Zeeen van beenruimte, Zweten en Beestjes
Lief dagboek,
Bedankt weer voor alle reacties en de gesponsorde foto's. We blijven het waarderen dat jullie onze verhalen geinteresseerd blijven lezen en we zullen ons best doen dit vol te blijven houden gedurende de tweede helft van onze reis.
Met het vorige verhaal waren we gebleven in het pittoresque Melaka waar we de eerste dag laat waren aangekomen en vadaag de tweede en laatste dag vrijwel de gehele dag bezig zijn geweest met het schrijven van het vorige verhaal. Toen het verhaal klaar was en alle foto's waren geupload was het alweer half zeven 's avonds en begon het al te schemeren in dit stukje van Maleisie. We hadden voor die dag nog een programmapunt, namelijk de drie en een half uur durende, door de Lonely Planet georganiseerde walkingtour. Daarnaast moesten we wegens tijdgebrek in Singapore ook nog de daar aangeschafte ansichtkaarten posten, dus besloten we twee vliegen in een klap te slaan en tijdens onze zoektocht naar een brievenbus, de ansichtkaarten vasthoudende in onze linkerhand en met onze rechterhand als een bezeten Japanse ramptoerist foto's te schieten van de inmiddels al donker wordende highlights van Melaka. Doordat Brievenbussen in Melaka nog schaarser zijn dan straatnaambordjes, bracht onze zoektocht ons het daaropvolgende uur langs de grote en kleine straten van de stad, links en rechts vragende om de weg. Allen antwoordden: 'aan het einde van de straat, naast het grote rode gebouw', iets wat in Nederland makkelijk te vinden moet zijn, maar in Melaka net iets is als het zoeken van een speld in een hooiberg, aangezien 90% van de in het centrum gelegen gebouwen rood van kleur zijn. Na een half uur gezocht te hebben naar de brievenbus zonk de moed ons in de schoenen, gaven we de hoop op en besloten we al foto's schietende van de rode gebouwen terug te lopen naar ons guesthouse. Toen we nog maar twee straten verwijderd waren van ons guesthouse doemde daar vanuit het niets op de hoek van een kleine zijstraat de contouren op van een rood geverfde afgebladderde brievenbus. De missie was geslaagd, we hadden het weer eens gepresteerd om een 3,5 uur durende walkingtour in een uur te doen en dit te combineren met het verlichten van de Singaporelast. Om dit te vieren namen we in het 348ste restaurant van onze reis niet genoegen met een enkel biertje, maar besloten we maar een hele emmer van het goudgele en in de hitte van Maleisie zeer goed smakende vocht te bestellen.

De volgende dag was het weer tijd om te vertrekken vanuit Melaka en wilden we per bus naar het plaatsje Jerantut om vandaaruit de daaropvolgende dag verder te trekken naar de Taman Negara, het geclaimde oudste oerwoud ter wereld. Aangekomen op het busstation van Melaka hadden we voor het eerst in onze reis een logistieke tegenvaller. De bus naar Jerantut vertrok om 8 uur en inmiddels was het 8 uur 8, was de bus met de noorderzon vertrokken en stonden wij met lege handen vragend om ons heen te kijken. Gelukkig zijn de mensen in Maleisie erg attent en bijna direct werden we aangesproken door een vriendelijke man die ons vroeg waar we heen wilden gaan. Hij legde ons uit dat er vanaf Melaka maar een bus per dag richting Jerantut vertrok en dat we beter ons reisplan konden bijstellen en niet op de bus van de volgende dag wachten, maar een bus te pakken naar Kuala Lumpur (vanaf nu KL genoemd) en vandaaruit Jerantut te bereiken, vanaf KL gaat namelijk elk uur een bus naar Jerantut. Na een overheerlijk pannenkoekenontbijt bij onze geliefde fastfoodketen besloten we kaartjes te kopen voor de eerstvolgende bus naar KL. Nog geen half uur later begonnen we aan de 2,5 uur durende busrit naar de hoofdstad van Maleisie, een plek die we eigenlijk pas later in de reis wilden aandoen. Na onze vorige ervaringen met busritten in de hoger gelegen Aziatische landen van Zuid-Oost Azie kwam deze Maleisische bus als een verademing, er was meer dag genoeg beenruimte en de bus zat bij lange na niet vol.

