Bas & Maus op avontuur

Het wilde leven, apenstreken en berggeiten

Lief dagboek

We willen weer iedereen hartelijk bedanken voor de reacties die zijn geplaatst! Ook uit overwachte hoek en met name vonden we het leuk om te lezen dat mensen, zoals Marianne, die ons niet kennen ons doen en laten in Azie volgen en een reactie achterlaten (Marianne, inmiddels weten we via via wie je bent)!

Zoals we eerder al genoemd hadden staan de komende dagen in het teken van de wilde dieren en het overleven in de jungle. Dit doen we niet op ons eigen houtje, maar we worden bijgestaan door de medewerkers van Uncle Tan. Uncle Tan is een begrip in Sabah en laat mensen in een zeer primitieve situatie het leven rond de Kinabatangan rivier zien. Uncle Tan mag niet ontbreken in het verblijf in Sabah, omdat je anders niet kan zeggen dat je Borneo hebt gezien. Alle backpackers trekken dan ook naar deze oom toe om het echte wilde leven te ervaren. Zo ook wij aan het begin van de middag toen we koers zetten vanuit ons resort naar Uncle Tan (dit keer per taxi om wat zweetdruppels te voorkomen). Na aankomst moesten we wat gegevens invullen en een verklaring ondertekenen dat we met het volle verstand mee zouden doen aan deze ervaring en dat we begrepen dat we niet in het Hilton zouden gaan slapen en alles dus zeer primitief was (letterlijke woorden uit het contract). Toen we ons vorige verhaal op de computer van Uncle Tan aan jullie ten gehore brachten en we in het Nederlands druk aan het overleggen waren over wat ons te wachten stond, draaide het meisje achter ons zich om en begon in vloeiend Nederlands enige uitleg te geven. Zij had de primitieve ervaring al meegemaakt en zei dat vooral het slapen en de persoonlijke hygiene te lijden had onder het verblijf in de jungle. Aangezien wij dezelfde ochtend nog gedoucht hadden en we ons alweer vies vonden, dachten we: 'hoe erg kan het nou zijn'. Rond half drie stapten we in het busje van Uncle Tan waar we de daaropvolgende twee en een half uur niet meer uitstapten. De rit bracht ons eerst over verharde wegen, toen over onverharde wegen en tot slot over hobbelige zeer onverharde wegen, waarna we halt hielden bij de jetty aan de Kinabatangan rivier (jazeker, ze hebben hier ook een verschrikkelijke sneeuwman). De Kinabatangan rivier is de langste rivier in Maleisisch Borneo en doorkruist geheel Sabah, hij heeft een lengte van zo'n 560 kilometer. Door deze lengte vormt de rivier een centraal punt in de regio waar ook wilde dieren gebruik van maken om zichzelf te voorzien in hun waterbehoefte, kortom een uitstekende plek om veel dieren van ons lijstje 'wilde dieren' af te kunnen strepen.

Bij aankomst bij de jetty stapten we over in een klein motorbootje en maakten we kennis met een van de vele gidsen die onder Uncle Tan werken. Deze liet ons al een voorproef zien van wat we ons de komende dagen te wachten stond en nam ons in het bootje mee op een half uur durende introductie safari waarbij we kennis maakten met de meest voorkomende dieren rondom de rivier, zoals diverse soorten Makaken (hoe schrijf je de naam van zo'n beest?), proboscius monkeys (oftewel neusapen, oftewel Dutch Monkeys), heel veel vogels zoals hornbills (soort neushoornvogels), heel veel soorten reigers en kingfishers. Met open mond genoten we van de mooie flora en fauna en over alles wat de gids ons over deze flora en fauna te vertellen had. Na deze introductie safari hadden we direct al door dat dit een geslaagde trekking zou worden met professionele gidsen. Na dit half uur zetten we koers richting het kamp waarin we zouden verblijven. Daar aangekomen werden we hartelijk begroet door alle overige kampmedewerkers/gidsen en werden we direct gewezen naar onze slaapplaats. Bij onze hut aangekomen was het inderdaad een primitieve aangelegenheid en was het niet meer dan een houten huisje zonder ramen en deuren, waarin alleen drie matrassen en een klamboe aanwezig waren (kussens ontbraken).

Na onze tassen afgegooid te hebben zijn we op zoek gegaan naar een toilet en die vonden we op vijf minuten afstand lopen waarbij ook gelijk duidelijk werd waarom deze op vijf minuten afstand gelegen was, namelijk de geur van menselijke uitwerpselen kwam ons al na twee minuten tegemoet en was onbeschrijfelijk. Na de drie uur durende reis waren we wel toe aan een sanitaire stop en betraden de toiletten. Wat we daar tegen kwamen was een bruin gevulde toiletpot waarvan wij dachten dat iedereen daar zijn behoefte maar gewoon in liet liggen zonder het met een emmertje weg te spoelen. Later zouden we ontdekken dat de bruine massa juist het 'schone' water was en gebruikt werd om de andere bruine massa mee weg te spoelen. Na het toiletteren ontdekten we dat het kamp nog primitiever was dan we hadden ingeschat. Douches waren niet aanwezig en de enige manier waarop je je nog enigszins kon wassen was door met emmertjes het bruine rivierwater over jezelf heen te gooien terwijl je boven de toiletpot stond.

Om zeven uur moesten we ons met de groep verzamelen om te luisteren naar een briefing, waarin ons verteld werd wat we wel en niet mochten doen en wat het programma was van de komende dagen. De groep waarmee we de komende drie dagen op zouden trekken bestond uit ons tweeen en zes andere personen, waaronder ook twee Nederlanders van onze leeftijd. Na deze briefing zetten we koers naar de eetzaal en kregen we een uitgebreid buffet voorgeschoteld en werden we getrakteerd op de vrolijke tonen van gitaren en zingende gidsen. Het eten viel ons al met al mee en was eigenlijk nog best wel lekker. Na deze maaltijd was het tijd voor onze eerste echte wildervaring. Het was inmiddels helemaal donker geworden wat de gelegenheid gaf voor een avontuurlijke nightsafari per motorbootje. Bepakt met een dikke schijnwerper vaarden we stroomopwaarts de rivier op en flitse de gids van links naar rechts over de oevers van de rivier waarbij wij dachten dat hij nooit wild zou kunnen spotten als hij zo snel met zijn schijnwerper over de oevers gleed. Maar na enkele meters gevaren te hebben knipperde hij met zijn lamp, waarop de stuurman de boot draaide en met de punt naar de oever stil bleef liggen. We ontdekten ons eerste wild van die avond, een civit cat, een kleine katachtige die het vooral gemunt had op vissen, kikkers en kleine vogels. Gedurende de safari bleven we ons steeds meer verbazen over de grote afstand vanwaar vandaan onze gids het wild wist te spotten. Hij legde uit dat hij hier een bepaalde methode voor had, hij lette namelijk op de oplichtende ogen van de dieren en wist dan al op zeer grote afstand te vertellen dat er wild zat. Het komende uur voeren we verder de rivier af en hadden we een grote vangst die bestond uit veel civit cats, leopard cats, vogels (uilen), slapende apen en een krokodil die niet hield van het licht en na het schijnen met de lamp direct onder water dook.

