Bas & Maus op avontuur

New York, New York

Lief dagboek,

Na een lange tijd van afwezigheid hebben we onze reiskoffers maar weer eens afgestoft. De heimwee naar het reizen werd ons te groot, dus konden we onszelf niet inhouden en planden opnieuw een trip. Dit keer niet voor zeven maanden, maar voor slechts zeven dagen. Reden voor deze bezuiniging was de tegenvallende miljoenennota, tijdgebrek en twee werkgevers die niet wilden meewerken. Het verre oosten hadden we inmiddels wel gezien en we besloten onze bestemming in het verre westen te zoeken. Een plek die we allebei graag wilden zien was New York. Het ticket was dan ook binnen no time geboekt! In tegenstelling tot onze vorige trip bestond de voorbereiding slechts uit een middagje bezienswaardigheden opstellen en een avondje de koffers inpakken. De lijst van bezienswaardigheden bestond uit een kleine veertig punten, variërend van een bezoekje aan het Vrijheidsbeeld tot het op de foto gaan met een brandweerwagen en van het eten van donuts tot het fotograferen van de beroemde naked cowboy op times square.

Op 12 september was de grote dag en we spraken om kwart voor vijf ('s ochtends!!) af bij het huis van Maus om te vertrekken richting Schiphol. Daar genoten we uiteraard van een heerlijke bak koffie en nog voordat we vertrokken konden we al een punt van ons lijstje afstrepen, namelijk punt 23 het spotten van een beroemd persoon. Genietend van onze koffie dachten we even dat we in een film beland waren en dat we de enige echte Harry Potter voorbij zagen vliegen, maar helaas het was maar oud premier Balkenende die vrolijk met zijn aktetas in de hand door de vertrekhal van Schiphol wandelde. Nadat we uit extase kwamen zochten we ons vliegtuig op die ons in acht en een half uur naar New York bracht. De vliegreis verliep spoedig en ook de douane controle op Amerikaanse bodem viel mee! Je zou zeggen dat je met onze reiservaring niet zo naïef zou zijn om het eerste en het beste aanbod van een taxichauffeur te accepteren, echter is het voor ons ook alweer een tijdje geleden en voor we het wisten zaten we in onze zwarte limousine onderweg naar Manhattan. Achteraf niet zo slim, omdat we dik 100 dollar voor deze rit betaalden (normaal zo'n 50 dollar).

We wisten dat ons hotel op loopafstand van Times Square lag, echter dat deze direct in een van de zijstraten van Times Square gevestigd was, hadden we niet gedacht. We hadden het hotel al op foto's gezien en wisten dat het een fantastisch hotel was met mooie kamers en luxe afwerking. Aangekomen op onze kamer zijn we eerst op zoek gegaan naar het uitzicht, daarna naar de luxe afwerking en tot slot naar de badkamer. We weten dat foto's niet altijd de waarheid spreken en dat overdrijven een van de meest bekende Amerikaanse eigenschappen is, maar dat de werkelijkheid zover naast het geschetste beeld lag hadden we niet gedacht. Het uitzicht beperkte zich tot een muur met ramen en een rij ventilatoren en afzuigingsinstallaties die ons al loeiend begroette. De afwerking was op zich ok, ware het niet dat de kleuren uit de vloerbedekking verdwenen waren. De badkamer was functioneel ingericht. Gelijk wanneer je binnenstapte moest je een grote stap zetten om niet direct in de wc pot te stappen en moest je ook geen te grote stap zetten, omdat je anders met kleding en al onder de lekkende douche stond.

Ondanks dat we 's ochtends vroeg vertrokken kwamen we al om 11 uur 's ochtends aan en hadden we nog de hele dag voor ons. Na wat gegeten te hebben besloten we direct te gaan genieten van wat New York beroemd maakt, namelijk de hoge gebouwen. We beklommen een van de hoogste gebouwen van New York, het Rockefeller Centre. Hiervandaan had je prachtig uitzicht op lower Manhattan en aan de andere kant op het centrum met Central Parc als groene oase in een drukke bebouwde stad. Na dit mooie uitzicht genoten we van de drukte op en rondom Times Square en sloten we de avond af met een hapje eten.

De tweede dag trof Maus een envelop aan in zijn schoen. Nee niet Sinterklaas was langsgeweest, maar het was zijn kamergenoot die hem feliciteerde met zijn verjaardag en hem een tegoedbon gaf voor een broadway musical. Na een stevig ontbijt zetten we koers richting Central Parc om gedurende de gehele dag te genieten van het mooie weer (tussen 25 en 30 graden), het mooie park en de bezienswaardigheden in het park. Al met al hebben we deze dag een hoop kilometers afgelegd en in de avondschemering waren we terug op Times Square. Maus kon niet wachten om zijn verjaardagscadeautje te verzilveren, dus zochten we een van de vele theaters op die broadway rijk is. We besloten flink uit te pakken en een van de grootste en langstlopende musicals te gaan bezoeken, namelijk the Lion King! Het kostte wat dollars, maar die avond genoten we van een spectaculaire, creatieve en onvergetelijke show.

De derde dag alweer met een druk programma voor de boeg. Per metro reisden we helemaal naar het zuidelijkste puntje van Manhattan om daar per boot naar Staten Island te varen. Ons doel was niet het bezoeken van Staten Island, maar puur de bootreis omdat je vanaf de boot een mooi uitzicht hebt op de skyline van Manhattan en bovenal een mooi uitzicht bood op het enige echte Statue of Liberty (ook wel het Vrijheidsbeeld genoemd). De tocht was erg mooi en ons bezoek aan Staten Island erg kort. Voor we het wisten waren we terug in Manhattan om de volgende boot te pakken die ons nog dichter naar het Vrijheidsbeeld bracht om de nodige foto's te schieten. Helaas konden we geen kaartjes bemachtigen voor het beklimmen van het Vrijheidsbeeld. Die waren tot halverwege 2012 uitverkocht. Toch was het leuk om een rondje te lopen om het wereldberoemde beeld.

Daarna bracht de boot ons nog naar Ellis Island, het eiland dat bekendstaat om de grote hoeveelheid immigranten die Amerika via deze plek binnenkwamen. Weer terug in Manhattan maakten we een wandeltour door het Financial district, met als hoogtepunt the New York Stock Exchange oftewel Wall Street. Daarna hadden we nog een plek te bezoeken die dag, namelijk Ground Zero. Helaas waren voor deze plek ook alle kaartjes al uitverkocht. Het was ook niet mogelijk om iets te zien van de plek waar de wereld is veranderd, omdat er een groot hek omheen gebouwd was. We besloten een nabij gelegen roof top bar van een bezoekje te voorzien en vanaf deze hoogte toch de overblijfselen van deze reusachtig grote plek tot ons door te laten dringen. We beseften dat deze ramp vanuit heel de omtrek te zien moet zijn geweest vanwege de vele omliggende kantoren en bedrijven. De bouwput ligt nog steeds open en er wordt nog steeds met man en macht gewerkt om de rampplek af te graven.

De vierde dag begonnen we met een bezoek aan Grand Central Station, het centrale treinstation van New York. Een mooie oude vertrekhal en een grote hoeveelheid new Yorkers die onderweg naar hun werk waren. Na dit bezoek pakten we de metro naar de wijk Queens om weer een punt van ons lijstje af te strepen, namelijk het bijwonen van een Amerikaanse honkbal wedstrijd. Meerdere mensen hadden ons hierover getipt en aangezien we allebei grote honkbal liefhebbers zijn... De honkbalwedstrijd ging tussen de New York Mets en de Washington Nationals. De Mets is een van de grootste clubs uit New York en we hadden hoge verwachtingen van deze wedstrijd. De sfeer begon al goed met het zingen van het Amerikaanse volkslied en de oppeppende stadionspeaker. Eindelijk begon de honkbalwedstrijd. Al snel viel ons op dat er niet veel ballen werden geraakt en er veel tussentijd zat tussen de slagbeurten. Nu begrepen we ook waarom het publiek de hele tijd opgepept werd, want het was niet de meest spannende wedstrijd. Ook een regenbui zorgde voor de nodige oponthoud waardoor de wedstrijd uiteindelijk vier en een half uur duurde. Helaas konden de Mets hun reputatie niet waarmaken en werden ze met 10-1 ingemaakt.

Tegen het eind van de wedstrijd pakten donkere wolken zich samen boven het stadion en kwam er een koude wind opzetten. De temperatuur zakte als een baksteen en rillend van de kou warmden we ons aan een lauw, uitgedroogde net opgewarmde cheeseburger. Rond een uur of half zes stapten we terug de metro in naar een heerlijke warme douche. Die avond brachten we voor de tweede keer een bezoek aan het Rockefeller Centre om de stad nu ook bij nacht te bewonderen.

Vrijdag begonnen we de dag met een sloot koffie waarna we ons richting het hoofdkwartier van de Verenigde Naties begaven om daar een rondleiding te krijgen. We bezochten onder andere de grote vergaderzaal waar de vertegenwoordigde VN landen vergaderden over de toekomst van de wereld.

De gehele rondleiding was interessant en na Ban K i Moon de hand te hebben geschud begonnen we aan ons volgende programmapunt, namelijk het belopen van de Brooklyn Bridge, een van de oudste staalbruggen ter wereld. Het object was nogal geliefd bijtoeristen, dus je moest uitkijken waar je liep, maar het zorgde voor mooie foto's van de East River en de skyline van New York.

In brooklyn aangekomen bezochten we nog een typische brownstone Block wijk. Na teruggelopen te zijn bezochten we nog Union Square met het oudste strijkijzergebouw ter wereld.

Op zaterdag begonnen we de dag met een bezoek aan het Empire State building. Ook dit gebouw gaf weer een mooi uitzicht op New York. Al was het wel veel toeristischer dan het Rockefeller Centre.

Na dit letterlijke hoogtepunt zijn we naar een oud spoorviaduct gegaan wat is omgebouwd tot een wandelparkbrug. Hierdoor loop je tussen de bloemen op hoogte door de straten van New York. De brug leidde ons naar de wijk Soho, het shopping walhalla van New York. Echter was het hier zo druk dat we snel door zijn gelopen naar little Italy, waar het nog veel drukker was, aangezien er waarschijnlijk een of andere Italiaanse feestdag was. Na de nodige foto's te hebben geschoten liepen we via Chinatown terug naar de metro om bij Central Parc uit te stappen en te genieten van het recreërende weekendpubliek. In het weekend wordt het park gebruikt als ontmoetingsplek waar new Yorkers kunnen relaxen en de stress van heel de week kunnen vergeten. Dit uit zich in onder andere frisbeeën, dansend rolschaatsen, tangodansen of meejodelen met de Duitsers die begonnen waren aan het vieren van de Oktoberfesten (in september??).

Toen het weer donker werd zochten we onze weg terug naar het hotel om voor de laatste avond ergens lekker te gaan eten.

Toen was de laatste dag alweer aangebroken. Na onze koffers te hebben gepakt en te hebben uitgecheckt zijn we souvenirs wezen shoppen en hebben we de laatste punten van ons lijstje afgewerkt. Het hoogtepunt van het souvenirshoppen was de M&M store, waar we meer dan vijf kilo m&m's hadden gekocht en 120 dollar lichter naar buiten stapten.

Toen de middag bijna voorbij was zochten we een echte gele New Yorkse taxi op om ons terug te brengen naar het vliegveld. De terugreis was korter dan de heenreis. Na twee en een half uur vliegen kon Maus Sebas de hand schudden, nu was het zijn beurt om jarig te zijn en op tien kilometer hoogte voelt 25 heeeel anders dan 24 op de grond. De terugreis verliep verder voorspoedig en we kwamen zelfs een uur eerder dan gepland aan op Schiphol. Maandagochtend vroeg stonden we met koffers en al weer op de plek waar het een week geleden begon. Moe en voldaan kijken we terug op een geslaagde trip en hebben we alles van het bezienswaardighedenlijstje kunnen doen!

Als we New York moeten samenvatting in een aantal kenmerken dan zouden de volgende van toepassing zijn: Hoge gebouwen, 24 uur per dag drukte, vriendelijke mensen, time management (mensen zijn altijd bezig en onderweg, behalve op zaterdag en zondag), overschot aan politie, fooi willen ontvangen en dit gewoon op de rekening erbij zetten, veilig, wandelstad, goed openbaar vervoer.

Nog aan het bijkomen van deze vermoeiende trip hebben we nog geen nieuwe trip gepland, maar als jullie ideeen hebben, zijn ze uiteraard welkom. We hopen dat dit verhaal als een leuke verrassing is gekomen voor degenen die onze belevenissen door Azie trouw volgden.

Tot de volgende keer?

Bas en Maus

Als helden onthaald...

Lief dagboek,

Voor de aller, aller, allerlaatste keer zullen we jullie een verhaal ten gehore brengen om ons avontuur mooi af te sluiten en om de meest prangende vragen van de afgelopen tien dagen nog eens te beantwoorden. Ook willen we jullie voor de aller, aller, allerlaatste keer bedanken voor het lezen van onze verhalen (zeg maar gerust lappen tekst, uitgeprint is het een pak van meer dan 500 A4tjes, dus respect voor de lezers!), het reageren hierop en het reageren op de foto's. We hebben de zeven maanden met veel plezier de reacties gelezen en soms erg gelachen om de droge opmerkingen! Nu na de reis komen we er steeds meer achter dat ook veel minder bekende of zelfs voor ons onbekende lezers onze avonturen gevolgd hebben. Met een woord vinden we dit TOP!

Na het updaten van het laatste verhaal en met name de foto's moesten we ons haasten om ons vliegtuig te halen dat om 00:55 uur zou vertrekken richting Colombo, Sri Lanka. We hadden geen hoge verwachtingen van de luchtvaartmaatschappij, gezien de lage prijs die we er voor betaald hadden, maar alles viel mee. Net als op de heenreis hadden we ieder een schermpje met recente films, muziek en spelletjes en ook de beenruimte was boven verwachting! Ook de service aan boord was van goede kwaliteit en we werden overladen met eten en drinken. De vlucht naar Sri Lanka duurde zo'n drie uur en verliep voorspoedig. Na een korte tussenstop van zo'n anderhalf uur vertrokken we in het zelfde vliegtuig richting Dubai. Ook deze vlucht verliep voorspoedig, al konden we weinig slaap vatten. Na zo'n vijf uur kwam het vliegtuig aan de grond en mochten we eindelijk onze benen strekken op de grote en met name drukke luchthaven van Dubai. We hadden zo'n anderhalf uur om ons wat op te frissen en die hadden we ook wel nodig, gezien de lange rijen bij de toiletten. Vlak voordat we moesten boarden besloten we onze email nog even snel te kijken en gezien het feit dat we maar een computer hebben zien we altijd wat voor mailtjes de ander binnenkrijgt. Zo ook op Dubai toen Sebas zijn mail opende en bovenaan zijn inbox een mailtje stond van Marjolijn die op 2 juli een welkom thuisfeestje wilde organiseren voor Maurits. Zonder het mailtje gelezen te hebben, wist Maurits dus al van de snode plannen af en vreesde direct voor het ergste, namelijk dat ze geen rekening had gehouden met de voetbal (voetbal gaat toch wel voor alles...) en inderdaad Nederland zou die dag spelen. Gelukkig was het feestje pas 's avonds, dus vormde het geen gevaar voor de oranje aanbidding van die middag. Even later stapten we opnieuw het vliegtuig in, wat opnieuw boven verwachting goed was met zelfs nog meer beenruimte als de eerdere vlucht. De komende zeven uur kwamen we dus wel door. Ook deze vlucht verliep voorspoedig, maar we konden nog steeds de slaap niet vatten met als resultaat dat we in totaal tussen de een en twee uur geslapen hebben. Eerder dan verwacht stonden we dan eindelijk op Nederlandse bodem en begon de spanning toe te nemen. In ons vorige verhaal sloten we af met de mededeling dat Marjolijn niet naar Schiphol kon komen, vanwege een Norro uitbraak in het ziekenhuis waar ze werkt en alle vakantiedagen waren ingetrokken. Direct op dit bericht schreef Maurits terug dat het hem niet zoveel zou uitmaken of ze d'r zou staan op Schiphol of niet, hij zou haar 's avonds wel zien en als ze daar te moe voor was, was zondag in de kerk ook goed! Uiteraard maakte hem dit wel veel uit, maar hij wist bijna zeker dat dit een terugpak aktie was vanwege zijn uit de hand gelopen 1 april grap (Maurits had gezegd dat hij een maandje later thuis zou komen, omdat we een fout hadden gemaakt met het boeken van de terugvlucht). Toch begon vlak voor thuiskomst de spanning toch nog even te stijgen en hield hij er sterk rekening mee dat ze er niet zou zijn om teleurstelling te voorkomen. Nadat we de douane waren doorgekomen hebben we bij de bagageband zo goed als mogelijk uit het zicht te blijven van de aankomsthal, wat ook gelukt is. Nadat we rustig onze tassen van de band hebben gehaald en op onze rug hebben gehesen, haalden we nog een keer diep adem en liepen we richting de schuifdeuren die naar de aankomsthal leiden. Het moment was daar, we liepen als twee helden naast elkaar de deuren door en werden opgewacht door de bestelde feestcommissie die compleet met spandoeken, balonnen en hard geklap en gejuich (of hebben we dat verbeeld op dat moment?).

Het duurde even voordat onze blik de juiste persoon gevonden had om als eerste te begroeten en uiteraard vond Maurits Marjolijn (wat een verrassing dat ze d'r toch was!) en vond Sebas de armen van zijn moeder bij gebrek aan beter. Nadat we helemaal platgezoend waren en waren gecomplimenteerd met Aziatische look (bruine kleur) besloten we nog wat te drinken met z'n allen en even de tijd te nemen om alles te laten bezinken.

Toch kwam het moment steeds dichterbij dat we na 204 dagen afscheid van elkaar moesten gaan nemen, maar voordat het zover was kregen we nog een cadeautje van Sebas zijn tante (Tea) die er helaas niet bij kon zijn, maar wel veel tijd en energie had gestoken in het bundelen van alle verhalen, foto's en de geplaatste reacties tot een heus boekwerk wat nog maar net in de dikste ordnermap paste die verkrijgbaar was in de reguliere boekwinkel. Het geval telt meer dan 500 pagina's en weegde net zo zwaar als de backpacks die we zeven maanden hebben meegesleurd. Na deze leuke verrassing kwam er een scheiding in onze wegen en waren voor het eerst in 204 dagen niet meer bij elkaar (heerlijk!!!!). Vanaf dit punt krijgt dit reisverhaal ook twee perspectieven, namelijk een van Sebas en een van Maus.

Sebas reed in een uurtje terug naar huis, waarin hij zo'n 100 keer zei dat hij het vreemd vond om weer terug te zijn. Bij thuiskomst was het huis uiteraard versiert en stond de taart te wachten en na wat te zijn bijgekomen werd er 's avonds gegourmet om de thuiskomst te vieren. Om half elf was het genoeg geweest en haaste hij zich naar zijn slaapkamer toe om daar alsnog verrast te worden vanwege de metamorfose die zijn familie de kamer had aangedaan. Om hem niet te veel heimwee te laten krijgen naar Azie hadden ze zijn kamer in Aziatische stijl veranderd, compleet met een tropisch eiland, klamboe, boedha altaar, rieten matten op de vloer. En uiteraard mocht meneer kakkerlak niet ontbreken, want anders is het geen echte Aziatische kamer! Gelukkig sliep het bed nog als vanouds en kon de heerlijke lang verwachte nachtrust beginnen.

Maus reed in een half uurtje terug naar huis waar hij met het gezin lekker in de tuin is gaan zitten om eens rustig bij te praten. 's Avonds is de fles champagne open gegaan en kwamen zijn schoonouders nog op bezoek om het feestje mee te vieren. Om twaalf uur vond hij dan eindelijk zijn bed die net als bij Sebas als vanouds heerlijk sliep!