Na twee en een half uur lekker languit gelegen te hebben in onze sofa doemden aan de horizon de punten van de wereldberoemde Petronastorens zich op. Met stom toeval stopte de bus bij het busstation gelegen in ChinaTown, pal naast het hotel waar Maurits z'n ouders van 8 tot 11 april zullen gaan verblijven. We liepen het chaotische busstation in op zoek naar een busmaatschappij die ons naar Jerantut kon vervoeren. Al snel werd duidelijk dat Jerantut een van de weinig bestemmingen is die niet vanuit dit busstation worden bediend. Na wat informatie te hebben ingewonnen bij de informatiebalie vertelde de vriendelijke medewerkster ons dat we op een ander busstation aan de andere kant van de stad moesten zijn. Voor we het wisten hadden we 2 kaartjes gekocht voor de metro en binnen een kwartier stonden we met al onze bagage op het busstation aan de andere kant van de stad. Er bleek binnen tien minuten al een bus te vertrekken naar Jerantut en we besloten geen tijd te verliezen en met deze bus mee te gaan. Wederom geen volle bus en weer genoeg ruimte om languit te liggen. Deze bus had buiten de zeeen aan beenruimte zelfs iets extra's, namelijk autogordels. We vroegen ons af waar deze voor dienden. Al snel kwamen we achter het nut van deze gordels, namelijk het voorkomen dat of Sebas boven op Maus beland of op de lege stoelen aan de linkerkant naast hem of dat Maus boven op Sebas beland of met een beurse rechterkant van zijn gezicht via het raam de bus verlaat. We hadden namelijk te maken met een buscoureur die er een sport van had gemaakt om met een zo hoog mogelijke snelheid over het natgeregende wegdek te scheuren, zowel links en rechts langzamer rijdende voertuigen in te halen en die van gas terug nemen bergafwaarts (en in bochten) niets had meegekregen tijdens zijn rijles(sen). Na een verkrampte 3 uur later vond de buschauffeur dan eindelijk zijn rem en stonden we op het busstation van Jerantut. Over Jerantut kunnen we kort en bondig zijn. Je hebt er niets te zoeken, behalve dat het makkelijk is voor het overstappen op een ander vervoermiddel (eigenlijk een soort Bleiswijk dus). Helaas konden we vandaag niet meer verder reizen, omdat we anders in nog kleinere gehuchten zouden stranden, dus besloten we op zoek te gaan naar een slaapplaats in Jerantut voor de komende nacht. We vonden deze bij een overactieve en alsmaar doorratelende moslimmama die ons een kamer aansmeerde op de bovenste verdieping van haar 'kleerkast(steeltje)', tevens bleef ze maar doorratelen over het tourbureau van de moslimpapa die aan de overkant van de weg lag en ons wel kon helpen om in de Taman Negara te komen. We konden volgens de moslimmama nog niet bij de moslimpapa terecht, omdat meneer nog zat te genieten van zijn lunch (het was inmiddels half vier). Om vier uur besloten we dan toch maar moslimpapa met een bezoekje te gaan vereren en werden we overspoeld met alles wat hij wel niet voor ons kon regelen, van alleen vervoer tot negendaagse trekkings en van night safaris tot rapid shooting (nee, geen rabits/konijnen, maar rapits/stroomversnellingen). Gelukkig waren we bestand tegen de terreuraanslag (aan informatie) van moslimpapa en besloten alleen het vervoer naar de Taman Negara uit luiigheid om het zelf te regelen bij hem af te nemen. Toen de tickets waren uitgeschreven en het vervoer was betaald kwam nogmaals het aanbod om de nightsafari te doen, stroomversnellingen te schieten of het vervoer voor de komende vier weken bij hem af te nemen, maar zoals hij na ieder aanbod benadrukte 'het is volledig aan jullie wat we wilden afnemen, en volledig aan jullie om zelf ergens te stranden en volledig aan jullie om de duurdere concurrent te kiezen'. Gelukkig was het ook aan om er snel weer weg te gaan en moslimpapa zijn volgende aanslag op de volgende toeristen te laten voorbereiden. We besloten nadat we de aanslag hadden overleefd nog in een van de weinige internetcafes van Jerantut nog wat belangrijke mailtjes en reserveringen te regelen voor de rest van onze reis. Toen we het internetcafe wilden verlaten werden we aangesproken door de beheerster, een vriendelijk moslimmeisje, nee we waren niet vergeten te betalen, maar ze vroeg of ze samen met haar aanwezige vriendinnen met ons op de foto mocht. Nadat we als filmsterren op de telefoons van de aanwezige moslimmeisjes stonden liepen we naar buiten, onderweg naar een plek om iets te eten en te drinken. Onze sterrenstatus liep ver voor ons uit, waardoor we op elke straathoek werden nagestaart en nageroepen door puberale moslimmeisjes ('handsome', 'nice', 'cute' en nog wat voor ons onverstaanbare termen). Om weer met beide benen op de grond te komen besloten we een maaltijd te gaan eten in een van de TL verlichte restaurantjes van de stad om vervolgens het krakkemikkige tweepersoonsbed in te duiken.