Naast deze grote dieren wist de gids ons ook nog op een aantal kleine dieren te wijzen, zoals een kikker van 2 centimeter die hij al op dertig meter afstand had gezien en wat spinnetjes. Moe en voldaan keerden we terug naar het kamp en besloten met het oog op het eerste programmapunt van de volgende dag maar snel richting ons matras te gaan en de slaap te vatten. Bezweet van de hete dag, we hadden nog niet gebruik gemaakt van de bruine douche, vielen we neer op ons matras en roken meteen dat al onze voorgangers hetzelfde hadden gedaan, waardoor de matras rook als een zweetsok die al jaren niet gewassen was. Maar goed, we waren zo moe dat we al vrij snel in slaap vielen totdat Dave, onze enige huisgenoot ook in dromenland was aangekomen en bij dit proces een hard snurkend geluid maakte wat hij de daaropvolgende uren volhield. Fijn dat hij zo'n goede nachtrust had, maar het hield ons wel uit onze slaap. Toen Dave eindelijk was omgedraaid en was opgehouden met snurken kwam ons het andere geluid ten gehore, namelijk de grote hoeveelheid krekels die zo in het vroege ochtendgloren al lekker stonden te ratelen. Met de hoop opgegeven hebben we toch nog een uurtje lekker kunnen slapen totdat om zes uur de wekker afging en we ons klaar moesten maken voor het eerste programmapunt van die dag.

Om half zeven werden we verwacht klaar te staan bij de boot en werden we de daaropvolgende uren rondgevaren over het met mist beklede landschap. De beste uren van de dag om wild te spotten zijn 's ochtends vroeg wanneer de zon nog niet schijnt en vlak voordat de zon ondergaat. We hadden dus hoge verwachtingen voor deze trip en gelukkig werden deze waargemaakt. We hebben wederom een hoop vogels kunnen spotten, een hoop net wakker geworden apen en het hoogtepunt van die ochtend, een wilde Orang Utang die nog lekker lag uit te slapen maar werd gewekt door de toeristen die onderaan zijn boom stonden te schudden.

Alle kampleden (ongeveer 20) stonden met hun camera's gereed om allemaal het beste plaatje te schieten. De aap had er echter geen zin in en bleef stil op zijn plek totdat wij bijna allemaal weer in de boot zaten en hij plotseling zijn nest verliet waardoor we toch nog, al is het uit de verte, een foto van hem (of haar) hebben kunnen schieten. Na deze vangst keerden we voldaan terug naar het kamp en genoten we van een uitzonderlijk goed ontbijt compleet met toast, gekookte eieren en pannenkoeken. We hadden onze maag gevuld en hadden even wat rust tot het volgende programmapunt. Om half elf stond een ochtendwandeling door de jungle gepland waarbij met name de nadruk zou liggen op het zien van planten en kleine insecten (aangezien het inmiddels te warm was voor de grote dieren). Wederom viel bij deze wandeling op dat de gidsen veel konden vertellen over de dingen die we zagen wat een trip als deze toch meer dan compleet maakt. Die ochtend zagen we inderdaad geen grote wilde dieren, maar hebben we wel een speciaal soort duizendpoot, een aantal spinnen, een olifantinsect en veel planten die gebruikt werden voor medicijnen en kwaaltjes gezien. Van deze wandeling waren we aardig hongerig geworden en toen we terugkwamen stond er gelukkig een uitgebreid lunchbuffet klaar. Na onze buikjes vol te hebben gegeten vonden we dan toch tijd om onze verloren nachtrust in te halen. Gelukkig voor ons had Dave het kamp net verlaten en konden we in alle rust genieten van ons filmpje en middagdutje. Althans rust, helaas was het ochtendconcert van de krekels overgegaan in een middagconcert. Gelukkig hadden we onze van huis meegebrachte oordopjes nog niet naar huis gestuurd en konden we op deze manier het geluid enigszins dempen.

Nadat we om een uur of half vier waren uitgeslapen voelden we ons zo vies en plakkerig dat we weer een persoonlijke grens hebben overschreden en ons boven het toiletpot staande, onszelf hebben gewassen met het vieze bruine water. Nog steeds vies, maar wel opgefrist konden we onze zweetkleding weer aantrekken en een nieuwe laag citronella aanbrengen om om vijf uur klaar te staan bij het volgende programmapunt, namelijk de middagsafari per boot. Onze gidsen verzekerden ons dat rond dit tijdstip heel veel dieren zich richting de rivier begaven om te drinken, te eten en een slaapplek te zoeken, waardoor we verzekerd waren van een grote vangst. Na een stukje gevaren te hebben en al de nodige vogels te hebben gezien vonden we dan eindelijk de grotere dieren, zoals heel veel neusapen die nieuwsgierig vanachter hun grote neus vanuit de boom naar de nieuwsgierige toeristen keken.

We zagen een ander soort makaken dan dat we eerder gezien hadden, silver leaf apen en een grote hagedis in een boom en hadden we het geluk om een voor deze tijd van het jaar zeldzame flying fox te spotten die kwam overscheren waarvan zelfs de gids onder de indruk was (helaas ging het beestje zo snel dat de onderstaande foto het enige bewijs is van zijn aanwezigheid...).

