Harige vrienden, thee en de reunie
Lief dagboek,
Allereerst bedankt weer voor alle reacties die we hebben mogen krijgen op ons vorige verhaal! Het blijft leuk om te horen wat jullie van onze avonturen vinden! Bedankt ook voor het antwoord op de vraag wat voor beestje ons uit onze nachtrust heeft gehouden. Vooral het gedeelte over de eitjes en de lange levensduur heeft ons aan het denken gezet...
Het vorige verhaal kostte ons veel pijn en moeite om aan jullie te vertellen, niet door de jeukige avonturen, maar door de barre omstandigheden waarop wij het verhaal digitaal moesten maken. Vanwege tijdnood hadden we besloten het verhaal op Pulau Tioman helemaal met de pen op papier te schrijven en in Kuala Terenganu wilden we het in de computer zetten. Het enige internetcafe wat nog open was (om acht uur 's avonds) was 'Wild Zone', een cafe met ongeveer 50 computers en evenveel schreeuwende en moordende tieners die toen we het verhaal eindelijk in de computer hadden gezet allang op bed hadden moeten liggen. We hopen dat het schrijven van het verhaal in het vervolg iets makkelijker gaat en we overwegen om hiervoor zelfs een laptop aan te schaffen zodat we niet meer afhankelijk zijn van internetcafes en andere 'Wild Zones', waar we zelfs van alle tropische plekjes tot in de bezwete jungles kunnen werken aan ons boek.
Nadat we eindelijk ons verhaal in de computer hadden gezet sloeg de klok al bijna twaalf uur (snachts) en was het hoog tijd om naar bed te gaan. We hadden voor komende nacht onderdak gevonden in een guesthouse waar weinig over te vertellen valt, aangezien alle muren van beton waren, er alleen maar een bed in de kamer stond en we (zoals wel vaker het geval is in Maleisie) moesten douchen in een shared bathroom op de gang. In ieder geval zaten er geen beestjes en konden we weer eens een nachtje rustig slapen.
Totdat onze wekker ging, om zeven uur... We hadden plannen om die dag door te reizen naar Pulau Perhentian, maar om daar te komen moesten we eerst van Kuala Terenganu met de bus naar Kuala Besut, een ritje wat ongeveer 3 uur zou duren. We wisten niet precies hoe laat de bus ging, maar gokten erop dat deze met grote regelmaat zou rijden. Op het busstation aangekomen, het was inmiddels kwart voor acht, bleek de bus net om half acht te zijn vertrokken en de volgende bus zou pas vertrekken rond tien uur. In de Lonely Planet lazen we dat een taxi naar Kuala Besut 60 ringit zou kosten (15 euro) en stapten met dat gegeven op de eerste de beste taxichauffeur af. De beste man had de Lonely Planet uit 2005 echter niet gelezen en vroeg een veel hogere prijs voor het ritje. Na wat geprobeerd te hebben om af te dingen en de beste man niet lager wilde gaan dan 80 ringit besloten we de komende twee uur maar wachtend door te brengen op het busstation. Na tien minuten wachten kwam de taxichauffeur weer aangelopen en deed ons een laatste voorstel, hij wilde ons voor 60 ringit wel naar Kuala Besut brengen (wachten loont!). Het was wel een hoop geld, zeker als je het vergelijkt met de prijs van de bus die twee keer zo laag ligt, maar we zouden dan wel in anderhalf uur tijd op de plaats van bestemming zijn, iets wat erg aanlokkelijk klonk. We besloten dus maar eens voor het comfort te kiezen in plaats van voor het geld en stapten in de taxi (overigens vragen we ons nog steeds af of de man wel een taxirijbewijs had). Wat volgde was een rit om leven en dood (alsof we ergens op tijd moesten zijn en de boot nog moesten halen, nou moesten we de boot wel halen die dag, maar die zou tot half zes smiddags vertrekken). De taxichauffeur voelde waarschijnlijk zijn adrenaline al opkomen voor het paasweekend, want dan staat Maleisie in het teken van de Grand Prix in Kuala Lumpur. De chauffeur ging bijna iedere keer op de rechterweghelft rijden (ze rijden hier links) om dan de bocht in de ideale lijn in te kunnen gaan. Op zich prima als je het uiteinde van de bocht kunt zien, maar de bochten in Maleisie zijn meestal zo scherp dat je niet verder kan zien dan twee meter voor je motorkap. Naast zijn knappe bochtenwerk wilde hij ook zijn accelaratievermogen testen en trapte zijn automaat tot op de bodem in, wat resulteerde in een toerentellermeter die in het rood belandde, een benzinemeter die alsmaar naar beneden zakte en een snelheidsmeter die in de bochten een kleine 160 kilometer per uur aangaf. Volgens ons kon dit rijgedrag niet uitblijven zonder ongeluk. Gelukkig, afgezien van wat bijna ongeluk-momenten, hebben we deze Grand Prix overleefd en een uur en twintig minuten later stonden we met onze tassen in Kuala Besut, uiteraard wilde de taxichauffeur wel even vol trots vertellen dat hij zijn snelheidsrecord met tien minuten had verbroken. Wij, groen en wit uitgeslagen, konden niet zoveel geven om deze mededeling. Het was nog voor tienen toen we op zoek gingen naar kaartjes voor de boot naar Pulau Perhentian. In de Lonely Planet stond aangegeven dat er zowel speedboten als slowboats naar de eilanden gaan. Aangezien wij die dag al een flinke tijdswinst hadden geboekt en de snelheid nog zorgde dat onze maaginhoud zich ergens tussen onze keel en boven ons twaalfvingerigedarm bevond besloten wij te kiezen voor een slowboat en vervolgden onze weg naar een van de vele touroperators om kaartjes aan te schaffen voor deze vaart. 'Nee meneer, slowboats varen al drie jaar niet meer, alleen speedboats kunnen u naar het eiland brengen', toen we dit hoorden wisten we het zeker, onze steun en toeverlaat en bron van informatie tijdens deze reis (de Lonely Planet) was van een datum die niet klopte met dat wat er op de kaft stond (namelijk 2010) en we hebben sterke twijfels of deze uberhaupt na het millenium was uitgegeven. Er zat niets anders op en we moesten wederom ons ontbijt onderdrukken om niet naar de oppervlakte te komen. De speedboot was uitgerust met twee grote 200 pk motoren die samen zorgden voor veel (negatieve) g-krachten en onze loszittende huidflappen deden flapperen in de wind (je weet wel van zo'n windtunnel). Een kleine drie kwartier later stonden we met onze voeten in de zee en moesten we met onze tassen boven het hoofd rennen voor de opkomende hoge golven. De boot had ons een kleine vijf meter van het strand gedropt, omdat hij te diep lag om bij de kust te komen. Met natte broek konden we beginnen aan weer een nieuwe zoektocht naar een geschikt guesthouse met zeker geen beestjes.