De volgende dag werden we om 8 uur verwacht op het kantoor van moslimpapa en na een voedzaam ontbijt stapten we om half negen de bus in die ons naar Kuala Tembeling bracht. Vanaf Kuala Tembeling stapten we op een boot die ons na 3,5 lange uren diep de Taman Negara inleidde. We kwamen aan in een van de floating restaurantjes van Kuala Tahan waar we na een korte briefing en een nieuwe terreuraanslag van tourtjes op zoek gingen naar een accommodatie dat binnen ons budget paste. We vonden deze uiteindelijk 600 meter diep in het oerwoud. Doorweekt van het zweet zetten we voet in onze bedompte bungalow waar we de komende nachten zouden doorbrengen. Na een snelle lunch wilden we geen tijd verliezen en besloten we direct een bootje te nemen naar de officiele ingang van de Taman Negara (het was een boottochtje van een kleine 12 seconden). We hadden onze zinnen gezet om die middag de Canopy Walk te gaan doen. Dit is een parcours van hangbruggen op grote hoogte waardoor je als het ware over de al eeuwen oude boomtoppen van de Taman Negara loopt. Voordat we aan de Canopy Walk konden beginnen moesten we een 1,5 kilometer lange tocht afleggen die ons door de stille en grote jungle leidde. In de Lonely Planet hadden we gelezen dat de Taman Negara een van de grootste trekpleisters is van Maleisie en dat je geen stap kan verzetten zonder een andere medetoerist tegen te komen. De anderhalve kilometer daarop zijn we welgeteld een medetoerist voorbijgelopen en hebben we mogen genieten van de prachtige natuur en de dieren die daar in leven, zoals veranen, diverse soorten vogels, tropische eekhoorntjes, wilde zwijnen, diverse te grote insecten en een hoop geritsel waarvan we nog steeds niet weten wat het geweest is. Na deze avontuurlijke tocht kwamen we aan bij het bordje Canopy Walk, helaas lag er tussen dit bordje en de daadwerkelijke ingang nog een kleine 150 meter aan steile trappen de berg op. Vermoeid en buiten adem kwamen we dan eindelijk bij de ingang en na het betalen van de entree (want voor niets gaat natuurlijk de zon op) konden we beginnen aan de eerste stappen op grote hoogte. Het parcours bestond uit zes verschillende hangbruggen die door middel van plateaus met elkaar waren verbonden. Al wiebelend en krakend (de brug, niet onze knieen, die knikten alleen) schuifelden we naar het eerste plateau. Wat volgde waren nog wat angstige momenten op grote hoogte met als ultiem hoogtepunt de gammele glazenwasserstrap die in een hoek van 45 graden tussen twee plateaus hing. Van dit avontuur hebben we de nodige filmpjes en foto's gemaakt die we zo snel mogelijk aan jullie zullen laten zien.

Met de adrenaline nog door ons lijf gierend zetten we koers richting de uitgang van dit al eeuwenoude stukje natuur en de rest van de middag genoten we van de zinderende hitte, de te hoge luchtvochtigheid, de niet koude, maar lauwe douche en het heerlijke goudgele vocht waar we zo dol op zijn (alleen heeft het in de Taman Negara een donkerbruine kleur en zit het verpakt in een metallic rood blikje). Nee mensen, er is in dit meest oude stukje op aarde geen enkel biertje te verkrijgen, hopelijk houden we dit vol. De avond sloten we af met het proosten met een frisje op alweer de 110e dag van onze reis.