Naast deze dieren konden we ook genieten van een mooie zonsondergang die de lucht boven Borneo meerdere kleuren liet aannemen. Toen de zon ondergegaan was zetten we koers richting het kamp en probeerde de gids op de terugweg met de spotlight nog een aantal krokodillen te vinden. Helaas voor ons waren deze beestjes te snel, want steeds wanneer de gids ze zag doken ze alweer onder in het water, dus geen krokodillen foto's voor ons en voor jullie. Terug aangekomen in het kamp was de nieuwe groep inmiddels gearriveerd en genoten we samen van het uitgebreide dinerbuffet. Die avond hadden we nog een programmapunt af te werken, namelijk een wandeltocht door de gitzwarte jungle op zoek naar kleine insecten en inmiddels slapende dieren. Ook konden we met onze eigen zaklamp de methode testen die de gids gebruikt om de wilde dieren in het donker te spotten, namelijk het op ooghoogte houden van de zaklamp en eerst over de grond te schijnen op zoek naar spinnen, slangen en kikkers, vervolgens de lamp te richting op ooghoogte op zoek naar vogels en knaagdieren en dan de lamp te richten op drie meter hoogte op zoek naar apen en slapende olifanten en giraffen. Een wandeling door een pikdonkere jungle geeft een apart gevoel en bij iedere kriebel in je nek of op je rug denk je gelijk aan het ergste, maar gelukkig hebben we het overleefd en hebben we nog aardig wat dieren kunnen spotten, zoals slapende vogels waarbij je op tien centimeter afstand kan komen, omdat ze te bang zijn om in het donker weg te vliegen, kikkers, spinnen, vleermuizen en andere kleine dieren.

Na deze nachtelijke ervaring keerden we terug naar het kamp waar we ons richting de toiletten begaven om onze tanden te gaan poetsen. Bij de toiletten aangekomen hoorden we een luid getik, nee het was geen koekoeksklok, maar het waren tientallen, zo niet honderden groene kamikaze torren die op de brandende tl lampen afkwamen en zich constant een weg probeerden te vinden naar buiten en naar de lamp waardoor wij besloten deze toiletbeurt even over te slaan en met een volle blaas te gaan slapen. Terug aangekomen bij ons slaapvertrek kwamen we erachter dat we geen nieuwe Dave hadden gekregen en dus rustig de slaap konden vatten.

De volgende ochtend ging om zes uur alweer de wekker, omdat we nogmaals de ochtendsafari wilden maken. De volle blaas van de vorige avond begon ons parten te spelen waardoor we genoodzaakt waren de gang te maken naar de toiletten. Daar aangekomen aanschouwden we het slagveld wat de groene kamikaze torren hadden aangericht, waarbij letterlijk de toiletpot gevuld was met tientallen vieze groene monsters en je goed moest kijken waar je je voeten neer kon zetten om niet het geknars te hoeven horen van de grote hoeveelheid op de grond liggende groene kamikazes. Om half zeven zaten we opnieuw in de bootjes op weg naar het wild. Het eerste uur was een beetje teleurstellend gezien het feit dat de apen het lieten afweten en alleen de vogels op de foto wilden. Toen de andere groep inmiddels alweer terug aan het varen was, had onze gids boven in een boom een donkere vlek ontdekt en wat bleek het was een wilde Orang Utangmama met een wilde Orang Utangbaby.

Omdat we voor de rest nog geen enkel wild gespot hadden, bleef de gids extra lang onder aan de boom aangemeerd liggen, zodat wij genoeg foto's konden schieten (alhoewel het zeer kleine stipjes waren in de grote hoge boom). Een kwartier later vond hij het dan ook genoeg en zetten we koers richting het kamp tot aan het moment dat op de oever vier enthousiast zwaaiende Maleisische mannen onze aandacht probeerden te trekken en wezen naar de boom naast hun. Wat bleek er zat nog een wilde Orang Utang in die nog op geen tien meter hoogte een heerlijk ontbijtje zat weg te werken. We stapten de boot uit en konden dit keer van zeer dichtbij genieten van de op zijn gemak ontbijtende mensaap die tijdens zijn ontbijtje neerkeek op acht enthousiast fotomakende wilde toeristen (de aap zal het jammer gevonden hebben dat hij geen camera bij zich had).

Na de aap ruim een kwartier te hebben aangestaard (en hij ons) was het moment van afscheid daar en zwaaide de aap de wegvarende boot uit. Bij het kamp aangekomen konden we direct aanschuiven aan de ontbijttafel en met een goed gevulde maag pakten we onze tassen in en werden we om tien uur uitgezwaaid door de medewerkers en gidsen van het kamp. Per boot werden we teruggevaren naar de jetty waar al een auto op ons stond te wachten om ons terug te brengen naar het basiskamp in Sepilok. Gedurende de twee en een half uur durende tocht dachten we na over deze geslaagde jungle-ervaring en hebben we zeker geen spijt dat we Uncle Tan hebben bezocht. Voor jullie oplettende lezers, we hebben weinig woorden gezegd over Uncle Tan zelf, dit komt mede omdat deze man al acht jaar onder de graszoden ligt en zijn nazaten het werk hebben voortgezet. Teruggekomen in het basiskamp besloten we nog een nachtje door te brengen in het basiskamp voordat we weer verder zouden reizen en na eindelijk een normale douche te hebben genomen zetten we diezelfde middag nog koers naar het nabijgelegen Orang Utang Rehabilitation Centre om daar het voederprogramma van de Orang Utangs mee te maken. In dit centrum worden jonge wees Orang Utangs en zieke Orang Utangs opgevangen en gevoerd totdat ze zich op eigen houtje kunnen redden. Sommige oudere Orang Utangs vinden het buffet in het Rehabilitatie centrum zelfs zo lekker dat ze regelmatig terugkomen om een vorkje mee te prikken. Tijdens dit voederen hebben we nog drie Orang Utangs gespot en konden we genieten van de enorme toeristenmassa die allemaal op dit eetfestijn afkwamen en de perfecte foto wilden schieten. De apen werkten hieraan mee en vertoonden hun kunstjes door in de voederbak met melk te gaan zitten en rond te slingeren als ware acrobaten en zich onder een bank te verstoppen zodat alle 60 toeschouwers van een meter afstand de perfecte foto konden schieten.

Orang Utangs in het wild zien is leuker, mede omdat ze als ze niet wild meer zijn menselijk gedrag gaan vertonen wat het meest lijkt op filmsterren op een rode loper, maar het was een mooie aanvulling op het avontuur. De rest van de dag en avond hebben we gebruikt om uit te rusten van ons avontuur van de afgelopen dagen.