De volgende dag was voor allebei een drukke. Sebas zocht gelijk weer het buitenland op. Niet zo ver dit keer, maar hij had familie verplichtingen in Belgie. Maus hield het dichter bij huis, hij had 's ochtends eerste een doopdienst van zijn kersverse nichtje Laura om vervolgens uitgebreid koffie te gaan drinken bij zijn zus en zwager, waarna hij naar het volgende programma punt van die dag ging, namelijk het vieren van zijn schoonzus d'r verjaardag in het zuiden des lands. Sebas vond om twaalf uur zijn bed, toen Maus nog lang en breed in Rijen op de bank zat. Gelukkig voor hem vond ook hij die nacht nog zijn bed, alhoewel de klok alweer half vier sloeg.

Maandag was voor allebei een luierdag, Sebas had het plan om dit thuis te gaan doen, terwijl Maus vond dat hij nog niet bruin genoeg was en is daarom met Marjolijn Katwijk onveilig gaan maken.

Dinsdag is Sebas gaan buurten bij het pannenkoekenhuis en heeft hier de hele middag gebivakeerd, terwijl Maus zijn kledingkast aan het uitbreiden was door dit keer Gouda onveilig te maken.

Woensdag vond Sebas het dan eindelijk nodig zijn tas uit te pakken en zijn kamer weer een beetje in te richten. Maus stelde dit nog even uit en zocht zijn vertier in het oosten van het land bij de Walibi's door met Marjolijn al gillend met achtbanen mee te gaan.

Donderdag had Sebas genoeg geluierd en hij vond het tijd om weer aan de slag te gaan en besloot daarom voor het eerst weer te gaan werken bij het pannenkoekenhuis. Het was gelijk een goede binnenkomer, het was druk als van ouds en zijn aanwezigheid werd gelijk geapprecieerd. Maus zijn kledingkast bulkte nog steeds niet uit en vond het nodig daarom te gaan shoppen in Haarlem.

Vrijdag was de dag van het weerzien. 's Ochtends en 's middags moest Sebas nog naar de diploma uitreiking van zijn zusje en rond etenstijd spoedde hij zich naar het huis van Maurits om daar aan te schuiven voor de maaltijd. Maurits die dit uiteraard echt niet verwacht had en totaal geen idee had wat er 's avonds zou gebeuren deed net alsof hij verbaasd was dat Sebas er was en dat er s avonds zo vaak aan de deur gebeld werd. Met een tuin vol mensen werd het een gezellige avond en een leuk weerzien!

Sebas zijn welkom thuisfeestje werd op zaterdag met zijn hotelschool vrienden in Brussel gevierd, terwijl Maurits zijn eerste ik-doe-lekker-niks-dagje had.

Zondag was het de dag van Sebas om zijn kunsten weer eens op zijn werk te vertonen, terwijl Maus sinds zeven maanden weer eens twee diensten in de kerk heeft bijgewoond.

Maandag moest Marjolijn na een week weer aan het werk en moest Maurits voor het eerst zijn dag alleen zien te vullen. Sebas heeft de hele dag voor de buis gehangen om alle valpartijen van de tour de France op de voet te volgen.

En toen was het dinsdag en was het weer weblogdag! Jullie zullen het nu al wel een beetje doorhebben, het oude vertrouwde saaie leven is weer begonnen en dus hebben we besloten om nu echt een punt te zetten achter het schrijven van verhalen (tenzij er veel verzoeken komen om ons verdere leven ook op papier te zetten zullen we dat in overweging nemen).

We kijken terug op een unieke ervaring die we ons hele leven niet zullen vergeten. Terugkijkend op de reis kunnen we zeggen dat we er echt alles uit hebben gehaald. Gedurende de reis hebben we onszelf een motto aangemeten, namelijk 'wat je niet ziet, kun je ook niet missen'. Dit motto hebben we iedere keer dat we een keuze moesten maken in de reis voor ogen gehad en op die manier geprobeerd de juiste keuzes te maken. Het resultaat is jullie welbekend.

Sinds onze terugkomst hebben we een hoop vragen op ons afgevuurd gekregen, waar we in dit verhaal ook nog een antwoord op willen geven. De vraag die het meest aan Sebas gesteld is, is wat het hoogtepunt was van de reis. Daarom volgt hieronder onze persoonlijke top drie:

Op nummer drie van Sebas staat de Gibbon Experience in Laos, waarbij we per kabelbaan over een hoogte van 100 meter scheurden. Op nummer twee en een half staat voor Sebas de Peramacruise van Lombok naar Flores en op nummer twee staat het Kinabantangan avontuur bij Uncle Tan in Maleisisch Borneo en op nummerrrr een staat Mount Kinabalu, de klim naar 4095,2 meter hoogte.

Maus z'n nummer drie ziet er toch iets anders uit. Op nummer drie staat bij hem Sapa, het noorden van Vietnam. Niet omdat we daar ontzettend leuke activiteiten hebben gedaan, maar omdat het een prachtige omgeving is. Op nummer twee staat Laos en dan met name het reizen en de 4000 islands, wat een groot avontuur op zich is en op nummer een staat de Kinabantangan rivier met de wilde Urang Utangs, de neusapen en de goede gidsen.

Een andere vraag die veel gesteld wordt is of we veel ruzie gehad hebben onderweg. We kunnen jullie zeggen dat dat niet het geval is geweest. Uiteraard heb je wanneer je voor langere tijd met iemand optrekt wel eens momenten dat je liever alleen zou willen zijn of het niet eens bent met de beslissing of keuze van de ander. Toch hebben deze momenten de reis niet overheerst en hebben we geprobeerd alle strubbelingen uit te praten, ook al was dat soms pas achteraf.

Op de vraag of we in Nederland kunnen wennen kunnen we allebei volmondig 'JA, ik kan' zeggen. Vanaf de dag dat we thuiskwamen is het eigenlijk als vanouds. Natuurlijk denk je vaak terug aan hoe het in Azie was, maar je past je zelf alweer snel aan aan de Nederlandse gebruiken en gewoonten en vooralsnog hebben we geen heimwee naar de tijd die achter ons ligt.

Het eten is een onderwerp waar ook veel vragen over gesteld worden, zoals wat aten jullie allemaal en kan je wel weer wennen aan het Nederlandse voedsel? Uiteraard aten we heel veel rijst, iets wat ons nog steeds de oren en de neus uitkomt. Groenten eten was er bijna niet bij en de porties waren ook aanzienlijk kleiner dan thuis. Dit was ook gelijk een van de redenen dat we beide bijna tien kilo zijn afgevallen. Het Nederlandse eten went snel al zijn we van huis uit niet gewend elke dag een prakkie te eten.

De laatste vraag die we vanaf deze plek zullen beantwoorden is de vraag hoeveel foto's we bij elkaar hebben geschoten. Het juiste antwoord is 18.072, exclusief alle filmpjes waarvan de meeste nog niet eens op de weblog staan. Van de foto's hebben we 'maar' 1200 foto's op de weblog gezet.

Mochten jullie nog meer prangende vragen hebben of zelf reisplannen krijgen staan wij altijd open voor het verstrekken van informatie!

Voor de allerlaatste keer zullen we jullie een planning geven van de komende tijd. Sebas gaat niet op vakantie en zal rustig aan gaan zoeken naar iets wat lijkt op werken. Hij weet alleen nog totaal niet wat hij wil gaan doen en staat open voor suggesties. Maus daarentegen heeft de rest van zijn leven al helemaal uitgestippeld. Nu nog kijken of het uberhaupt zo gaat werken. Maar eerst nog even (in augustus) op vakantie, want daar is hij wel aan toe!

Bedankt en wellicht tot een volgende keer,

Sebas en Maus

The final countdown

Lief dagboek,

Het memorabele moment is daar, over een paar uur zullen we op het vliegtuig stappen naar... SRI LANKA, echter zullen we hier niet lang blijven en na ruim een uur kiezen we opnieuw het luchtruim en gaan we nog wat zand happen in Dubai om na 2,5 uur naar het noordelijkste puntje van onze reis te vertrekken, Schiphol. Dit is daadwerkelijk het laatste echte reisverhaal dat we met jullie delen. We willen jullie nogmaals bedanken voor alle lieve berichtjes die ons elke keer weer opnieuw goed hebben gedaan en waarbij we soms met een glimlach op ons gezicht achter de computer zaten te glunderen van alle aandacht (en van de creativiteit van sommige mensen).

Het laatste verhaal sloten we af met het verblijf in Sanur en dit verhaal beginnen we ook in Sanur waar we nog zeven dagen te besteden hebben. We zullen de dagen niet uitgebreid behandelen, omdat de meeste daarvan op soortgelijke wijze zijn besteed. We begonnen de dag meestal tussen elf en twaalf door het opendoen van onze ogen, een koude douche te nemen en een restaurantje op te zoeken om het ontbijt naar binnen te werken wat meestal niet anders was dan tosti's en friet, omdat de meeste restaurants al waren overgegaan op de lunchkaart. Net na het middaguur spreiden we onze sarongs op het strand, namen een verfrissende duik in de zee (althans van het beetje water dat er nog van over was, het zeepeil in Sanur is 's middags aan de lage kant, waardoor je moeite moet doen om nat te worden). Na deze duik lieten we ons opdrogen door de brandende zon in de hoop alsmaar bruiner te worden, waarna we vervolgens onze boeken erbij pakten en de middag al lezend doorbrachten. Meestal rond half vier zochten we opnieuw een restaurantje op voor een verlate lunch om daarna nog even door te bakken in de al ondergaande zon. Tegen het eind van de middag, wanneer alle Indonesiers klaar zijn van hun werk en de kinderen uit school hebben gehaald, is het strand zo druk dat wij het maar voor gezien houden en ons terugbegeven naar ons guesthouse om wat op te frissen, te aftersunnen en te relaxen. Zo rond zeven uur/half acht, zochten we een restaurantje op voor het diner en keken we regelmatig naar de eerste WK wedstrijd van die dag die hier om half acht begint. Na de eerste wedstrijd en het leegeten van ons bord zetten we meestal koers richting Barb's, het Australische stamcafe waar we kind aan huis zijn en elke keer wederom worden begroet door Barb en het personeel en waarbij we nooit hoeven te zeggen wat we willen, omdat het koude biertje al voor ons werd neergezet. Tijdens de dagelijkse bierconsumptie keken we naar de tweede WK wedstrijd van die dag die meestal na twaalven was afgelopen. Wat ons aantrekt aan Barb is niet Barb's mooie dikke bierbuik of zongebruinde huid en zelfs niet de koude biertjes, maar is de loterij die bij elke WK wedstrijd op professionele wijze plaatsvind. Op handgeschreven briefjes moet iedereen zijn naam noteren en in een in elkaar geplakte lege chipsdoos doen (je weet wel, van die surprises van vijf december) van het land van je voorkeur. In ons geval deden we ieder een briefje in een andere doos om als echte Nederlanders het geluk te beinvloeden en veel kans te maken op de fantastische prijzen. Na iedere wedstrijd haalt Barb of een van de andere stamgasten een briefje uit de doos van het winnende land en leest ze de naam voor die op het briefje genoteerd staat. Meerdere malen hebben wij onze naam horen omroepen (Maurits is er inmiddels in Azie achtergekomen dat hij geen internationale naam heeft en heeft al veel versies horen noemen en meestal als er moeilijk gekeken wordt naar het briefje, stak hij zijn hand maar weer op) en onze prijzenkast is dan ook flink gespekt sinds onze eerste dag in Sanur. Zo zijn we al beloond met gratis internet, korting op raften, korting op een boot naar de Gilli's en een gratis dagje motorbike huren en waarschijnlijk nog een aantal prijzen die we niet hebben geincasseerd omdat onze ogen het einde van de tweede helft niet haalden. Na onze avondbesteding met Barb liepen we terug naar het hotel en vonden we tussen half een en een uur ons bed.

Niet elke dag was zo standaard als dat we hierboven beschreven. Zo hebben we een middag shoppend doorgebracht in Sanur, maar vanwege het kleine aanbod (lag niet aan het aantal winkels, maar puur aan het feit dat iedere winkel precies hetzelfde had en er precies hetzelfde uitzag) waren we hier al snel op uitgekeken. We besloten de avond daarop dan ook maar iets eerder van het strand te vertrekken en ons per taxi te laten vervoeren naar Kuta, het shopping walhalla van Bali. Buiten dit shopavontuur om hadden we ons nog iets heel belangrijks voorgenomen, namelijk de laatste dag van de eigenlijke reis te genieten van een heerlijke literbak ijs per persoon en die al kijkend naar de zonsondergang met onze uit het vliegtuig van de heenreis gejatte lepels te verorberen. Het ijs smaakte heerlijk, maar we waren wel genoodzaakt even te gaan liggen om de zware maaltijd te laten zakken (en daarmee ook de misselijkheid).

Afgelopen woensdag was het na tien dagen alweer zover en moesten we onze tassen pakken en verkassen naar onze allerlaatste bestemming van de reis, voor de rentree in Singapore. Even na elven zaten we in een taxi onderweg naar het vliegveld en na vele security checks en lang wachten bij de douane stegen we even na tweeen op vanaf het vliegveld van Bali en bracht het vliegtuig ons in 2,5 uur naar Singapore. In Singapore kregen we weer net zoveel controles als op Bali en werd onze tas zelfs meerdere malen over de lopende band gehaald, omdat er volgens de douanier toch echt een klein mes in moest zitten. Wij ontkenden stellig en uiteindelijk liet hij ons met archusogen naar buiten lopen het steriele Singapore in. In het vliegtuig hadden we bedacht dat we goed wilden slapen in Singapore en niet zoals de vorige keer onze kamer te delen met 28 andere mensen (alhoewel het uitzicht 's ochtends fantastisch was) en liepen naar de hotelinformatiebali met de vraag of ze ons konden helpen aan een goed hotel, midden in het centrum voor een goede prijs. De vrouw achter de bali begon direct moeilijk te kijken en zei dat bijna alle hotels in Singapore vol zaten en de schaarse selectie kamers die nog vrij was kostte toch minimaal 350 dollar. We wilden wel een goede kamer, maar 350 dollar is na bijna zeven maanden reizen onmogelijk op de receptiebali te leggen. Toen we net op het punt stonden om weg te lopen, kwam haar collega met een ander alternatief aanlopen, namelijk een hotel met alles d'r op en d'r aan voor maar 60 dollar per nacht, welliswaar met als enige minpuntje dat het niet in het centrum gevestigd was, maar in het Red Light District, ofwel de rosse buurt van Singapore. Alhoewel een bezoek aan deze buurt ook nog op ons lijstje stond, begon ons geweten aan ons te knagen en we wisten dat we binnen een paar dagen weer in Nederland zouden zijn en dat het beeld van de schaars geklede dames toch wel twee weken op ons netvlies gebrand zou staan. De receptioniste bleef zoeken naar alternatieven en vond uiteindelijk een duurdere, maar in het centrum gelegen optie die we maar besloten te gaan bekijken. Zo gezegd zo gedaan, in de drukke avondspits vonden we onze weg met de backpacks op de rug en als staand in de metro en met drie keer overstappen kwamen we aan op het metrostation midden in het koloniale district. Met de op het vliegveld meegenomen kaart van Singapore probeerden we ons te orienteren welke uitgang we moesten nemen, maar al na een paar tellen kwam een vriendelijke blanke man aanlopen die ons vroeg of hij ons kon helpen. Verschrikt en geirriteerd keken we naast ons en nadat we de woorden 'no thank you, go away' wilden uitspreken, bedachten we ons dat we ons niet meer in Azie bevonden, maar in Azie light, waar de mensen geen geld willen voor advies en je daadwerkelijk proberen te helpen. Met de aanwijzingen van de vriendelijke man vonden we in no time het hotel en omdat we allebei geen zin hadden om verder te zoeken besloten we maar direct in te checken. Bij de kamer aangekomen bleek ons voorgevoel juist te zijn en wat ze een kamer noemden was eigenlijk niet meer dan een hok met twee stapelbedden en een airco waar je 80 dollar voor betaald per nacht. Toch besloten we het maar te doen en zetten we onze tassen neer. Na wat uitgepuft te hebben besloten we per voet de wijk te gaan verkennen en al snel liepen we langs de Singapore river en de vele restaurantjes die hieraan gevestigd zijn. Opnieuw viel ons op dat Singapore een selectie van de meeste bizarre gebouwen heeft en erg van lichtshows houden, aangezien een groot aantal gebouwen lasers op hun dak hebben staan. We besloten te dineren bij ons favoriete restaurant en de rest van de avond hebben we doorgebracht op een terrasje aan de rivier waar we al kijkend naar de voetbal onze dollars uitgaven. Even na twaalven vonden we ons bed totdat de daaropvolgende morgen de wekker ging.

Om negen uur stonden we op en na een snel ontbijt in het hotel pakten we de metro naar de plek vanwaarvandaan een kabelbaan loopt naar Sentosa eiland, het preteiland van Singapore. Toen we daar aankwamen bleek de kabelbaan in onderhoud te zijn en zat er niets anders op de bus te nemen naar onze bestemming. Na een kort ritje kwamen we aan in Sentosa en besloten we als eerste attractie de 140 meter hoge Tiger tower (uitzichttoren) te gaan bezoeken. Bij de toren aangekomen vonden we een bordje dat de toren tijdelijk buiten gebruik was en pas half juli weer open zou zijn voor bezoekers. Nadat we deze teleurstelling hadden verwerkt besloten we ons geluk te gaan zoeken in het nabijgelegen 4D theater, waar we naar een 4 dimensionale Bversie van Pirates of the Carebeen keken. De film duurde maar kort, maar was wel een grappige ervaring, want aan de hand van je 3D bril die je ophebt tijdens de film zie je alle filmonderdelen levensecht voor je. Naast dit 3D effect is de zaal en de bank waarop je zit ook nog eens uitgerust met allerlei effectie, waardoor elementen als water, wind en licht zorgen voor het 4D effect. Nna de film wilden we een bezoek brengen aan de Universal Studios, welke een klein attractiepark vormt, compleet met achtbanen en anderssoortig vermaak. We besloten per monorail ons te laten vervoeren en bij de studios aangekomen kwam ons de mededeling ter ogen dat er helaas geen kaartjes meer te krijgen waren voor vandaag omdat alle beschikbare kaarten al waren uitgegeven. Opnieuw een teleurstelling, dan maar op naar de volgende attractie, namelijk het Merlionbeeld waarin een film wordt vertoont over het ontstaan van de Merlion, het beeldmerk van Singapore. Tevens kun je per lift naar boven en vanaf de kop van de Merlion heb je een mooi uitzicht over het park en een deel van de haven van Singapore. Onze volgende bestemming was de vlindertuin en de daarbij behorende insectententoonstelling. Na regelmatig over onze schouder te hebben gekeken of er toch echt niet een spin of krekel op onze rug was gekropen lieten we ons per skilift vervoeren naar het strand van Sentosa eiland om daar naast een lunch wat tijd door te brengen van een deel van dit verhaal. Na het schrijven van het verhaal zijn we terug gegaan naar het hotel om daar wat te relaxen, de tas opnieuw in te pakken voor de terugreis en tijd te doden, omdat we zo laat mogelijk wilden eten. Rond een uur of tien besloten we dan toch maar onze maag te gaan vullen en keken we tegelijkertijd naar de eerste WK wedstrijden. Toen die om twaalf uur waren afgelopen besloten we maar een rondje te gaan lopen door het mooi verlichte Singapore. We hadden nog een lange nacht voor de boeg, het Nederlands elftal zou namelijk pas half drie 's nachts tegen Cameroen moeten spelen. Om een uur zaten wij al met onze oranje shirts klaar in het enige cafe dat nog open was en zou blijven en wachten we geduldig op de aftrap. Gelukkig werd het steeds drukker (er zaten wel vier tafels) en konden we toch nog met wat sfeer de wedstrijd bekijken. Ondanks dat de wedstrijd een beetje tegenviel hebben we de wedstrijd gelukkig wel gewonnen (anders hadden we een boze brief naar de KNVB moeten schrijven aangezien wij onze kostbare nachtrust hadden opgeofferd voor dit hogere doel). Iets voor vijven liepen we terug naar het hotel en nog net voordat het licht werd, kropen we onder de wol om nog geen drie uur later de wekker te horen rinkelen waarna we ons moesten klaarmaken voor het ontbijt en de rest van het dagprogramma. We besloten het vandaag rustig aan te doen, niet alleen vanwege de vermoeidheid, maar ook omdat het ons laatste dagje in Azie was. Na wat shoppingcentra te hebben gezien en onze lunch te hebben gegeten bij het welbekende restaurant besloten we de bioscoop in te duiken voor een filmmarathon. De eerste film die ons ten oge kwam was er niet zomaar een, maar een heuse 3D voorstelling en wel van Toy Story 3. De film viel niet tegen, ondanks dat opvolgende delen vaak van mindere kwaliteit zijn. De volgende film op het programma was net de dag ervoor in premiere gegaan en heette 'Knight and Day', een film met Tom Cruise en Cameron Diaz in de hoofdrol. De film was niet heel spannend, maar door de komische momenten nog wel het kijken waard. Rond half zeven was de tweede film afgelopen en was het tijd om de drukke avondspits in te gaan, terug naar ons hotel. Toen we de tassen hadden opgehaal in het hotel, lieten we ons opnieuw de drukke avondspits inleiden en vertrokken we per metro naar het vliegveld van Singapore om ons klaar te maken voor onze laatste reisdag. Op het vliegveld aangekomen moesten we een tijdje zoeken naar de juiste vertrekhal en toen we die eindelijk gevonden hadden besloten we maar te gaan dineren en de rest van dit verhaal te schrijven en ook nog de bijbehorende foto's uit te zoeken. Over een paar uur zullen we op het vliegtuig stappen onderweg terug naar jullie, terwijl jullie dit verhaal nog kunnen lezen.