Na ons goedbevallen avontuur van de Canopy Walk de dag ervoor besloten we ook vandaag met bomen te gaan knuffelen en nog een dagtour te maken door de Taman Negara. Nee opnieuw niet georganiseerd door moslimpapa en zijn handlangers, maar na het bestuderen van de omgevingskaart en het inschatten van ons eigen kunnen naar de top te lopen van Bukit Indah, een volgens de kaart 3.5 kilometer verderop gelegen uitkijkpunt. Na 130 miljoen jaar de tijd gehad te hebben om elke boom in de Taman Negara op de kaart gezet te hebben, zou je een zeer gedetailleerde omgevingskaart verwachten, echter zijn deze bosjesmannen en bosjesvrouwen waarschijnlijk met andere dingen bezig geweest dat bomen tekenen en bierbrouwen en moeten alle bezoekers het doen met een A4tje waarop de schaal van 1 op veel te veel een oerwoud van twee keer de provincie Utrecht is uitgetekend. Op hoop van zegen en bepakt met ieder drie liter water en een boterham met nepkaas begonnen we aan onze expeditie Ronbinson tocht. Het eerste gedeelte was makkelijk aangezien het precies dezelfde 1,5 kilometer was als de dag ervoor, maar vanaf het bordje Canopy Walk verdween het pad en moesten we onze Robinson krachten bundelen en onze creativiteit out of the box halen om een denkbeeldig pad te zien door de dichte jungle dat ons naar Bukit Indah zou leiden. We besloten het denkbeeldige pad te volgen, zeker omdat we aan het begin nog een touw zagen hangen en de eerste meters nog bestonden uit platgetrapte bosjes, maar na een uur gelopen te hebben werd onze verbeelding en creativiteit samen met het zweet ons lichaam uitgeperst en begonnen we toch sterke twijfels te krijgen of we wel op de goede weg zaten. Toen we bijna de hoop hadden opgegeven zagen we in de verte een half begroeid en naar bovenwijzend bordje waarop de letters de tekst Bukit Indah vormden. Het bordje stond omhoogwijzend wat betekende dat we bijna in een hoek van 90 graden tegen de rotsen op onze tocht moesten vervolgen. Gelukkig hingen er wel aan weerszijden touwen en konden we als ware bergbeklimmers naar boven klimmen. Na 500 meter op deze manier te hebben afgelegd en een aantal keren de droge grond onder onze voeten te hebben voelen wegglijden bereikten we de top van ons kunnen en de top van Bukit Indah.

We genoten van het niet spectaculaire uitzicht en de grote hoeveelheid insecten die op deze top leven en besloten na een kleine 10 minuten al naar beneden glijdend terug te keren naar de ingang van de Taman Negara. De tocht duurde en duurde maar en het water wat we dronken liep gelijk weer door onze porien ons lichaam uit. Zo doorweekt als we nog nooit geweest waren, echt alles was nat, kwamen we moe en uitgeput aan bij het bordje Canopy Walk. Na even uitgerust te hebben en onze 'dikbelegde' boterham te hebben opgegeten besloten we de 1,5 kilometer lange tocht naar de ingang van het park voor de 4e keer in 24 uur af te leggen. Na het korte boottochtje naar de overkant wrongen we onze kleding uit en genoten we van een langverwachte douche. De rest van de dag hebben we ons vermaakt met koude frisdranken en het regelen van een aantal essentiele zaken voor het vervolg van de reis.
De volgende ochtend begon de wekker alweer om zes uur te rinkelen en zetten we koers richting de enige bushalte van Kuala Tahan. We stapten iets later in in het overvolle minibusje die ons in de daaropvolgende anderhalf uur terugbracht naar de meest gezellige stad van Maleisie (Bleiswijk). In Bleiswijk hebben we na een uitgebreid ontbijt weer een van de luxe Maleisische bussen gepakt met bestemming Kuantan (3 uur). In Kuantan aangekomen bleek de bus met de volgende bestemming al klaar te staan en nog geen 10 minuten later zaten we in een luxe businessclass bus in onze kalfslederen stoelen onderweg naar Mersing. De busrit naar Mersing had maar 3 hoogtepunten (dieptepunten). Maurits die op de achterste stoel in de bus zat, schrok halverwege de reis van wat grommende en kuchende geluiden en het achter hem hangende gordijn wat in een ruk open werd getrokken. Wat bleek, gedurende de anderhalf uur dat we al in de bus zaten, bleek de bus niet een maar twee chauffeurs te hebben en de tweede buschauffeur lekker zijn roes lag uit te slapen achter de achterste stoelen.

