Bas & Maus op avontuur

Langs saaie steden op zoek naar giftige macaroni en mooie kratermeren

Lief dagboek,

Nog even en dan moeten jullie het zonder onze verhalen en avonturen stellen, maar voordat het zover is hebben we weer het een en ander beleefd wat we graag met jullie willen delen.

De eerste dag nadat we ons vorige reisverhaal online hadden gezet stond weer een reisdag op het programma. We reisden van Labuan Bajo naar Ruteng, een afstand van zo'n 130 kilometer waar we vier uur over zouden doen. We hadden al gehoord dat reizen op Flores veel tijd in beslag neemt door de slechte staat van de weg en het heuvelachtige landschap. Nadat we ons ontbijt naar binnen hadden gewerkt, begaven we ons naar de kant van de weg waar we direct aangesproken werden door een chauffeur die ons wel met zijn auto wilde wegbrengen. Hij wilde een prijs hebben van 500.000 rupiahs, zo'n 40 euro. Met grote ogen stonden we de man aan te kijken en al snel zakte hij iets in prijs, echter bleef het een belachtelijk hoog bedrag en keken we uit naar een nieuwe aanbieder. Deze deed niet lang op zich wachten en al snel kwam er een bus die ons voor een tiende van het bedrag van de eerste chauffeur wel wilde meenemen.

We vonden onze plek op de achterbank en maakten ons klaar voor de rit, echter moesten we wel wat geduld hebben, gezien de chauffeur nog een aantal andere passagiers wilde oppikken. Een van de desbetreffende passagiers zat waarschijnlijk midden in een verhuizing en nam zijn kompleet ontmantelde tweepersoonsbed mee richting Ruteng. Gelukkig mocht het bed op het dak en met behulp van de welwillende handen van de medepassagiers werd het bed het dak opgedragen. Toen alles op en in de bus zat, het was inmiddels een uur later, vertrokken we richting Ruteng. De wegen vielen mee en waren niet zo slecht als dat we gehoord hadden. De omgeving was mooi en bestond uit groene heuvels, rijstvelden en af en toe een blik op de kustlijn. Na zo'n vijf uur kwamen we aan op het busstation van Ruteng, wat vier kilometer buiten de stad lag. Inmiddels hebben we een heuse tactiek ontwikkeld om voor de juiste prijs in het centrum van de stad te komen en ook deze keer pasten we de tactiek toe. Na eerst flink onderhandelen met wat gereedstaande chauffeurs met een boos gezicht zeggen dat we de prijs te hoog vinden en dan maar richting de stad gaan lopen. Tot nu toe heeft deze tactiek goed gewerkt en ook deze keer kwam de zwakste chauffeur ons toch achterna rijden en voor onze prijs ons bij het hotel afzetten. Het hotel waar we verbleven had het meeste weg van een chalet in de Oostenrijkse bergen en bestond volledig uit hout. Daardoor was het vrij donker en hadden we moeite om de receptionist in het donker te kunnen onderscheiden van de achtergelegen houten muur. Hij had nog wel een kamer vrij en we namen onze intrek. De kamer had geen eigen badkamer, daarvoor moesten we de trap af naar beneden, maar een beetje lopen vinden we niet erg. Na gesetteld te zijn, zijn we op zoek gegaan naar een restaurant om een verlate lunch te nemen. Toen we bijna bij ons uitgekozen restaurant aangekomen waren, werden we aangesproken door een zeer Nederlands uitziende en verstrooid ogende vrouw van middelbare leeftijd en dezelfde manier van spreken had als de assistente van dokter van der Ploeg (televisieserie: 'zeg n's Aa'). Ze vroeg ons in Amsterdams Engels, zonder voorafgaande begroeting of wij al een restaurant hadden gevonden. Toen wij 'nee' antwoordden, zwiepte ze weer terug naar de andere kant van de straat en als een verwilderde hyena, gehuld in gele regenponcho vervolgde ze haar weg. Natuurlijk hadden wij het restaurant zo gevonden en binnen no time zaten wij te genieten van een kleffe magnetron hamburger en een bordje friet. Gedurende de lunch begon het heftig te regenen, waardoor we genoodzaakt waren nog wat langer in het restaurant te blijven zitten. Toen het twee uur later iets opklaarde renden we toch maar tussen de regendruppels door terug naar het hotel. Daar relaxten we wat op de kamer, aangezien het nog steeds niet droog en aangenaam was buiten en het dorp weinig in petto had. Toen het donker was geworden en onze maag alweer zin kreeg in het diner, besloten we maar weer terug te lopen naar het restaurant van die middag, aangezien het het enigste redelijke restaurant van de stad is en genoten daar van een redelijk diner. 's Avonds hebben we nog wat reacties gelezen op de weblog en twee bustickets geregeld voor de volgende ochtend.