Dan nu nog even een vooruitzicht naar de komende week. Morgen hopen we aan te komen op Schiphol en worden we verwelkomd door familie en eventuele vrienden. Helaas voor Maurits kan Marjolijn er hoogstwaarschijnlijk niet bijzijn, een kleine domper dus, maar hij begrijpt haar reden van afwezigheid en hoopt haar zo snel mogelijk te zien! Na zaterdag volgt zondag en na de zondag volgt de maandag enzovoort en hopen we allebei bij te komen van het immense avontuur.

Tot morgen!

Groetjes Sebas en Maus

Stille hint: Spandoeken en ballonnen

Lief dagboek,

Met veel plezier hebben we jullie vele reacties en op en aanmerkingen op onze foto's en verhalen gelezen en zijn we jullie daar zeer dankbaar voor! Het belangrijkste punt in onze reis moet echter nog komen, namelijk dat we veilig terugkomen in Nederland. Wij hebben er alle vertrouwen in. De terugreis staat gepland op 25 en 26 juni. 25 juni checken we in op het vliegveld van Singapore en vertrekken 26 juni om 00:55 naar Dubai International Airport met een tussenlanding op Colombo, Sri Lanka. Om zes uur 's ochtends Dubai tijd komen we aan op de luchthaven en vertrekken om 08:25 uur met een directe vlucht naar Amsterdam waar we om 13:30 uur hopen te landen op een van de banen van Schiphol.

Nog even alle voor jullie belangrijke gegevens op een rijtje:

De vliegmaatschappij is Emirates. De eerste vlucht van Singapore naar Dubai via Colombo heeft als vluchtnummer EK-349 en de tweede vlucht van Dubai naar Amsterdam heeft als vluchtnummer EK-145. We vliegen onder onze eigen naam.

Bij deze nodigen we iedereen van harte uit om ons op te wachten op Schiphol en na het weerzien nog een drankje te drinken in een van de vele cafetaria's voordat wij, Sebas en Maus na 204 dagen en 24 uur per dag met elkaar opgescheept te zijn uit elkaar gaan.

Hopelijk tot de 26e!

Groetjes Sebas en Maus

Na de fatale rijles bruin gebakken juichen voor het voetbal

Lief dagboek,

Wederom bedankt voor het volgen en het reageren op het verhaal en op de foto's! De tijd zit er bijna op dat jullie onze verhalen niet meer kunnen volgen, gezien we vandaag nog maar tien dagen op de klok hebben en onze reis er bijna op zit.

Ons vorige verhaal sloten we af in Maumere, Flores, waar we moe van alle primitieve omstandigheden toe waren aan wat westerse luxe. We hadden nog een dag te vullen, maar omdat Maumere niet veel voorsteld voor toeristen, besloten we deze maar grotendeels op onze hotelkamer door te brengen en ons opnieuw bezig te houden met het opnieuw inpakken van onze tassen, de schone was opvouwen en het inlezen op Bali.

De volgende ochtend gingen we zo vroeg als mogelijk richting het vliegveld om als eerste van onze vlucht in te checken. We waren hierdoor wel genoodzaakt om drie uur op het vliegveld door te brengen, maar met het vooruitzicht naar Bali te vertrekken vonden we dat niet erg. Het vliegveld van Maumere stelt niet veel voor en bestaat uit een security check, wachtruimte en een landings- en opstijgbaan.

Na drie uur wachten kwam dan eindelijk het vliegtuig in zicht en nadat alle passagiers waren uitgestapt, konden wij het vliegtuig betreden. In twee uur tijd vlogen we van bijna het oostelijkste puntje van Flores terug naar Bali, onze laatste bestemming in Indonesie. We wilden eerst een paar dagen in Kuta verblijven om te kijken of dit een geschikte kustplaats was voor onze laatste twee weken, dus vonden we een taxi die ons voor een schappelijke prijs wel wilde brengen. Kuta staat bekend om de vele jonge Australiers die hier hun zomervakantie doorbrengen en we hadden al van vele medereizigers gehoord dat dit niet de ideale bestemming was. Toch wilden we het zelf gaan onderzoeken en zochten na de taxirit een geschikt hotel. Dit viel nog niet mee, gezien het feit dat Kuta bestaat uit een wirwar van kleine steegjes en kleine straten en dat de eerste paar hotels die wij probeerden allemaal vol zaten. Uiteindelijk vonden we een geschikt onderkomen, compleet met zwembad en warm water douche. We hadden een punt op ons verlanglijstje staan en hadden afgesproken dat direct na aankomst in ons hotel te gaan uitvoeren, namelijk een bezoekje afleggen aan de Mc die ons de afgelopen weken heeft moeten missen. Het smaakte voortreffelijk en met een goed gevulde maag liepen we wat door de straten en steegjes van Kuta. Kuta is inderdaad een drukke kustplaats met veel Australische jongeren en surfers die compleet met surfboard en al op de scooter zitten. Toen het donker was zijn we ergens wat gaan eten en drinken en vonden we voor ons doen laat ons bed.

De volgende dag wilden we na het ontbijt opnieuw een punt van ons verlanglijstje afstrepen, namelijk het bezoeken van een kapper wat voor beiden hoognodig was geworden. Gelukkig hoefden we niet heel lang te zoeken en voor we het wisten stond een klein Indonesisch vrouwtje gewapend met schaar en staalborstel ons te ontdoen van overtollige haargroei. De rest van de dag zijn we lopend Kuta doorgegaan, een hele opgave omdat Kuta een lange strook langs de kust is en de temperatuur hoog oploopt. Toch vonden we wat we wilden hebben, kaarten voor de mensen thuis, een nieuwe zwembroek voor Maus (alweer) en het allerbelangrijkste maar liefst vier nieuwe Bintang T-shirts die je als echte toerist in Indonesie moet dragen. 's Avonds hadden we allebei ontzettende zin in Mexicaans eten en omdat je op Bali alle keuzes voor de hand hebt, zochten we het dichtstbijzijnde Mexicaanse restaurant op en aten daar de lang verwachtte chili con carne, nachos, fajitas en enchillada's. Het eten smaakte heerlijk, maar toch besloten we vanwege de drukte in Kuta de volgende dag verder te trekken naar het souvenirdorp Ubud.

De meeste toeristen boeken georganiseerd vervoer, simpelweg omdat het de makkelijkste manier van reizen is op Bali. Maar om wat geld te besparen besloten wij toch met openbaar vervoer te gaan reizen en ook al duurt het wat langer je spaart er wel de helft mee uit. Toen we bij de bemoterminal aankwamen zagen we al een ander stel driftig in overleg met een bemochauffeur. Het stel was voor een korte vakantie op Bali en zochten verwoed naar een grote bus die hun naar Ubud kon brengen. Wij die al heel wat korte vakanties in Azie erop hadden zitten, legden hun uit dat grote bussen hier niet rijden en dat je of een bemo (een klein busje) moet pakken of met georganiseerd vervoer je eindbestemming moet bereiken. Wij vertelden dat we ook naar Ubud gingen en we roken een kans, namelijk wanneer vier mensen naar Ubud willen en je de krachten bundelt kan je met een beetje goede onderhandelingstechnieken een bemochauffeur zo gek krijgen dat hij niet eerst via Denpassar naar je bestemming rijdt en onderweg nog andere mensen oppikt, maar dat hij als een soort privetaxi direct naar jou eindbestemming rijdt. Deze bemochauffeur had hier ook wel oren naar en uiteindelijk stemde hij in met de prijs die wij in ons hoofd hadden. Voor de zoveelste keer liep de reisdag anders dan vooraf verwacht. Nog geen twee uur later, twee uur sneller dan verwacht, kwamen we aan in een buitenwijk (straat) van Ubud waar we direct al opgewacht werden door een guesthouse-eigenaar. Hij wilde ons wel meenemen naar zijn onderkomen en regelde een gratis taxirit daarnaartoe. We besloten maar een kijkje te gaan nemen en daar aangekomen bleek de accommodatie tegen te vallen in verhouding met de prijs die de beste man vroeg. We besloten het dus maar voor gezien te houden en bedankten hem voor de gratis taxirit naar het centrum van de stad. We vonden uiteindelijk een betere accommodatie waar we tussen de offers door naar onze kamer liepen. Direct na aankomst werden we beloond met een gratis kopje thee, beter gezegd een thermosfles met veel kopjes thee en na wat uitgepuft te hebben van deze zware reisdag zetten we koers richting het centrum om daar een restaurantje op te zoeken. Ons geluk kon niet op, we vonden een restaurant in de vorm van een bakery. We besloten maar helemaal uit te pakken en voor het eerst in onze reis sinds de dag van Mr. KoffieDi(c)k dronken we een kopje hete Cappuccino.

Later die middag verkenden we de vele winkeltjes en marktkraampjes van Ubud om te kijken of er nog iets geschikts tussen zat. Die middag besloten we ook dat je niet op Bali geweest kan zijn zonder een Balinese dansvoorstelling te hebben gezien, dus lieten we ons guesthouse twee kaartjes regelen voor de spectaculairste dansvoorstelling tijdens onze reis, namelijk de Kecakdans. Voordat we gingen meeswingen met de Balinese ritmes zochten we een internetcafe op om daar gehoor te geven aan onze audiovisuele behoeftes. Toen Maus eindelijk klaar was met skypen en we richting de dansvoorstelling zouden lopen begon het pijpenstelen te regenen, waardoor we genoodzaakt waren te schuilen voor de grote druppels die de straten deden veranderen in een stromende rivier. Een kwartier voordat de voorstelling zou beginnen was het nog steeds niet opgeklaard, maar besloten we toch richting de tempel te gaan waar de dans wordt opgevoerd en dat bleek een goede keuze, gezien de tribune overdekt was met een groot zijl en we dus droog naar de voorstelling konden kijken. De Kecakdans is een van de bijzonderste Balinese dansen gezien deze dans geen gebruik maakt van de traditionele muziekinstrumenten, zoals de Gamelan, maar een groep van vijftig man een koor vormde en de meest vreemde geluiden produceerde, zoals 'Auauauauauauauauauaua' en 'KtsjikkeKtsjikkeKtsjikke'. Elk geluid afzonderlijk klonk maar vreemd, maar alle geluiden door elkaar klonken inderdaad net als traditionele muziek. Naast het koor bestond de dans uit een gedeelte van het Ramanyana verhaal, wat vergelijkbaar is met het westerse Romeo en Juilliet. We hadden geen hoge verwachtingen van de avond, maar hebben allebei toch anderhalf uur lang geboeid naar de show gekeken, waarin de meest vreemd uitziende figuren het toneel passeerden, zoals de witte kat dat volgens Sebas een aap voorstelde, Gandalf, Piet Piraat en het hijgende hert dat der jacht was ontkomen.

De show werd afgesloten met een heuse vuurdansact waarbij eerst een grote berg kokosnoten in de fik werd gestoken en vervolgens een man met zo'n hema stokpaardje erdoorheen ging springen. Al springend schopte hij de brandende kokosnoten in het rond die letterlijk her en der tussen de kijkende mensen belandden. Gelukkig was de Balinese brandweer niet in de buurt en werd de show niet afgelast en vormde dit alles een spectaculair einde. Door de smeulende kokosnoten heen en al hoestend en proestend van de enorme rookwolken verlieten wij het tempelcomplex en zochten een restaurantje op om het iets verlate diner te nuttigen.

De volgende dag hadden we een actief programmapunt op de planning staan, namelijk de hoogstwaarschijnlijk laatste wandeling van de reis die ons door de mooie groene omgeving van Ubud ging leiden. De wandeling had een lengte van 8,5 kilometer waar wij normaal gezien onze hand niet voor omdraaien, maar gezien de hoge temperatuur en de constante aanwezigheid van de brandende zon viel de wandeling ons nog redelijk zwaar. De omgeving was inderdaad mooi en leidde ons door groene rijstvelden, mooie dorpjes en stijle hellingen.

Net na het middaguur kwamen we terug in Ubud en na een lunch en nog een laatste rondje te hebben gelopen over de markt zochten we ons guesthouse op om daar bij te komen van de actieve wandeling. Later die middag hadden we een belangrijke afspraak gepland staan, namelijk een skypeafspraak niet met Marjolijn, maar met onze gezamenlijke boezemvriendin en ons grote voorbeeld voor de rest van ons leven, mevrouw Trooster. Het gesprek verliep zoals gewoonlijk met veel brommerachtergrondgeluiden, flauwe opmerkingen en een hoop lol, waarbij de skypeverbinding om de tien minuten wegviel en het hele restaurant mee kon genieten van wat Carlyn allemaal te melden had (sorry Arjan). Na het skypen was het tijd om een goedkoper restaurant op te zoeken om het diner te nuttigen en moesten we door de stromende regen op zoek naar een geschikt restaurant. Die avond hebben we verder nog gevuld met het boeken van vervoer voor de volgende dag.

De volgende dag was opnieuw een reisdag en moest de tas dus weer ingepakt worden. Toen Maus zijn volledige tas had ingepakt voelde hij een leegte om zich heen die zo overweldigend was dat hij Marjolijn haar naam niet meer wist en ook niet meer wist wanneer hij een relatie met haar had gekregen en besloot eens een kijkje te gaan nemen aan de binnenkant van zijn ring om daar het antwoord te gaan vinden. Zijn blik ging naar zijn ringvinger van zijn rechterhand en ontdekte tot zijn schrik een witte lege plek aan zijn zongebruinde hand. De hele tas werd weer uitgepakt en de kamer werd doorgespit en uiteindelijk wisselde hij maar nummers uit met de eigenaar van het guesthouse, zodat hij later de ring zou kunnen ophalen (mits deze gevonden werd). Met een leeg gevoel en vooral een lege hand stapten we in het busje dat ons naar Lovina zou brengen. Inderdaad we hadden onszelf getrakteerd op georganiseerd vervoer, omdat we anders eerst terug hadden gemoeten naar Denpassar en vandaaruit naar Singaraja hadden moeten gaan om daar vervolgens naar de andere kant van de stad te reizen en op een ander bemostation op een bemo te stappen richting Lovina. Deze rit zou de hele dag in beslag nemen en aangezien we Bali beschouwen als vakantie wilden we dit onszelf niet aandoen. De chauffeur reed als een bezetene en het was dan ook geen wonder dat we halverwege de rit een aanrijding hadden met een andere auto. Onze chauffeur parkeerde zijn gehavende auto aan de kant van de weg en stapte met een nors gezicht uit. Een van de passagiers van de andere auto (deze auto had de schuld), stapte eveneens uit de auto alleen toverde hij een grote lach op zijn gezicht en kon de lol er wel van inzien gezien zijn auto werd bestuurd door een leerling. Geschrokken stapte de leerling ook uit en het bleek niet zomaar een leerling, maar een man die reeds de vijftig al was gepasseerd en nog steeds probeerde zijn rijbewijs te halen. Wat volgde was het met een kennersoog bekijken van de schade (wat volgens ons aardig groot moest zijn) en werd er handje klap gespeeld en kreeg onze chauffeur 200.000 rupies in zijn handje gedrukt. 200.000 lijkt veel, maar komt niet boven de 20 euro, maar goed de chauffeur leek tevreden en we konden onze weg vervolgen dus alles was opgelost. De rest van de rit liep de auto een beetje aan, maar de chauffeur leek het niet te merken en uiteindelijk zette hij ons af in het centrum van Lovina. Lovina is een plaatsje aan de noordkust van Bali, wat vooral bekend staat om het spotten van dolfijnen, het goede duiken, prachtig snorkelen en de weinige toeristen die daar komen. Wij wilden geen dolfijnen zien, ook niet duiken en al helemaal niet snorkelen en hoopten alleen op een heel mooi strand en genoeg cafes om de eerste wedstrijd van het wk te zien. We vonden een goed guesthouse met opnieuw een zwembad en na de lunch spoedden we ons richting het strand. Het strand was inderdaad rustig, maar met het zwarte lava zand oogt het iets minder aantrekkelijk.

Ook het water draagde hier niet aan bij, dat met zijn bruine kleur niet onderdoet voor een bakkie koffie met melk en het weinige aantal toeristen heeft als nadeel dat het aantal verkopers per toerist toeneemt en je dus om de vijf minuten genoodzaakt bent te vertellen dat je geen massage wil, geen sieraden wil kopen, zelfs niet die parelkettingen die hoogstpersoonlijk zijn opgevist van de bodem van de zee en het standaard praatje moet houden en de vragen moet beantwoorden 'waar kom je vandaan', 'hoe lang ben je op Bali' en 'zijn jullie broers?' Nadat we de zon hebben zien ondergaan vanaf het strand en we nog een verfrissende duik hadden genomen in het zwembad, een thais diner hadden genuttigd liepen we naar een restaurant waar ze op groot scherm de openingswedstrijd van het WK uit zouden zenden. Precies op het moment supreme van de aftrap van de wedstrijd ging het beeld op zwart en bleek de eigenaar vergeten te zijn zijn maandelijkse sateliet abonnement te betalen. Verwoede pogingen werden ondernomen om het beeld weer te herstellen, maar gedurende de eerste helft bleef het beeld op zwart en liep het overvolle cafe leeg. Intussen was een hulplijn ingeschakeld en wij hadden wel vertrouwen in deze vakkundige man en bleven dus nog even wat langer hangen in het cafe.

Ons gevoel had inderdaad gelijk binnen no time had de man het beeld hersteld en konden we meegenieten van de vele vuvuzela's en het eerste doelpunt van het WK. Na de wedstrijd die bij ons 's avonds wordt uitgezonden vonden we ons bed tot de volgende ochtend.