Een ander dieptepunt kwam aan het licht nadat de slapende buschauffeur het stuur over had genomen en nog met de slaap in zijn ogen links en rechts alles probeerde in te halen en zijn voet vol op het gaspedaal zette om maar weer zo snel mogelijk het laatste stukje van zijn droom af te maken (hij droomde waarschijnlijk dat hij Michael Schumacher was). Het laatste dieptepunt van dit drie uur durende busritje (wat maakt een mens toch veel mee in drie uur) was het moment waarop we vastgeklemd aan de stoelleuningen (deze bus had namelijk geen gordels) tot de ontdekking kwamen dat er andere dingen over onze handen kropen dan de druppels angstzweet die ons lichaam verlieten. Het bleek de nicht en haar kinderen van meneer Kakkerlak te zijn die haar heil niet wat noordelijker in Thailand (zie verhaal Suratthani) maar wat zuidelijker in het vochtigere en warmere Maleisie zocht. Aangekomen in Mersing liepen we direct door van het busstation naar de haven om te kijken of we diezelfde dag nog door konden reizen naar onze eigenlijke eindbestemming Pulau Tioman. Helaas bleek de laatste boot al om 2 uur die middag te zijn vertrokken en ging de eerstvolgende boot weer om 5 uur 's ochtends, omdat we dat toch echt te vroeg vonden besloten we maar direct kaartjes te kopen voor de eerstdaaropvolgende boot, die van 8 uur. Na deze aanschaf gingen we op zoek naar een slaapplaats voor de komende nacht. Met onze goede ervaringen van het slapen in een dormitory in Singapore wilden we kijken of de omgeving in Maleisie net zo mooi is. Al snel vonden we Omar, een moslimpapa die ons wel van een stapelbed kon voorzien. We gooiden onze tassen af en gingen op zoek naar iets wat we al 3 dagen hadden gemist (jullie raden al vast wel wat). Die avond besloten we op tijd naar bed te gaan en een goede nachtrust te pakken. Sebas ging al vrij snel slapen en Maurits besloot nog een paar hoofdstukken te lezen in zijn spannende boek. Al snel werd het boek te spannend toen er levende wezens die niet in het verhaal thuis hoorden uti het boek en van onder zijn kussen naar boven kwamen zetten. Nee het was waarschijnlijk niet de familie Kakkerlak maar een ander irritant vies beestje waar we nog steeds niet van weten wat het is. Maurits die als een soort stripheld mee ging in het avontuur, gebruikte zijn boek om met de zwaartekracht de beestjes voor altijd als een zwarte vlek te vereeuwigen op de muur en al spuitend met giftige wolken insectenverdelger een rookgordijn probeerde te creeeren om op die manier te ontsnappen van dit hachelijke avontuur. Helaas voor hem waren het alleen verkenners die hij had vereeuwigd op de muur en wat volgde was een lange nacht waarin het leger van beestjes maar bleef oprukken.