Om ons heen kijkend zochten we naar de weg die ons naar de guesthouses zou leiden, maar al snel kwamen we erachter dat deze weg net zo onzichtbaar was als het pad dat ons leidde door de Taman Negara. We moesten de tocht vervolgen over het strand en al badgasten ontwijkend, springend over spelende kinderen (sorry Lies, ik heb er geen geraakt) liepen we naar het eerste guesthouse. Het guesthouse had nog een kamer vrij voor een bedrag boven ons budget, maar we besloten toch maar een kijkje te nemen en kwamen terecht in een kamer waar zojuist een bom was ontploft en de vorige bewoners duidelijk fans van wiet en Bob Marley huis hadden gehouden. De kamer was op zich goed, we konden in ieder geval tussen de rommel geen beestjes ontdekken, maar waren overtuigd dat we voor hetzelfde geld beter konden krijgen en dat de housekeeping de kamer voor volgende week never nooit niet schoon zou kunnen krijgen. Op naar guesthouse nummer 2, opnieuw over het strand (in de brandende hitte met backpacks op over het strand hobbelen is geen aanrader voor je schone t-shirt en je vochtgehalte), stonden we in een kamer even duur als de eerste, maar het scheelde niet veel of je sliep buiten (gaten in de muur, de badkamer was niet meer dan een tuinslang aan een haakje en het muurtje tussen de badkamer en de kamer was 50 cm hoog, wat op zich best gezellig kan zijn wanneer de ene uitslaapt en de ander zijn vrije uurtjes doorbrengt op de toiletpot die zich op een straal van een meter van het bed bevond). Al snel verlieten we deze plek en klonk het strand met backpack aantrekkelijker dan hier een nacht door te brengen. Op naar guesthouse nummer 3. Deze was in geen velden en wegen te bekennen, dus op naar guesthouse nummer 4. Deze lag niet direct aan het strand en we waren genoodzaakt eerst een redelijk stijle heuvel te beklimmen die begroeid was met boomwortels (ook geen pretje met backpack). We kregen twee kamers te zien, een duurdere en een goedkopere en zagen tussen beiden weinig verschil (op de dode kakkerlak na die op de vloer van de goedkope kamer lag) en besloten daarom aan ons budget te denken en voor de goedkopere optie te gaan (liever een dode kakkerlak op de vloer dan tien levende kakkerlakken op je kussen). De kamer was niet meer dan een twijfelaar met muskietennet en een ventilator die alleen maar werkte tussen kwart voor zeven savonds en acht uur sochtends (net als alle electriciteit op dit eiland).

We gooiden onze tassen neer, trokken onze zwembroeken aan en spoelden het zweet weg in de zee. Een zee die zo helder was als water zijn kan, het strand had een bijpassende kristalwitte kleur en het belangrijkste was er waren in geen velden en wegen zandvlooien te bekennen. We hadden al gelezen dat de zee aan deze kant van het eiland (ja er is ook nog een andere kant, het is namelijk een eiland) nogal ruw kan zijn in deze tijd van het jaar en wellicht zwemmen je onmogelijk kon maken. Dat hebben we geweten ook. Ondanks het mooie weer stonden er golven van twee meter hoog en een sterke stroming die ons evenwijdig aan het strand meesleurde, zodat we af en toe over het strand terug moesten lopen om dit ritueel weer te herhalen. De rest van de dag deden we weinig en genoten van onze vroege aankomst en om een uurtje of zes besloten we het voor gezien te houden en het zout van de zee van ons af te gaan spoelen onder de douche bij het guesthouse. Sebas stond zich al lekker in te zepen toen Maus het benauwd kreeg. Inmiddels helemaal uitgekleed en wel draaide hij zich om zijn zeepje op te rapen die op de grond was gevallen en kwam op die manier oog in oog te staan met 'Bruce'. 'Bruce' was een echte machoman en met gespierde behaarde armen observeerde hij Maurits van top tot teen. Even voor de duidelijkheid 'Bruce' had acht armen en een lijf van vier centimeter, maar leek met poten en al toch zeker wel een centimeter of twaalf. Maurits die al helemaal uitgekleed was besloot zijn douche voort te zetten in het bijzijn van de gespierde en behaarde machoman, terwijl Maurits hem met een oog observeerde (zoals 'Bruce' dat met twee ogen deed). Nog eerder dan Sebas kwam Maus uit het hokje zetten en ging op weg terug naar de kamer om zijn camera te gaan halen (het resultaat zien jullie hieronder).