De volgende dag bestond niet uit veel meer dan relaxen op het zwarte strand, het wegslaan van de vele zandvliegjes en verkopers en 's avonds onze tweede wedstrijd van het WK bekijken. Tevens besloten we ondanks de relaxte sfeer in Lovina de daaropvolgende dag toch weer te vertrekken op zoek naar nog een beter onderkomen op Bali. Opnieuw boekten we een georganiseerd vervoer, dit keer naar Sanur, een kustplaats in het zuiden die bekendstaat om de aanwezigheid van oudere mensen en gezinnen met kinderen, maar bovenal veel Nederlanders aantrekt en de aanwezigheid van een goed strand. Zo gezegd zo gedaan, de volgende dag vertrokken we naar Sanur en binnen drie uur stonden we in de hoofdstraat van het stadje. We hadden in de Lonely Planet al een geschikte accommodatie gezien die wel een hoge prijs vroeg, maar we waren overtuigd met onze onderhandelkwaliteiten en het vooruitzicht van tien nachten in Sanur te verblijven een goede prijs af te spreken. Bij aankomst bleek dit hotel haar prijzen flink verhoogd te hebben en dropen we als geslagen honden af op zoek naar een volgend onderkomen. Al snel bleek dat oudere mensen meer geld te besteden hebben, waardoor de hotels hogere prijzen vragen dan elders. We liepen hotel in, hotel uit en voelden ons steeds natter en viezer worden tijdens onze zoektocht. Uiteindelijk hadden we twee opties over of voor teveel geld in een hotel zitten met zwembad of voor minder geld in een hotel zitten zonder zwembad. We besloten het geld te sparen en het te reserveren voor de invulling van de avonden in Sanur en namen onze intrek in de kamer zonder zwembad. Na wat gegeten te hebben besloten we het strand te gaan verkennen en merkten we dat Scheveningen er niets bij is. Het was zondag en mooi weer en deze combinatie zorgt ervoor dat veel lokale mensen het strand gebruiken om hun vrije dag door te brengen. Omringd door lokale mensen vonden wij nog een vrij plekje in het zand en konden de laatste zonnestralen van die dag nog opvangen. Wat ons direct al opviel bij het strand was het lage waterpijl en het vele gras dat op de bodem van de zee groeit waardoor het mogelijk was om honderd meter de zee in te lopen zonder dat je knieen nat werden. We hoopten dat dit alleen 's middags zo zou zijn en besloten de volgende dag iets eerder naar het strand te gaan om ook ons bovenlichaam nat te maken. 's Avonds hebben we een klein onderzoekje gedaan naar het cafe met de meeste sfeer om daar iedere avond te genieten van een voetbalwedstrijd. De winnaar was een australisch cafe, mede omdat zij per wedstrijd een wedstrijd organiseren (een loterij), waarbij je je naam op een briefje moet invullen en deze in de doos moet doen van het volgens jou winnende land. Bij het invullen en het in de doos doen van zijn briefje zei Sebas al dat hij deze avond zou winnen en niets bleek minder waar, negentig minuten daarna was Sebas de gelukkige eigenaar van een bon om 30 minuten gratis te internetten. Na de tweede wedstrijd voor die dag hielden we het voor gezien en besloten we de nachtelijke wedstrijd aan ons voorbij te laten gaan, half drie is toch echt voor ons te laat en zochten we ons bed op.

De volgende dag kwam laat op gang, iets wat we graag willen vasthouden, mede om straks een jetlag te voorkomen. Na het ontbijt/brunch begaven we ons naar het strand en tot onze verbazing was het uitgestorven en waren alle locals aan het werk en hadden we alle ruimte op het strand. Ook het water was hoger dan de dag ervoor, zodat je op een normale manier kan zwemmen en niet met je buik op de met gras begroeide bodem sleept. 's Middags verlieten we het strand iets eerder, omdat we nog een belangrijk punt te doen hadden vandaag, namelijk het kopen van twee knaloranje t-shirts om die avond uitgedost en al oranje aan te moedigen. Het kostte wat pijn en moeite en een gekneusde teen van Sebas, maar dan heb je ook wat. Maus loopt nu in een heus 'van der Vaart' t-shirt rond en Sebas in een t-shirt van 'Volcon' (jullie kennen hem wel). Na deze aanschaf gingen we op zoek naar het cafe met de meeste oranje fans. Uiteindelijk werden we met behulp van twee in oranje uitgedoste mensen geloodst naar een oranje expat cafe die zich naast de Mc Donalds bevindt. Wij laten geen kans voorbijgaan om het ene kwaad met het andere te veraangenamen, dus jullie raden wel waar wij gedineerd hebben... en vervolgens snel het oranje uitgedoste cafe binnen te stappen. Het was moeilijk om nog plaatsen te vinden, want jullie weten hoe Nederlanders zijn, altijd gierig voor het beste plekje, maar uiteindelijk hebben we toch grotendeels van de wedstrijd kunnen zien en waren we getuige van de redelijke overwinning van oranje (met een klein beetje hulp van Poulsen).

Met een feestelijk gevoel liepen we terug naar ons Australische sportcafe om daar de eerste helft van Japan-Cameroen te kijken. De tweede helft konden we echt niet meer volhouden en haastten we ons terug naar ons bed.

De volgende dag kunnen we kort en bondig over zijn. De dag kwam laat op gang. Na de brunch en wat nieuwe zonnebrand te hebben gekocht vonden we onze weg naar het strand. Om half vier gingen we lunchen en na de lunch hebben we nog wat gerelaxed en ons klaargemaakt voor een skypedate. Vervolgens was het alweer tijd voor het avondeten. Tijdens het avondeten de eerste wedstrijd van de dag gezien en vervolgens door naar het Australische sportcafe voor het toetje Ivoorkust-Portugal. Helaas vanavond geen geluk met de loterij, maar er zaten dan ook zeker vijftien mensen in het cafe.

Vandaag is het dus weer weblogdag en blikken we vooruit op de tien dagen die voor ons liggen. De eerst volgende zeven worden gevuld met brunchen, strand, dineren en voetbal kijken in het Australische sportcafe. Zaterdag staan we natuurlijk weer helemaal klaar voor Oranje die ons dan naar de achtste finale gaan loodsen en woensdag 23 juni zetten we koers richting een oude bekende stad, genaamd Singapore waar we aan het einde van de middag aankomen. Daar hopen we een geschikt hotel te vinden om de laatste twee nachten door te brengen. Een van deze nachten wordt gevuld met voetbal kijken (we zijn in onderhandeling met een oranje expat cafe in Singapore om daar zonder lidmaatschap de wedstrijd om half drie snachts te mogen volgen). De overige tijd in Singapore willen we gebruiken om Sentosa eiland te gaan verkennen, een preteiland gevuld met talloze restaurants, pretparken, bioscopen, stranden en attracties. Wellicht zullen we vanuit Singapore ons laatste verhaal tijdens de reis ten gehore brengen. Jullie moeten wel begrijpen dat de komende dagen niet meer zo spannend zijn en we dit echt gebruiken om nog echt uit te rusten en vakantie te vieren voordat we voet zullen zetten op Nederlandse bodem. De informatie van onze terugkomst zullen we samen met dit verhaal in een aparte mededeling op de site zetten.

Sebas maakt het goed. Is nog steeds dolblij met zijn dertig minuten gratis internet die toch zeker een euro waard zijn! Maar vindt wat hinder van zijn gekneusde teen en loopt wat moeilijk door de straten van Sanur.

Maus maakt het eveneens goed. Is blij dat hij nu eens niet degene is die een kneuzing heeft opgelopen en geniet van de dagen op het strand. Maus kan niet wachten om over tien dagen zijn geliefde weer te zien en hoopt dat zijn moeder hetzelfde vind ;)

Huidige bruintint Sebas: vies bruin

Target bruintint Sebas: nog viezer bruin

Huidige bruintint Maus: zonnebank bruin

Target bruintint Maus: ouwe-opa-die-in-Spanje-woont-bruin

Tot snel!

Groetjes Sebas en Maus

Langs saaie steden op zoek naar giftige macaroni en mooie kratermeren

Lief dagboek,

Nog even en dan moeten jullie het zonder onze verhalen en avonturen stellen, maar voordat het zover is hebben we weer het een en ander beleefd wat we graag met jullie willen delen.

De eerste dag nadat we ons vorige reisverhaal online hadden gezet stond weer een reisdag op het programma. We reisden van Labuan Bajo naar Ruteng, een afstand van zo'n 130 kilometer waar we vier uur over zouden doen. We hadden al gehoord dat reizen op Flores veel tijd in beslag neemt door de slechte staat van de weg en het heuvelachtige landschap. Nadat we ons ontbijt naar binnen hadden gewerkt, begaven we ons naar de kant van de weg waar we direct aangesproken werden door een chauffeur die ons wel met zijn auto wilde wegbrengen. Hij wilde een prijs hebben van 500.000 rupiahs, zo'n 40 euro. Met grote ogen stonden we de man aan te kijken en al snel zakte hij iets in prijs, echter bleef het een belachtelijk hoog bedrag en keken we uit naar een nieuwe aanbieder. Deze deed niet lang op zich wachten en al snel kwam er een bus die ons voor een tiende van het bedrag van de eerste chauffeur wel wilde meenemen.

We vonden onze plek op de achterbank en maakten ons klaar voor de rit, echter moesten we wel wat geduld hebben, gezien de chauffeur nog een aantal andere passagiers wilde oppikken. Een van de desbetreffende passagiers zat waarschijnlijk midden in een verhuizing en nam zijn kompleet ontmantelde tweepersoonsbed mee richting Ruteng. Gelukkig mocht het bed op het dak en met behulp van de welwillende handen van de medepassagiers werd het bed het dak opgedragen. Toen alles op en in de bus zat, het was inmiddels een uur later, vertrokken we richting Ruteng. De wegen vielen mee en waren niet zo slecht als dat we gehoord hadden. De omgeving was mooi en bestond uit groene heuvels, rijstvelden en af en toe een blik op de kustlijn. Na zo'n vijf uur kwamen we aan op het busstation van Ruteng, wat vier kilometer buiten de stad lag. Inmiddels hebben we een heuse tactiek ontwikkeld om voor de juiste prijs in het centrum van de stad te komen en ook deze keer pasten we de tactiek toe. Na eerst flink onderhandelen met wat gereedstaande chauffeurs met een boos gezicht zeggen dat we de prijs te hoog vinden en dan maar richting de stad gaan lopen. Tot nu toe heeft deze tactiek goed gewerkt en ook deze keer kwam de zwakste chauffeur ons toch achterna rijden en voor onze prijs ons bij het hotel afzetten. Het hotel waar we verbleven had het meeste weg van een chalet in de Oostenrijkse bergen en bestond volledig uit hout. Daardoor was het vrij donker en hadden we moeite om de receptionist in het donker te kunnen onderscheiden van de achtergelegen houten muur. Hij had nog wel een kamer vrij en we namen onze intrek. De kamer had geen eigen badkamer, daarvoor moesten we de trap af naar beneden, maar een beetje lopen vinden we niet erg. Na gesetteld te zijn, zijn we op zoek gegaan naar een restaurant om een verlate lunch te nemen. Toen we bijna bij ons uitgekozen restaurant aangekomen waren, werden we aangesproken door een zeer Nederlands uitziende en verstrooid ogende vrouw van middelbare leeftijd en dezelfde manier van spreken had als de assistente van dokter van der Ploeg (televisieserie: 'zeg n's Aa'). Ze vroeg ons in Amsterdams Engels, zonder voorafgaande begroeting of wij al een restaurant hadden gevonden. Toen wij 'nee' antwoordden, zwiepte ze weer terug naar de andere kant van de straat en als een verwilderde hyena, gehuld in gele regenponcho vervolgde ze haar weg. Natuurlijk hadden wij het restaurant zo gevonden en binnen no time zaten wij te genieten van een kleffe magnetron hamburger en een bordje friet. Gedurende de lunch begon het heftig te regenen, waardoor we genoodzaakt waren nog wat langer in het restaurant te blijven zitten. Toen het twee uur later iets opklaarde renden we toch maar tussen de regendruppels door terug naar het hotel. Daar relaxten we wat op de kamer, aangezien het nog steeds niet droog en aangenaam was buiten en het dorp weinig in petto had. Toen het donker was geworden en onze maag alweer zin kreeg in het diner, besloten we maar weer terug te lopen naar het restaurant van die middag, aangezien het het enigste redelijke restaurant van de stad is en genoten daar van een redelijk diner. 's Avonds hebben we nog wat reacties gelezen op de weblog en twee bustickets geregeld voor de volgende ochtend.

De volgende ochtend ging om kwart voor zes alweer de wekker en werkten we een gehaast ontbijt naar binnen. Toen we nog aan de thee zaten was de bus al gearriveerd, echter was het niet de bus van de busmaatschappij vanwaar we een ticket hadden geboekt, want die zat volgens de hotelmedewerker al vol, dus had hij op eigen initiatief maar een vervanger geregeld. Op zichzelf heel initiatiefrijk, alleen had hij het van te voren wel even mogen zeggen tegen ons, zodat we a la minuten moesten beslissen of we met deze bus meewilden of niet. We besloten toch maar mee te gaan en vervolgden onze reis naar Bajawa. De buschauffeur reed als een bezetene, wat zeker voor een nieuw snelheidsrecord zorgde, maar meer nadelen had dan voordelen. Zo slipten we geregeld zijdelings met de banden over het natte wegdek, heeft gedurende de vier uur durende rit een vrouwelijke medepassagier haar gehele maaginhoud en vervolgens al haar gal uitgespuugd en moest de chauffeur de muziek in de bus zo hard zetten om het geluid van de bulderende motor te overstemmen dat het ons een gehoorbeschadeging opleverde. Om precies te zijn was het niet de muziek die zo hard stond, maar de subwoofer onder onze stoel. Na twee en een half uur rijden stopten we voor een lunchpauze en verzocht Maus de chauffeur vriendelijk om de bas uit te zetten. De chauffeur die net als de meeste Floresianen totaal geen Engels sprak zei dat hij het begreep, maar toen we weer in de bus zaten bleek dat hij niet alleen de bas had uitgezet, maar de gehele muziekinstallatie. De rest van de stille rit hoorden we alleen het gepruttel van het gal van de kotsende vrouw en de bulderende motor die ons de bergen over trok. Wederom stopte de bus op een busstation dat buiten de stad gelegen was en binnen no time hebben we de eerdergenoemde tactiek weer toegepast. Toen we toch al twee minuten aan het lopen waren en er nog geen chauffeur achter ons aan was komen rijden begonnen we toch te twijfelen over de prijs die de chauffeurs eerder hadden genoemd. We hadden twee keuzes, op onze knieen terugkeren en smeken of ze ons alsjeblieft toch mee naar de stad wilden nemen of ons niet laten kennen en als een stoere toerist de drie kilometer naar de stad met de zware backpack en een zware rugzak op onze buik op slippers het bergachtige terrein te bedwingen. Wij kozen uiteraard voor het laatste en onder enthousiast gejuich en geroep voelden we ons als Lance Armstrong die de top van de Alpe D'Uez bedwong. Toen we uiteindelijk doordrenkt van het zweet aankwamen bij het hotel moesten we moeite doen iemand te vinden die ons een kamer kon wijzen, gezien er geen personeelslid te bekennen was. Toen het personeel klaar was met verstoppertje spelen wees ze ons naar ons optrekje waar we de natte t-shirts uittrokken en genoten van een koude douche.

Opgefrist en wel ruilden we het hotel in voor het naburige restaurant waar we van een matige lunch genoten. Na de lunch besloten we op zoek te gaan naar een gids die ons de daaropvolgende dag langs nabijgelegen traditionele dorpen wilde leiden. Dit bleek moeilijker dan gedacht waardoor de zoektocht uitmondde in een rondje Bajawa en werden we wederom enthousiast nageroepen en aangestaard. Na een uur rondgelopen te hebben en gezien te hebben dat er niets te doen was in het dorp besloten we de binnenkant van onze ogen maar eens te gaan bekijken en de vroege ochtend te vergeten. 's Avonds toen we op weg waren naar een restaurant voor het diner werden we aangesproken door Phillip, een iets te vriendelijke gids die ons wel een dagje wilde meenemen met de auto, echter had hij ook nog wel een andere klant op het oog, dus moesten we afwachten wat het resultaat van die onderhandeling zou zijn. We spraken af dat hij ons 's avonds zou opzoeken en we verder zouden praten. Die avond was er alleen geen Phillip te bekennen en na het diner besloten we bij gebrek aan activiteiten in de stad, toch maar weer ons bed op te zoeken.

De volgende ochtend zagen we tijdens het ontbijt een oude bekende binnenkomen. Het was meneer Phillip die wilde weten of wij vandaag nog meewilden en na het ontbijt begon het onderhandelen over de juiste prijs. Hij wilde maar niet zakken met zijn prijs, waardoor wij genoodzaakt waren onze trucendoos weer open te trekken, dit keer hanteerden we tactiek 17 (zeggen dat het geen hoogseizoen is en hij vandaag toch geen andere mensen meer kan vinden). Hij zag zijn kansen inkrimpen en besloot dan toch maar iets te zakken. We gingen akkoord met de nieuwe prijs en sprongen direct in zijn auto op weg naar het eerste dorp. Het eerste dorp was het geboortedorp van Phillip zelf en ondanks dat het dorp niet meer geheel in traditionele sfeer was opgebouwd kon je volgens hem nog wel goed de invloeden van de dorpscultuur zien. We werden het huis van 'zijn moeder' ingeloodst en kregen een kop thee aangeboden.

Het daaropvolgende anderhalf uur hebben we 'aandachtig' geluisterd naar het warrige verhaal van Phillip over de tradities en gebruiken in het dorp. De dorpen in Flores zijn hoofdzakelijk Katholiek, een invloed van de Portugezen die hier lang geleden verbleven. Maar naast het katholieke geloof hanteren ze ook nog het Animisme, het geloof in de voorouders. Kernpunten uit het animisme zijn de rollen van een aantal dorpsleden. Sommige mensen hebben van nature een talent om bepaalde gaven uit te oefenen, zoals hout kerven, het lezen van organen van dieren en verklaren van dromen en het aanvoelen van situaties. Zo zijn in elk dorp een man en een vrouw benoemd tot wijsman en wijsvrouw en vervullen zij bij iedere viering een belangrijke rol. Daarnaast neemt het offeren een grote rol in in het geloof. Binnen het animisme bestaan twee doodsoorzaken, namelijk een natuurlijke dood en een dood door een onnatuurlijke oorzaak. Wanneer iemand op onnatuurlijke wijze overlijd, moet een extra offering worden gemaakt aan de goden, zodat het leven van de nazaten niet besmet raakt met ongeluk en verderf. Zo vertelde onze gids uit eigen ervaring (of uit eigen fantasie) dat hij tussen 1998 en 1999 wel drie auto ongelukken kort op elkaar heeft gehad. Deze gebeurtenissen begonnen bij hem en zijn familie twijfel op te roepen of het niet kwam door fouten van je voorouders die niet goedgemaakt zijn met een offer. Hij besloot daarop naar een man met talent te gaan, namelijk het talent om door middel van het slachten van in dit geval een kip en vervolgens het uitlezen van de diverse organen dromen op te wekken waarin hij verteld krijgt wat er in het verleden is gebeurd dat de persoon (onze gids in kwestie) op dit moment zoveel slecht geluk heeft. De man met talent had zich wel ingedekt en had geen tijdslimiet gesteld aan het verkrijgen van het antwoord na het voorleesuurtje. Desondanks kreeg hij de droom binnen een goede nachtrust en in die droom zag hij een man van oude leeftijd en een man van jonge leeftijd op een paard. De oudere man werd achterna gezeten door de jongere man en uiteindelijk met een speer doorspiest (traditionele sate?). Volgens de man met talent kon dit maar een ding betekenen, namelijk een voorouder die misschien wel tweehonderd jaar eerder had geleefd dan onze gids, moest gestorven zijn door het eten van giftige macaroni! Op deze dood zijn vervolgens geen offers gebracht, waardoor onze gids nu te maken heeft met de gevolgen. Gelukkig wist de familie van onze gids hier wel raad mee en bouwden een mooi graf in de voortuin (zonder dat die bedoelt was voor iemand) en legden ze al het geld bij elkaar om een buffalo te kopen en deze op rituele wijze te slachten en bepaalde plaatsen van het huis in te smeren met buffalobloed. Op dit moment heeft onze gids geen ongeluk meer en danken wij de man met talent op onze blote knieen voor de veilige autorit van vandaag en behoeden we iedereen voor het eten van giftige macaroni! Na dit verhaal volgden nog vele andere verhalen over het huwelijk, de manier van leven, het hout kerven en dat het Katholieke geloof en het animisme zo goed samen gaan en dat met oud en nieuw de pastoor zelfs meedoet met de animistische rituelen. Toen onze oren er bijna afvielen verzochten we de gids vriendelijk of we een rondje mochten lopen door zijn dorp, waarna we opnieuw de auto instapten en naar het volgende traditionele dorp reden.

Dit dorp stond niet in de Lonely Planet vermeld en was daarom volgens onze gids nog echt traditioneel. In dit dorp kregen we opnieuw uitleg over allerlei gebruiken en rituelen. Zo heeft iedere familie (clan) in het dorp een aantal bouwsels staan waaronder een houten rieten parasol die symbool staat voor de man en een houten bamboehuisje die symbool staat voor de vrouw en hebben de huizen van de wijsman en wijsvrouw elk een speciaal symbool op het dak, een soort vogelhuisje voor het huis van de vrouw en een krijger op het dak van de man.