De volgende ochtend ging om kwart voor zes alweer de wekker en werkten we een gehaast ontbijt naar binnen. Toen we nog aan de thee zaten was de bus al gearriveerd, echter was het niet de bus van de busmaatschappij vanwaar we een ticket hadden geboekt, want die zat volgens de hotelmedewerker al vol, dus had hij op eigen initiatief maar een vervanger geregeld. Op zichzelf heel initiatiefrijk, alleen had hij het van te voren wel even mogen zeggen tegen ons, zodat we a la minuten moesten beslissen of we met deze bus meewilden of niet. We besloten toch maar mee te gaan en vervolgden onze reis naar Bajawa. De buschauffeur reed als een bezetene, wat zeker voor een nieuw snelheidsrecord zorgde, maar meer nadelen had dan voordelen. Zo slipten we geregeld zijdelings met de banden over het natte wegdek, heeft gedurende de vier uur durende rit een vrouwelijke medepassagier haar gehele maaginhoud en vervolgens al haar gal uitgespuugd en moest de chauffeur de muziek in de bus zo hard zetten om het geluid van de bulderende motor te overstemmen dat het ons een gehoorbeschadeging opleverde. Om precies te zijn was het niet de muziek die zo hard stond, maar de subwoofer onder onze stoel. Na twee en een half uur rijden stopten we voor een lunchpauze en verzocht Maus de chauffeur vriendelijk om de bas uit te zetten. De chauffeur die net als de meeste Floresianen totaal geen Engels sprak zei dat hij het begreep, maar toen we weer in de bus zaten bleek dat hij niet alleen de bas had uitgezet, maar de gehele muziekinstallatie. De rest van de stille rit hoorden we alleen het gepruttel van het gal van de kotsende vrouw en de bulderende motor die ons de bergen over trok. Wederom stopte de bus op een busstation dat buiten de stad gelegen was en binnen no time hebben we de eerdergenoemde tactiek weer toegepast. Toen we toch al twee minuten aan het lopen waren en er nog geen chauffeur achter ons aan was komen rijden begonnen we toch te twijfelen over de prijs die de chauffeurs eerder hadden genoemd. We hadden twee keuzes, op onze knieen terugkeren en smeken of ze ons alsjeblieft toch mee naar de stad wilden nemen of ons niet laten kennen en als een stoere toerist de drie kilometer naar de stad met de zware backpack en een zware rugzak op onze buik op slippers het bergachtige terrein te bedwingen. Wij kozen uiteraard voor het laatste en onder enthousiast gejuich en geroep voelden we ons als Lance Armstrong die de top van de Alpe D'Uez bedwong. Toen we uiteindelijk doordrenkt van het zweet aankwamen bij het hotel moesten we moeite doen iemand te vinden die ons een kamer kon wijzen, gezien er geen personeelslid te bekennen was. Toen het personeel klaar was met verstoppertje spelen wees ze ons naar ons optrekje waar we de natte t-shirts uittrokken en genoten van een koude douche.

Opgefrist en wel ruilden we het hotel in voor het naburige restaurant waar we van een matige lunch genoten. Na de lunch besloten we op zoek te gaan naar een gids die ons de daaropvolgende dag langs nabijgelegen traditionele dorpen wilde leiden. Dit bleek moeilijker dan gedacht waardoor de zoektocht uitmondde in een rondje Bajawa en werden we wederom enthousiast nageroepen en aangestaard. Na een uur rondgelopen te hebben en gezien te hebben dat er niets te doen was in het dorp besloten we de binnenkant van onze ogen maar eens te gaan bekijken en de vroege ochtend te vergeten. 's Avonds toen we op weg waren naar een restaurant voor het diner werden we aangesproken door Phillip, een iets te vriendelijke gids die ons wel een dagje wilde meenemen met de auto, echter had hij ook nog wel een andere klant op het oog, dus moesten we afwachten wat het resultaat van die onderhandeling zou zijn. We spraken af dat hij ons 's avonds zou opzoeken en we verder zouden praten. Die avond was er alleen geen Phillip te bekennen en na het diner besloten we bij gebrek aan activiteiten in de stad, toch maar weer ons bed op te zoeken.