Na dit avontuur hebben we de avond al etent doorgebracht in een van de strandtentjes en gingen we om tien uur huiswaarts om deze dag in onze dromen te gaan verwerken. De electriciteit was inmiddels aangezet, waardoor het enige kleine lampenbolletje van onze kamer het deed en ons van net genoeg licht voorzag om ons de contouren te laten zien van twee mooie rond gevormde vrouwelijke bollen die ons vanuit de hoek van de kamer aanstaarden, het was 'Wanda', onze wandspin voor die avond. 'Wanda' had brede heupen en was minstens een centimeter groter dan 'Bruce' (die we al te groot vonden). Tja, wat doe je met een spin die zo groot is als je hand en je niet weet of deze giftig is? Lekker laten zitten, je ogen sluiten en hopen dat ze morgen weg is!!
De volgende ochtend gluurde Sebas om de hoek (Maus durfde het inmiddels niet meer) en concludeerde dat 'Wanda' was gevlogen. Maus slaakte een zucht van verlichting en stapte relaxed zijn bed uit en liep de veranda op, al wrijvend over de elleboog van zijn rechterarm. 'Kijk Sebas, dat is raar, mijn hele elleboog zit onder de rode en witte bultjes, zal toch een mug onder de klamboe hebben gezeten'. Sebas die meer zicht had dan Maus bestudeerde zijn elleboog en moest concluderen dat niet alleen zijn elleboog te grazen was genomen, maar zijn gehele bovenarm en rechterschouderblad onder de rode en witte bultjes zat.

Al gissend naar de oorzaak stapten we op de beheerster van het guesthouse af en lieten we het slagveld zien. De humeurige beheerster gebood direct een van haar onderdanen alles in de kamer te reinigen en het beddengoed te verschonen (iets wat waarschijnlijk een week geleden voor het laatst gebeurd was). Maar daar kon het niet aan liggen zei ze, ze was overtuigd dat het slagveld was aangericht door de zandvlooien die we volgens haar op het strand niet konden zien, maar er wel waren. Vertrouwend dat na de grote schoonmaak het komende nacht wel beter zou gaan (want volgens ons lag het toch echt aan de kamer), trokken we onze zwembroeken weer aan en maakten we ons klaar voor een lange dag op het hagelwitte strand van Pulau Perhentian Kecil. Omstreeks half zeven zat onze werkdag er weer op en waren we genoeg bijgekleurd om ons te trakteren op een vrije avond. Vermoeid van de drukke dag zochten we weer een restaurantje op om de avond al etent door te brengen. Toen we die avond weer bij onze kamer aankwamen werd Sebas als eerste naar binnen geduwd voor een grondige inspectie op de aanwezigheid van 'Wanda'. Toen hij de geruststellende woorden had gesproken dat ze wederom op dezelfde plek zat als de avond ervoor, durfde Maus het slaapvertrek te betreden, niet wetend dat achter de deur nog een derde insluiper zat (Maus kijkt op het moment van schrijven verschrikt uit zijn ogen, want heeft dit nooit geweten). De volgende ochtend was 'Wanda' weer gevlogen en we stapten ons bed uit. Maurits ontdekte tot zijn schrik dat naast zijn rechterarm nu ook zijn linkerarm sporen begon te vertonen van witte en rode bultjes. We kregen steeds meer twijfels over de oorzaak hiervan en zouden dat die dag maar eens gaan bedenken, terwijl we genoten van onze laatste drukke werkdag op Pulau Perhentian Kecil. Ons takenlijstje die dag had een aantal extra taken, zoals het aanschaffen van nieuwe zonnebrand omdat de oude de dag ervoor op was gegaan, foto's nemen van het strand om Nederlandse werknemers jaloers te maken en tickets te regelen voor onze volgende bestemming. De dag was snel voorbij en resulteerde in twee uitgelezen boeken en alweer een halflege zonnebrandfles.

Alhoewel we in de afgelopen drie dagen geen enkele zandvlo gezien hebben, ziet Maus er na deze dagen uit alsof hij de waterpokken heeft en zijn zijn beide armen en benen, zijn rug en plekken waarop jullie het niet willen weten bezaaid met rode en witte bultjes. Het moeten bijna wel zandvlooien zijn, aangezien het op het strand erger wordt. Het vreemde is alleen dat Sebas geen enkel rood bultje op zijn lichaam heeft (Maus denkt dat hij lekkerder is dan Sebas, Sebas geeft hem hiermee, zo wijs als hij is, maar gelijk in).