Zonder deze bouwsels kan de clan niet bestaan en wanneer je besluit je eigen clan op te richten (wat kan), moet je eerst op zoek naar de speciale houtsoorten die deze bouwsels vereisen. Zodra deze gevonden zijn mag de man met het talent voor houtkerven aan de slag en 'mooie' versieringen maken op het hout van de parasol en op het hout van het huisje. Wanneer hij uitgekrast is, kan begonnen worden met de bouw van de twee bouwsels, wat ook nog niet vanzelf gaat, aangezien de parasol moet staan op de grond die verreikt is met de aanwezigheid met de lichamen van drie specifieke dieren, namelijk een rode kip, een rode hond en rood varken die elk levend begraven worden onder de plek waar de parasol moet komen. Deze dieren moeten je elke dag herinneren welke normen en waarden het belangrijkst zijn in je leven. De kip herinnert je aan het feit dat wanneer hij om vijf uur sochtends begint te kakelen je moet opstaan en naar je werk moet gaan. De hond symboliseert de veiligheid om je huis te beschermen wanneer je er niet bent en het varken symboliseert dat je hem nog eten moet geven en goed voor hem moet zorgen, want dan pas houd hij op met knorren. We hebben aandachtig staan luisteren onder de parasol (was tevens de enige schaduwplek in het dorp), maar konden geen gekakel, geblaf of geknor meer horen en vragen ons af of het wel goed gaat met de clan. Na nog een rondje te hebben gelopen en goed gekeken te hebben of we een rood varken tegen kwamen was het tijd om af te rekenen en na een flinke donatie wat verplicht is als je een dorp bezoekt liepen we terug naar de auto.

Echter mochten we van de gids niet gaan zitten in de auto en moesten we lopen naar het volgende dorp, wat maar een meter of vijftig verder was om op die manier nog een paar mooie foto's te schieten. Het laatste dorp was het meest toeristische van de dorpen die wij gezien hebben, maar nog steeds was er nog geen toerist te bekennen. Na een rondje te hebben gelopen en van de mooie uitzichten te hebben genoten stapten we in de auto en reden we terug naar Bajawa.

Na weer een standaard lunch genuttigd te hebben, vonden we onze weg weer naar de kamer om voor de zoveelste keer te gaan relaxen. Die avond hebben we de bus geregeld voor de volgende dag en na het diner vonden we weer vroeg ons bed.

De wekker ging alweer om kwart over vijf 's ochtends en tijdens het ontbijt kwam de bus al aanrijden om ons op te pikken. De medewerker van het hotel verzocht de buschauffeur vriendelijk nog maar een extra rondje door het dorp te rijden zodat wij onze mond niet hoefden te branden aan het kopje thee. Om half zeven was de bus terug en stapten we in richting Ende. Rond half elf waren we al op de plaats van bestemming en gingen we op zoek naar een geschikt hotel. We moesten hier wel even voor lopen, maar uiteindelijk vonden we voor ons doen een goede kamer voor een goede prijs. We wisten dat in Ende ook weinig te doen viel, maar we hadden een aantal zaken te regelen, zoals geld pinnen, vliegticket boeken en anti muskietenspul kopen. Ook hoopten we op een westers restaurant om de rijst ons lichaam uit te spoelen. Wat we over Ende kunnen zeggen is dat het er te warm is, te stoffig, geen westerse restaurants en dat je overal nagestaard wordt. We hebben die middag kilometers gelopen, onze vliegtickets van Maumere naar Bali geboekt, geld gepind en geen muskietenspul gevonden. Toen we 's avonds in ons hotel zaten te eten, hoorden we de assistente van dokter van der Ploeg langskomen, zodat we weer genoodzaakt waren om Engels te praten en vooral niet te laten blijken dat we Nederlands waren. Die avond vonden we weer op tijd ons bed, zodat we de volgende morgen weer vroeg aan de bak konden.

De volgende morgen liepen we naar het ontbijtbuffet (thee met een besmeerd stukje brood) toen we werden aangesproken door de assistente van dokter van der Ploeg en vroeg ze in vloeiend Amersterdams 'zeg jonges, weten jullie waar dat weversdorp zit in de buurt' (bedenk even de stem erbij). 'Weversdorp, eens even denken', natuurlijk hadden wij geen idee waar dat weversdorp zou moeten zijn, gezien het ver buiten ons interesseveld valt en al snel liep ze de straat op, op zoek naar iemand die het wel wist. Na het karige ontbijtje pakten we de tassen en liepen we richting de grote weg om al binnen een paar minuten een bus te laten stoppen die ons naar Moni kon brengen. De rit zou maar twee uur duren en verliep voorspoedig. Tot net voor Moni toen de bus stopte om een jongen en een hoop groenten binnen te laten. We moesten noodgedwongen verkassen, omdat ze de achterbank wilden gebruiken voor de groenten en namen plaats op de bank naast de jongen. Hij begon gelijk in het engels tegen ons te praten en vertelde ons dat hij een restaurantje runde in Moni en dat zijn moeder een goed guesthouse had. In het restaurant zou hij vanavond een proefdiner draaien om wat traditionele gerechten uit te proberen en legde ons de recepten en bereidingstechnieken uit. Deze bevorderden nou niet echt onze eetlust en we kregen zelfs meer trek in een bordje witte rijst dan in zijn gefermenteerde groenten met kip gevuld bamboescheuten. Toen de bus halt hield in Moni stond zijn moeder al op ons te wachten en werden we zowel door de jongen (Iwan of Johan genoemd) bijna gedwongen om binnen een kijkje te nemen. Omdat wij ons eigen plan al hadden getrokken en al een guesthouse op het oog hadden, bleven we hun verzoek afwijzen. De verzoeken werden steeds dwingender en aggresiever toen we voor de zoveelste keer hadden gezegd 'nee dankjewel' en liepen naar het guesthouse van onze keuze. Helaas zat dit guesthouse vol en ook de andere vijf guesthouses van het dorp waren kompleet volgeboekt. Wat ons restte waren een klein aantal homestays waar we onder zeer primitieve omstandigheden zouden moeten verblijven of een te dure kamer nemen. Uiteindelijk vonden we een kamer bij opa John, een goedlachse oude man die al hard schrobbend ons een rondleiding gaf door de kamer. De kamer zag er zelfs na de schrobbeurd smerig uit en stond niet uit meer dan twee bedden, een vieze bruine wcpot, een kapotte douche, een wastafel zonder water en een deur met een klein hangslotje. Desondanks besloten we de kamer te nemen en verbleven we in de goedkoopste kamer tot nu toe in de reis. Toen we een restaurantje wilden opzoeken voor de lunch, sprak de zoon van opa John, Jeffrey genaamd ons aan en drukte ons op het hart om vooral niet bij bamboorestaurant te gaan eten, omdat toeristen daar regelmatig bestolen en bedrogen zijn en noemde de medewerkers de maffia van Moni. Toen we een ander restaurant hadden gevonden dat bamboerestaurant, begrepen we van de eigenaresse dat er al een aantal dagen geen stroom was in Moni en dat alle guesthouses werden bewoond door mensen van de Timorese overheid die een bedrijfsuitje hadden naar Moni. Die middag zijn we nog een rondje gelopen door Moni en hebben we een bezoekje gebracht aan een waterval. Echter stelde deze weinig voor en zijn toen maar een eindje gaan lopen in de omgeving.

Toen we een kilometer buiten het dorp waren stopte er ineens een auto naast ons en stapte onze grote vriend Iwan uit om te informeren of we nog naar zijn proefdiner kwamen, zodat hij rekening kon houden met de bereiding. We vonden het toch wel opvallend dat deze jongen ons helemaal na kwam rijden om ons te vragen om we bij hem kwamen eten en toen we informeerden welk restaurant hij dan bezat bleek het het bamboerestaurant te zijn. Alles viel op zijn plaats en maakten we hem duidelijk dat we niet van zijn diensten gebruik wilden maken. Hij vond dat wij maar wat meer mensen moesten vertrouwen en eiste dat we alsnog zijn kamer met amerikaans springveer bed kwamen bekijken, want die was veel beter dan alle andere kamers en zeker de kamer van opa John, maar dat zei hij niet om alle andere mensen af te kraken, want opa John was zijn echte opa, maar gewoon omdat hij de beste deal had. Wij vertrouwden hem niet en met moeite poeierden we hem af. Later informeerden we bij Jeffrey of Iwan echt familie van hem was, wat hij met klem ontkende en zei dat hij en een paar vrienden alleen maar op toeristen jaagden en op brommers en bussen mensen aanspreken en ze naar hun guesthouse en restaurant proberen te lokken en op die manier misbruik van ze te maken. We moesten dus op onze hoede zijn in een klein dorp als Moni en besloten weinig mensen meer te vertrouwen. We sloten die middag een deal met Jeffrey dat zijn jongere broertje en diens vriend ons de volgende ochtend vroeg per brommer naar de Kelimutu (kratermeer) zou rijden, zodat we van dat punt de hopelijk laatste zonsopkomst van de reis konden aanschouwen. Die middag hebben we niet meer gedaan dan uitrusten, eten en opnieuw uitrusten. Het is niet dat we zoveel inspannende dingen doen en daar moe van zijn, maar het reizen begint een beetje zijn tol te eisen en in de dorpen van Flores valt niet veel meer te doen dan jezelf vermaken met een boek of de binnenkant van je ogen bekijken. Na het avondeten liepen we terug naar onze kamer en kwamen we tot de ontdekking dat we naast stroom ook geen water tot onze beschikking hadden en konden ons dus niet opfrissen van de afgelopen dag. Bezweet en plakkerig vonden we de vieze bedden.

De volgende ochtend ging om kwart voor vier alweer de wekker. We hadden nog steeds geen water, dus douchen zat er niet in en om kwart over vier stapten we warm aangekleed op de brommer om ons naar boven te rijden. In het donker scheurden we over de bochtige wegen naar de parkeerplaats van de Kelimutu. Daar genoten we van een kopje thee van een van de aanwezige verkopers, voordat we per voet nog verder naar boven naar de kratermeren zouden lopen. De wandeling naar het uitkijkpunt duurde 20 minuten en we waren ruim op tijd voor de zonsopkomst. Alle toeristen die op dat moment in Moni verbleven waren die ochtend boven op de Kelimutu en gezamenlijk genoten we van alweer een mooie zonsopkomst.

Toch was de zonsopkomst niet het enige waarvoor we naar boven waren gegaan. De Kelimutu heeft drie kratermeren die elk een andere kleur hebben aangenomen. Daarnaast wisselen de meren door de aanwezige mineralen regelmatig van kleur. Vandaag waren de meren turquiose blauw, zeegroen en koffiebruinzwart.

Toen de zon net op was, gingen alle toeristen alweer naar beneden, waardoor wij besloten nog wat langer te blijven en te genieten van het mooie uitzicht en het mooie weer.

Om een uur of negen besloten we terug te gaan naar beneden en te beginnen aan een dertien kilometer lange wandeling naar Moni. Het was een lange en vermoeiende wandeling met regelmatig mooie uitzichten op de omgeving en het gezelschap van de vele geiten deed ons goed.

Langs de weg werden we constant aangesproken door zowel volwassenen als kinderen. De volwassenen wilden weten waar we heengingen en de kinderen wilden voornamelijk weten of we geld of koekjes hadden. Toen we het kind met het meeste doorzettingsvermogen maar hadden voorzien van onze laatste koekjes kwamen we terug in Moni. Daar ploften we neer in een restaurantje om er een verlaat ontbijt te nuttigen. Die middag hebben we gevuld met bijslapen en bijkomen van het actieve ochtendprogramma. Van oorsprong hadden we het idee om nog een dag langer in Moni te blijven, maar vanwege de primitieve omstandigheden besloten we de daarop volgende dag toch maar te vertrekken. Ook die avond lagen we weer op tijd op bed.

De volgende ochtend hadden we om acht uur de wekker gezet en zochten we een restaurant op om te gaan ontbijten. Nog voordat we ons ontbijt gekregen hadden, hoorden we een wel heel bekende stem. Uiteraard was het de assistente van dokter van der Ploeg die zich even moest afreageren omdat ze een deur gesloopt had in haar guesthouse en daarover ruzie had gehad met de eigenaar. Wij waren de pineut en na haar twee weken ontlopen te hebben, moesten we nu dan echt een gesprek met haar aangaan. Het was voornamelijk een eenrichtingsverkeer van woorden en nadat ze onze telefoons had gebruikt om een hotel in Maumere te bellen, stonden we op het punt om weg te gaan toen de regen met bakken uit de hemel kwam. Hierdoor waren we genoodzaakt nog langer te blijven zitten en naar het eenrichtingsverkeer van de vrouw te luisteren. Ze vond ons gezelschap wel gezellig, al begrijpen we niet waarom en vroeg ze of we het bezwaarlijk vonden als ze met ons naar Maumere mee zou reizen. We konden moeilijk nee zeggen en voor we het wisten zaten we met z'n drien voor ons guesthouse te wachten op vervoer dat ons mee zou nemen naar Maumere. Al na vijf minuten kwam er een auto aanrijden die nog wel drie plaatsen over had. Wij vonden de prijs te hoog en begonnen met afdingen tot op het punt dat de assistente van dokter van der Ploeg zei 'ik doe het wel, of jullie het nou willen of niet', waardoor onze kansen op een lage prijs verkeken waren. Echter roken we nu een nieuwe kans, namelijk om zonder de assistente van dokter van der Ploeg de reis voort te zetten. En zo geschiedde het dat we samen met Jeffrey op de volgende lift zaten te wachten. Hij was wel benieuwd waarom we de auto hadden afgeslagen, gezien deze een redelijke prijs bood, maar toen we uitlegden dat we geen zin hadden om een aantal uur naast de kakelende kip te zitten, moest hij wel erg lachen en begreep hij onze bezwaren.

Na lang wachten stopte er een bus, wat bleek dezelfde bus als die ons naar Moni had gebracht en voor we het wisten stonden onze tassen in de bus en was de deal gesloten. Het was een lange en vermoeiende rit en de irritante helpers van de conducteur maakten het er niet gemakkelijker op, door je constant aan te staren, je geld te vragen en allerlei dingen in het Indonesisch over je te zeggen. De klok sloeg al vijf uur toen we eindelijk op het busstation van Maumere aankwamen en we opnieuw onze tactiek uitprobeerden, ook al viel het resultaat van de vorige keer tegen. Opnieuw faalde onze tactiek en waren we genoodzaakt de drie kilometer naar het guesthouse te voet af te leggen. Een medewerker van het hotel verzekerde ons dat deze kamer altijd stroom en water heeft en we stemden volmondig in. Na een koude douche begaven we ons richting de haven, omdat daar zich de meeste restaurantjes moesten bevinden. Echter de restaurants uit de Lonely Planet konden we niet vinden, wat ook wel logisch was, gezien ze niet meer bestonden. Na een karige maaltijd besloten we op zoek te gaan naar een internetcafe. Ook deze was onvindbaar. Toen we als laatste wanhoopspoging een groepje straatjongens aanspraken en we vroegen waar we internet konden vinden, wilden ze ons maar al te graag meenemen. Met een stuk of zes luidruchtige Indonesiche jongetjes voorop liepen we door de straten van Maumere. Uiteindelijk brachten ze ons naar een goed internetcafe waar we na een week van internetloosheid eindelijk weer eens konden rondsurfen en konden skypen. Die avond gingen we voor ons doen laat naar bed, het was al ver na tienen, maar voordat we daadwerkelijk gingen slapen, wilden we nog wel een koude douche nemen. Na het opendraaien van de kraan, kwam er tot onze verrassing geen water uit, alleen maar wat gepruttel. We dachten 'oh niet weer, eerst al geen goede restaurants in Maumere en de kans op een westerse maaltijd verkeken en nu ook al geen water meer, houden deze primitieve omstandigheden dan nooit op?' Echter na het attenderen van de eigenaar was het probleem binnen 20 minuten opgelost en konden we afgekoeld en wel dromenland betreden.

De volgende dag, vandaag, besloten we geen wekker te zetten en werden we om zes uur, zoals gewoonlijk wakker, bleven we met moeite liggen tot tien uur, waarna we aan dit verhaal zijn begonnen. De rest van de dag willen we gebruiken voor het schrijven van dit verhaal, het uitzoeken van de foto's, het uploaden van beide en waarschijnlijk is dan de dag alweer voorbij. Morgen houden we een rustdag en maandag beginnen we de week met het begeven van onszelf en onze bagage naar het vliegveld van Maumere om daar met gierende banden op te stijgen van dit mooie, maar vermoeiende en uitputtende eiland en hopen we op meer luxe en westerse omstandigheden op Bali. Op Bali proberen we niet al te veel te doen en willen we ons alleen nog van Kutu verplaatsen naar Ubud, een echt souvenirdorp, vervolgens naar de noordkust, naar Lovina en de laatste week het voetbal volgen in het zuiden. Ergens vanaf Bali zullen we nog wel een keer een verhaal aan jullie ten gehore brengen.

Maus maakt het nog steeds goed, alhoewel hij te lijden heeft onder het eentonige voedsel en de status van toerist. Hij kan er maar moeilijk aan wennen iedere keer nagestaard te worden door de honderden mensen die we dagelijks tegenkomen en zal daardoor blij zijn het meer toeristische Bali te kunnen betreden. Hij kijkt steeds meer ernaar uit om Marjolijn weer te zien, maar merkt ook dat het leven zonder Sebas bijna niet meer gaat en dat het best vreemd moet zijn als je thuis bent om alleen te zijn en niet 24 uur per dag iemand om je heen te hebben.

Sebas maakt het goed, heeft geen last meer van hartklachten, maar merkt ook dat het reizen op Flores zwaarder valt. Weinig en matig eten laten zijn sporen na en kijkt al uit naar de Mc, hamburgers, steaks en chocola op Bali (weten enkele lezers toevallig of er een Mc op Bali zit, om teleurstelling te voorkomen?). Verder is hij ook benieuwd hoe het leven thuis zal zijn, maar verwacht de draad wel weer snel op te pakken en realiseert zich ook dat het best een prestatie is om bijna zeven maanden 24 uur per dag met iemand op te trekken en is daardoor overtuigd voorlopig selibatair te gaan leven.

Groetjes uit het warme, stoffige en saaie Maumere (maar wel mooi!).

Sebas en Maus

Met een rammelend hart op cruise om draken te schieten

Lief dagboek,

Hoe afgezaagd ook, we willen jullie opnieuw bedanken voor het lezen van onze verhalen, het kijken van de foto's en het reageren op de weblog!

We waren gebleven in Senggigi (Lombok) en we hadden jullie verteld over onze plannen om een auto te huren en daarmee de noordkust van Lombok te verkennen, echter viel het nog niet mee om een goede deal eruit te slepen, maar daar later meer over. De dag nadat we het verhaal online hebben gezet hebben we geen wekker gezet om een beetje bij te kunnen slapen van al onze onderwateravonturen op de Gilli's. De rest van de dag werd gekenmerkt door hevige regenval, iets wat ons al sinds Singapore (2 maanden geleden) achtervolgd. Gelukkig hadden we toch niet heel veel op de planning staan voor die dag en hebben we ons vermaakt met het omwisselen van de gelezen boeken, het wegbrengen van de vuile was en het verder zoeken naar een goede autodeal. Vanwege de regenval die nog steeds met bakken uit de hemel viel, hebben we de rest van de middag een beetje gerelaxed in onze bungalow. Af en toe moest dit bij kaars en zaklamplicht, omdat Lombok nog steeds geteisterd wordt door stroomuitval. Die avond hebben we wat gegeten en gedronken en vonden we weer op tijd ons bed.

De volgende dag begon om 10 uur met een ontbijtafspraak, niet alleen met ons omeletje en ons kopje thee, maar ook met een vriend van een vriend van een vriend van de eigenaar van het guesthouse om het nog eens over auto's te hebben.