De volgende ochtend zagen we tijdens het ontbijt een oude bekende binnenkomen. Het was meneer Phillip die wilde weten of wij vandaag nog meewilden en na het ontbijt begon het onderhandelen over de juiste prijs. Hij wilde maar niet zakken met zijn prijs, waardoor wij genoodzaakt waren onze trucendoos weer open te trekken, dit keer hanteerden we tactiek 17 (zeggen dat het geen hoogseizoen is en hij vandaag toch geen andere mensen meer kan vinden). Hij zag zijn kansen inkrimpen en besloot dan toch maar iets te zakken. We gingen akkoord met de nieuwe prijs en sprongen direct in zijn auto op weg naar het eerste dorp. Het eerste dorp was het geboortedorp van Phillip zelf en ondanks dat het dorp niet meer geheel in traditionele sfeer was opgebouwd kon je volgens hem nog wel goed de invloeden van de dorpscultuur zien. We werden het huis van 'zijn moeder' ingeloodst en kregen een kop thee aangeboden.

Het daaropvolgende anderhalf uur hebben we 'aandachtig' geluisterd naar het warrige verhaal van Phillip over de tradities en gebruiken in het dorp. De dorpen in Flores zijn hoofdzakelijk Katholiek, een invloed van de Portugezen die hier lang geleden verbleven. Maar naast het katholieke geloof hanteren ze ook nog het Animisme, het geloof in de voorouders. Kernpunten uit het animisme zijn de rollen van een aantal dorpsleden. Sommige mensen hebben van nature een talent om bepaalde gaven uit te oefenen, zoals hout kerven, het lezen van organen van dieren en verklaren van dromen en het aanvoelen van situaties. Zo zijn in elk dorp een man en een vrouw benoemd tot wijsman en wijsvrouw en vervullen zij bij iedere viering een belangrijke rol. Daarnaast neemt het offeren een grote rol in in het geloof. Binnen het animisme bestaan twee doodsoorzaken, namelijk een natuurlijke dood en een dood door een onnatuurlijke oorzaak. Wanneer iemand op onnatuurlijke wijze overlijd, moet een extra offering worden gemaakt aan de goden, zodat het leven van de nazaten niet besmet raakt met ongeluk en verderf. Zo vertelde onze gids uit eigen ervaring (of uit eigen fantasie) dat hij tussen 1998 en 1999 wel drie auto ongelukken kort op elkaar heeft gehad. Deze gebeurtenissen begonnen bij hem en zijn familie twijfel op te roepen of het niet kwam door fouten van je voorouders die niet goedgemaakt zijn met een offer. Hij besloot daarop naar een man met talent te gaan, namelijk het talent om door middel van het slachten van in dit geval een kip en vervolgens het uitlezen van de diverse organen dromen op te wekken waarin hij verteld krijgt wat er in het verleden is gebeurd dat de persoon (onze gids in kwestie) op dit moment zoveel slecht geluk heeft. De man met talent had zich wel ingedekt en had geen tijdslimiet gesteld aan het verkrijgen van het antwoord na het voorleesuurtje. Desondanks kreeg hij de droom binnen een goede nachtrust en in die droom zag hij een man van oude leeftijd en een man van jonge leeftijd op een paard. De oudere man werd achterna gezeten door de jongere man en uiteindelijk met een speer doorspiest (traditionele sate?). Volgens de man met talent kon dit maar een ding betekenen, namelijk een voorouder die misschien wel tweehonderd jaar eerder had geleefd dan onze gids, moest gestorven zijn door het eten van giftige macaroni! Op deze dood zijn vervolgens geen offers gebracht, waardoor onze gids nu te maken heeft met de gevolgen. Gelukkig wist de familie van onze gids hier wel raad mee en bouwden een mooi graf in de voortuin (zonder dat die bedoelt was voor iemand) en legden ze al het geld bij elkaar om een buffalo te kopen en deze op rituele wijze te slachten en bepaalde plaatsen van het huis in te smeren met buffalobloed. Op dit moment heeft onze gids geen ongeluk meer en danken wij de man met talent op onze blote knieen voor de veilige autorit van vandaag en behoeden we iedereen voor het eten van giftige macaroni! Na dit verhaal volgden nog vele andere verhalen over het huwelijk, de manier van leven, het hout kerven en dat het Katholieke geloof en het animisme zo goed samen gaan en dat met oud en nieuw de pastoor zelfs meedoet met de animistische rituelen. Toen onze oren er bijna afvielen verzochten we de gids vriendelijk of we een rondje mochten lopen door zijn dorp, waarna we opnieuw de auto instapten en naar het volgende traditionele dorp reden.