De volgende dag, eerste paasdag, zochten we geen eieren (Maus probeert nog steeds Sebas duidelijk te maken dat hij echt geen eieren heeft verstopt in zijn backpack, maar fanatiek zoals hij is opgevoed, keert Sebas zijn backpack helemaal ondersteboven met de hoop een flinke buit te voorschijn te halen), maar zochten we onze spullen bij elkaar en stonden we om half acht op het strand, niet om bij te bruinen, het regende namelijk, maar om de boot te halen die ons terugbracht naar Kuala Besut. Toen de boot zo'n beetje tien kilometer bij het eiland vandaan was en nog tien kilometer naar het vasteland te gaan had, stopte de kapitein de motoren abrupt en klonken er vreemde geluiden uit een van de 200pk motoren. Alle passagiers van de boten die tegelijkertijd met ons vertrokken waren naar het vasteland voeren al lachend en wijzend voorbij en lieten ons op volle zee achter. Na verwoede pogingen de kapotte motor weer aan de praat te krijgen gaf de kapitein de hoop op en scheurden we op 100 pk verder naar het vasteland. Gelukkig had hij nog genoeg paardekracht om de hem zojuist gepasseerde boten weer in te halen, zodat wij de lachende laatste waren. Nadat we weer voet hadden gezet op het vasteland moesten we nog een klein uurtje wachten op de minibus die ons naar Tanah Rata bracht, het epicentrum van de Cameron Highlands. De Cameron Highlands is een uitgestrekt gebied gelegen op grote hoogte (1500 tot 2000 meter) waar het aanzienlijk koeler is dan in de rest van Maleisie waardoor het gebied uitermate geschikt is voor het verbouwen van groenten en fruit en bovenal de wereldberoemde Cameron Highlands thee die jullie waarschijnlijk elke ochtend drinken in Nederland. Dit gebied is door haar koele klimaat geschikt voor wandelingen en dus ook de reden dat wij dit gebied gaan bezoeken.
De bijna lege minibus scheurde over de bochtige snelweg en belandde achteraan in de file (de eerste in Azie, er moest wel iets heel ernstigs aan de hand zijn, zeker omdat enkele minuten daarvoor met zwaaiende sirenes een ambulance was gepasseerd). De stoet reed druppelsgewijs verder en uiteindelijk zagen we de oorzaak van deze file, namelijk twee auto's die op dramatische wijze in aanraking waren gekomen met elkaar en een frontale botsing hadden gehad. Bebloede mensen aan de ene kant van de weg, waarschijnlijk dode en beknelde mensen in de greppel aan de andere kant van de weg vervolgden wij onze tocht richting Tanah Rata. Terwijl we terug dachten aan onze tocht op leven en dood in de taxi die we vanaf Kuala Terenganu naar Kuala Besut hadden genomen vonden we het niet zo vreemd dat dit soort ongelukken gebeuren. De Maleisiers rijden als gekken! Gelukkig zonder kleerscheuren kwamen we rond half vier aan in Tanah Rata en werden we door onze minibus afgezet bij een guesthouse. Bussen zetten wel vaker mensen af bij bevriende guesthouses, vaak zijn dit dure resorts waar wij niets te zoeken hebben. Dit geval was anders en bij het horen van de prijs wilden wij wel eens een kijkje nemen in de kamer. We volgden de medewerkster en daalden de vallei in op weg naar iets wat leek op een van de overblijfselen van de overheersing van Japan tijdens de tweede wereldoorlog. Het waren een stel halfronde vergane barakken die dienst deden als hotelkamer.

De kamer verbaasde ons in positieve zin, ook al slapen we op een harde plank, ruikt het binnen naar sporen van urine en hebben we geen eigen badkamer tot onze beschikking. Wij zijn tevreden met ons paleisje, mede omdat we tot nu toe nog geen enkel beestje of harig huisdier zijn tegengekomen. We besloten de kamer te nemen en onze spullen te pakken die nog in de minibus achter gebleven waren. Gelukkig was onze vriendelijke chauffeur (Saddam H.) nog niet vertrokken en lachte hij vriendelijk recht in de camera (zie hieronder het resultaat van Saddam H. 'We've got him ladies and Gentleman', hij is tegenwoordig taxichauffeur in Maleisie)

Nadat we onze spullen hadden geinstalleerd en een verlaten lunch hadden genuttigd hebben we de rest van de avond doorgebracht met het schrijven van een deel van dit verhaal. Om tien uur ging bij ons het licht uit en maakten we ons klaar voor de volgende dag.
De ochtend van tweede paasdag kwam laat op gang en na het ontbijt liepen we rond tien uur de stad in op zoek naar het toeristeninformatiebureau. Een half uur zoeken later hadden we het bewuste kantoor nog steeds niet gevonden en geheel tegen de mannelijke natuur in is Sebas maar aan een vrouw de weg gaan vragen. De vrouw deelde mee dat het door ons gezochte toeristenkantoor niet meer bestond en dat er alleen nog private toerbureaus aanwezig waren. Ondertussen kennen we deze toerbureaus en je komt nooit met lege handen daar weg (wel met een lege portomonee), dus besloten we onszelf maar te gaan beraden over de verdere mogelijkheden voor die dag. Gelukkig hadden we de Lonely Planet uit 2005 nog steeds niet weggegooid en staan hier 13 wandelroutes in die zonder gids te volgen zijn. Bij veel van deze wandelingen stond beschreven dat de route niet makkelijk zou worden, omdat het onderhoud te wensen overliet en we besloten dus maar om een makkelijke route uit te kiezen. Het eerste gedeelte van de route begon makkelijk over verharde paden, maar al snel werd het lastiger toen het bordje aangaf dat we onze weg moesten vervolgen recht op een begroeide heuvel.