Met volle mond overlegden we hevig over de prijs. Beide partijen wilden maar weinig zakken. Uiteindelijk merkte de vriend van de vriend van de vriend van de eigenaar van het guesthouse dat we het echt voor onze prijs wilden, omdat we het anders niet zouden doen en nadat hij wat heen en weer had gebeld stemde hij ermee in ons voor 45 euro een dagje rond te rijden langs de noordkust van Lombok, door de jungle en weer terug naar Senggigi. Nadat we handjeklap hadden gespeeld en de deal was gesloten pakte de vriend van de vriend van de vriend van de eigenaar van het guesthouse opnieuw zijn telefoon en belde een goede vriend die even later met zijn auto kwam voorrijden en hij ons vol trots liet zien welke mooie wagen hij wel niet had gevonden voor ons. De auto was voorzien van airco, lederen bekleding en een heuse dvd speler en zoals hij even later zei toen hij op de motorkap van de auto bonsde 'dit is echt de stevigste auto die we hier op Lombok hebben'. Nadat de financiele handelingen waren verricht gingen beide partijen met een voldaan gevoel uit elkaar. De middag hebben we gevuld met het aanschaffen van wat cosmetica en levensmiddelen, hebben we in een internetcafe anderhalf uur gewacht totdat Itunes gedownload was, zodat we nu ook elkaars filmcollectie op de laptop kunnen bekijken, hebben we gegeten, de was opgehaald en toen begon het weer te regenen en hebben we de rest van de middag ons vermaakt op de veranda met onze pas omgeruilde boeken. Die avond hadden we opnieuw een eetafspraak, niet met de autodealer, dat was inmiddels geregeld, maar gedurende ons diner waren we genoodzaakt te speeddaten met de vele pas gearriveerde verkopers die zaten te springen om een praatje. Deze gesprekken zijn op zichzelf wel leuk, maar wel vermoeiend omdat al vijf en een halve maand dezelfde vragen worden gesteld 'hoe heet je', 'waar kom je vandaan', 'zijn jullie broers', 'hebben jullie een vriendin', 'en wil je misschien deze geluksketting kopen?' Als dan op een avond twaalf verkopers aan je tafeltje komen, ben je al gauw geneigd je anders voor te doen dan je bent. We hebben inmiddels meerdere persoonlijkheden aangenomen, zoals Erik, Floris Frederik en Wouter, zijn getrouwd (soms met elkaar) en zijn niet alleen woonachtig in Nederland, maar dan weer in Belgie, Polen of inwoner van Yogjakarta ('Saya tinggal di Yogjakarta'/'ik ben inwoner van Yogjakarta', met deze zin die tevens wordt geadviseerd door de Lonely Planet geef je aan dat je geen toerist bent, maar de taal beheerst en inwoner bent van een Indonesische stad, in dit geval Yogjakarta). De avond vloog voorbij en voordat we het wisten lagen we op bed te lezen of al in dromenland. Plots schrok Sebas weer wakker, kwam overeind en zei tegen Maus (die zijn hoofdstuk aan het uitlezen was) 'ik voel mijn hart kloppen!', 'ja' zegt Maus 'gelukkig maar! Anders zou er iets niet goed zijn'. Maar uiteraard bedoelde Sebas dit niet en naast zijn oude vertrouwde kloppen leek het alsof zijn hart rare bokkesprongen maakte. Toen hij eenmaal had gezegd dat zijn hart vreemd deed (wat overigens diezelfde morgen ook al was gebeurd) kwam een sterk misselijk gevoel opzetten, werd hij duizelig en kreeg het warm en koud. Nadat hij had plaatsgenomen naast de toiletpot (onder de sterrenhemel, ja we hebben nog steeds een outdoor bathroom!) en Maus hem paracetamol had overhandigd en bang was dat Sebas flauw zou vallen, gezien zijn gezicht zo wit was als Nasi Putih, zakte het misselijke gevoel en nam ook de duizeling af, echter bleef zijn hart een driekwartsmaat slaan, terwijl het eigenlijk een vierkwartsmaat zou moeten zijn en leek het alsof er een spier rond het hart steeds versnel samentrok. Normaal gesproken denk je misschien dat het in een dagje wel over zal gaan en probeer je toch wat te slapen, maar we zitten niet in een normale situatie, maar in Indonesie waarbij we bloot gesteld worden aan allerlei mogelijke ziektes en oorzaken, zoals malaria (het heerst volgens een medereiziger, want hij had al twee mensen ontmoet in de afgelopen twee dagen die het maar ternauwernood hadden overleefd). We besloten dus het slapen nog maar even uit te stellen en is Maus hulp in gaan winnen bij het guesthouse om erachter te komen waar een dokter op dit nachtelijk uur te vinden was (het was inmiddels middernacht geweest). Op deze moeilijke vraag ('waar is een dokter te vinden in Senggigi') moest de jongen even nadenken en begon toen maar zijn baas te bellen. Eerst belde hij een nummer wat afgesloten was, vervolgens belde hij een nummer van een telefoon die bij hem in de kamer lag, de derde keer was hij verkeerd verbonden en uiteindelijk de vierde poging had hij zijn baas te pakken. Zijn baas wist dat er in de nabijgelegen beach resort 24 uur per dag een dokter beschikbaar was en met deze informatie keerde Maurits terug naar de nog steeds kloppende Sebas. Toen we ons aan het klaarmaken waren om naar de dokter te gaan, kwam de jongen van het guesthouse naar onze kamer gelopen en stelde voor dat wij zijn motorbike konden lenen, om op die manier niet het stuk te hoeven lopen. Bij beide schoot het doemscenario van Laos weer boven en een apart kloppend hart vonden we genoeg, dus besloten we zijn aanbod maar af te slaan en te gaan lopen naar het resort. Aangekomen bij het resort werden we door de portier de kant van de kliniek opgestuurd. Het had niet veel weg van een kliniek, maar meer van een laad en loscentrum voor vrachtwagens. Nadat een beveiliger met ons meeliep naar de deur waar de kliniek moest zijn, werd de assistent uit zijn slaap gerukt en met de slaap nog in zijn ogen liet hij ons binnen. We waren even bang dat hij de dokter was, gezien het feit dat hij niet veel ouder was dan ons en gekleed was in een sweater met capuchon en een afgesleten spijkerbroek, maar al snel begrepen we dat hij niet de dokter was, maar de assistent. De dokter moest nog uit bed gebeld worden, maar we mochten alvast plaatsnemen in de behandelkamer (wat meer leek op de chauffeurskantine van de televisieserie 'toen was geluk nog heel gewoon'). Gelukkig kwam al na vijf minuten de dokter binnenlopen. Deze dokter bleek ook niet veel ouder dan ons en het viel hem ook niet mee om uit zijn bed te komen gezien zijn ogen nog de hele tijd halfdicht waren. Hij vroeg meteen wat hij voor ons kon doen en na het verhaal te hebben uitgelegd pakte hij zijn luisterdingetje en drukte deze op Sebas zijn borst. Toen hij bedenkelijk begon te kijken, vreesde Sebas niet veel goeds, maar gelukkig kwam het niet door het afwijkende ritme, maar meer door het feit dat hij niets hoorde, wat bleek hij had door de slaap in zijn ogen de verkeerde kant van het luisterdingetje gebruikt. Nadat hij zijn fout had hersteld en het ritme had gevonden en zowel het hart als de longen had beluisterd, mocht Sebas weer gaan zitten en ging hij verder met het onderzoek. Nadat hij even had nagedacht zei hij met luide stem, terwijl hij met zijn hand op de tafel sloeg 'zeg nou eens eerlijk tegen me, je moet echt heel eerlijk zijn... heb je de komende twee nachten goed geslapen? Vertel het me nou eens eerlijk'. Verdwaasd zaten we naar de dokter te kijken, verstaan wij het nu niet goed of zegt hij het verkeerd? Hij bedoelde uiteraard de afgelopen twee nachten en herstelde zijn vraag. We hadden eerder teveel dan te weinig geslapen, daar kon het dus echt niet aan liggen. Ook hadden we niet stiekem gesnoept van de gelukkige paddestoelen op de Gilli's, het enige wat we hadden ingenomen was de gebruikelijke hoeveelheid bier, maar daar zijn we toch wel aan gewend na vijf maanden reizen en de dag ervoor de gebruikelijke wekelijkse malariapil, maar die slikken we ook al een week of 20. Omdat de dokter niets van een oorzaak in hetgeen we hem vertelden kon ontdekken, sloeg hij weer met zijn hand op de tafel en drukte Sebas op zijn hart dat hij angstig en bang was: 'je moet ergens spanning voor hebben', zei hij, 'ga je de komende dagen niet iets spannends doen?' Omdat we juist de komende dagen weinig gepland hadden, behalve een autoritje en een cruise, leek het ons ook niet vrij reeel, maar de dokter bleef erbij dat Sebas ergens bang voor was en schreef hem direct spierverslappers in de vorm van Diasepam (ofzoiets) voor om te kunnen ontspannen. Hierna begon hij sebas zijn bloeddruk maar eens op te meten en kwam tot de ontdekking dat de bloeddruk 90 over 60, dus aan de lage kant was en vroeg of we wel gezond en gevarieerd eten. Gezond en gevarieerd eten in Azie is niet zo makkelijk als dat het lijkt, gezien de voornaamste maaltijd bestaat uit rijst en ook al bestel je iets van groente, meer dan kleine stukjes wortel, boontjes en kool kun je er niet in ontdekken. Uiteraard eten we veel fruit, maar dat had volgens de dokter niet voldoende waarde als verse groente, rood vlees en eieren. De dokter besloot dat hij nog niet voldoende geld verdient had en ook maar een paar vitaminepillen voor te schrijven. Nadat de rekening was gepresenteerd en voldaan liepen we terug naar ons guesthouse en konden we om half twee eindelijk ontspannen en de dokter vergeten. Maus die de dokter met zijn vijf jaar studie niet helemaal vertrouwde heeft Marjolijn voor de zekerheid toch nog maar even gebeld hoe zij dacht over de voorgeschreven spierverslapper en de lage bloeddruk. Nadat we gerust waren gesteld konden we eindelijk de slaap vatten.

De volgende morgen ging de wekker alweer om kwart voor zeven, moesten we in alle haast een ontbijt naar binnen werken in het guesthouse om om acht uur aan de weg te staan waar we hadden afgesproken met onze chauffeur. Om acht uur was onze chauffeur en de beste auto van Lombok nog nergens te bekennen, want het is en blijft Indonesie, dus besloten we nog maar wat langer te wachten. Ons wachten werd beloond toen om half negen een auto de weg op kwam rijden. Het bleek niet onze chauffeur en evenmin de beloofde beste auto van Lombok te zijn, maar de beste man had wel ons bonnetje in zijn hand en was klaar om ons de hele dag mee te nemen op landcruise door Lombok. Op de vraag wat er met de chauffeur en de beste auto van Lombok was gebeurd zei de chauffeur dat ze kapot waren.

De rit leidde ons eerst naar de oudste Hindoeistische tempel van Lombok, Lingsar genaamd waar we een rondleiding kregen en ons van alles werd verteld over de tempel en zijn gebruiken. Naast het hindoeisme bood de tempel ook nog onderdak aan vier andere geloven, waaronder de Islam, boedhisme, het Christendom en een of ander orthodox geloof. Op zich was de tempel niet heel interessant, maar het leverde ons nog wel een aantal mooie plaatjes op voor in het fotoboek.

Toen we weer in de auto stapten vervolgden we onze weg door het drukke verkeer van Lombok naar een afslag richting de jungle. Hier veranderde de drukke weg in een rustige weg met stijle hellingen, diepe afdalingen en veel bochten. De omgeving was mooi en erg groen met hier en daar veel rijstvelden. We maakten een stop op een hoog gelegen viewpoint waar we naast de grote hoeveelheid lokale toeristen konden genieten van de zoals de chauffeur het noemde 'de natuurlijke airco', het was namelijk maar 20 graden, waardoor de locals met dikke jassen en mutsen rondliepen. We vervolgden onze weg naar de grootste en bekendste waterval van Lombok. Vanaf de parkeerplaats moesten we nog een kwartier lopen naar de waterval en konden daar wederom met de vele lokale toeristen genieten van dit natuurverschijnsel. Aziaten blijven gekke mensen, zo springen ze met kleren en al in de waterval.

Toen het begon te regenen probeerden ze met man en macht droog te blijven door wat kartonnetjes en handdoeken boven hun hoofd te houden (terwijl ze al nat waren van de waterval). Nadat de bui was gestopt liepen we terug naar boven en vonden we een plekje om te lunchen. Na de lunch stapten we opnieuw de auto in en reden we langs de noordkust van Lombok terug naar Senggigi. Onderweg stopten we nog bij mooie uitkijkpunten waarvandaan we de drie Gilli eilanden konden zien liggen.

Aan het einde van de middag waren we terug van de landcruise en hebben we het gebruikelijke ritueel van eten en drinken hervat.

De volgende morgen stonden we om zeven uur op en na alle spullen weer te hebben ingepakt en een ontbijtje te hebben genuttigd in het guesthouse vertrokken we richting het kantoor van het tourbureau van de cruise. Toen alle passagiers waren gearriveerd stapten we in de bus en begonnen we aan de rit naar de andere kant van het eiland. Onderweg stopten we nog bij een shoppingmall om de laatste benodigdheden te kopen en tot onze verrassing bevond zich daar ons favoriete restaurant. Ondanks onze drang hebben we er ons toch van weten te weerhouden een heerlijke vette Big Mac naar binnen te werken en besloten we alleen maar wat te drinken te halen. Na de shoppingmall gingen we naar een pottenbakkersdorp waar we uitleg zouden krijgen over de specifieke manier waarop ze hier potten bakken. Indonesie zou Indonesie niet zijn als het water niet met bakken uit de hemel zou vallen, dus ook nu stonden de kranen open.

Dit zorgde ervoor dat we geen uitleg konden krijgen over het productie proces en moesten we het doen met wat stoffige potten in de donkere hal. Toen iedereen zijn eigen water ook weer geloosd had en plaats had genomen in de bus reden we naar de scheepswerf van de touroperator waar we wat uitleg kregen over de wijze waarop ze de schepen bouwen en welke projecten gesponsord worden met het geld dat wij betalen voor de cruise. Hierna stapten we weer in de bus om vijf minuten later uit te stappen in de haven van Labuan Lombok waar onze boot lag te wachten. De eerste aanblik van de boot was er niet een van een cruiseboot, maar meer een vergane vissersboot en we zagen ons al zeker niet drie dagen lang met 28 personen aan boord varen op volle zee.

We hadden het er maar mee te doen en toen iedereen in de restaurant annex slaapkamer was gearriveerd en alle bemanningsleden waren voorgesteld werden we naar onze cabin (hut) gebracht. Wij moesten onze cabin delen met een goedbebuikte Amerikaans/Balinese man die naar achteraf bleek wel van een biertje houdt. Het waren echter maar twee bedden, een eenpersoonsbed en een 1,25 persoons bed (mag nog geen eens een twijfelaar genoemd worden). Omdat de Amerikaan alleen was en teveel buik had om naast een van ons op het 1,25 persoonsbed te slapen, werden wij gedwongen wederom het bed te delen.

Nadat iedereen was geinstalleerd vertrok de boot richting onze eerste bestemming, namelijk het Perama resort island, een klein eilandje voor de kust van Lombok die de touroperator zich had toegeeigend. Bij dit eiland konden we snorkelen, wat relaxen op het strand of een potje volleybal spelen. Omdat Sebas sinds kort hartpatient is en Maus hem geen minuut alleen wil laten, besloten we het volleyballen over te slaan en ons volledig op het snorkelen en relaxen op het strand te storten. Nadat we van een mooie zonsondergang hadden genoten werden we bij elkaar geroepen voor de aanvang van het diner. In een kringetje rond het kampvuur aten we ons bordje leeg en terwijl de maiskolven op het vuur lagen te poffen, kwam de gitaar te voorschijn en zongen we liedjes.

Om negen uur was het tijd om afscheid te nemen van de ruimte om ons heen en moesten we het mooie eiland inruilen voor de krappe cruiseboot. Na nog wat nagepraat te hebben op het dek besloten we om een uur of half elf onze matras maar eens op te zoeken en de slaap te proberen te vatten. Ondanks dat het bed niet heel ruim was, sliep het lekker, alleen omdat de rondbuikige Amerikaanse Balinees zoveel bier op had moest hij zeker drie keer snachts naar het toilet, waardoor hij bijna op Sebas moest staan om zijn bed uit te komen.

De volgende ochtend ging om zes uur de natuurlijke wekker en werden we gewekt door de steeds lichter wordende omgeving. We genoten van een redelijke zonsopkomst om daarna te genieten van een heerlijk ontbijtje. Om half acht kwamen we aan bij Satonda Island, een klein eilandje dat bekend staat om zijn zoutwater krater meer dat volgens zeggen gevuld is met water afkomstig van een Tsunami.

In het meer namen we onze ochtendduik om vervolgens aan de andere kant van het eiland al snorkelend het koraal en de vele vissen te ontdekken. Om een uur of tien gingen we terug naar de boot om koers te zetten richting onze volgende bestemming, namelijk Kilo Beach. Wat volgde was een lange dag varen en veel zonnen op het zonnedek om uiteindelijk om een uur of vijf bij het strand aan te komen.

Hier konden we nog net genieten van wederom een zonsondergang en na een frisse duik, wat erg lekker is na een lange dag in de zon gezeten te hebben, gingen we terug naar de boot voor het diner. Na het diner begon de boot weer te varen om die nacht koers te zetten richting Komodo Island. Om tien uur zochten we onze hut weer eens op om koers te zetten richting dromenland.

De volgende ochtend werden we wederom rond zes uur wakker en waren nog niet op de plaats van bestemming. Na het ontbijt waren we dan eindelijk aangekomen bij Komodo Island, wat de highlight was van onze cruise, namelijk het spotten van de komodo dragons, de grootste levende hagedissoort. De groep werd opgedeeld in twee kleinere groepen en we begonnen elk aan een andere kant van onze trekking op het eiland om zo de kans op Komodo Dragons te vergroten. Van te voren waren we indringend gewaarschuwd voor deze kleine draakjes die alleen maar vlees eten en ook mensen als een lekker hapje zien (gezien de ongelukken in het verleden waarbij sommige mensen zijn opgegeten). Zo moesten vrouwen die ongesteld waren extra op hun hoede zijn, omdat deze dieren al op vijf kilometer afstand vers bloed konden ruiken. Gelukkig is onze menstruatie nog niet begonnen en bleven we ver uit de buurt van de vrouwen in onze groep. Ook mocht je geen rode kleding dragen, omdat dit de beesten deed denken aan vers vlees. Mocht je dan toch aangevallen worden, was de enige tip die de rangers konden geven, neem een foto en ren al zigzaggend weg (iets wat onmogelijk is op dit eiland). Met deze instructies in ons hoofd geprent begonnen we aan de wandeling over het eiland die twee uur zou duren.

Na een uur gelopen te hebben en behalve een kaketoe nog geen draak te hebben gezien gaven we de hoop al een beetje op en kwamen we de andere groep tegen. De andere groep had meer geluk gehad en wel een draak gezien. Met nieuwe hoop konden we aan de tweede helft van de wandeling gaan beginnen. Angsvallig om ons heenkijkend genoten we van het mooie uitzicht, maar nog steeds niet van de draken. Toen we bijna terug waren zei de ranger dat hij een draak had gezien, iets wat niet zo heel erg moeilijk was gezien er een grote groep mensen om het beest heen stonden om foto's te maken.

Ook al was het dier echt, het leek wel alsof hij per ongeluk expres daar neergezet was en onderging het fotovuur van de vele toeristen. Op nog geen twee meter afstand schoten we onze kaartjes vol, waarna we weer verder gingen met onze wandeling. De gids wist er nog wel een paar te vinden en terug gekomen in het basiskamp hadden ze blijkbaar drie komodo's bereid gevonden wat van hun kostbare tijd op te offeren om te poseren voor toeristen. Terwijl de gids geholpen moest worden om de eerste draak te vinden stonden wij allang foto's te maken van het beest. De beesten zien er niet heel gevaarlijk uit, maar als je hun grote en scherpe klauwen ziet snap je dat ze best flink kunnen uithalen.

Het grootste gevaar zit echter in het speeksel wat vergeven is van bacterien en infectie ziektes. Uiteraard waren we goed voorgelicht door het vaccinatiecentrum en hadden we plichtsgetrouw onze Rabies (hondsdolheid)vaccinaties toegediend gekregen, ons kon dus niets gebeuren! Na draak nummer twee volgde al snel nummer drie en ook nummer vier bleef niet lang uit, namelijk een kleine babydraak die hopeloos op zoek was naar zijn moeder, maar achterna gezeten werd door grote telelenzen met burstfuncties waar je u tegen zegt.