Dit dorp stond niet in de Lonely Planet vermeld en was daarom volgens onze gids nog echt traditioneel. In dit dorp kregen we opnieuw uitleg over allerlei gebruiken en rituelen. Zo heeft iedere familie (clan) in het dorp een aantal bouwsels staan waaronder een houten rieten parasol die symbool staat voor de man en een houten bamboehuisje die symbool staat voor de vrouw en hebben de huizen van de wijsman en wijsvrouw elk een speciaal symbool op het dak, een soort vogelhuisje voor het huis van de vrouw en een krijger op het dak van de man.

Zonder deze bouwsels kan de clan niet bestaan en wanneer je besluit je eigen clan op te richten (wat kan), moet je eerst op zoek naar de speciale houtsoorten die deze bouwsels vereisen. Zodra deze gevonden zijn mag de man met het talent voor houtkerven aan de slag en 'mooie' versieringen maken op het hout van de parasol en op het hout van het huisje. Wanneer hij uitgekrast is, kan begonnen worden met de bouw van de twee bouwsels, wat ook nog niet vanzelf gaat, aangezien de parasol moet staan op de grond die verreikt is met de aanwezigheid met de lichamen van drie specifieke dieren, namelijk een rode kip, een rode hond en rood varken die elk levend begraven worden onder de plek waar de parasol moet komen. Deze dieren moeten je elke dag herinneren welke normen en waarden het belangrijkst zijn in je leven. De kip herinnert je aan het feit dat wanneer hij om vijf uur sochtends begint te kakelen je moet opstaan en naar je werk moet gaan. De hond symboliseert de veiligheid om je huis te beschermen wanneer je er niet bent en het varken symboliseert dat je hem nog eten moet geven en goed voor hem moet zorgen, want dan pas houd hij op met knorren. We hebben aandachtig staan luisteren onder de parasol (was tevens de enige schaduwplek in het dorp), maar konden geen gekakel, geblaf of geknor meer horen en vragen ons af of het wel goed gaat met de clan. Na nog een rondje te hebben gelopen en goed gekeken te hebben of we een rood varken tegen kwamen was het tijd om af te rekenen en na een flinke donatie wat verplicht is als je een dorp bezoekt liepen we terug naar de auto.

Echter mochten we van de gids niet gaan zitten in de auto en moesten we lopen naar het volgende dorp, wat maar een meter of vijftig verder was om op die manier nog een paar mooie foto's te schieten. Het laatste dorp was het meest toeristische van de dorpen die wij gezien hebben, maar nog steeds was er nog geen toerist te bekennen. Na een rondje te hebben gelopen en van de mooie uitzichten te hebben genoten stapten we in de auto en reden we terug naar Bajawa.

Na weer een standaard lunch genuttigd te hebben, vonden we onze weg weer naar de kamer om voor de zoveelste keer te gaan relaxen. Die avond hebben we de bus geregeld voor de volgende dag en na het diner vonden we weer vroeg ons bed.

De wekker ging alweer om kwart over vijf 's ochtends en tijdens het ontbijt kwam de bus al aanrijden om ons op te pikken. De medewerker van het hotel verzocht de buschauffeur vriendelijk nog maar een extra rondje door het dorp te rijden zodat wij onze mond niet hoefden te branden aan het kopje thee. Om half zeven was de bus terug en stapten we in richting Ende. Rond half elf waren we al op de plaats van bestemming en gingen we op zoek naar een geschikt hotel. We moesten hier wel even voor lopen, maar uiteindelijk vonden we voor ons doen een goede kamer voor een goede prijs. We wisten dat in Ende ook weinig te doen viel, maar we hadden een aantal zaken te regelen, zoals geld pinnen, vliegticket boeken en anti muskietenspul kopen. Ook hoopten we op een westers restaurant om de rijst ons lichaam uit te spoelen. Wat we over Ende kunnen zeggen is dat het er te warm is, te stoffig, geen westerse restaurants en dat je overal nagestaard wordt. We hebben die middag kilometers gelopen, onze vliegtickets van Maumere naar Bali geboekt, geld gepind en geen muskietenspul gevonden. Toen we 's avonds in ons hotel zaten te eten, hoorden we de assistente van dokter van der Ploeg langskomen, zodat we weer genoodzaakt waren om Engels te praten en vooral niet te laten blijken dat we Nederlands waren. Die avond vonden we weer op tijd ons bed, zodat we de volgende morgen weer vroeg aan de bak konden.