De volgende dag stond weer een reisdag op het programma en stonden we langs de weg te wachten op de bus naar Kota Kinabalu. Na bijna drie kwartier wachten kwam de bus dan eindelijk aankaggelen en konden we voor de daaropvolgende zes uur plaats nemen tussen de locals en de kotsende kinderen gezien de vele bochten in de weg naar Kota Kinabalu. De bus hield halt op het negen kilometer noordelijker gelegen busstation van de stad, waardoor we genoodzaakt waren een locale bus te pakken naar het centrum. De locale bus was snel gevonden, alleen tot onze teleurstelling was de chauffeur vergeten ons te waarschuwen wanneer we in het centrum zouden zijn en werden we op een zuidelijker gelegen lokaal busstation gedropt. Op dit zuidelijker gelegen busstation stonden minibusjes met allemaal verschillende bestemmingen en we hadden totaal geen idee welke bus wij moesten hebben. Na van het kastje naar de muur te zijn gestuurd kwamen we dan eindelijk bij de goede bus terecht en na een half uur wachten zette deze koers richting het centrum. Tien minuten later stapten we de bus uit en liepen we naar het door ons uitgezochte guesthouse om te kijken of ze nog vrije kamers hadden. De kamers in Maleisie en dan met name in Borneo zijn qua prijs aan de hoge kant gezien ons budget, waardoor we ook nu weer genoodzaakt zijn te overnachten op een tien persoons kamer en een badkamer te moeten delen met de rest van het guesthouse. De rest van de dag hebben we de stad verkend en hebben we geprobeerd uit te rusten van de vermoeiende reisdag.

De volgende dag was het dan eindelijk uitslaapdag en konden we ondanks de acht andere aanwezige mensen die overigens ook allemaal uitsliepen tot half tien blijven liggen. Na de vuile was weer eens te hebben weggebracht, hebben we de middag besteed aan het schrijven van een gedeelte van dit verhaal en hebben we ons te goed gedaan aan een heerlijke Pizzahut lunch om het rijtje van fastfoodketens nog maar eens uit te breiden.

Na deze overheerlijke lunch (onze portomonee vond het niet zo heerlijk) hadden we nog een doel te verwezenlijken, namelijk het kopen van handschoenen en een muts die we nodig zullen hebben voor het beklimmen van Mount Kinabalu. Gezien de buitentemperatuur van 30 graden en een luchtvochtigheidspercentage van 88% is dit nog een hele opgave en wordt je vreemd aangestaard in de winkels wanneer je zegt dat je naar deze artikelen op zoek bent. In alle drie de shoppingmalls die we af zijn gegaan was dan ook geen enkele handschoen en muts te vinden, dus besloten we de gok te nemen en de koop te laten wachten tot bij Mount Kinabalu. Diezelfde avond liepen we het Nederlandse stel van de Kinabatangantrip tegen het lijf en besloten we als oude mannetjes verhalen van vroeger tijden op te halen (een dag ervoor). Over de avond valt verder niets te vertellen, het was zoals gewoonlijk eten, drinken, douchen en slapen.

De volgende morgen hebben we ons nieuwe ritme opgepakt en bleven we wederom tot half tien in bed liggen en na het ontbijt checkten we uit in het guesthouse en gingen op weg naar de minibusstandplaats vanwaar minibusjes vertrekken richting Mount Kinabalu. Na de minibusjes te hebben gevonden werden we direct aangesproken door een popiejopie minibuschauffeur die ons voor 15 ringit (zo'n 3 euro) per persoon naar de 88 kilometer verderop gelegen berg wilde brengen. Maar toen hij onze rug zag, beter gezegd de enorme bagage die we daarop hadden hangen besloot hij zijn prijs te verhogen en nog eens vijf ringit per persoon extra te vragen. Omdat wij dit belachelijk vonden gingen we in discussie met de man, welke echter niet te vermurwen was. Maurits die de hele discussie drie minuten had gadegeslagen vond dat we zo erg benadeeld werden (omdat we een euro extra moesten betalen) en haalde zijn Engels/Nederlandse scheldvocabulaire weer eens uit de kast en vloog de beste man zowat naar de keel. Na uitgetierd te zijn (Sebas moest Maurits op afstand van de man houden), realiseerde Maurits zijn fout, echter was het al te laat, het was inmiddels onmogelijk om nog met de minibus naar de berg te gaan en waren waarschijnlijk vele malen duurder uit door het nemen van een grote bus of taxi. Toen we ons aan het beraden waren over een nieuw plan kwam daar onze redding aanlopen, Mr. Wong genaamd, een vriendelijke Chinees, Maleisische taxichauffeur die ons na wat onderhandelen voor 40 ringit wel naar een guesthouse onder aan de berg wilde brengen. Natuurlijk gingen we voor deze prijs bij hem in de taxi zitten, maar vroegen ons na een aantal minuten al af hoe het toch kwam dat deze man voor een ritje van 88 kilometer maar 40 ringit kon vragen. Al snel kwam de aap uit de mouw. Mr. Wong hoopte onderweg nog eens twee andere reizigers op te pikken waar hij ook 40 ringit van zou vragen en op die manier ons geld te gebruiken om uit de kosten te komen en hun geld gebruikten om winst te maken. Hij waagde een gokje omdat hij niet zeker wist dat hij mensen tegen zou komen, ofwel wij zouden geluk hebben, ofwel hij zou geluk hebben. Toen hij onderweg niemand tegenkwam bleek het geluk aan onze kant te staan en werden we voor 40 ringit per taxi naar de berg gebracht. Natuurlijk zat er in zijn linkermouw ook nog een aap. Mr. Wong houdt erg veel van praten en ratelde aan een stuk door over zijn theorie van kentekenplaten, geluksgetallen, loterijnummers, Chinees nieuwjaar, zijn kinderen, zijn tweede vrouw (zijn eerste was byebye, wat dat ook mag betekenen) en de manier waarop Japanse en Chinese mensen begraven worden na hun dood (je hebt zeven sterren begraafplaatsen, vijf sterren begraafplaatsen en drie sterren begraafplaatsen, des te hoger het aantal sterren des te makkelijker je er weer uit komt). Zeer interessante informatie, vooral voor Sebas die de fout had gemaakt om voorin te gaan zitten en die dus slachtoffer werd van verplichte twee uur durende conversatie. Maurits die er met zijn woede voor had gezorgd dat we genoodzaakt waren een taxi te pakken had het geluk achterin te zitten en het gesprek te ontlopen. Na een veertigtal kilometers gereden te hebben reden we de bergen in en haalde de chauffeur menig langzaamrijdende auto en vrachtwagen in. De weg werd bochtiger en zijn overzicht op de weg werd minder waardoor hij op een gegeven moment aan Sebas vroeg of deze eventjes kon kijken of hij kon inhalen. Gelukkig had hij het gevraagd, want net achter de bocht kwam een grote rode vrachtwagen aan denderen. De rest van de rit bleef Sebas voor de zekerheid maar opletten, zodat we twee uur later veilig konden uitstappen bij ons guesthouse. Het guesthouse van onze keuze zag er een beetje vervallen uit en we informeerden naar de mogelijkheden. Ze hadden erg dure kamers, maar hadden ook de inmiddels bekende slaapzalen beschikbaar, dus besloten we ons voor dit ene nachtje maar weer aan te passen aan ons budget en een stapelbed te bemachtigen in een van de zalen. Dit bleek niet heel moeilijk te zijn gezien het feit dat het guesthouse helemaal uitgestorven was en we dus een acht persoonskamer voor onszelf hadden. Inmiddels was het lunchtijd geworden en bleek het restaurant bij het guesthouse dicht te zijn vanwege een opknapbeurt waardoor we genoodzaakt waren richting het hoofdkwartier van de berg te lopen op zoek naar een andere eetgelegenheid. Al snel bleek dat we niet het meest dichtsbijzijnde guesthouse uitgezocht hadden, want we liepen ruim twee kilometer voordat we een restaurantje vonden. Toch vonden we dit niet erg, gezien we de komende dagen nog veel meer kilometers voor de boeg hadden.