Het beest moet zeker tienduizend keer geschoten zijn toen hij uiteindelijk wist te ontkomen. De gids had nog een andere verrassing in petto, namelijk de zeer giftige green viper (slang). Ook hier werden weer volop foto's van gemaakt en nadat echt de kaartjes vol waren liepen we terug naar de boot. Wat volgde was een kort boottochtje naar Red Beach, een strand vlakbij Komodo Island waar we wederom volop konden snorkelen in het mooiste rif dat we tot nu toe gezien hadden. Tijdens het snorkelen zagen we roggen, hoogstwaarschijnlijk een haai die zich verstopt had onder het tafelkoraal (ja we hebben zeker wat onthouden van onze advanced course), een zee slang en veel grote vissen. Na anderhalf uur was het tijd om terug te gaan naar de boot en koers te gaan zetten richting Labuan Bajo (Flores), onze eindbestemming van de cruise. De boottocht duurde nog zo'n drie uur en om een uur of vier kwamen we aan in regenachtig Flores. Als je twee dagen van volle zon hebt genoten en eindelijk een beetje bruin bent geworden valt het vies tegen om in de regen naar je accomodatie te zoeken. Toch zat er iets van haast achter, omdat 8 andere koppels eveneens naar een accommodatie moesten zoeken en er maar een goedkoop guesthouse in het stadje aanwezig is. Wat volgde was een a la Peking Expres achtig tafareel van rennende mensen die zo snel mogelijk ergens wilden komen om de amulet, in dit geval een goedkope kamer, te bemachtigen. Hoe hij het heeft gedaan weten we niet, maar de dik bebuikte Amikaanse Balinees was ons toch voor. Desondanks waren wij de gelukkige tweede en zelfs alle andere koppels konden nog een goedkope kamer bemachtigen in het guesthouse. Niet alle mensen van de cruise hadden Flores als eindpunt, sommige genoten nog twee dagen langer van de boot en voeren terug naar Lombok. Ook kwamen er weer nieuwe mensen aan boord die de lege plaatsen van ons en onze medevertrekkers innamen. Om goed afscheid te nemen werd er savonds nog een vaarwel en welkomstfeestje gegeven en aten we met z'n allen nogmaals op de boot. Na het diner werd de muziek voluit gezet en genoten met name de bemanningsleden en een aantal gekke medepassagiers al dansend van de muziek. Wij keken onder het genot van een biertje lachend toe en om half elf besloten we dat het genoeg was geweest en vroegen de kapitein ons terug te brengen naar wal om ons bedje op te zoeken. Toen we aan de cruise begonnen hadden we twijfels over het feit dat we wel de juiste keuze hadden gemaakt en of dit wel ons ding zou zijn. Niets bleek minder waar te zijn. Het was een leuke ervaring en we vonden het zelfs jammer dat hij nu al afgelopen was, we hadden graag nog een dagje langer meegevaren, maar ze gingen de verkeerde kant op.

De volgende dag sliepen we uit en konden we nog net genieten van ons inbegrepen ontbijtbroodje met mierenjam. We willen in Flores misschien nog een keer gaan duiken en besloten de duikwinkels af te gaan om te kijken of het duiken hier veel verschild van wat we al gezien hebben op de Gilli's en eerdere duiken. Ook moeten we inmiddels een beetje aan het geld gaan denken, zodat we niet de laatste weken van onze reis moeten teren op een te krap budget. Na vier duikwinkels te hebben gehad was de stand dat het duiken in Flores supermooi moet zijn en je meer te zien moet krijgen van de wondere onderwaterwereld dan bij de Gilli's. De duiken hier worden uitgevoerd bij het Komodo National Park, wat wel als nadeel heeft dat je naast je gewone duikkosten ook geld moet betalen om het park in te mogen. We besloten een rondje te lopen door de stad om eens goed na te denken over of we het wel zouden doen. Al snel werden we aangesproken door een overenthousiaste man die een heel verhaal begon over hun leider die de overwinning had behaald in de verkiezingen en dat we mee moesten komen naar het grote feest dat ter ere van de overwinning gehouden zou worden. Ze zouden wel tien koeien slachten en dat moesten we echt zien. Ook al houden we van een hamburgertje, om nou tien koeien te laten doodbloeien voor een foto gaat ons toch echt te ver en toen we net op het punt stonden om de man af te wimpelen rende hij al schreeuwend naar de overkant van de straat en kwam een hele optocht van luid toeterende en schreeuwende brommerrijders, gevolgd door een kollone auto's en vrachtwagens de straat doorrijden. Ze riepen allemaal de naam van hun leider en waren onderweg naar het overwinningsfeest.

Al met al was het een beetje een vreemd tafareel. Nadat de kolonne uit het zicht was verdwenen hadden we weer de tijd om nuchter na te denken en uiteindelijk hakten we de knoop door en trokken we wat miljoenen uit de muur om voor de daaropvolgende dag twee duiken te boeken. De duikschool attendeerde ons erop dat omdat we al in het Komodo National Park waren geweest we een ticket konden ophalen bij de touroperator van de cruise zodat we niet opnieuw de entrancefee hoefden te betalen, gezien het ticket drie dagen geldig is. Gelukkig kregen we direct het ticket, zodat we niet opnieuw hoefden te betalen. De rest van de middag hebben we gebruikt om dit verhaal te schrijven, wat maar goed is ook gezien de grote hoeveelheid hoosbuien die Flores teisteren. De straten zijn veranderd in rivieren en zelfs onder de daken zit je zelfs niet helemaal droog.

's Avonds vonden we alweer snel ons bed om de volgende ochtend vroeg wakker te worden.

Acht uur meldden we ons bij de duikschool en toen iedereen was gearriveerd liepen we met zeven toeristen en drie instructeurs richting de boot. De boottocht naar onze eerste divespot duurde ongeveer twee uur en heette Manta Point en ligt in het Komodo National Park. De plek is uitermate geschikt om Manta Rays te zien, het grootste roggensoort ter wereld! Toen we nog op de boot zaten kregen we alvast een voorproefje van wat we beneden zouden gaan zien, want om de zoveel minuten gleed er een donkere schaduw door het water. Nadat we gebriefd waren en onze duikuitrusting hadden aangetrokken was het moment daar om het water te betreden. Meteen bij het begin van de duik had Maus problemen met zijn beademingsapparaat, waardoor hij genoodzaakt was zijn reserve automaat te gebruiken, maar ook deze ademde niet normaal. Gelukkig kon hij de duik wel voortzetten, hij moest alleen door het snelle ademen het water vroegtijdig al verlaten. Tijdens de duik maakten we kennis met een andere eigenschap van Komodo Island, namelijk de sterke stromingen die het eiland omringen. De stromingen worden veroorzaakt door het samenkomen van meerdere oceanen en zeeen en kan gevaarlijke situaties opleveren. Gelukkig bleven wij bespaard en behalve wat moeite om de juiste richting op te komen heeft de stroming bij ons niets veroorzaakt. Tijdens de duik zagen we onder andere schildpadden, allerlei grote varianten vis, zoals de Napoleon Wrass, de Bumphead Parrotfish en zelfs opnieuw een glimp van een haai en het hoogtepunt van de duik uiteraard waren de Manta Rays die ons voorbij vlogen.

Na een uur was iedereen door zijn lucht heen en vonden we onze plek terug naar de boot. Tijdens onze gebruikelijke verplichte pauze tussen twee duiks in voeren we naar een andere duikspot genaamd Batu Bolong. Dit was een klein eilandje dat bekend stond om zijn zeer sterke stroming en veel draaikolken, maar onder de juiste begeleiding kan hier ook redelijk veilig gedoken worden. De duik vond plaats langs een muur van koraal en bracht ons op grotere diepte dan de eerste duik, op zo'n 30 meter. Opnieuw zagen we schildpadden, haaien en grote vissen voorbij zwemmen en daarnaast nam het koraal ook mooie vormen aan. Voorafgaande aan de duik werden we gewaarschuwd voor de zogenaamde tornado's. Dit zijn voorbij komende draaikolken van water die je de diepte in sleuren als je niet dicht genoeg langs het rif blijft zwemmen. Gelukkig zijn de tornado's aan ons voorbij gegaan en konden we de voor ons toch wel de mooiste duikspot tot nu toe weer veilig verlaten.

Niet alle toeristen hadden deze tweede duik gemaakt, waardoor we de mogelijkheid hadden een derde duik te maken op een andere locatie. Toch besloten we deze aan ons voorbij te laten gaan en de duiktijd van de andere toeristen te gebruiken om al snorkelend het rif te verkennen. Dit keer geen sterke stromingen en tornado's, maar zoals de instructeur het omschreef, een zwembadduik. Na deze duik zetten we koers terug naar Labuan Bajo waar we rond een uur of zes terugkwamen. Inmiddels hebben we 21 duiken gedaan in Azie en zijn bang dat duiken op Bali minder goed zullen zijn als de duiken die we tot nu toe hebben gedaan, dus misschien zijn dit wel onze laatste duiken van de reis geweest. Na een snel diner hebben we de avond besteed aan het uploaden van dit verhaal en de bijbehorende foto's. Tevens hebben we nog een aantal foto's toegevoegd die zijn genomen met de camera van de duikinstructeur. Hij heeft ook een filmpje gemaakt van voorbij vliegende Manta Rays, maar vanwege de enorm snelle uploadsnelheid is het niet mogelijk deze op Flores online te zetten en zullen jullie nog even moeten wachten op de voorbijglijdende gevaartes.

Na ons verblijf in Labuan Bajo vertrekken we naar Ruteng, een stadje zo'n 140 kilometer van Labuan Bajo, maar een rit van 4 uur. De wegen zijn hier niet zoals we het gewend zijn in Nederland, dus dit kan nog voor een hoop avontuur zorgen. Na Ruteng vertrekken we de volgende dag door naar Bajawa om daar hopelijk met gids een bezoek te brengen aan de tradionele dorpen in de omgeving. Vervolgens reizen we door naar Boawae om daar te genieten van de mooie ligging om daarna door te reizen naar Ende, de hoofdstad van Flores. Na twee dagen Ende gaan we naar Moni, een stadje aan de voet van de Kelimutu vulkaan om daar een blik te werpen op de drie aanwezige kratermeren die elk hun eigen kleur hebben en om de zoveel jaar van kleur veranderen. Vervolgens reizen we terug naar Ende om daar het vliegtuig te pakken naar Denpassar om onze laatste twee weken het voetbal te gaan volgen en bruin te bakken op Bali.

Sebas is herstellende van zijn schrik en heeft sinds die avond geen last meer gehad van zijn hart. Zelf denken we dat het of een vitaminetekort is geweest of een bijverschijnsel van de malariatabletten. De tijd zal het leren, maar vooralsnog geen reden tot paniek!

Maus maakt het helemaal goed. Zijn kleurtje is weer helemaal op orde door de afgelopen dagen cruisen. Hij mist Marjolijn nog steeds, maar ziet de tijd dichterbij komen dat hij haar weer zal zien.

Groetjes Sebas en Maus

In het donker zonder lucht naar de haaien

Lief dagboek,

Hier is de leesmap weer met jullie wekelijkse portie leesvoer. Uit jullie reacties begrijpen we dat jullie onze avonturen leuk blijven vinden en ook al doen we het niet expres elke dag opnieuw maken we dingen mee die we jullie niet willen besparen, zo ook deze week weer dus neem er onder het genot van een kopje koffie en een stroopwafel de tijd voor.

Na ons vorige verhaal online te hebben gezet, hebben we het strand van Senggigi verkend. Het strand is niet zo parelwit als je misschien zou verwachten. Het ligt eigenlijk bezaaid met rommel en luierende lokale nietsnutten die je de hele dag proberen van alles aan te smeren, van dvd's tot magische paddestoelen en van sjawls tot zelfgevlochten armbandjes. De zee is ook niet al te aantrekkelijk gezien het lage waterpijl, de grote hoeveelheid dood koraal op de bodem en de zeer sterke stroming die je rond het eiland voert. Desondanks is het een redelijk aantrekkelijke plek gezien de afwezigheid van hordes toeristen en de aanwezigheid van wat zonneschijn. Iets wat we de afgelopen dagen nog niet heel veel hebben gezien. Nadat de zon zijn plekje hoog aan de hemel had verlaten, besloten we dat het tijd was om terug te gaan naar ons royale bungalow om daar onze laatste nacht door te gaan brengen. Onderweg naar ons onderkomen besloten we nog het vervoer van de volgende dag naar Gilli Trawangan (een eiland voor de kust van Lombok) te regelen zodat we alleen maar na het ontbijt op het busje hoefden te wachten wat ons zou wegbrengen naar de haven in Bangsal.

Onze laatste nacht slaap werd bruut verstoord door een telefoontje vanuit Nederland. Liet de belastingdienst ons dan nooit met rust? Het was gelukkig niet de belastingdienst die belde maar Maurits zijn blije vriendin die ondanks het tijdsverschil zich genoodzaakt vond hem om half 2 snachts van zijn bed te lichten met het heugelijke nieuws dat Rienke (zus van Maurits) bevallen was. De telefoonverbinding was niet al te best, waardoor Marjolijn na een minuut of wat wegviel en Maurits slaperig tegen Sebas zei: 'ik heb er een neefje bij'. Kort daarop begon zijn telefoon opnieuw te piepen en kreeg Maurits een berichtje binnen van Marjolijn over het feit dat een nieuwe verbinding niet ging lukken, maar dat ze hierbij de details nog even doorgaf: Maurits had er een lief nichtje bij en ze heette Laura. De bevalling was goed en soepel verlopen. Maurits, nog beduusd van het feit dat hij zojuist Sebastiaan had verteld dat het neefje was, terwijl het toch echt een nichtje was, sprong een gat in zijn klamboe en kon de rest van de nacht de slaap maar moeilijk vatten.

De volgende ochtend ging om zeven uur alweer de wekker en na het inmiddels routinematig inpakken van de tassen, stonden we te wachten op het busje dat ons naar Bangsal, de haven, zou brengen vanwaarvandaan we per boot naar de Gilli's zouden varen. Iets na tijd kwam er een gammel busje aanrijden waarbij we verzocht werden in te stappen. Na nog wat meer mensen opgehaald te hebben, waarbij het busje goed vol kwam te zitten, reden we over de mooie kustweg in de richting van de haven. Helaas was de chauffeur nog niet helemaal wakker, waardoor hij bij een aantal heuvels niet genoeg vermogen kon opbouwen om het busje de heuvels op te krijgen. Gelukkig hebben ze daar in Indonesie een trucje voor. Gewoon twee stenen onder de wielen, allemaal uitstappen, flink veel gas geven, stenen weghalen, naar boven rijden, allemaal weer instappen en weer verder rijden naar de volgende heuvel. Gelukkig hoefden we maar een keer dit ritueel te herhalen en konden we voor de rest genieten van het mooie utzicht over de kust. Halverwege de rit stapte er een local in die boven op de tassen ging zitten en ons het aanbod deed om met zijn maatschappij de terugreis naar Senggigi of naar Bali te boeken, want vanaf de eilanden was dit echt moeilijk te regelen. Ook vertelde hij ons over wat ons in Bangsal te wachten stond, namelijk hordes wachtende touts (verkopers) die je allemaal willen meelokken naar hun maatschappij. Maar gezien wij al vervoer hadden geregeld en hadden betaald voor zowel het busje als de boot, moesten wij tegen elke verkoper zeggen 'no thank you'. Na drie kwartier rijden stopte het busje bij een guesthouse en werden we verzocht plaats te nemen in het restaurant van het guesthouse. We zouden hier even later opgehaald worden en naar de boot gebracht worden. Na eventjes te hebben gewacht kwam er een jongen bij ons zitten die vroeg waar we vandaan kwamen. Zoals gewoonlijk vertelden we hem dan we uit Nederland kwamen, waarop hij de vervolgvraag stelde 'wil je dan drugs van me kopen, marihuana, paddo's of xtc?' Omdat deze vraag ons wel heel vaak wordt gesteld, reageerden we een beetje geirriteerd en zeiden 'nee natuurlijk niet, we gebruiken geen drugs, alsof iedereen in Nederland drugs gebruikt'. Hierop antwoordde hij dat hem was verteld dat iedereen in Nederland drugs gebruikte, waarop wij hem vroegen of hij uberhaupt zelf wel eens in Nederland was geweest en dat dit zeker niet het geval was. Hij snapte in ieder geval wel dat hij geen drugs bij ons kwijt kon, dus ging hij maar over op het volgende item, namelijk het verkopen van de terugtickets van de Gilli's naar Senggigi. Wij wilden nog geen terugticket aanschaffen gezien we nog niet wisten wanneer we precies terug zouden komen en wisten dat je op de eilanden zelf ook kaartjes kon kopen. Ondanks herhaaldelijk nee te hebben gezegd bleef de jongen maar aandringen en werd hij steeds agressiever. Uiteindelijk begon hij ons te chanteren en zei dat als we nu geen kaartjes van hem kochten we niet met de boot mee mochten en moesten wachten op de volgende boot die vier uur later zou vertrekken. Uiteraard waren we het hier niet mee eens en na een heftige woordenwisseling en neus aan neus elkaar boos te hebben aangekeken besloten we als ze ons toch niet wilden brengen maar op onszelf naar de haven te gaan. De haven was 500 meter lopen. Toen we bijna bij de haven waren aangekomen kwam een van de mannen die bij het guesthouse zat achter ons aangereden en smeet ons de twee kaartjes in handen voor de bootovertocht. In de haven zagen we een hele groep andere toeristen wachten en we besloten ons daar maar bij aan te sluiten om nog geen vijf minuten later op de boot naar Gilli Trawangan te stappen. Na nog geen veertig minuten zetten we voet in het paradijs.

Zoals gewoonlijk als we ergens aankomen is ons eerste prioriteit het zoeken van een guesthouse. Dit eiland kende meer dan 100 guesthouses, dus zo moeilijk kon het volgens ons niet zijn. Als eerste liepen we wat goedkope guesthouses af uit de Lonely Planet, maar het geluk was niet aan onze zijde, want of er was niemand aanwezig, of hij was vol, of het was ver boven ons budget. Na een uur van guesthouse naar guesthouse te zijn gelopen, besloten we dan maar ons budget te verhogen en terug te gaan naar onze tweede bezichtiging, aangezien dit de meest frisse en schone kamer volgens ons was. Gelukkig hadden ze nog een kamer vrij en met handen en voeten wisten we de twee meisjes bij de receptie duidelijk te maken dat we voor in ieder geval 5 en misschien 7 nachten de kamer wilden hebben. Na een kwartier in gebarentaal en op kinderlijke wijze Engels gesproken te hebben, begrepen ze onze bedoeling en betaalden we alvast de eerste nacht van ons verblijf. Na wat uitgepuft te hebben, haalden we onze zwembroeken weer uit de tas en zochten we een rustig stukje strand ver van alle drukte op. Al snel kwamen we erachter waarom dit stukje strand zo rustig was, de zee was namelijk niet erg aantrekkelijk en de bodem lag bezaaid met dood koraal en een zachte substantie waarvan we later zagen toen het tij begon te keren dat het gewoon de grasbodem was (sinds wanneer groeit er gras op de bodem van de zee?). Maar goed het zand lag lekker en met wat lezen en puzzelen spendeerden we hier onze gehele middag. 's Avonds hadden we een typisch strandvakantieavondje en deden weinig anders dan hangen in een van de relaxe loungerestaurantjes die het eiland rijk is.