De volgende morgen liepen we naar het ontbijtbuffet (thee met een besmeerd stukje brood) toen we werden aangesproken door de assistente van dokter van der Ploeg en vroeg ze in vloeiend Amersterdams 'zeg jonges, weten jullie waar dat weversdorp zit in de buurt' (bedenk even de stem erbij). 'Weversdorp, eens even denken', natuurlijk hadden wij geen idee waar dat weversdorp zou moeten zijn, gezien het ver buiten ons interesseveld valt en al snel liep ze de straat op, op zoek naar iemand die het wel wist. Na het karige ontbijtje pakten we de tassen en liepen we richting de grote weg om al binnen een paar minuten een bus te laten stoppen die ons naar Moni kon brengen. De rit zou maar twee uur duren en verliep voorspoedig. Tot net voor Moni toen de bus stopte om een jongen en een hoop groenten binnen te laten. We moesten noodgedwongen verkassen, omdat ze de achterbank wilden gebruiken voor de groenten en namen plaats op de bank naast de jongen. Hij begon gelijk in het engels tegen ons te praten en vertelde ons dat hij een restaurantje runde in Moni en dat zijn moeder een goed guesthouse had. In het restaurant zou hij vanavond een proefdiner draaien om wat traditionele gerechten uit te proberen en legde ons de recepten en bereidingstechnieken uit. Deze bevorderden nou niet echt onze eetlust en we kregen zelfs meer trek in een bordje witte rijst dan in zijn gefermenteerde groenten met kip gevuld bamboescheuten. Toen de bus halt hield in Moni stond zijn moeder al op ons te wachten en werden we zowel door de jongen (Iwan of Johan genoemd) bijna gedwongen om binnen een kijkje te nemen. Omdat wij ons eigen plan al hadden getrokken en al een guesthouse op het oog hadden, bleven we hun verzoek afwijzen. De verzoeken werden steeds dwingender en aggresiever toen we voor de zoveelste keer hadden gezegd 'nee dankjewel' en liepen naar het guesthouse van onze keuze. Helaas zat dit guesthouse vol en ook de andere vijf guesthouses van het dorp waren kompleet volgeboekt. Wat ons restte waren een klein aantal homestays waar we onder zeer primitieve omstandigheden zouden moeten verblijven of een te dure kamer nemen. Uiteindelijk vonden we een kamer bij opa John, een goedlachse oude man die al hard schrobbend ons een rondleiding gaf door de kamer. De kamer zag er zelfs na de schrobbeurd smerig uit en stond niet uit meer dan twee bedden, een vieze bruine wcpot, een kapotte douche, een wastafel zonder water en een deur met een klein hangslotje. Desondanks besloten we de kamer te nemen en verbleven we in de goedkoopste kamer tot nu toe in de reis. Toen we een restaurantje wilden opzoeken voor de lunch, sprak de zoon van opa John, Jeffrey genaamd ons aan en drukte ons op het hart om vooral niet bij bamboorestaurant te gaan eten, omdat toeristen daar regelmatig bestolen en bedrogen zijn en noemde de medewerkers de maffia van Moni. Toen we een ander restaurant hadden gevonden dat bamboerestaurant, begrepen we van de eigenaresse dat er al een aantal dagen geen stroom was in Moni en dat alle guesthouses werden bewoond door mensen van de Timorese overheid die een bedrijfsuitje hadden naar Moni. Die middag zijn we nog een rondje gelopen door Moni en hebben we een bezoekje gebracht aan een waterval. Echter stelde deze weinig voor en zijn toen maar een eindje gaan lopen in de omgeving.