Na het eten zijn we naar het hoofdkwartier van de berg gelopen om ons te melden en zaken te regelen voor de beklimming van morgen. Ook vonden we onze muts en handschoenen die jullie op de latere foto's niet kunnen missen. De rest van de middag vermaakten we ons met het filmkanaal op de televisie op de kamer en schreven we de ansichtkaarten die we ruim twee weken geleden al gekocht hadden. Het was inmiddels weer etenstijd en trokken onze wandelschoenen weer aan om de twee kilometer naar het hoofdkwartier weer af te leggen. Onderweg kwamen we een goed uitziend restaurantje tegen waar we maar besloten te gaan eten gezien dit weer een aantal meters bespaarde. We genoten hier van heerlijke huisgemaakte frietjes en de altijd lekkere sweet and sour chicken die dit keer extra lekker was door het krokante laagje om de kip en de aparte smaak. Met onze buikjes weer gevuld zijn we teruggekeerd naar ons guesthouse waar we ons met een douche klaar gingen maken voor die nacht. Sebas mocht vandaag eerst douchen en lag al lekker te lezen op bed toen Maurits het zweet van zijn lichaam afspoelde. Maurits die nadat hij gedoucht had net zijn tanden had gepoetst en de kamer weer inkwam zei tegen Sebas: 'ik voel me een beetje misselijk en draaierig...', Oh zegt Sebas 'dat zal wel door de berglucht komen gezien we op 2000 meter zitten'. Maurits was ook net begonnen aan zijn stukje verhaal voor het slapen gaan toen hij opeens de sweet and sour chicken weer in zijn mond proefde en zich richting de wc racede om daar zijn gehele maaltijd inclusief frietjes aan de wc toe te vertrouwen. Zijn neus was het hiet niet mee eens en wilde toch wat van de maaltijd achterhouden en wat daarop volgde was dat Sebas zijn muziek extra hard moest zetten om het gesnuif en gesnuit van Maurits te kunnen missen. Helemaal opgeknapt en opgelucht vond Maurits weer zijn plekje in bed en na een stukje lezen ging het licht uit en konden we genieten van een rustige nachtrust. Na bijna in dromenland te zijn schrok Sebas wakker en spoedde zich over het houten stapelbeddentrapje naar de badkamer om ook daar zijn sweet and sour aan de wc toe te vertrouwen. Schouder aan schouder met de aanwezige kakkerlak zat hij bij te komen van het stukje tomaat dat nu in de wc pot dreef. Nog niet helemaal opgelucht besloot hij toch maar weer afscheid te nemen van de kakkerlak en weer op bed te gaan liggen, wachtend op de volgende kotsbeurt. Deze liet niet van zich weten en voor we het wisten werden we om half zeven gewekt door de wekker.

Vandaag was de grote dag. We gingen een begin maken aan de 4095 meter naar de top van Mount Kinabalu. Na een snel ontbijt in een ander restaurant dan de vorige avond melden we ons om kwart over acht op het hoofdkwartier van de berg om daar ons lunchpakketje op te halen en kennis te maken met de gids die ons zou begeleiden naar de top. Voordat we aan de klim konden beginnen moesten eerst nog met een busje naar de toegangspoort rijden vanwaar het 6 kilometer lopen was naar Laban Rata, onze slaapplaats voor de komende nacht (op 3100 meter hoogte). Om acht uur veertig precies startten we met de wandeling richting Laban Rata. Al snel merkten we dat de gids ons tempo niet kon bijhouden. Wat bleek hij had de avond ervoor iets te ver in het rijstwijnglaasje gekeken en had maar vijf uurtjes geslapen. We wilden de gids niet kwijtraken, dus besloten ons tempo wat naar beneden bij te stellen en alle rustmomenten te pakken die we onderweg tegenkwamen (zeven stuks). De weg naar boven was erg afwisselend en leidde ons over grote rotsblokken, half ingezakte houten trappen, mistige jungle en langs heel veel groene planten en bomen.

De klim was zwaarder dan we van te voren ingschat hadden, maar kwamen desondanks al na vier uur en 20 minuten lopen aan in Laban Rata. We meldden ons bij de receptie met de verwachting gewezen te worden naar twee stapelbedden die voor ons gereserveerd waren. Niets bleek minder waar te zijn, we kregen een sleutel overhandigd van de buttercupsuite en hoefden dus geen kamer te delen met meerdere mensen, maar hadden de luxe te overnachten in een privekamer met ensuite badkamer, dikke dekens en een overvloed aan kussens.