Door alle strijdkreten en bloedvergiet werd Sebas uit zijn heerlijke droom weggerukt waarin hij droomde als een ware Rambo een einde te maken aan de invloed van insecten op de huidige wereld (waarschijnlijk een combinatie van een Cambodjaans bustrauma en de giftige insectenverdelgerdampen die door de lucht zwierven). Ontwaakt uit zijn droom vroeg hij maurits wat er gaande was en maurits legde de situatie uit. Bedenkelijk keek hij om zich heen en vond ook troepen oprukkende vieze beestjes rondom zijn flanken. Wat volgde was een lange nacht zonder slaap en hopen op het eerste ochtendlicht zodat we konden afdruipen van het slagveld. Nog voor zevenen liepen we weer richting de haven en wachten aldaar op de boot naar Pulau Tioman. De boottocht die ons naar Pulau Tioman bracht duurde ongeveer 2 uur, waarna we aankwamen op het strand van Tekek. We hadden gelezen dat het mooiste strand van het eiland zich aan de andere kant bevond. We werden al snel opgevangen door een vriendelijke jongen die ons wel met z'n 4-wheeldrive naar de andere kant wilde rijden. We besloten op z'n aanbod in te gaan en deelden met nog twee andere medereizigers (om de kosten te besparen) de laadbak van de jeep. De jeep bracht ons in 20 minuten door het bergachtige binnenland van Tioman wat tevens veel weghad van de Taman Negara. Sommige stukken waren zo stijl dat we bijna met onze benen omhoog in de laadbak zaten. We kwamen aan op de andere kant van het eiland, Juara genaamd en gingen op zoek naar een geschikte accommodatie voor de komende dagen en nachten. Na wat zoeken vonden we een kamer op een kleine 30 meter van het strand en begonnen ons te installeren. Omdat we de afgelopen nacht hadden doorgebracht tussen de beestjes besloten we eerst onze spullen eens goed uit te kammen op zoek naar deserteurs die wel toe waren aan een strandvakantie. Na wat deserteurs te hebben vereeuwigd op de tafel van ons verblijf besloten we een klein beetje nachtrust in te halen. Op dit eiland hebben we drie dagen doorgebracht om bij te komen van de afgelopen tijd en vulden we onze dagen met zo min mogelijk inspannende dingen. Het eiland is mooi en rustig en we hadden bijna een uitgestorven strand voor ons alleen.

Helaas kunnen we hier weinig gebruik van maken en wellicht is dat ook de reden van de rust. Het strand wordt namelijk bevolkt door weer een nieuw beestje tijdens onze reis, namelijk de zandvlo. Op zich zijn ze niet levensbedreigend, maar ze laten wel hun stempel achter op je huid wat zorgt voor veel jeuk en irritatie. Na drie dagen strand zijn de rode plekken inmiddels niet meer te tellen en hopen we dat het volgende strand minder verrassingen kent.
De volgende ochtend, vandaag 31 maart, vertrokken we dus naar het volgende strand. Helaas zijn in maleisie de afstanden groot, wat betekent dat je altijd een extra reisdag nodig hebt om ergens te komen. We begonnen vanochtend met een rinkelende wekker om 5:30 uur en opgefrist en wel (nog niet wakker) stapten we om 6:15 uur in de jeep die ons naar de andere kant van het eiland bracht. Voor onze chauffeur een zeer gezellige rit, aangezien wij het half uur (in stilte) gebruikteen om echt wakker te worden. Om zeven uur zou onze boot naar Mersing moeten gaan, maar waarschijnlijk had de kapiteit dezelfde opstartproblemen als wij en vertrok de boot pas om 8 uur. Anderhalf uur later kwamen we aan in de haven van Mersing en werden we door een schone moslimmama verleid bij haar busmaatschappij kaartjes af te nemen voor onze tweede bestemming van die dag, Kuala Terenganu. Haar verleidingtructs hadden succes mede omdat de vertrektijd van de bus ons de gelegenheid gaf rustig te ontbijten en ook de ritprijs binnen ons budget paste. Om 11:30 uur kwam de luxe bus aanrijden en het lijkt wel alsof in Maleisie elke rit meer beenruimte en luxe krijgt, want de stoelen zaten als gegoten. Wat volgde was een lange rit met de nodige gebedsstops (niet van ons maar van de chauffeur) die ons in zeven ur naar de plek bracht vanwaar we jullie dit verhaal ten gehore brengen.
Morgenochtend proberen we een bus te pakken naar Kuala Besut om daar vervolgens per boot koers te zetten richting Pulau Perhentian Kecil. Daar hopen we nog de nodige zonnestraaltjes op te vangen en ons lichaam te laten bijkomen van de marteling van zandvlooien en muggen van de afgelopen week. Zondag wanneer jullie allemaal op zoek zijn naar eieren gaan wij op zoek naar de juiste vervoersmiddelen om richting onze volgende bestemming te gaan, de Cameron Highlands. Hier hopen we twee dagen lang de hitte achter ons te laten en de frisse Maleisische berglucht op te snuiven en te genieten van wandelingen door bossen en theeplantages waar deze regio om bekend staat. Op 7 april zetten we alle zeilen bij om op tijd in KL te zijn om ma en pa van Zandwijk te begroeten na hun drie weekse reis door Indonesie. Na onze drie daagse onmoeting aldaar vliegen wij zelf op 12 april naar Tawau, het zuidelijkste puntje van Maleisisch Borneo. Vanuit KL hopen we weer onze belevenissen met jullie te delen en zullen we onze plannen presenteren voor de daaropvolgende weken.