Na tien meter geklommen te hebben was er niets meer van het pad zichtbaar en besloten we om te keren om nog meer in niveau te zakken en voor het meest simpele pad te kiezen dat het gebied rijk is. Pad 9A, het simpele pad, leidde ons langs watervallen die niet het niveau haalden met wat we tot nu toe gezien hadden en bracht ons langs de uitwerpselen van de regio gezien de enorme rioolpijp die het pad vergezelde. Het eerste gedeelte van het pad was inderdaad makkelijk te volgen, maar na een klein kwartier kwamen de eerste hindernissen en de rest van het pad moesten we survivalen over grote boomstronken, kleine waterstroompjes en glibberige aardverschuivingen. Over de volgende anderhalve kilometer deden we dan ook ruim een uur en als we geen mensen voor ons hadden lopen hadden we ook niet geloofd dat het pad hier verder ging. Na een hoop geploeter en gezwoeg bereikten we de verharde weg en besloten we koers te zetten richting het powerstation vanwaar we de bus terug naar Tanah Rata konden nemen. Na een kilometer gelopen te hebben, begonnen we toch aan onszelf en ons richtingsgevoel te twijfelen en hadden we heimwee naar ons kompas die ons eerder in de reis in de steek had gelaten. We besloten als echte mannen toch maar door te lopen en ons niet te laten kennen. Inmiddels wisten we zeker dat we de verkeerde kant op waren gelopen (aan de stand van de zon en de mosgroei op de noorderlijke kant van de bomen) en dat deze weg ons leidde naar een van de vele theeplantages. Iets wat we ook nog op ons lijstje hadden staan om te bezoeken in de Cameron Highlands. Na anderhalf uur gelopen te hebben doemde in de verte een bord op 'welkom bij Boh's Tea Estate, visitors centre 2 km, closed on Monday'.

Vandaag is het tweede paasdag, wat al heel wat jaren op een maandag valt... Met pijn in ons hart en vooral in onze benen moesten we concluderen dat we de anderhalf uur durende route voor niets hadden gelopen, maar zoals het echte mannen betaamd moet je een bord nooit geloven en uitgaan van je gevoel en dus gewoon doen alsof je neus bloed (want welke theeplantage gaat er nou op tweede paasdag dicht) en we besloten ons instinct te volgen en de twee kilometer naar Boh's tea estate af te leggen. Vermoeid kwamen we boven, helaas had het bord toch gelijk (wij mannen kunnen onze fouten ook toegeven) en was er geen kopje thee te krijgen. Enigste wat we boven konden doen was nog 150 meter verder klimmen naar een uitkijkpunt en een rondje lopen door de theefabriek waar op dat moment hard gewerkt werd. Na wat genoten te hebben van het uitzicht en ons tegoed te hebben gedaan aan de meegebrachte chips (het was inmiddels al ver na lunchtijd) besloten we toch onze weg naar beneden weer te vervolgen en nu wel de goede kant op te lopen richting de bus naar Tanah Rata. Twee uur later stonden we langs de kant van de weg te zwaaien naar elke bus die langsreed. Uiteindelijk stopte er iemand die ons wel wilde meenemen en 20 minuten later stonden we waar we die dag waren begonnen. Diezelde avond besloten we een bezoekje te brengen aan een kapper gezien dit voor Sebas alweer 9 weken geleden was en Maus, die zelf zijn hoofd af en toe nog wat bewerkt, had last van de langgegroiede moeilijk bereikbare haartjes in zijn nek en rond zijn oren. ‘s Avonds heeft Sebas nog wat geskyped met familie en rond 12 uur hield de dag ermee op.
De volgende ochtend wilden we nog meer van de omgeving zien en besloten we met de bus naar een andere theeplantage te gaan, de oudste en grootste in de regio die op dinsdag open was (van te voren gecheckt). Op het busstation moesten we een half uur wachten op de bus die om half elf zou vertrekken. Half elf was er nog geen bus aan de horizon te ontdekken en om elf uur kwam de trieste mededeling dat de bus al de hele ochtend kapot op het busstation stond en ons niet naar onze bestemming kon brengen. Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen besloten we een taxi te nemen. Omdat de taxikosten redelijk hoog zijn besloten we een ander wachtend Nederlands stel een taxi te delen en zo op weg te gaan naar de theeplantage. Op de theeplantage kregen we een korte en bondige rondleiding door de fabriek (7 minuten precies) en genoten we van heerlijke verse thee en trakteerden we onszelf op een stukje aardbeientaart.

Na een uur te hebben gestaard over de groene theevelden zochten we onze Nederlandse medereizigers op en wilden we weer terug naar Tanah Rata. Het andere stel had echter nog andere plannen en wilden dolgraag nog een aardbeienkwekerij zien en aardbeien plukken. We hadden die dag nog genoeg tijd over en besloten het stel te volgen en koers te zetten richting de zoete sappige rode vruchten. De kwekerij zelf stelde niet zo heel erg veel voor, een hoop plantjes met weinig aardbeien, maar het hoogtepunt van dit bezoek vonden we in het restaurant van de kwekerij waar ze heerlijke ijsjes aanboden met verse aardbeien en verse aardbeiensaus. Hier waren wij wel voor in en genoten als kleine kinderen van de tongstrelende combinatie van heerlijk roomijs met verse zoete sappige rode aardbeien. Uiteraard werd dit goedje afgemaakt met een flinke dot opgeslagen room.