We vroegen ons inderdaad al af waar al het geld heen ging dat we voor deze trip betaald hadden. Na heerlijk gedoucht te hebben in onze ensuite badkamer zijn we op bed gaan liggen om bij te komen van de zware klim en te wennen aan de ijle lucht op deze hoogte. Rond vijf uur smiddags werden we verwacht aan het dinerbuffet en troffen we in het restaurant een overweldigende hoeveelheid eten aan en schepten we meerdere malen ons bordje vol. Nog steeds kwamen er mensen binnendruppelen die meer tijd nodig hadden dan de vier uur en twintig minuten die wij erover gedaan hadden. Na het eten besloten we een heel heel klein stukje te gaan lopen en te genieten van de prachtige luchten tijdens de zonsondergang (zie foto's).

Na dit fotomomentje was het eigenlijk tijd voor ons dagelijks proostmomentje, maar bleek het bier op deze hoogte ook vervijfvoudigd te zijn in prijs en besloten we maar te proosten met een gratis kopje thee van het buffet. De reden dat het bier op deze hoogte zo duur is, komt mede door het feit dat alles per voet naar Laban Rata gebracht moet worden. Onderweg naar Laban Rata kwamen we dan ook veel van deze Maleisische pakezels tegen die met immense ladingen van gasflessen, eieren, groenten, rijst en blikjes drinken op hun rug naar boven liepen (beter gezegd renden!). Die avond moesten we proberen vroeg te gaan slapen en deden we om acht uur het licht uit. Echter valt het niet mee om direct in slaap te vallen en lagen we tot zeker elf uur het witte plafond boven het bed te bewonderen.

Om half twee begon de wekker al te rinkelen. Voor de duidelijkheid we hadden dit keer niet uitgeslapen, het was namelijk nog maar half twee 's ochtends en maakten we ons klaar voor het ontbijtbuffet dat voorafgaande aan de beklimming van de top geserveerd werd. De meeste mensen wordt geadviseerd tussen twee en half drie te vertrekken om op die manier precies voor zonsopkomst de top te bereiken. Onze gids, inmiddels een beetje bijgekomen van zijn kater had vertrouwen in ons tempo en vond het beter dat we wat later zouden vertrekken om niet uren boven op de ijzige top te moeten wachten op de zonsopkomst. Om drie uur precies vertrokken we als laatste vanuit Laban Rata en volgden we de lichtjesmassa (147 stuks) die we in de verte zagen lopen. Na tien minuten kwamen de eerste Jappanners, maleisiers en Chinezen in beeld die we met speels gemak het nakijken lieten.

Onderweg haalden we nog vele vermoeide klimmers in, maar merkten we zelf ook dat het lopen op deze hoogte veel van je energie vergt door het lage aanwezige zuurstofgehalte. De gids wilde zich echter (na de dag van gisteren) niet laten kennen en ging in hoog tempo richting de top. De weg begon met veel houten gammele trappen en ging later over in stijle rotshellingen waarbij menig mens zich met het aanwezige touw omhoog moest trekken. Dit ging volgens onze gids te langzaam en haalde, zonder het touw vast te houden, links en rechts de trage klimmers in (er liepen zelfs bejaarden tussen van een jaar of zeventig!!). Toen we de top niet meer konden missen en we nog een kleine kilometer moesten lopen zei de gids 'volg het touw maar, dan kom je er vanzelf' en sloot zich ergens tussenin aan om een beetje bij te kunnen komen. Met nog steeds een hoog tempo vervolgden we onze weg naar boven, terwijl we nog steeds links en rechts mensen passeerden die bijna uitgeput neer vielen en kwamen na twee uur lopen als derde en vierde van de 147 mensen aan bij het bordje '4095 meter' (overigens waren nummer een en twee ruim een half uur eerder vertrokken en slechts tien minuten eerder dan ons boven, geen slechte prestatie dus voor twee amateuristische sportievelingen).

Het was nog maar vijf uur en moesten nog ruim drie kwartier wachten totdat de zon van zich liet zien, dus zetten we ons maar neer op een rots en merkten toen pas de ijzige kou die ons om de oren sneed. Gelukkig waren we goed uitgerust en konden we ingepakt genieten met de aanwezige ratten op de steeds drukker wordende top van de steeds mooier wordende omgeving.

Toen de zon bijna opkwam vond onze gids het een beter idee om een klein stukje af te dalen, omdat je daar rustiger kon genieten van dit natuurverschijnsel gezien de top steeds drukker en voller werd. Bij lange na had nog niet iedereen de top gehaald toen de zon al opkwam en wij konden genieten van de rode gloed over het bewolkte landschap (zie foto's).

