistisch hoogstandje net buiten de stad. Er gaan veel georganiseerde toertjes naar deze attractie maar we hadden besloten het wat avontuurlijker aan te pakken en op eigen gelegenheid de tempels te gaan bereiken. We moesten eerst naar het busstation dat op nog geen twee kilometer afstand van ons guesthouse gelegen was, maar na vier kilometer gelopen te hebben was er nog steeds geen busstation te bekennen en na wat rondvragen waren we nog steeds niet veel wijzer. Uiteindelijk was er een Indonesische beveiliger die ons te hulp schoot en ons naar de plek begeleidde waar we op de bus konden stappen. Dit was niet het busstation maar gewoon langs de weg. Een paar minuten later hield hij een minibusje aan en stapten we in richting de tempels. De minibusjes in Yogjakarta zijn van lachwekkende kwaliteit en zijn of bijna weggeroest of zo opgepimpt dat het bijna geen bus meer is. Na drie kwartier rijden kwamen we aan bij de tempels en vonden onze weg naar binnen.

Het viel ons direct op dat het niet druk was in de tempels en we weinig van de toeristenmassa zagen die we verwacht hadden. De tempels zelf lijken erg veel op die bij Ankor Wat in Cambodja en na een uurtje rondgelopen en wat foto's geschoten te hebben zijn we op zoek gegaan naar een restaurant om wat te eten en te drinken. Toen we net klaar waren met eten begon het te regenen waardoor we genoodzaakt waren nog even te blijven zitten. Iets wat we niet erg vonden. Toen het bijna droog was zetten we toch maar voet richting de uitgang van het tempelcomplex en toen we het bordje uitgang passeerden betrok de lucht en brak deze opnieuw open. We wisten dat het nog een aardig stukje lopen was naar het busstation en hoopten dat het snel droog zou worden, maar dat werd het niet en na een kwartier besloten we toch maar te gaan lopen. Doorregend kwamen we aan bij het busstation en maakten we kennis met de bijzondere busmaatschappij die de stad rijk is. Het bushokje wordt bemand door een medewerker en een computer en is volledig luchtdicht afgesloten van de buitenwereld. Je kan hem betreden door een schuifdeur waarna je bij de medewerker een pasje kunt kopen die vervolgens wordt ingeslikt door het toegangspoortje in het bushokje en achter het toegangspoortje wacht je met alle andere mensen totdat de bus komt aanrijden. Wanneer de bus is gearriveerd gaan de schuifdeuren open en kun je door middel van een verhoging opstappen en de bus betreden. De bus wordt bemand door twee personeelsleden, waarvan een chauffeur en een bussteward. Alle stoelen staan opgesteld in een kringetje en als op een Nederlandse verjaardag kun je elkaar gezellig aanstaren tijdens de rit.

Ver voor iedere halte begint de bussteward met het vertellen van wat informatie over de halte en de omgeving van de halte waar deze in staat. Uiteraard in het Indonesisch. Op deze manier is er een heel netwerk in de stad opgezet van afgesloten bemande bushokjes waarbij je op goedkope manier door de stad kunt verplaatsen. Vermeldenswaardig is het feit dat de busmaatschappij niet nagedacht heeft over het uiterlijk van de bus en de deur zich op zo'n meter hoogte van de onderkant van de bus bevind, waardoor je alleen via de bijzondere bushokjes in en uit kunt stappen. Na een half uur te hebben gereden en alle aangrenzende zitplaatsen om ons heen zijn vrijgebleven, want het blijft eng om naast een toerist te zitten, kwamen we terug bij de straat van ons guesthouse en besloten we alvast een gedeelte van dit verhaal te gaan schrijven.