Na deze traktaktie voor de maag was het weer tijd om terug te gaan naar Tanah Rata waar we nog twee uur de tijd hadden om wat te eten en nog wat te relaxen voordat onze bus zou vertrekken naar KL (Kuala Lumpur). Om half vijf zaten we bepakt en bezakt in de gammele bus en startte de chauffeur zijn bulderende monster waardoor benzinedampen opstegen die gedurende het eerste uur van de rit zover ons reukorgaan in dreven dat we allebei bedwelmd genoten van de roze wereld om ons heen. Rond negen uur reden we de hoofdstad van Maleisie binnen en de bus stopte in het kloppende hart van Chinatown waar we een aantal weken daarvoor op weg naar Jerantut ook al waren geweest. De zoektocht naar een geschikt guesthouse kon voor de zoveelste keer weer beginnen en besloten onze opties die we hadden aangekruisd in de Lonely Planet af te gaan. De eerste optie bracht ons naar een klein deurtje waar we moesten wachten totdat de deur open gedaan zou worden. Na vijftien keer aanbellen was Maus het zat en schreeuwde vanuit z'n tenen een aardige Nederlandse begroeting naar boven. Hier werd direct op gereageerd en als een ware 'sesam-open-u' ging de deur op commando open. Boven gekomen, nadat we een survivaltocht over de met slippers bezaaide trap hadden overwonnen werden we direct vriendelijk begroet door een aantal met rasta haren beklede hoofden. Nadat zij weer verder gingen met gitaarspelen, rookwolkjesblazen en springen door de kamer richten wij ons tot de met Afro beklede jongeman die daar waarschijnlijk werkte en vroegen of hij nog een kamer vrij had. Natuurlijk had hij dat en hij bracht ons vier verdiepingen hoger naar een klein hokje met twee bedden wat ze hier kamer noemden. Onderweg naar boven passeerden we diverse openstaande deuren en zagen tafarelen die het daglicht niet konden verdragen, moesten we over gitaarspelende rastafaries heenstappen en slalommen om wietrokende hippies. We leefden niet meer in een roze wereld en de benzinedampen waren ons al ontvlogen en we besloten zo snel mogelijk het pand te verlaten en te zoeken naar optie 2. Onderweg naar optie 2 werden we aangesproken door een met consumptie pratende lange jongen die vol trots vertelde over zijn guesthouse met dakterras waar hij ‘s avonds gitaar speelde en dat we daar zeker een kijkje moesten nemen. We besloten de gok te wagen en waanden ons door het drukke Chinatown op weg naar het backpackers Eden, zoals hij het zelf had genoemd. Hier hetzelfde tafareel, heel veel slippers en rondhangende hippies. Echter hoorden we geen gitaren en roken we geen wiet en ook al was de kamer niet meer dan twee bedden en een hangende schuifdeur waarbij het slotje de hele tijd op de grond viel. We besloten deze kamer te nemen en het voor een nachtje aan te kijken.

Even later zaten we in de Mc Donalds ons diner weg te stouwen toen we tot de conclusie kwamen dat we een verkeerde keuze hadden gemaakt en in Kuala Lumpur toch ons budget wat hoger hadden moeten inzetten. We besloten diezelfde avond nog een optie 3 te kiezen om niet die nacht, maar de vijf daaropvolgende nachten in door te gaan brengen. Die avond schoven we de deur achter ons dicht en het bed voor de deur (aangezien het slot het had begeven) en probeerden we het bed niet uit te drijven door het zweet dat van onze rug liep. De volgende ochtend waren we zelden zo blij dat het alweer ochtend was, pakten we onze tassen in, maar gingen eerst nog even op zoek naar een ontbijtgelegenheid. Alhoewel we echt niet van plan waren om naar de Mc Donalds te gaan zagen we geen beter restaurant in Chinatown en kozen uiteindelijk toch voor een Mc Ontbijt. Toen we het restaurant binnenliepen konden we het niet geloven en viel onze mond open van verbazing, want wie zat daar aan een tafeltje zijn ontbijtje weg te schuiven (Nee het was geen Barrack Obama, Elvis Presley of Michael Jackson), het was onze grote vriend de Duitser uit Kanchanaburi, tweede week Thailand (in het verhaal niet genoemd, maar onze eerste echte reisvriend van 66 jaar). Gedurende de afgelopen vier maanden hebben we al regelmatig gesproken over het feit dat we hem nog een keer zouden tegenkomen en daar zat hij dan aan zijn hamburger in hartje Kuala Lumpur, vier maanden later! Hoe kan het toeval groter zijn dan op deze manier (we wilden immers niet eens bij de Mc gaan onbijten). Toen hij ons zag verslikte hij zich in zijn Mc Muffin, werden zijn ogen groot en slaakte hij een Duitse kreet van vreugde (HALLLLO, Meines Niederlandische freunden aus Kanchanaboeri). We konden alle drie niet geloven dat het lot ons bij elkaar heeft gebracht voor deze reunie van vreugde in nog een van de mooiste plekken op aarde ook (de Mc Donalds). Na het korte weerzien moest hij alweer bijna zijn spullen gaan pakken, gezien het feit dat zijn vlucht overmorgen alweer vertrekt naar Duitsland. Na deze dag zo goed begonnen te zijn haalden we onze tassen op uit het guesthouse en vetrokken we naar het eerdergekozen twee sterren hotel. Die dag hadden we een belangrijke taak op het programma. Het wordt in onze reis steeds lastiger om tijd te vinden om jullie op de hoogte te houden van onze avonturen en we kunnen niet altijd meer een dag ervoor inplannen en hebben dus besloten niet het weblog links te laten liggen, maar onze credit card te trekken en onze bagage uit te breiden met een heuse laptop (wel te verstaan een minilaptop).