Om zes uur twaalf verlieten we onze post en zetten koers richting Laban Rata. Onderweg naar beneden verbaasden we ons nog steeds over de prachtige lucht en de grote hoeveelheid klimmers die nog omhoog klommen en ons uitgeput vol verbazing aankeken dat wij alweer onderweg naar beneden waren. Links en rechts werden we gefeliciteerd en werd er geapplaudiseerd voor onze prestatie. Naar beneden zagen we pas goed wat voor maanlandschap de weg naar de top was en schoten we onze geheugenkaartjes nog voller. Een uur en 26 minuten later kwamen we als allereerste (!) aan in het restaurant van Laban Rata en genoten we in alle rust van worstjes, gebakken rijst, pannenkoeken, fruit en sinaasappelsap. Om negen uur was het tijd om onze kamersleutel in te leveren en stond de gids op ons te wachten om ons te begeleiden naar de voet van de berg. Nou ja te begeleiden...hij volgde ons naar de voet van de berg. In hoog tempo lieten we ons de rotsen afvallen en met enkele korte rustpauzes stonden we al na twee uur en veertig minuten doodmoe onderaan de berg waar ons avontuur een dag daarvoor begon. Onderweg naar beneden passeerden we een groot aantal mensen die nog aan het avontuur moesten beginnen en onderweg waren naar Laban Rata. Geinteresseerd vroegen ze of we de top gehaald hadden en of het redelijk makkelijk haalbaar was. De meeste gevallen zagen we al direct aan het postuur en het uiterlijk van de mensen dat ze het nog heel zwaar zouden krijgen, maar vriendelijk als dat we waren zeiden we iedere keer dat het goed te doen was als je maar je rustpauzes nam. Nadat we met het busje van de toegangspoort naar het hoofdkwartier waren gereden was het tijd om onze certificaten op te halen en werden we opnieuw gefeliciteerd met het behalen van de top. Inmiddels merkten we dat ons lichaam begon te kraken en kregen we pijn in onze knieen, kuiten en dijbenen. Gelukkig hadden we nog een lunch te goed in het restaurant bij het hoofdkwartier. Helaas waren we door ons hoge tempo zelfs nog te vroeg voor het lunchbuffet en moesten we nog een kwartier wachten voordat we ons bordje konden volscheppen. Tijdens de lunch evalueerden we het afgelopen avontuur en een van de conclusies was het feit dat er maar heel weinig westerse toeristen hadden deelgenomen aan de beklimming en dat met name de Aziaten waren die de berg bedwongen. Een half uur later dan ons kwam een groepje van de andere westerse toeristen het restaurant binnengestrompeld en konden ook zij genieten van de lunch. Toen ze uitgegeten waren kwam een van deze jongeren naar ons toe en vroeg wat onze plannen waren voor de rest van de dag. Wij wilden zelf dezelfde dag nog terugreizen naar Kota Kinabalu om daar uit te rusten van deze prestatie. Zij hadden hetzelfde plan en stelden voor om een busje te huren die ons zevenen terug zou brengen naar Kota Kinabalu. Dit idee sprak ons ook wel aan, mits het busje langs ons guesthouse zou rijden om onze tassen op te halen. Zo kwam het dus dat we met zeven man sterk op zoek gingen naar een minibusje met chauffeur. Dit bleek moeilijker dan verwacht en de enige aanbieder vroeg een te hoge prijs. Het merendeel van de groep was het hier niet mee eens en besloten dus langs de weg een voertuig aan te houden die ons zevenen wel wilde vervoeren. Inmiddels met wat reiservaring op zak zagen wij wel in dat er nooit iemand is die wel zeven mensen met bagage mee wil (en kan) nemen, dus zochten wij onze eigen weg en lieten we de vijf anderen achter met hun zoektocht naar de ideale lift. Teruggekomen in het guesthouse, ja we hebben die dag nog twee kilometer gelopen(!), zochten we onze tassen op, namen plaats langs de weg en zaten binnen vijftien minuten in een luxe touringcarbus met airco en Jean Claude van Damme.

En dit voor de helft van de prijs van het streefbedrag van de andere vijf westerlingen. In twee uurtjes bracht de bus ons terug naar Kota Kinabalu, uiteraard niet naar het centrum, maar wederom naar het negen kilometer noordelijker gelegen busstation, waardoor we het hele proces van shuttle bus en city bus weer moesten herhalen. Van het eerdergenoemde Nederlandse stel hadden we een adres gekregen van een guesthouse die niet al te duur was en volgens hun een goede kwaliteit leverde. We besloten hier maar naar toe te trekken en een kamer te nemen. Zoals gewoonlijk checken we altijd eerst de kamer en ook deze keer was dit geen overbodige luxe, gezien vanaf een plank van de kledingkast ons twee kleine kakkerlakoogjes aanstaarden. We overlegden wat we zouden doen en besloten een andere kamer te vragen in de hoop hier geen kakkerlak aan te treffen. Na een snelle inspectie zagen we in de tweede kamer geen beestjes zitten en besloten hier ons heil te zoeken voor de komende drie nachten. Die avond trakteerden we onszelf op een luxe diner bij een overvolle Pizzahut en sloten we al om negen uur onze ogen om de inspanning en het slaaptekort te verwerken.

De volgende ochtend werden we niet wakker van de wekker, maar van de spierpijn die vanaf onze rug tot onze tenen ons lichaam teisterden. Om een uur vonden we het genoeg geweest en na de lunch besloten we onszelf te trakteren op een massage. Sebas was gelukkig eindelijk over zijn angst van de vorige massage in Krabi heen en durfde het wel weer aan met de zekerheid dat het dit keer wel een vrouw zou zijn die hem zou masseren. In de shoppingmall aangekomen (in Maleisie vind je alles in een shoppingmall) werden we op de derde verdieping aangesproken door een vriendelijke dame die ons voor 35 ringgit per persoon wel wilde bewerken met haar handen. We besloten het maar direct te doen en voordat we het wisten lagen we op onze buik met ons hoofd in een gat op de massagetafel, ging het licht uit en voelden we de massage-olie op onze rug gespoten worden en hoorden we de fluisterende stem 'ok sir, no pain?' Wij vonden het allemaal wel prima en genoten van de rug en beenmassage. Toen het halverwege het uur was en we ons mochten omdraaien om ons van de andere kant te laten masseren keek Sebas recht in de ogen van een persoon waarvan hij niet zeker wist of het een man of een vrouw was en gleed met zijn blik naar beneden op zoek naar twee ronde vormen die konden aantonen dat hij de afgelopen dertig minuten toch echt wel was betast door een vrouw. Meerdere keren het lichaam afgescand te hebben moest hij toch concluderen dat ondanks het vrouwelijke zachte fluistertoontje dit toch echt de handen waren van iemand van het mannelijke geslacht. Het laatste halfuur van de massage bestonden uit vragen beantwoorden waar we sliepen, hoe oud we waren, of we een girlfriend of boyfriend hadden en of we het nog steeds lekker vonden. Gelukkig was deze man wat professioneler dan de vorige ervaring en bleven zijn handen ver verwijderd van Sebas zijn edele delen. De massage werd afgesloten met het fluisteren van de zin 'you are pretty boy' en het serveren van een kopje thee. Uiteraard wilden we deze kans niet voorbij laten gaan en besloten jullie te trakteren op een groepsfoto van ons met onze masseurs.

De avond vulden we met het uitzoeken van de grote hoeveelheid foto's (sorry we konden geen keuze maken dit keer) en vonden op tijd ons bed weer.