De volgende dag ging zoals nu gewoonlijk vroeg de wekker en rond half tien stapten we op de city bus richting een van de vele busterminals van Yogjakarta. Alhoewel we net gedoucht hadden, ons t-shirt nog niet doorweekt was van het zweet en we nog geen last hadden van klotsende oksels wilde er weer niemand op de stoelen naast ons zitten. Wat wij overigens niet erg vonden, des te meer zuurstof en bewegingsruimte voor ons! Na een half uurtje weer te zijn aangestaard door puberale meisjes kwamen we aan op de busterminal en na wat zoeken en het betalen van het enorme bedrag van 200 rupiah (0,016 eurocent) mochten we de busterminal betreden en vonden we onze bus naar de Borobodur. De bus is het beste te vergelijken met de bussen die we leerden kennen tijdens ons Kanchanaburi avontuur (tweede week thailand) met open deuren, verroeste bodem, hoop herrie en weinig beenruimte. Alhoewel het met de beenruimte voor ons wel meeviel aangezien wij tien keer het normale bustarief betaalden als de locals hier en we dus een bevoorrechte positie innamen wat betreft plaatstoewijzing. In dit geval de royale achterbank met vier keer de normale beenruimte en de frisse wind die door de open deur in je gezicht waait. De rit van bijna twee uur vloog voorbij terwijl wij genoten van alles wat er in en rondom de bus gebeurde. Af en toe werd de busrit opgeleukt door busmuzikanten, krantenverkopers en streakers die over de weg rennen. Direct na aankomst op het busstation van Borobodur stormden zeker een achttal becakchauffeurs (chauffeurs van fietstaxi's) op ons af om ons te vervoeren naar het tempelcomplex. We wisten dat het busstation niet ver van het tempelcomplex gevestigd was en met pijn en moeite wimpelden we alle acht opdringerige chauffeurs af. Na tien minuten lopen vonden we de ingang van het tempelcomplex en met vertoon van onze studentenpas konden we nog eens voor de helft van de prijs naar binnen. De Borobodur is een boudhistische tempel die al vanaf de jaren 750 afstamt en lange tijd bedolven is geweest onder een dikke aslaag van de naburige Merapi vulkaan. In de jaren 1900 is een poging gedaan (door de Nederlanders uiteraard!) om de vulkaan te restaureren, wat na voor ons onduidelijke redenen niet is gelukt en pas in de jaren 70 door de Indonesiers en met behulp van Unesco zelf weer is opgepakt. Het resultaat mag er wezen. Het complex bestaat uit tien lagen, waarvan alleen de bovenste acht zichtbaar zijn (de andere twee liggen onder de grond) en elke laag staat symbool voor een fase in het boudhisme.

Elk jaar bezoeken vele pelgrims deze heilige plek en volgens traditie belopen zij kloksgewijs elke laag drie keer om uiteindelijk bij de middelste en bovenste Stupa uit te komen. Zoals het echte pelgrims betaamd wilden wij dit ook wel eens even nadoen, maar omdat dit ritueel je vijf kilometer van je leven kost, besloten wij al direct na de eerste laag elke laag maar een ronde te bekijken (wat opzich al een hele opgave is in de brandende zon en alle toeristen die liever foto's van ons maken dan van de tempel). Uiteindelijk bereikten we na een mooie tocht na een uurtje de bovenste en middelste Stupa en konden we onder het genot van een heerlijk briesje genieten van het mooie uitzicht en nog een paar keer op de foto gaan met passerende toeristen.

Van bovenaf de Borobodur zagen we in de verte opgedekte tafels staan (niet gelogen!), wat bij ons een honger gevoel opriep en dus spoedden wij ons spoedig mogelijk naar beneden om gebruik te maken van een smakelijke lunch. Na de lunch was het alweer tijd om terug te gaan, dus vonden we onze weg weer naar het busstation waar we op de bus naar Yogjakarta stapten. Zoals gewoonlijk betaal je in Indonesie pas halverwege de rit en wat bleek? Deze bus was opeens eenderde goedkoper dan de bus op de heenreis. Desondanks hadden we toch een plekje op de achterste bank bemachtigd en in twee uurtjes waren we weer terug op de busterminal. Het ritueel herhaalde zich dit keer in omgekeerde richting en zochten we een city bus op om ons terug te brengen naar het centrum. De city bus kwam al vrij snel aanrijden en na dik een uur gereden te hebben begonnen we toch de twijfels te krijgen of we wel in de goede bus zaten omdat we nog steeds geen herkenbaar punt waren gepasseerd. Inmiddels was het donker geworden en de klok tikte verder, dus besloten we wat te informeren bij de omzittende passagiers. Het bleek dat we wel de goede bus hadden maar dat de bussen in Yogjakarta in spitstijd wel eens hun route aanpasten en kriskras door de stad hun weg proberen te vinden en op die manier het verkeer proberen te vermijden. Wederom bijna twee uur later reden we de straat in van ons guesthouse en verlieten we de drukke bus. Na wat opgefrist te zijn besloten we toe te zijn aan een vette hap en dineerden we op voor ons herkenbaar terrein. 's Avonds schreven we de rest van dit verhaal en selecteerden we weer een aantal voor jullie interessante foto's van onze laatste belevenissen.