Vanaf deze laptop brengen we jullie tot het einde van de reis op de hoogte van onze avonturen, maar zo ver was het nog niet, want we moesten eerst vijf verdiepingen vol minilaptops afstruinen op zoek naar de goedkoopste en beste optie. We begonnen om half twaalf op de bovenste verdieping en uiteindelijk, na veel overleggen en onderhandelen werden om twee minuten over half vier op de onderste verdieping de handen met de verkoper geschud en waren wij de trotse ouders van onze nieuwe zwarte telg, een zoon van 1,2 kilo en 10,1 inch groot. We noemen onze zoon 'Eppi'. Om dit heuglijke feit te vieren besloten we een bezoek te brengen aan het nabijgelegen Times Square Shopping Centre en bezochten we ons favoriete restaurant voor een snelle lunch en genoten we van de overweldigende commerciele rompslomp die het centrum rijk was. Dit is een van de grootste shoppingmalls van Maleisie en binnenin bevinden zich onder andere het grootste indoorpretpark van Maleisie, compleet met achtbaan met louping en kurkentrekker, bioscoop met 18 zalen en een hoop ander Aziatisch entertainment waar wij westerlingen weinig van begrijpen. Om even uit te puffen besloten we halt te houden in een van de bioscoopzalen en te genieten van het geweld van de film Clash of the Titans. Na de film renden we door het drukke centrum van KL terug naar ons hotel, zodat Maus op onze nieuwe laptop Eppie Marjolijn kon spreken. Na dit geslaagde gesprek besloten we ervoor te kiezen om weer een punt van ons verlanglijstje in Azie af te strepen (drie keer op een dag eten bij de Mc) en te zwichten voor een Amerikaanse hamburger. Tegen twaalven kropen we in onze zachte boxspringbedjes en vielen onder het genot van onze airco in dromenland en werden pas deze ochtend om 11 uur wakker (we hebben geen raam in de kamer, waardoor het 24 uur per dag donker is en omdat we geen ventilator hebben die dag en nacht herrie staat te maken konden we eindelijk eens een keertje echt uitslapen).
Vandaag hebben we niet heel veel op het programma, maar hebben de dingen die we moeten doen wel een hoge prioriteit, zoals dit verhaal schrijven, foto's uploaden en later vanavond pa en ma van Zandwijk begroeten die na hun reis door Indonesie voet zullen zetten op Maleisische bodem, iets waar wij al een aantal weken naar uitkijken. Dit emotionele weerzien zal rond ongeveer negen uur plaatsvinden. De rest van de avond zal naar alle waarschijnlijkheid zich in een van de restaurants van de stad voltrekken.
Met pa en ma van Zandwijk hopen we de komende dagen de stad KL te verkennen, waarin uiteraard de Petronas torens hoog op ons verlanglijstje staan. Na pa en ma van Zandwijk drie dagen uitgehoord te hebben over Indonesie zullen zij op 11 april alweer vertrekken naar Nederland, waarbij jullie, de lezers, ze natuurlijk met spandoeken en welkom thuis feestjes gaan begroeten op Schiphol (Corne en Harm, jullie hebben de leiding). De dag na het vetrek van Maus z'n ouders pakken wij ook het vliegtuig, niet naar huis, maar naar Tawau waar onze reis door Maleisisch Borneo zal beginnen. Allereerst hopen we in Semporna een aantal onvergetelijke duiken te maken en mogelijk zelfs een duik te maken in Sipidan (we staan op een wachtlijst), aangezien dit een van de mooiste duiklocaties ter wereld is. Vervolgens reizen we door naar Sandakan om vandaaruit een bezoek te brengen aan het Kinabatangan National Park, waar we drie dagen en 2 nachten op Spartaanse wijze door gaan brengen in de diepe jungle en onszelf blootstellen aan de gevaren die dit met zich meebrengt. Als we dit overleven hopen we daarna een bezoek te brengen aan het Sepilok Urang Utang Rehabilitation Centre waar we aapjes gaan kijken (nee, Marjolijn ze zijn te groot om mee te nemen en tevens beschermd, misschien neemt Sebas er op 26 juni een voor jou mee). Na dit bezoek zetten we koers richting Kota Kinabalu waar we op rond 23 april ons letterlijke hoogtepunt van de reis gaan bereiken en Mount Kinabalu gaan beklimmen, de hoogste berg van Zuid-Oost Azie met 4095 meter. Deze tocht zal ons twee dagen bezighouden waarbij we zelfs snachts moeten klimmen op bij zonsopkomst het landschap vanaf de top gade te slaan. Na wat relaxdagen in Kota Kinabalu stappen we op 27 april in het vliegtuig, wat ons naar het laatste nieuwe land van onze reis gaat brengen, Indonesie. We landen in de hoofdstad Jakarta vanwaaruit we zo'n twee weken door Java zullen gaan trekken, door zullen reizen naar Lombok, daar te duiken en 2 weken door te brengen om vervolgens in 2 weken Komodo en Flores te bezoeken, waarna we terug zullen vliegen naar Bali om daar nog 2 weken echt vakantie te vieren om dan nog 2 dagen in Singapore te blijven en de overblijfselen van ons budget er doorheen te jassen.
Sebas is blij dat hij door de zandvlooien is ontzien op Perhentian en zijn huid nog mooi en gaaf is. Helaas had hij op dit eiland te maken met een probleempje waarbij hij om het uur op de pot zat. Gelukkig zat de wc voor Maus buiten de kamer. Inmiddels is dat alweer opgelost en gaat alles prima.