Toen we een kilometer buiten het dorp waren stopte er ineens een auto naast ons en stapte onze grote vriend Iwan uit om te informeren of we nog naar zijn proefdiner kwamen, zodat hij rekening kon houden met de bereiding. We vonden het toch wel opvallend dat deze jongen ons helemaal na kwam rijden om ons te vragen om we bij hem kwamen eten en toen we informeerden welk restaurant hij dan bezat bleek het het bamboerestaurant te zijn. Alles viel op zijn plaats en maakten we hem duidelijk dat we niet van zijn diensten gebruik wilden maken. Hij vond dat wij maar wat meer mensen moesten vertrouwen en eiste dat we alsnog zijn kamer met amerikaans springveer bed kwamen bekijken, want die was veel beter dan alle andere kamers en zeker de kamer van opa John, maar dat zei hij niet om alle andere mensen af te kraken, want opa John was zijn echte opa, maar gewoon omdat hij de beste deal had. Wij vertrouwden hem niet en met moeite poeierden we hem af. Later informeerden we bij Jeffrey of Iwan echt familie van hem was, wat hij met klem ontkende en zei dat hij en een paar vrienden alleen maar op toeristen jaagden en op brommers en bussen mensen aanspreken en ze naar hun guesthouse en restaurant proberen te lokken en op die manier misbruik van ze te maken. We moesten dus op onze hoede zijn in een klein dorp als Moni en besloten weinig mensen meer te vertrouwen. We sloten die middag een deal met Jeffrey dat zijn jongere broertje en diens vriend ons de volgende ochtend vroeg per brommer naar de Kelimutu (kratermeer) zou rijden, zodat we van dat punt de hopelijk laatste zonsopkomst van de reis konden aanschouwen. Die middag hebben we niet meer gedaan dan uitrusten, eten en opnieuw uitrusten. Het is niet dat we zoveel inspannende dingen doen en daar moe van zijn, maar het reizen begint een beetje zijn tol te eisen en in de dorpen van Flores valt niet veel meer te doen dan jezelf vermaken met een boek of de binnenkant van je ogen bekijken. Na het avondeten liepen we terug naar onze kamer en kwamen we tot de ontdekking dat we naast stroom ook geen water tot onze beschikking hadden en konden ons dus niet opfrissen van de afgelopen dag. Bezweet en plakkerig vonden we de vieze bedden.

De volgende ochtend ging om kwart voor vier alweer de wekker. We hadden nog steeds geen water, dus douchen zat er niet in en om kwart over vier stapten we warm aangekleed op de brommer om ons naar boven te rijden. In het donker scheurden we over de bochtige wegen naar de parkeerplaats van de Kelimutu. Daar genoten we van een kopje thee van een van de aanwezige verkopers, voordat we per voet nog verder naar boven naar de kratermeren zouden lopen. De wandeling naar het uitkijkpunt duurde 20 minuten en we waren ruim op tijd voor de zonsopkomst. Alle toeristen die op dat moment in Moni verbleven waren die ochtend boven op de Kelimutu en gezamenlijk genoten we van alweer een mooie zonsopkomst.

Toch was de zonsopkomst niet het enige waarvoor we naar boven waren gegaan. De Kelimutu heeft drie kratermeren die elk een andere kleur hebben aangenomen. Daarnaast wisselen de meren door de aanwezige mineralen regelmatig van kleur. Vandaag waren de meren turquiose blauw, zeegroen en koffiebruinzwart.

Toen de zon net op was, gingen alle toeristen alweer naar beneden, waardoor wij besloten nog wat langer te blijven en te genieten van het mooie uitzicht en het mooie weer.

Om een uur of negen besloten we terug te gaan naar beneden en te beginnen aan een dertien kilometer lange wandeling naar Moni. Het was een lange en vermoeiende wandeling met regelmatig mooie uitzichten op de omgeving en het gezelschap van de vele geiten deed ons goed.

Langs de weg werden we constant aangesproken door zowel volwassenen als kinderen. De volwassenen wilden weten waar we heengingen en de kinderen wilden voornamelijk weten of we geld of koekjes hadden. Toen we het kind met het meeste doorzettingsvermogen maar hadden voorzien van onze laatste koekjes kwamen we terug in Moni. Daar ploften we neer in een restaurantje om er een verlaat ontbijt te nuttigen. Die middag hebben we gevuld met bijslapen en bijkomen van het actieve ochtendprogramma. Van oorsprong hadden we het idee om nog een dag langer in Moni te blijven, maar vanwege de primitieve omstandigheden besloten we de daarop volgende dag toch maar te vertrekken. Ook die avond lagen we weer op tijd op bed.