Sebas maakt het nog steeds goed. Af en toe wat jeuk, maar gelukkig kan Maurits af en toe wat krabben. Voor het eerst in bijna vier maanden heeft hij 'heimwee' naar thuis, gezien het paaseieren zoeken wat hij moet missen en misschien nog belangrijker het missen van de belijdenis van zijn oudste zusje.
Maurits krapt zich helemaal rot, telde de dag voor het vertrek 39 vlooienbeten op een been. Hij is dus niet alleen geliefd bij de moslimama's, maar ook bij de miljoenen bewoners van Pulau Tioman die nog na zitten te tafelen en borrelen na het 3 daagse feestje. Buiten de rode vlekken maakt Maurits het goed, behalve dat hij Marjolijn mist, zeker nu ze hem wel dichtbij zich zou kunnen gebruiken.
Tot over een week!
Groetjes, Sebas en Maus
Ps. Door jullie ingepikte uurtje nachtrust is het nu weer zes uur tijdsverschil.
Reacties
Reacties
Ben er weer.....
Sla er wel een paar over, maar niet alles natuurlijk!!
Daar ben ik veel te nieuwsgierig voor!! ;)
C U
xxx
Jongens wat een lekker lang verhaal. Ik heb er van genoten, (geen leedvermaak hoor!) van alle moslimmama's en wandelingen, en bustochten. Zo maak je echt wat mee!! Wat een busritten, dat is echt met gevaar voor eigen leven. zielig hoor voor jullie al die beessies!
Succes met krabben en ik hoop dat jullie nu paar lekkere zonnige daagjes zullen hebben, zonder die afschuwelijke beestjes. En mooie dagen in deCameron Highlands. Bas en Maus, geniet er van. Ik denk aan jullie en ook sterkte hoor met het 'missen' van fam.
liefs Tea
Wat een spannend verhaal, vooral de beestjes, heb gewoon kippevel. De bustochten zijn ook een genot om te lezen. Gordels om, het lijk Ro wel. Tuurlijk willen wij jullie ook sponseren. Wij horen het wel. Jullie kaarten komen goed aan, echt heel leuk om te lezen. Bij Showpain is het een aanval op de kaart, iedereen wil hem lezen. Nog heel veel plezier samen, en geniet ervan. Liefs Lies
Het was weer een heel leuk verhaal! wat een tekst iedere keer,, maar is een goede opvulling van de lesuren op school =D Succes verder met de rest van de reis en natuurlijk succes met paaseitjes zoeken =D
Veel plezier en veel liefs
XX Mandy
Mooi verhaal weer!! we hebben er weer van genoten!
Ik hoop dat de jeuk inmiddels wat minder is! Morgen gaan wij onze camper Billy inleveren en nog maar 4 dagen aussie en dan vliegen we naar Nieuw-Zeeland.
Have fun!!
Dikke kus
MAUS JE BENT EEN EIKEL!!!
Je lieve vriendinnetje en mij zo laten schrikken... foei! Schaam je!
Achteraf vond ik het wel erg grappig :p
Voor de ontwetende meelezers: mijn reactie gaat niet over het verhaal, maar over een gemene 1 april-grap ;-)
Respect hes!!! :D
Jongens, een mooi reisverslag!!
Mijn naam is (paas)haas...
Sebastiaan en Maurits, leuke video'tjes! Ik krijg weer een beetje een indruk van wat jullie beleven.
Sebas, leuk je even te spreken jij op 2000 meter hoogte in Malasie en ik in het regenachtige Holland.
Het was even een getob om het voor elkaar te krijgen wat telefoonnummers, maar het is gelukt.
Fijne tijd gewenst daar in de Cameron Highlands!
groetjes Tea
jullie hebben ook wel pech met al die enge beesten,denk je af te kunnen koelen heb je weer zandvlooien brrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr.
groetjes martha.
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}