Omdat we geen vliegtickets open hebben staan tot onze terugvlucht van Bali naar Singapore hebben we geen tijdsdruk en kunnen dus overal een dagje meer of minder blijven. Waarschijnlijk doen we dat ook in Yogjakarta en genieten we nog een aantal dagen van deze stad en de omliggende bezienswaardigheden. Zo zijn we nog van plan om van hieruit naar de Merapi vulkaan te gaan om de lavastromen te gaan bekijken, naar de Bromo vulkaan te gaan om daar de zon op te zien komen en waarschijnlijk een bezoekje te brengen aan het Ijenplateau om daar het kristalblauwe kratermeer te bewonderen. Vervolgens trekken we richting Bali om daar in twee dagen doorheen te crossen op weg naar Lombok en daar te genieten van de prachtige stranden en het mooie onderwaterleven bij de Gilli eilanden.

Sebas en Maus maken het allebei goed. We moeten nog een beetje wennen aan alle aandacht die aan ons geschonken wordt door de lokale bevolking en overwegen toch echt geld te gaan vragen voor de vele foto's die van ons gemaakt worden. Verder missen we Marjolijn erg, nog 52 dagen schatje!!

Tot in Yogjakarta, Bali of Lombok!

Groetjes Sebas en Maus

Reacties

Reacties

Steef

Op je nieuwe werk moeten ze in ieder geval niet werken met rode mpajes haha!
Succes met alle foto's die van jjullie gemaakt worden!

x

lijn

ach, vind het best schattig dat jullie me allebei missen!!

Tea

Bas en Maus, weer een heel verhaal, leuk om juliie belevenissen te lezen. Het tempelcomplex is wel indrukwekkend om te zien. Bijzonder om nu weer in een heel andere cultuur te zijn. Leuk om dat zo ook te lezen en mee te beleven!
Ik dacht dat jullie wel van aandacht hielden? Geld er voor is niet gek, kunnen jullie er nog een maandje aan vastplakken, een idee misschien?
Enne, een batik -sjaals zijn best erg leuk hoor!!!!
He boys, geniet er van he! liefs van Tea

lisette

Hallo lieverds, het is weer een prachtig verhaal geworden. Heb erg gelachen om het rode mapje, en de lunchpauze. Wij hebben besloten om ook eten te maken, en dan alleen maar betalen wat gegeten is. Echt grappig, kan je bij ons niet voorstellen. Het tempelverhaal en foto`s zijn zeer indrukwekkend. Geniet maar van de aandacht, en tot volgende week.
Liefs, Lies

Diana

Wederom een top verhaal!!!
Ben nog steeds jaloers....
Maar geniet nog van alles wat jullie gaan doen :)
Tot snel
Xxxxxxxxx

maris en aanhang.

Hoi reizigers,
HEt is weer een mooi verhaal en wat een gedoe voor een visum maar gelukkig is het jullie weer gelukt.
Nou nog veel plezier en geniet van de laatste 50 dagen.
Groetjes van ons allemaal.xxxxxxxxxxxxxxxx

Kiwi´s

Prachtig verhaal!! Maar jullie zijn die aandacht toch wel gewend?? Twee topmodellen die door azië reizen... daar gaat toch het nieuwe programma over op sbs6..

Geniet nog lekker van jullie laatste 50 dagen, we zijn niet jaloers!!

xxx

Ammy Meijer-Quist

Het reisverslag heb ik gelezen. Daar doe je trouwens wel een poosje over! Ik althans. Heeft de ren-partij over de vier etages jullie nog gewichts verlies opgeleverd? Een gegeven dat bij jullie beiden leeft.

De datum vanvertrek komt steeds dichterbij. Nog even genieten hè, en indrukken op doen welke wij dan weer mogen ontvangen in het kader van nieuwsversprijding.
Vrienden, het ga jullie goed.

Een hartelijke groet, ook van mijn man,

Ammy Meijer-Quist

Malroes & Ilse

Hi mannen!

Hier de twee Nederlandse meiden die jullie op het Ijen Plateau (Java) ontmoet hebben. Vermaken jullie op Lombok?

Wij hebben Munduk in Bali achter ons gelaten en zitten inmiddels in Ubud. Wij vinden het weer op Bali wat tegenvallen in vergelijking met Java & Sumatra; het begint hier elke dag zo rond 13:00 uur te regenen en het houdt dan ook niet meer op. Wij zijn dan ook even benieuwd hoe dit op de Gili Islands is. Zouden jullie ons verslag uit kunnen brengen? Wellicht dat wij onze laatste week strand dan nog verplaatsen naar Thailand of Maleisie. Jullie kunnen ons mailen op: [email protected]. Zou top zijn!

Alvast bedankt & safe travels!
Greetz, Marloes & Ilse.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!