Vandaag hebben we niet veel anders gedaan dan de rest van dit verhaal te schrijven en te wachten tot de grote hoeveelheid foto's geupload waren. Morgen brengen we de laaste dag door in Maleisie en stappen we 's avonds op het vliegtuig die ons naar het laatste nieuwe land van de reis zal brengen, Indonesie. Om 23:10 uur landen we in Jakarta waar we een volle dag hopen door te brengen. Vervolgens reizen we door naar Bogor om daar de grootste Botanische tuinen van Zuid-Oost Azie te gaan bekijken. Vervolgens reizen we via de Puncak pas naar Bandung en reizen waarschijnlijk diezelfde dag nog door naar Yogjakarta waar we zo'n vijf dagen hopen door te brengen en onder andere een bezoek brengen aan de Borobodur, een hindoeistisch tempelcomplex en de Merapi vulkaan. Vanuit Yogjakarta zullen we hopelijk ons volgende verhaal aan jullie ten gehore brengen.

Maurits maakt het naar omstandigheden redelijk goed. Zijn benen voelen aan alsof er zojuist een trein overheen is gereden (hoe voel dat eigenlijk?), maar dat is de tol die je betaald als je als eerste boven en als eerste beneden wilt zijn als je een berg beklimt. Hij mist Marjolijn nog steeds iedere dag, maar ziet de tijd hard naderen dat hij haar weer gaat zien (vandaag nog twee maanden).

Sebas maakt het behalve zijn spierpijn en een verkoudheid prima en heeft gelukkig geen trauma overgehouden aan de massage.

Tot de volgende keer!

Groetjes Sebas en Maus

Reacties

Reacties

Tea

Ha Sebas en Maus,
Wat een heerlijk lang verhaal, ik ben er echt even voor gaan zitten! Leuk om zo jullie belevenissen te lezen. Jullie hebben veel meegemaakt zeg! Prachtige foto's van de jungle-tocht ende het beklimmen van de berg!
Gelukkig is alles met taxi;s en busjes weer goed gegaan want het reizen is echt riskant lees ik steeds weer. Ik heb respect voor jullie dat jullie de berg bedwongen hebben! Leuk dat jullie ons of beter gezegd mij laten delen in jullie avonturen door het verhaal en de geweldige foto's. Dank jullie wel!
Trouwens Bas wel een leuk ventje om te zien hoor op de foto. Wel 'toevalling' dat jij steeds door een mannelijke masseur onder handen wordt genomen.
Jongens doe voorzichtig en geniet ervan en goede vlucht naar Jakarta en een fijne tijd in Indonesie,
liefs Tea

Rietje

Geweldig verhaal weer, mannen!

kees

Jongens, een prachtig verhaal en mooiere foto's dan die oude koppen uit jullie vorige fotoserie. Dit is met Laos wel het mooist dat jullie gekiekt hebben.
Dat Saba was een goede keuze: het heeft heel wat in petto. Prachtige jungle en een onvergetelijke bergtop. Als ik dat lees van die mannetjes van 70 aan de klim, dan mag ik nog wel wat aan mijn conditie doen. Op de Mont Blanc werd ik op 4000m hoogte al duizelig bij de eerste de beste trap.

Steef

Recpect hoor.....wassen met dat vieze water!!

Nog maar twee maanden voordat jullie terug zijn....Time fly's

x

Willemijn

Het is echt genieten van jullie apetrotse mooie foto"s en indrukweKkende tochten die jullie maken,het isleuk om al de verhalen mee te lezen.
Wat beleven jullie veel !
Heel veel groetjes van Ed en Willemijn.

jim

hey heren wat maken jullie toch veel ongelooflijke mooie dingen mee,het is eg geweldig om te lezen wat jullie toch weer elke keer doen,wat zetten jullie een mooie prestatie neer.petje af voor alles wat jullie ondernemen en ondergaan.met die foto's maken jullie ons wel jaloers hoor wat geweldigallemaal
geniet nog lekker!!!!!!!! groetjes jim

Kiwi´s!

Hey Jongens!!

Wat een verhaal weer, erg van genoten. We hadden volgens mij een verhaaltje gemist maar dat hebben we net even weer ingehaald!! Wat gaaf dat je ouders hebt gezien, Maus!! Is altijd lekker om het thuisfront bij je te hebben! We zitten er aan te denken om 1 maand azie er aan te plakken maar we moeten even kijken qua financien... en arjan moet nog overgehaald worden, haha!

Nog 2 maanden te gaan voor jullie... ben zo jaloers op jullie!!!

xxx

marianne

Beste Bas en Maus.
Prachtig verhaal weer, door jullie komt Indonesie ook op mijn lijstje "nog naar toe".
Enneh jullie hebben de verkeerde Marianne hoor want ik ken jullie echt niet, ook niet via via.
Blijf genieten!

Bas & Maus @ Yogyakarta

@ Marianne:
WIj hadden uit betrouwbare bron vernomen dat ene Marianne G. onze website in de gaten hield.

Mocht je het niet zijn. Dan vinden we het alsnog heel erg leuk, blijf vooral volgen. Heel binnenkort volgt een nieuw update.

marianne

haha nee hoor geen marianne G. Ik ben gewoon iemand die het erg leuk vind om reisverhalen uit Azie te lezen en kwam bij toeval bij jullie terecht.

en eh ik bedoelde natuurlijk maleisie!!

Ik blijf jullie volgen hoor!

lisette

Wat een super mooi verhaal weer. Moest er even de tijd voor nemen om alles door te lezen. Prachtige foto`s en weer veel lef van jullie. Geniet nog van de laatste maanden, en tot het volgende verhaal. Liefs Lies

Tea

Ha Sebastiaan en Maurits,
Jullie zijn wel nieuwsgierig he, wie jullie belevenissen allemaal volgen!
groetjes Tea

lijn

liefjes,

nog 54 daagies!! ;-) :-D

kusss

Tea

Bedankt voor jullie kaartje, ik kreeg hem net met de post. Een zeer leuke verrassing!! Ja ik zit veel te studeren op de pc en als ik mail ontvang krijg ik dat op het scherm en dan is mijn nieuwsgierigheid gewekt!
En jullie site is toch wel leuker dan kerkgeschiedenis of ethiek,etc. en toch ondanks dat ik regelmatig op jullie site zit had ik pas een 7,3 voor tentamen dus dat hoeft mij niet te weerhouden jullie te blijven volgen!!
Sebas en Maus, geniet van Indonesie waar jullie nu al weer een weekje zitten denken.
liefs Tea

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!