De volgende ochtend hadden we om acht uur de wekker gezet en zochten we een restaurant op om te gaan ontbijten. Nog voordat we ons ontbijt gekregen hadden, hoorden we een wel heel bekende stem. Uiteraard was het de assistente van dokter van der Ploeg die zich even moest afreageren omdat ze een deur gesloopt had in haar guesthouse en daarover ruzie had gehad met de eigenaar. Wij waren de pineut en na haar twee weken ontlopen te hebben, moesten we nu dan echt een gesprek met haar aangaan. Het was voornamelijk een eenrichtingsverkeer van woorden en nadat ze onze telefoons had gebruikt om een hotel in Maumere te bellen, stonden we op het punt om weg te gaan toen de regen met bakken uit de hemel kwam. Hierdoor waren we genoodzaakt nog langer te blijven zitten en naar het eenrichtingsverkeer van de vrouw te luisteren. Ze vond ons gezelschap wel gezellig, al begrijpen we niet waarom en vroeg ze of we het bezwaarlijk vonden als ze met ons naar Maumere mee zou reizen. We konden moeilijk nee zeggen en voor we het wisten zaten we met z'n drien voor ons guesthouse te wachten op vervoer dat ons mee zou nemen naar Maumere. Al na vijf minuten kwam er een auto aanrijden die nog wel drie plaatsen over had. Wij vonden de prijs te hoog en begonnen met afdingen tot op het punt dat de assistente van dokter van der Ploeg zei 'ik doe het wel, of jullie het nou willen of niet', waardoor onze kansen op een lage prijs verkeken waren. Echter roken we nu een nieuwe kans, namelijk om zonder de assistente van dokter van der Ploeg de reis voort te zetten. En zo geschiedde het dat we samen met Jeffrey op de volgende lift zaten te wachten. Hij was wel benieuwd waarom we de auto hadden afgeslagen, gezien deze een redelijke prijs bood, maar toen we uitlegden dat we geen zin hadden om een aantal uur naast de kakelende kip te zitten, moest hij wel erg lachen en begreep hij onze bezwaren.

Na lang wachten stopte er een bus, wat bleek dezelfde bus als die ons naar Moni had gebracht en voor we het wisten stonden onze tassen in de bus en was de deal gesloten. Het was een lange en vermoeiende rit en de irritante helpers van de conducteur maakten het er niet gemakkelijker op, door je constant aan te staren, je geld te vragen en allerlei dingen in het Indonesisch over je te zeggen. De klok sloeg al vijf uur toen we eindelijk op het busstation van Maumere aankwamen en we opnieuw onze tactiek uitprobeerden, ook al viel het resultaat van de vorige keer tegen. Opnieuw faalde onze tactiek en waren we genoodzaakt de drie kilometer naar het guesthouse te voet af te leggen. Een medewerker van het hotel verzekerde ons dat deze kamer altijd stroom en water heeft en we stemden volmondig in. Na een koude douche begaven we ons richting de haven, omdat daar zich de meeste restaurantjes moesten bevinden. Echter de restaurants uit de Lonely Planet konden we niet vinden, wat ook wel logisch was, gezien ze niet meer bestonden. Na een karige maaltijd besloten we op zoek te gaan naar een internetcafe. Ook deze was onvindbaar. Toen we als laatste wanhoopspoging een groepje straatjongens aanspraken en we vroegen waar we internet konden vinden, wilden ze ons maar al te graag meenemen. Met een stuk of zes luidruchtige Indonesiche jongetjes voorop liepen we door de straten van Maumere. Uiteindelijk brachten ze ons naar een goed internetcafe waar we na een week van internetloosheid eindelijk weer eens konden rondsurfen en konden skypen. Die avond gingen we voor ons doen laat naar bed, het was al ver na tienen, maar voordat we daadwerkelijk gingen slapen, wilden we nog wel een koude douche nemen. Na het opendraaien van de kraan, kwam er tot onze verrassing geen water uit, alleen maar wat gepruttel. We dachten 'oh niet weer, eerst al geen goede restaurants in Maumere en de kans op een westerse maaltijd verkeken en nu ook al geen water meer, houden deze primitieve omstandigheden dan nooit op?' Echter na het attenderen van de eigenaar was het probleem binnen 20 minuten opgelost en konden we afgekoeld en wel dromenland betreden.