De volgende dag begon met uitslapen, want dat hoort bij het paradijs (toch?) en na genoten te hebben van een heerlijke bananenpannenkoek (we moeten er al minstens 100 op hebben) gingen we naar de door ons uitgezochte duikschool voor een eerste kennismaking. We hadden via email al contact gehad en ons verzoek ingediend voor een Nederlands sprekende instructeur gedurende onze advanced duikcursus. Bij de duikschool aangekomen werden we ontvangen door Corrado Gasparro, nee het was geen verdwaalde neef van Don Corleone, maar een echte spaghetti-etende-duikdude. Hij legde ons van alles uit, onder andere dat de enige Nederlandse duikinstructeur op Gilli Air zat, een ander eiland en dat deze niet naar Gilli Trawangan zou komen. Maar wij Nederlanders kunnen goed Engels en volgens hem was dit geen probleem. Onze eerste duikcursus hebben we gedaan volgens de theorie van de organisatie Padi en volgens de spaghetti-etende duikdude konden we voor onze advanced duikcursus beter kiezen voor de leermethode van SSI, gezien je hier geen theorie voor hoeft te leren, geen tentamen hoeft te maken en je dus dubbel zoveel tijd over hebt voor bierdrinken, partyhoppen en gelukkig worden van de paddestoelen. Volgens hem maakte het niet uit dat je van twee verschillende organisaties een cursus hebt gedaan, gezien beide breed geaccepteerd worden in de duikwereld, dus we besloten hier maar op in te gaan en vulden de benodigde formulieren in. We spraken af om de dag na morgen te beginnen. Dit begreep hij wel, aangezien vanavond een groot feest georganiseerd zou worden en we dus de zaterdag nodig zouden hebben om te slapen, zodat we zondag weer fris en helder uit onze ogen zouden kijken. We hebben hem maar in deze waan gelaten en zijn terug gelopen naar ons guesthouse om onze zwembroeken aan te trekken. Toen we net onze zwembroeken aan hadden en op het punt stonden om het guesthouse weer te verlaten werden we aangesproken door een van de meisjes van de receptie en gevraagd hoe laat we zouden uitchecken vandaag, waarop wij antwoordden: 'uitchecken? We checken niet uit vandaag. We blijven minimaal vijf nachten.' Al vragend keken ze ons aan en zeiden: 'dat kan helemaal niet, we hebben een reservering voor jullie kamer en jullie moeten vandaag uitchecken!' Uiteraard waren we het hier niet mee eens, we hadden immers gisteren toch echt duidelijk gemaakt dat we voor langere tijd de kamer wilden hebben en we zeker niet van plan waren om onze tassen weer in te pakken en weer alle andere opties af te struinen. Ze merkten aan ons dat we niet zo snel zouden opgeven en begon met de telefoon driftig het nummer in te toetsen van de manager. Na een hoop Indonesisch getetter kreeg Sebas de telefoon in zijn handen gedrukt, zodat de manager nog eens kon uitleggen wat het probleem was. Nog voordat de manager zijn mond kon opentrekken, zei Sebas (keurig netjes) dat het zo via de telefoon niet ging werken en hing direct op. De meisjes snapten hier niets van, de manager zou het immers allemaal wel regelen, hij kon immers Engels en zij niet (zag je ze denken). Wij snapten wel wat het probleem was, typisch een gevalletje miscommunicatie en het overboeken van een hotelkamer. Driftig begon het meisje weer het nummer van de manager in te toetsen, ze zaten immers nog steeds met hetzelfde probleem en terwijl Sebas opnieuw met de mysterieuze manager aan de telefoon hing, zei het andere meisje: 'anders nemen jullie deze kamer toch.' Een blik in de kamer was voor ons voldoende om nee te zeggen, gezien de kamer maar een twee persoonsbed had en als we voor lange tijd ergens blijven vinden we het toch wel fijn om een meter tussen ons in te hebben gedurende de nacht. De manager begon te schipperen en merkte dat we niet snel zouden opgeven. Uiteindelijk gaf hij de moed op en zag hij zich gedwongen om de andere mensen teleur te stellen en deze twee assertieve Nederlanders tegemoet te komen. Met een overwinning op zak liepen we richting het strand. Vanwege het slechte zwemwater van gisteren besloten we ons heil te zoeken aan de andere kant van het eiland. We moesten hiervoor eerst nog wel een heel stuk lopen, maar het was geen vervelende weg langs de mooie kust en resorts. Het strand aan deze kant zag er mooi en verlaten uit, precies zoals de brochure het omschrijft, echter was hier nog steeds hetzelfde probleem, namelijk de grote hoeveelheid dood koraal. Toch besloten we hier maar van de rust te genieten en spreidden we onze sarongs en sloegen we ons boek open. 's Avonds hebben we opnieuw genoten van de laidbacksfeer op het eiland waar ze geen enkel gemotoriseerd voertuig hebben rijden en het dagelijkse vervoer nog altijd gaat per fiets of per cidomo (oud paard en gammele wagen).

Verder kun je geen stap zetten op het eiland zonder een aanbod van iemand die hetje nog relaxter wil maken door bijvoorbeeld een happy mushroomshake, marihuanacake of een lekker xtc pilletje. Het enige wat je hoeft te doen: 'dial 911, drugs on delivery'. We vragen ons toch af of dit tafareel zich ook in het werkelijke paradijs gaat voordoen. Het eiland heeft een overvloed aan hotels en restaurants en bestaat voor de rest uit een zevental grote duikscholen die veel mensen aantrekken. Zodra je van de hoofdweg af gaat en de donkere steegjes volgt, moet je oppassen dat je niet op een van de vele katten gaat staan of oog in oog komt te staan met een van de vele geiten.

Een andere eigenaardige eigenschap van het eiland is dat er alleen maar zout water uit de kraan komt, de stroom gemiddeld vijf keer per dag uitvalt, wat neerkomt op 15 uur per dag en je dus constant het ronkende geluid van de honderden generatoren hoort die op het eiland aanwezig zijn. Naast de stroom wil het water er ook nog wel eens afgaan, wat best vervelend kan zijn als je net naar de wc bent geweest en niet kunt doortrekken (we zullen dit tafereel niet gedetailleerd beschrijven). Maar voor de rest is het inderdaad een klein paradijsje op aarde, al moeten er volgens ons nog betere plekjes te vinden zijn.

De volgende dag begon zoals gewoonlijk om elf uur met een pannenkoekenontbijtje in onze loveseat op de veranda en werd voortgezet met een tocht naar het strand.

Vandaag besloten we maar de drukte op te zoeken, gezien drukte misschien toch betekent 'het beste strand' en inderdaad het koraal in dit gedeelte van de zee was aanzienlijk minder. Toen we na de lunch het strand weer opzochten en we net gesettteld waren betrok de lucht en vormden zich grote donkere wolken boven het eiland. Dit betekende niet veel goeds, dus besloten we snel onze spullen te pakken en richting het guesthouse te lopen. Aangekomen in het guesthouse aanschouwden we de goedmaakpoging van de twee jonge medewerksters, ze hadden namelijk vanwege het misverstand onze kamer een goede beurt gegeven en onze bedden en handdoeken verschoond (iets wat normaal nooit gebeurd in Azie). Toen we naar binnen gingen stonden ze stiekem te gluren wat onze reactie zou zijn. Nadat wij 'thank you' riepen naar ze, begonnen ze allebei te giegelen. Nog geen tien minuten daarna kwamen de druppels uit de hemel zetten. Druppels werden emmers, emmers werden gewoon een rivier en de rivier vormde uiteindelijk een tweede zee op de grond. Al kolkend stroomde het water door de tuin van het guesthouse de zanderige straten van het eiland op. Het heeft zeker twee uur zo geregend, op zich niet erg, we zaten toch binnen. Het enige probleem was dat we hadden afgesproken om ons tussen 5 en 6 bij de duikschool te melden en een tijd af te spreken voor het begin van de cursus de volgende ochtend. Gelukkig werden tegen een uur of zes de emmers weer druppels en konden we al druppels ontwijkend (nee dat lukte niet) onze weg vinden naar de duikschool, terwijl we onderweg tot onze enkels door het water moesten waden, gezien er geen riolering aanwezig is op het eiland. Onze spaghetti-etende duikdude was niet aanwezig, hij moest namelijk een nachtduik verrichten, maar gelukkig was er nog een Zuid-Afrikaanse duikdude aanwezig die ons kon informeren wat betreft de begintijd voor morgen. We moesten ons om 13 uur verzamelen bij de duikschool en zouden voorafgaand aan onze duik van 14 uur een briefing krijgen. Tevens stonden we die dag ingedeeld voor de nachtduik die om 19 uur zou plaatsvinden. Die avond hebben we ons ritueel herhaald van het eten en relaxen in een restaurantje.

De volgende dag konden we uitslapen en na het gebruikelijke pannenkoekenontbijtje rustten we nog wat meer uit voordat we ons om een uur naar de duikschool begaven. Aangekomen bij de duikschool bleken we ingedeeld te staan bij de ‘Naturalist' duik, een duik waarbij de nadruk ligt bij het herkennen van koralen en vissen. De briefing duurde een half uurtje, waarna het tijd was om onze duikuitrusting bij elkaar te sprokkelen.

Toen we de uitrusting zelf in elkaar hadden gezet kwam Maus erachter dat zijn lucht wel open ging, maar niet meer dicht kon (een vereiste voordat de apparatuur naar de boot gebracht zou worden). Na het inschakelen van de spaghetti-etende duikdude kon ook hij het probleem niet oplossen en werd de fles vervangen voor een andere. Toen alle uitrusting zowel dicht als open wilde werd alles richting de boot gedragen en zetten we koers naar Manta Point, onze eerste duikspot. De duik verliep soepel en we zagen heel wat kleinere visjes en het allerbelangrijkste waar we al lang op gehoopt hadden, maar nooit gekregen en nu dus wel, was het oog in oog te komen staan met het gevaarlijkste wezen onder water, namelijk de haai... Dit anderhalve meter lange luie beest lag heerlijk te slapen op de bodem van de zee, hangen er opeens een aantal duikers boven je bubbels te blazen en je uit je vlees verslindende droom te halen. De haai bedacht zich niet nog een keer en verroerde vervolgens geen vin. Dit gaf ons echter wel de gelegenheid om het anderhalve meter lange luie beest eens goed te bekijken en kwamen tot de conclusie (hadden net de naturalist briefing gehad) dat het een white tip reef shark moest zijn. Het was moeilijk om tot deze conclusie te komen, gezien het feit dat het gehele anderhalve meter lange luie beest grijs was, behalve het puntje van zijn vin wat zo wit als sneeuw was. Voor de rest zagen we onder water diverse schildpadden en een hoop ander vissoortige wezens. We hadden al vernomen dat de stroming tussen te eilanden sterk kon zijn en dit merkten we al direct gezien de stroming je dan weer naar links trok en dan weer naar rechts trok. Na zo'n drie kwartier hadden we onze 50 bar bereikt, dit betekent 'low air' en houdt in dat je je weg naar boven moet vinden. Terug aangekomen op de boot voeren we in tien minuten terug naar het eiland en volgde een korte evaluatie bij de duikschool.

Hierna hadden we twee uur vrij om een hapje te gaan eten en om iets voor zes moesten we ons weer melden bij de duikschool voor de tweede duik van die dag, de night dive (nachtduik). Voorafgaand aan deze duik kregen we een uitgebreide briefing over de verschillen tussen dag en nachtduiken en werd ons uitgelegd hoe we de zaklamp moesten bedienen, want zonder zaklamp zie je snachts weinig onder water. Nadat de uitrusting weer gecontroleerd was vertrokken we weer per boot, dit keer naar ‘house reef', een rif vlak voor het eiland. Hier zouden we het donkere water betreden en ons laten verrassen door wat er zoal snachts onderin het water leeft. Toen we allemaal beneden waren, was opnieuw de sterke stroming voelbaar en was de spaghetti-etende duikdude nergens voor ons te bekennen, dus keken we elkaar allemaal vragend aan en schenen met z'n vijven achter ons, tegen de stroming in en zagen we een verblinde spaghetti-etende duikdude achter ons. Door de stroming was de instructeur achter ons geraakt en moesten wij verwoede pogingen doen om niet nog verder van hem af te geraken. Uiteindelijk lukte het hem om ons voorbij te gaan en ons de weg te wijzen. Het duiken in het donker is een aparte ervaring, zeker met een groep van vijf man die allen nog niet heel erg ervaren zijn. De stroming zorgde voor dat het moeilijk kan zijn om je eigen plek te houden en als er dan ook nog mensen bij zitten die wild om hun heen spartelen of tegen de stroming in gaan zwemmen wordt het helemaal lastig. Dit keer zagen we geen haaien, alleen maar normale vissen, krabben, garnalen en een soort inktvis. We hadden afgesproken dat we niet met de boot terug zouden gaan, maar zouden proberen ons met de stroming mee voor de duikschool uit het water te komen. Dit lukte ons nog ook, het enige jammere was alleen dat door de lage waterstand je jezelf over het koraal moest slepen met je duikuitrusting nog op je rug, waardoor er de volgende dag waarschijnlijk nog meer dood koraal zou zijn. De avond hebben we weer gevuld met het vaste ritueel om vervolgens vroeg naar bed te gaan.

De volgende dag ging om zeven uur alweer de wekker en konden we een keer niet uitslapen. Na het ontbijt spoedden we ons naar de duikschool waar we om acht uur verwacht werden voor een briefing voorafgaande aan onze derde duik, de fotografie duik. We hebben ervoor gekozen een poging te doen om jullie mee te laten genieten van de onderwaterwereld en gingen dus met digitale camera in de hand richting de bodem van de zee.

We doken naar een diepte van 30 meter en zagen daar opnieuw allerlei moois, zoals schildpadden, roggen en opnieuw een white tip reef shark. Eentje die niet hield van alle aandacht en zich snel uit de vinnen maakte. Toch hebben we met de camera een glimp van het beestje op kunnen vangen, zie hieronder.

Het duiken had nog een ander hoogtepunt, of beter gezegd dieptepunt. De instructeur vraagt gewoonlijk na een bepaalde tijd op hoeveel bar lucht je nog zit. Maus zat op dat moment (15 minuten duiken) nog op 120 bar en doken lekker verder op 30 meter. Duiken op deze diepte zorgt ervoor dat je lucht per 10 meter dubbel zo hard gaat, dus op 30 meter gaat de lucht drie keer zo snel op als boven water. Na een tijdje vroeg de instructeur weer op hoeveel lucht we zaten en Maus zat op dat moment nog op 50 bar, wat betekent 'low air' of beter gezegd, 'terug naar de oppervlakte'. Op het moment van vragen zaten we nog op 22 meter diepte en de instructeur maakte geen aanstalte snel het oppervlak te bereiken. Na een tijdje vroeg hij weer aan Maus en de rest hoeveel lucht we nog in onze tank hadden en schrok zich rot toen Maus aangaf nog 10 bar over te hebben in zijn tank. De instructeur bleef kalm en kwam direct met een oplossing, hij liet Maus namelijk mee-ademen van zijn reserve regulator (beademingsapparaat).

Nog steeds totaal niet onder de indruk van wat er gebeurde, schoot de spaghetti-etende duikdude met Maus z'n camera nog wat leuke plaatjes van het gebeuren toen hij gestoord werd door onze mededuikster met de mededeling dat ze ook nog maar 10 bar in haar fles had zitten. Opnieuw schoot hij niet in de stress en loste het op door zijn eigen regulator aan het meisje te geven en zelf zijn lucht te halen uit de resterende lucht uit haar fles. We hadden het geluk twee camera's bij ons te hebben en zo het triootje van lucht delende duikers vanuit meerdere hoeken vast te kunnen leggen.

Na de verplichte safety stop van drie minuten op vijf meter diepte konden we dan eindelijk onze weg naar boven vinden (als je die stop niet doet en je gaat direct omhoog heb je een grote kans op decompressie ziekte). Bij de oppervlakte aangekomen kon iedereen zichzelf weer van lucht voorzien en wachtten we op de boot die ons terug mee zou nemen naar de duikschool. De boot kwam al vrij snel aanvaren en we klommen in de boot. Echter niet iedereen was op een diepte van 30 meter geweest en de meesten konden dus langer onder water blijven waarop we een minuut of 20 moesten wachten tot iedereen weer in de boot zat. Op zich is wachten niet erg, maar op dat moment lagen we in een vrij ruwe kolkende zee, waardoor het ontbijt van die ochtend begon te rommelen in de maag wat resulteerde in drie zee zieke mensen, waaronder Sebas.Gelukkig had Maus de camera nog bij de hand en kon het allemaal vastleggen om het verhaal te ondersteunen.

Teruggekomen in de duikschool maakten we onze uitrusting klaar voor onze volgende duik en hadden we de tijd om ergens te gaan lunchen. Voorafgaande aan de volgende duik was er wederom een briefing. Deze duik was de navigatie duik en moest ons leren onze weg te vinden onder water met behulp van een kompas. We moesten een twee tal oefeningen doen onder water, namelijk een rechte lijn zwemmen heen en terug en een vierkant zwemmen met behulp van het kompas. Toen we bij onze vierde duikspot waren aangekomen bleek de stroming te sterk en besloot de instructeur de oefeningen later aan het oppervlak te laten uitvoeren. We konden ons gewoon laten meevoeren met de stroming en genieten van de onderwaterwereld. Zoals gezegd moesten we de oefeningen aan het oppervlak uitvoeren en terwijl de instructeur alweer op de boot zat met zijn rug naar ons toe maakten wij onze laatste opdracht af die ons zou leiden naar het certificaat. Teruggekomen bij de duikschool moesten we nog een ding doen, namelijk het opsommen van een aantal koraalsoorten die we onder water gezien hadden en hetzelfde met een aantal vissoorten. Echter was deze opdracht niet zo moeilijk gezien de instructeur zelf de antwoorden al gaf. Hierna waren we in het bezit van ons certificaat welke we de volgende dag konden ophalen. De avond hebben we het oude ritueel van het bezoeken van een restaurant weer gevolgd.

De volgende dag sliepen we uit en regelden we de betaling bij de duikschool en kregen in ruil voor ons geld het certificaat in haden plus de gemaakte foto's onder water. De foto's zijn niet zo mooi gelukt als boven water, maar het moet jullie wel een idee geven hoe het er onder water aan toe gaat. De rest van de dag hebben we uitgerust van de twee vermoeiende dagen en op het strand gelegen.

Ook de volgende dag begon langzaam en bestond voornamelijk uit relaxen op het strand en genieten van de laidback laatste avond op het eiland.

De daaropvolgende dag besloten we het paradijs te verlaten en terug te gaan naar Senggigi om te proberen nog wat meer van Lombok te zien. De terugreis verliep soepeler dan de heenreis en zonder aggressieve verkopers. Ons onderkomen vonden we opnieuw bij de royala bungalow waar we eerder al hadden geslapen en na het begroeten van de medewerkers van de diverse restaurantjes die ons nog kenden van vorige week zijn we terug gegaan naar het toeristenkantoor waar we de heenreis geboekt hadden. We wilden hier nog even ons punt maken dat chanteren van toeristen geen goede zaak is. Ze namen onze klacht serieus op, maar ze zeiden dat het ticket niet van hun was. Daar we toch echt in dat kantoor geboekt hadden, kwam er na wat rondbellen een jongen opdagen die de schuld wel op zich wilde nemen en zei dat hij het zou bespreken met zijn baas. Nadat we gezegd hadden geen geld te willen zien, omdat we niets teveel betaald hadden, vertrok zijn gezicht en zag je hem denken 'wat doen ze dan hier?' Hij bedankte ons voor de klacht en maakte nogmaals excusus. Waarschijnlijk helpt het weinig, maar wij hebben in ieder geval ons zegje gedaan. Na het indienen van de klacht zijn we dit verhaal gaan schrijven.

We hopen de komende dagen een auto te huren en Lombok rond te rijden. Echter onze huidige aanbieders vragen een te hoge prijs die wij ons niet kunnen veroorloven, maar we hopen op een wederaanbod. De 24e vertrekken we met de cruiseboot naar Flores waar we nog ongeveer twee weken doorbrengen en vanaf dit eiland zullen we jullie opnieuw op de hoogte brengen van de belevenissen.

Maus is blij met de geboorte van zijn kleine nichtje! Hij moet het voorlopig eventjes doen met de foto's die hij opgestuurd krijgt door de trotse opa en oma, maar kijkt uit naar het moment dat hij haar voor het eerst ziet. Daarnaast kijkt hij uit naar het weerzien met Marjolijn!

Sebas maakt het goed, kijkt uit naar de cruise en de laatste weken in Indonesie en ziet ook wel weer uit naar het thuiskomen.

Tot het volgende verhaal!

Groetjes Maus en Sebas