Maus is nog steeds aan het bijkomen van de eilanden. De Perhentians zorgen nog steeds voor veel jeuk en zijn huid is herstellende van het leed dat hem door de zandvlooien op Perhentian is aangericht. Hij probeert 'Bruce' en 'Wanda' nog steeds te vergeten, maar ziet ze in zijn dromen nog steeds aanstaren. Verder gaat gelukkig alles goed met Maurits. Hij mist Marjolijn nog net zoveel als in de vorige persoonlijke update en kijkt ernaar uit, uit te huilen bij zijn moeder.
Ons volgende verhaal zal naar alle waarschijnlijkheid geschreven worden vanuit Semporna. Tot dan!
Groetjes Sebas en Maus
Reacties
Reacties
Jongens wat een heerlijk lang verhaal! Dit was een welkome afleiding tijdens het studeren voor het tentamen van a.s. zaterdag. Dus bij een onvoldoende.....juliie schuld hoor!
Wat een belevenissen, ik ben blij dat jullie die tochten overleefd hebben met die scheurende auto''s. En tja die beesies. Ik hoop dat julie voorlopig verlost zijn van Fam. kakkerlak, vlooien, larven van luizen, van Bruce en Wanda.
Ik ga het verhaal nog eens rustig lezen maar eerst jullie foto's bekijken.
Sebas en Maus, fijne dagen in KL met de fam. Zandwijk.
Wat een verhaal weer zeg! Bij het lezen van de vorige verhalen was ik soms een beetje jaloers op jullie, maar nu niet meer... al die zandvlooien, spinnen enz.
Sterkte met alles en veel plezier de komde dagen met je ouders! Doe ze de groeten.
Zaterdag BD-party van Marleen @ yor's kan ik iedereen weer vertellen hoe achterlijk bruin je bent!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
We hadden trouwens een discussiepuntje......Marleen wist niet dat ik een broer had en yor en blablabla en toen kwamen we bij jouw uit waarop ik volmondig zei Sebas heeft twee zusjes en dat is een tweeling......(zeg ja!)
Graag even een bevestiging van jou :)
Nog heeeeel erg veel plezier!!! en we denken nog steeds aan je (zelfs aan je zusjes)
Dikke KUS!!!!
sebas: toch lief van je dat jij wel voor mij een aapje mee wilt nemen, wat voor soort wordt het?
Zo jongens, wat een fantastische verhalen alleen al over die spinnen ik zou geen oog meer dicht doen.
En zijn je bulten al weer wat weggetrokken,en anders moet je maar aan je moeder vragen of zij je wil troosten.Ik zou maar niet meer naar het strand gaan met al die zandvlooien moet ik niiet aan denken brrrrrrrrr doe de groeten aan je ouders en nog een goed verblijf daar in het verre. Groeten uit alphen.
Hoi lieverds wat is het weer een leuk verhaal. Jammer maus, dat je OVER de kinderen loopt. ( En niet eens eentje raken ha ha ) Vond het stukje van de chauffeur weer geweldig. Moet altijd dan aan Ro denken, hij past daar echt. Die spin tja, dat houd mij bezig. Echt vreselijk. Nog nooit z`n formaat gezien. Leuk dat mevr. en dhr van Zandwijk vanavond komen. Echt geweldig voor jullie. Maak het gezellig met elkaar, en geniet ervan. Erg uniek!!! Groetjes aan mevr. en dhr. van Zandwijk, en een dikke kus, Groetjes Lies
Wat een leuk verhaal weer om te lezen zeg! Wat een avonturen! Veel plezier nog in KL en natuurlijk met alles wat jullie nog gaan doen en beleven!
Groetjes, Fleur
Beste Bas en Maus,
O, wat een verhalen. Vermakelijk. Avonturiers ten top!!
Jullie zijn geschikt om collums te schrijven. Dus.. bij eventueel financiele nood....
O,ja hebben jullie er aan gedacht om bij landing op Schiphol een cabine beschikbaar te hebben voor ontsmetting?
Groet,
Ammy Meijer-Quist
Lieve Sebas en Maus,
Ik weet niet wanneer jullie dit lezen maar ik hoop dat jullie fijne dagen hadden in KL, een goede vlucht naar Tawau. Ik wens jullie daar een goede tijd toe. Ik hoop dat jullie een mooie duiken kunnen maken. Ik hoop tzt jullie verhalen te lezen. Geniet er van, maar doe wel voorzichtig! Een lieve groet, Tea (ook aan Eppie, gaat het goed met hem?)
Hi Bas en Maus!
Wat een leuk verhaal! jullie blijven het op zo'n manier schrijven dat je bij alles moet lachen en er zelf een beeld van creeert hoe jullie dat ervaren zouden hebben! En wat maken jullie toch een hoop vrienden! Van saddam B, tot Bruce en Wanda (toppunt hahaha) en natuurlijk de Duitser! En nog gefeliciteerd met het zo kort geleden aangegane ouderschap ;-) ik ga zo even oerhollandse stamppot naar binnen werken en ik ben benieuwd wat jullie vanavond weer eens eten! hahaha Al is de Mc wel jullie favoriet volgens mij ;-)
Veel plezier weer en take care! en Bas 1 tip niet te hard roepen dat je geluk hebt gehad met die zandvlooien want vaak als je zoiets zegt zal je net zien :-P
Have fun!
Liefs,,
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}