De volgende dag, vandaag, besloten we geen wekker te zetten en werden we om zes uur, zoals gewoonlijk wakker, bleven we met moeite liggen tot tien uur, waarna we aan dit verhaal zijn begonnen. De rest van de dag willen we gebruiken voor het schrijven van dit verhaal, het uitzoeken van de foto's, het uploaden van beide en waarschijnlijk is dan de dag alweer voorbij. Morgen houden we een rustdag en maandag beginnen we de week met het begeven van onszelf en onze bagage naar het vliegveld van Maumere om daar met gierende banden op te stijgen van dit mooie, maar vermoeiende en uitputtende eiland en hopen we op meer luxe en westerse omstandigheden op Bali. Op Bali proberen we niet al te veel te doen en willen we ons alleen nog van Kutu verplaatsen naar Ubud, een echt souvenirdorp, vervolgens naar de noordkust, naar Lovina en de laatste week het voetbal volgen in het zuiden. Ergens vanaf Bali zullen we nog wel een keer een verhaal aan jullie ten gehore brengen.

Maus maakt het nog steeds goed, alhoewel hij te lijden heeft onder het eentonige voedsel en de status van toerist. Hij kan er maar moeilijk aan wennen iedere keer nagestaard te worden door de honderden mensen die we dagelijks tegenkomen en zal daardoor blij zijn het meer toeristische Bali te kunnen betreden. Hij kijkt steeds meer ernaar uit om Marjolijn weer te zien, maar merkt ook dat het leven zonder Sebas bijna niet meer gaat en dat het best vreemd moet zijn als je thuis bent om alleen te zijn en niet 24 uur per dag iemand om je heen te hebben.

Sebas maakt het goed, heeft geen last meer van hartklachten, maar merkt ook dat het reizen op Flores zwaarder valt. Weinig en matig eten laten zijn sporen na en kijkt al uit naar de Mc, hamburgers, steaks en chocola op Bali (weten enkele lezers toevallig of er een Mc op Bali zit, om teleurstelling te voorkomen?). Verder is hij ook benieuwd hoe het leven thuis zal zijn, maar verwacht de draad wel weer snel op te pakken en realiseert zich ook dat het best een prestatie is om bijna zeven maanden 24 uur per dag met iemand op te trekken en is daardoor overtuigd voorlopig selibatair te gaan leven.

Groetjes uit het warme, stoffige en saaie Maumere (maar wel mooi!).

Sebas en Maus

Reacties

Reacties

kees

Mooie foto's weer, jongens. Niet verstoord door teveel Japanners dit keer. Elk nadeel heeft z'n voordeel.

Tea

Ha Bas en Maus,
Een heel verhaal, veel reizen etc. al liggend op mijn bed werd ik er bijna moe van dus ik kan mij voorstellen dat jullie ook moe zijn van het vele reizen.
Jullie maken ook wel veel mee, opa John, de taxi's, jongens die jullie proberen in te palmen.
Ik hoop dat jullie op Bali lekker even tot rust komen en kunnen genieten van strand en Mac, etc. maar denk aan de vitamientjes hoor!
groetjes en liefs Tea x

Alie

Leuk verhaal. Apart om steeds aangesproken te worden door de assistente van dr vd Ploeg. Alsof ze rook dat jullie hollanders zijn!

lisette

Weer genoten van jullie verhaal!!! Kom maar heel snel lekker eten bij ons, lekker je Oost West op Italiaanse bolletje!! Geniet nog van de tijd, maak er nog iets moois van! Tot het volgende verhaal, dikke kus Lies

lijn

ach sebas, is het zo zwaar om een lange tijd met maus door te brengen dat je besluit om voorlopig celibatair gaat leven?? vertel me dat alsjeblieft, want ik kan nu nog terug ;) ;)

Carlyn en Arjan

Gaaf verhaal! Wat maken jullie toch veel mee!

Geniet ervan!!

xx

anita

Ik heb weer genoten van jullie verhaal.
vooral het idee te moeten slapenn in die VIEZE bedden
maakt veel indruk op me.
groetjes en geniet nog even

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!